Zolpidem en zopiclon: slaap in een pil, maar tegen welke prijs?

Stel je voor: je slikt een tabletje, valt binnen een half uur in slaap en denkt de volgende ochtend: dit is het antwoord, waarom heb ik dit niet jaren eerder gedaan? Veel mensen die voor het eerst een Z-drug zoals zolpidem of zopiclon krijgen, ervaren precies dat. Het voelt bijna magisch. En dat is precies waarom deze middelen zo verleidelijk zijn. Maar dan. Een paar weken verder merk je dat je zonder tablet nauwelijks nog in slaap komt. Je wordt wazig wakker, je herinnert je flarden van gekke dingen die je blijkbaar ’s nachts hebt gedaan, en je huisarts begint over “afbouwen”. Je vraagt je af: hoe gevaarlijk is dit spul eigenlijk, en waarom schrijven artsen het nog steeds zo vaak voor? In deze gids lopen we eerlijk door de voordelen, de valkuilen en de alternatieven van Z-drugs heen. Geen doemverhaal, maar ook geen vergoelijking. Zodat je - samen met je arts - bewuster kunt kiezen: wanneer zijn zolpidem of zopiclon een redelijke tijdelijke oplossing, en wanneer wordt het tijd om keihard op de rem te trappen?
Written by
Jamie
Published
Updated

Hoe Z-drugs ons in slaap duwen

Zolpidem en zopiclon horen bij de zogenaamde Z-drugs. Ze lijken qua werking op benzodiazepinen (klassieke slaappillen zoals temazepam), maar zijn chemisch net anders. In de praktijk merk je daar als gebruiker weinig van: je wordt slaperig, valt sneller in slaap en bent vaak wat minder gespannen.

Op hersenniveau versterken Z-drugs de werking van GABA, een remmende neurotransmitter. Zie het als een soort volumeknop die de hersenactiviteit omlaag draait. Daardoor:

  • val je meestal sneller in slaap
  • kan de nacht wat minder gefragmenteerd aanvoelen
  • neemt spanning en piekeren tijdelijk af

Klinkt aantrekkelijk. Maar zoals altijd in de farmacologie: waar iets aan wordt “uitgezet”, gebeurt ergens anders vaak iets wat je niet besteld had.

“Even voor een paar nachten” - en dan?

Neem Sanne, 42 jaar, drukke baan, twee jonge kinderen. Na een reeks nachten van 3 uur slaap staat ze bij de huisarts. Die schrijft 10 tabletten zolpidem voor, “alleen voor noodgevallen”. De eerste nacht met tablet slaapt ze 7 uur achter elkaar. Opluchting. De tweede nacht probeert ze zonder, ligt weer te woelen en pakt om 02:00 alsnog een tablet. Binnen een week is dat noodtablet eigenlijk standaard geworden.

Dit is precies hoe het vaak gaat:

  • Z-drugs worden kortdurend voorgeschreven, met goede bedoelingen.
  • De opluchting van eindelijk slapen maakt dat je het middel vaker pakt dan gepland.
  • Binnen enkele weken ontstaat gewenning: zonder tablet lukt slapen bijna niet meer.

Officieel wordt in richtlijnen geadviseerd om Z-drugs maximaal 2 weken achter elkaar te gebruiken, soms tot 4 weken in uitzonderingsgevallen. In de praktijk slikken mensen ze maanden of jaren. Dat is nou ja, best wel een probleem.

Zijn Z-drugs “beter” dan klassieke slaappillen?

Z-drugs zijn ooit op de markt gekomen met het verhaal dat ze veiliger zouden zijn dan benzodiazepinen: minder verslavend, minder sufheid overdag, minder risico op vallen. In theorie selectiever, in de praktijk valt dat tegen.

Wat we in onderzoeken zien:

  • Verslaving en gewenning komen ook bij Z-drugs gewoon voor.
  • Valincidenten en verkeersongelukken zijn verhoogd, zeker bij ouderen.
  • Geheugen- en concentratieproblemen treden op, vergelijkbaar met benzodiazepinen.

Het verschil is dus meer marketing dan realiteit. Veel richtlijnen, zoals op Thuisarts.nl en in Nederlandse NHG-standaarden, zetten Z-drugs daarom op één hoop met andere slaap- en kalmeringsmiddelen: alleen kortdurend, en met beleid.

Voor wie schrijven artsen ze toch nog voor?

Er zijn situaties waarin een arts bewust kiest voor zolpidem of zopiclon, ondanks alle nadelen. Denk aan:

  • Acute slapeloosheid door een heftige gebeurtenis, zoals een overlijden of plotselinge stress.
  • Korte periodes waarin slaap echt functioneel móet zijn, bijvoorbeeld voor een belangrijke operatie of behandeling.
  • Terminale of zeer ernstige ziekte, waarbij kwaliteit van de resterende nachten zwaarder weegt dan risico op afhankelijkheid.

Ook in de psychiatrie worden Z-drugs soms tijdelijk ingezet, bijvoorbeeld bij ernstige depressie of angststoornissen met extreem verstoorde slaap. Maar ook daar geldt: altijd in combinatie met andere behandeling, nooit als enige “oplossing”.

De schaduwkant: bijwerkingen waar je niet op zit te wachten

De bekende bijwerkingen zijn nog redelijk voorspelbaar: sufheid, slaperigheid overdag, hoofdpijn, een wat bittere of metalige smaak (vooral bij zopiclon), duizeligheid. Daar kun je rekening mee houden.

Lastiger wordt het bij de vreemdere verschijnselen waar je misschien minder van hoort:

  • Geheugengaten: je doet ’s avonds dingen waar je je de volgende ochtend niets meer van herinnert. Mailtjes sturen, appjes, telefoontjes, zelfs eten of autorijden.
  • Complex gedrag in de slaap: slaapwandelen, koken, online shoppen. Klinkt als een anekdote, maar er zijn genoeg rapporten van mensen die ’s nachts halve maaltijden bereiden.
  • Rebound-insomnie: als je stopt, slaap je tijdelijk slechter dan vóór je begon. Dat voelt alsof je het middel “nodig” hebt, terwijl het eigenlijk een onttrekkingsverschijnsel is.
  • Stemmingsklachten: prikkelbaarheid, somberheid, soms zelfs verergering van depressieve klachten.

Bij ouderen komen daar nog extra zorgen bij: meer valpartijen, heupfracturen, verwardheid, delier. De Hersenstichting waarschuwt daarom terecht voor middelen die het brein langdurig afremmen, zeker bij kwetsbare hersenen. Zie bijvoorbeeld de informatie over medicijnen en hersengezondheid op Hersenstichting.nl.

Rijbewijs, werk en veiligheid: dingen die vaak worden onderschat

Een tabletje voor het slapengaan en de volgende ochtend gewoon auto rijden? Veel mensen doen het, maar verstandig is anders. Z-drugs kunnen de volgende ochtend nog invloed hebben op je reactietijd, concentratie en inschattingsvermogen.

Bij hogere doseringen, gecombineerd met alcohol of bij gebruik op onregelmatige tijden, loopt het risico flink op. Denk niet alleen aan autorijden, maar ook aan:

  • werken met machines
  • nachtdiensten
  • zorg voor kinderen

En ja, werkgevers beginnen hier steeds alerter op te worden. Een medewerker die structureel op slaapmedicatie functioneert, is simpelweg minder scherp. Dat is geen oordeel, dat is farmacologie.

Hoe snel raak je gewend aan Z-drugs?

Dat verschilt per persoon, maar gewenning kan verrassend snel optreden. Sommige mensen merken al na 1 tot 2 weken dat ze zonder tablet nauwelijks nog in slaap komen. Anderen kunnen het maanden gebruiken voordat het echt een probleem wordt.

Belangrijke signalen van beginnende afhankelijkheid:

  • je voelt paniek als je merkt dat de strips bijna op zijn
  • je neemt stiekem vaker een tablet dan met de arts is afgesproken
  • je gebruikt het ook op nachten die eigenlijk “wel meevallen”, uit angst slecht te slapen
  • je hebt mislukte stoppogingen achter de rug

Als je jezelf hierin herkent: je bent zeker niet de enige. Huisartsen zien dit bijna dagelijks. En nee, het betekent niet dat je “zwak” bent; het betekent dat je hersenen precies doen wat deze middelen uitlokken.

Stoppen of minderen: waarom “cold turkey” vaak een slecht idee is

Neem Henk, 63 jaar. Hij slikt al 3 jaar elke avond zopiclon. Bij de apotheek krijgt hij een folder mee over de risico’s. Hij schrikt, besluit spontaan te stoppen en gooit de rest van de tabletten weg. De eerste nacht slaapt hij nauwelijks, de tweede ook niet. Hartkloppingen, zweetaanvallen, onrust, huilbuien. Na drie dagen haalt hij toch weer een recept.

Dit is precies waarom afbouwen meestal beter werkt dan abrupt stoppen.

In overleg met de huisarts wordt vaak gekozen voor:

  • Langzaam afbouwen: bijvoorbeeld elke 1 à 2 weken de dosis iets verlagen.
  • Soms overstappen op een middel met langere werking om gelijkmatiger af te bouwen (altijd onder medische begeleiding).
  • Combineren met slaaphygiëne en gedragstherapie, zodat je niet alleen minder medicatie hebt, maar ook betere slaapgewoonten.

Op Thuisarts.nl over stoppen met slaapmiddelen vind je heel praktische informatie over afbouwen en wat je kunt verwachten.

En dan de hamvraag: werken ze eigenlijk wel goed?

Als je puur kijkt naar slaapduur en inslaaptijd, dan zie je in onderzoeken dat Z-drugs het volgende doen:

  • je valt gemiddeld wat sneller in slaap (denk aan 15 tot 30 minuten winst)
  • je slaapt iets langer per nacht (vaak minder dan een uur extra)

Dat is meetbaar, maar niet spectaculair. Wat veel mensen ervaren, is vooral een gevoel van “ik heb tenminste íets gedaan” en een stukje geruststelling. Dat mentale effect is niet onbelangrijk, maar het maakt ook dat we de middelen soms overschatten.

Belangrijk: Z-drugs pakken de oorzaken van slapeloosheid niet aan. Ze dempen het symptoom. Stress, rouw, piekeren, onregelmatige werktijden, lichamelijke aandoeningen, slaapapneu - die blijven gewoon bestaan.

Alternatieven die minder sexy zijn, maar vaak meer opleveren

De eerlijkheid gebiedt te zeggen: pillen zijn makkelijker dan gedrag veranderen. Een tablet slikken kost 10 seconden. Je dag- en avondstructuur aanpassen, schermgebruik beperken, cafeïne minderen, je gedachten trainen rond slaap - dat is werk.

Maar als je kijkt naar de effecten op langere termijn, dan winnen niet-medicamenteuze opties het bijna altijd. Denk aan:

  • Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I): bewezen effectief, minstens zo goed als slaapmedicatie op korte termijn, en beter op lange termijn. Veel slaapcentra en psychologen bieden dit aan.
  • Slaaphygiëne: vaste bedtijden, geen cafeïne laat op de dag, beperkt alcoholgebruik, schermen uit in het laatste uur voor het slapengaan. Klinkt saai, werkt wel.
  • Behandeling van onderliggende problemen: depressie, angst, pijn, ademhalingsproblemen, nachtelijke benauwdheid, restless legs. Als die beter onder controle zijn, verbetert de slaap vaak mee.

Op sites als Gezondheidsnet over beter slapen en diverse Nederlandse slaapcentra vind je praktische tips en uitleg.

Wanneer “nee” zeggen tegen Z-drugs verstandig kan zijn

Er zijn situaties waarin je beter heel terughoudend kunt zijn met zolpidem en zopiclon, of het gesprek met je arts goed moet aanscherpen:

  • als je al moeite hebt met balans, lopen of eerder gevallen bent
  • als je geheugen of concentratie al kwetsbaar is
  • als je verslavingsgevoelig bent (alcohol, andere middelen)
  • als je jong bent en de slapeloosheid vooral stress- of levensstijlgebonden lijkt

Dat betekent niet dat het nooit kan, maar wel dat je heel helder afspraken moet maken: hoe lang, welke dosis, en vooral: wat is het plan daarna?

Hoe voer je dit gesprek met je arts?

Veel mensen voelen zich wat ongemakkelijk om tegen hun huisarts te zeggen: “Ik ben bang dat ik verslaafd raak aan deze pillen” of “Ik slik dit eigenlijk al jaren en ik durf niet te stoppen.” Toch is dat precies wat je wél zou moeten doen.

Handige vragen om mee te nemen naar de spreekkamer:

  • Hoe lang raadt u aan dit middel maximaal te gebruiken?
  • Wat zijn de risico’s voor iemand van mijn leeftijd en gezondheid?
  • Hoe ziet een afbouwplan er uit als ik straks wil stoppen?
  • Zijn er mogelijkheden voor gedragstherapie of een slaapcoach?
  • Is er iets in mijn leefstijl of gezondheid dat we eerst zouden moeten aanpakken?

Een goede arts zal niet alleen een recept uitschrijven, maar ook met je meedenken over het bredere plaatje.

FAQ over Z-drugs: de meest gestelde vragen

1. Zijn zolpidem en zopiclon veiliger dan benzodiazepinen?
Niet echt. Ze zijn chemisch anders, maar de risico’s op gewenning, afhankelijkheid, sufheid en vallen zijn vergelijkbaar. De oude belofte dat Z-drugs “veel veiliger” zouden zijn, houdt in de praktijk weinig stand.

2. Hoe lang mag ik Z-drugs achter elkaar gebruiken?
Richtlijnen adviseren meestal maximaal 2 weken, soms tot 4 weken in uitzonderingsgevallen. Gebruik van maanden of jaren vergroot de kans op afhankelijkheid en bijwerkingen aanzienlijk. Overleg altijd met je arts over de duur.

3. Mag ik autorijden als ik ’s avonds een Z-drug heb ingenomen?
Dat is risicovol, zeker bij hogere doseringen, oudere leeftijd of gecombineerd gebruik met alcohol of andere dempende middelen. Je reactietijd en beoordelingsvermogen kunnen de volgende ochtend nog verminderd zijn. Bespreek dit expliciet met je arts en check de bijsluiter.

4. Wat als ik zonder mijn tablet echt niet meer kan slapen?
Dat voelt heel benauwend, maar het betekent meestal dat je lichaam gewend is geraakt aan het middel. Met een goed afbouwplan, begeleiding en ondersteuning (bijvoorbeeld CGT-I) lukt het veel mensen om uiteindelijk weer zonder te slapen. Verwacht wel een lastige periode in het begin.

5. Is af en toe een tablet nemen schadelijk?
Af en toe gebruik, bijvoorbeeld een paar keer per maand, geeft minder risico op afhankelijkheid dan dagelijks gebruik. Maar het kan er wel langzaam insluipen. Belangrijk is dat “af en toe” niet ongemerkt verandert in “bijna elke nacht”, en dat je ook aan andere oplossingen werkt.


Z-drugs kunnen tijdelijk verlichting geven in een periode van zware slapeloosheid. Maar ze zijn zelden het eindantwoord. Hoe verleidelijk het ook is om te vertrouwen op een pil, de echte winst zit vaak in het aanpakken van de oorzaak van je slaapproblemen en het stap voor stap afbouwen van medicatie. Dat kost tijd en energie, maar levert op de lange termijn meestal een veel stabielere nachtrust op.

Explore More Medicatie en Supplementen

Discover more examples and insights in this category.

View All Medicatie en Supplementen