Lig jij je slaapapneu erger te maken?
Waarom je slaaphouding meer invloed heeft dan je denkt
Het voelt misschien alsof je slaapapneu je gewoon overkomt, los van wat je doet. Maar bij een groot deel van de mensen is de rugligging de boosdoener. Op je rug zakt de tong makkelijker naar achteren, de kaak zakt wat naar beneden, de keelspieren verslappen net iets meer en hop: de luchtweg wordt nauwer of klapt deels dicht.
Artsen noemen het dan vaak “positiegerelateerde” of “positionele” slaapapneu. Dat klinkt ingewikkeld, maar het is eigenlijk vrij simpel: je apneu is duidelijk erger op je rug dan op je zij. Soms zie je in een slaaponderzoek dat iemand op de rug een apneu-hypopneu index (AHI) van bijvoorbeeld 30 heeft (ernstige slaapapneu), maar op de zij ineens onder de 10 zakt. Dat is nogal een verschil.
Een avondje slaaplab dat alles veranderde
Neem Karin, 49 jaar, kantoorbaan, altijd moe. Ze kreeg een slaaponderzoek omdat haar man zei dat ze ‘s nachts regelmatig stopte met ademen. De uitslag: matige slaapapneu. Maar de longarts wees op iets opvallends: bijna alle ademstops waren in rugligging. Op de zij was het eigenlijk best oké. Karin kreeg de keuze: direct starten met CPAP, of eerst serieus positietherapie proberen. Ze koos voor dat laatste.
Een half jaar later sliep haar man weer in dezelfde kamer, haar concentratie overdag was beter en haar AHI was in de controlemeting gehalveerd. Niet verdwenen, wel aanzienlijk minder. En ja, dat kwam puur door een andere slaaphouding, geholpen door een medisch hulpmiddel.
Wat positietherapie nou eigenlijk inhoudt
Positietherapie is een verzamelnaam voor alle methoden en hulpmiddelen die je helpen om minder op je rug te slapen. Het is dus geen pil, geen operatie en ook geen apparaat dat lucht in je keel blaast. Het is meer een soort “slaapcoach” in hulpmiddelvorm.
In de praktijk zie je grofweg drie groepen oplossingen:
- eenvoudige, vaak goedkope doe-het-zelf trucs
- speciale positietherapie-vesten of -banden
- elektronische positietrainers die trillen als je op je rug draait
Ze hebben allemaal hetzelfde doel: jouw lijf trainen om rugligging te vermijden. Maar de manier waarop ze dat doen, en hoe comfortabel dat is, verschilt nogal.
De ouderwetse tennisbal in je pyjama
Veel huisartsen kennen het trucje nog: een tennisbal achter op je pyjamashirt naaien, of een klein kussentje in een rugzakje. Het idee: op je rug liggen wordt zo ongemakkelijk dat je automatisch terugrolt naar je zij.
Klinkt lollig, maar in de praktijk is het vaak nogal primitief. Mensen worden wakker omdat het zeer doet, gooien het ding midden in de nacht uit bed en gaan toch weer op de rug liggen. Voor een korte proefperiode kan het nuttig zijn om te kijken of je klachten echt minder worden als je op je zij blijft, maar als langdurige oplossing is het meestal niet ideaal.
Toch is er een voordeel: het is goedkoop en je merkt snel of houding bij jou een duidelijke rol speelt. Sommige slaapcentra adviseren het zelfs als eerste stap, gewoon om te testen.
Medische positietherapie-hulpmiddelen: wat is er te koop?
Zodra je serieuzer met positietherapie aan de slag gaat, kom je in de wereld van medische hulpmiddelen terecht. Daar zitten best grote verschillen tussen.
Vesten en banden die je letterlijk tegenhouden
Er zijn speciale positietherapie-vesten en -banden die je om je bovenlichaam draagt. Aan de achterkant zit een verhoging of een “bult” die het simpelweg onaangenaam maakt om op je rug te liggen. Je lijf kiest dan automatisch voor de zijligging.
Ze hebben een paar duidelijke pluspunten:
- geen elektronica, dus geen batterijen of opladen
- relatief eenvoudig in gebruik
- vaak vergoed als je arts ze voorschrijft (afhankelijk van verzekering en indicatie)
Maar er zijn ook nadelen:
- sommige mensen vinden het benauwend of te warm
- draaien in bed voelt minder vrij
- acceptatie op lange termijn valt soms tegen
In spreekkamers hoor je dan dingen als: “Ik slaap er wel beter door, maar ik voel me net een harnasridder”. Dat zegt eigenlijk alles.
Elektronische positietrainers: subtieler, maar technischer
De nieuwere generatie positietherapie bestaat uit kleine elektronische apparaatjes die je op je borst of nek plakt, of in een band draagt. Ze bevatten een sensor die merkt in welke houding je ligt. Zodra je op je rug rolt, begint het apparaat zachtjes te trillen. Niet zo hard dat je direct klaarwakker bent, maar genoeg om je lijf aan te moedigen om terug te draaien.
Het idee is dat je brein en spieren na een tijdje “leren” dat rugligging onhandig is, waardoor je uiteindelijk ook zonder trilling vaker op je zij blijft liggen. In theorie klinkt dat mooi, en bij een deel van de gebruikers zie je in vervolg-slaaponderzoeken inderdaad minder rugligging en minder ademstops.
De keerzijde:
- je moet het ding elke nacht dragen
- opladen, schoonmaken, plakkers vervangen - het vraagt discipline
- niet iedereen vindt het prettig om getrild te worden tijdens de slaap
Toch zijn er genoeg mensen die zeggen: “Dit voelt minder invasief dan een CPAP-masker, hier kan ik mee leven.” En dat is precies de doelgroep waar artsen aan denken bij positietherapie.
Voor wie is positietherapie een serieuze optie?
Nu de belangrijke vraag: wanneer heeft positietherapie een redelijke kans van slagen, en wanneer is het eigenlijk een omweg richting teleurstelling?
In slaapcentra wordt vaak gekeken naar een paar punten uit het slaaponderzoek:
- is de slaapapneu duidelijk erger in rugligging dan in zijligging?
- is de totale ernst mild tot matig, of echt zwaar?
- hoe is je lichaamsbouw (overgewicht, nekomtrek, kaakstand)?
- heb je al andere behandelingen geprobeerd, zoals CPAP of een MRA-beugel?
Bij mensen met milde tot matige, duidelijk positiegebonden slaapapneu kan positietherapie heel redelijk werken. Zeker als iemand zegt: “Ik wil echt alles proberen voordat ik aan CPAP begin.” Of als CPAP gewoon niet lukt, hoe goed je ook je best doet.
Bij ernstige slaapapneu, of als de apneu ook op de zij flink aanwezig blijft, is positietherapie als enige behandeling vaak onvoldoende. Dan zie je het eerder als aanvulling, bijvoorbeeld samen met CPAP of een MRA.
De realiteit: motivatie is half de behandeling
Neem Ahmed, 42 jaar, vrachtwagenchauffeur. Zijn slaapapneu was duidelijk het ergst op de rug, maar hij had een hekel aan alles wat zijn bewegingsvrijheid in bed beperkte. Een vest hield hij precies drie nachten vol. De elektronische trainer vond hij in theorie interessant, maar hij vergat het apparaat regelmatig op te laden en gebruikte het uiteindelijk nog maar sporadisch.
Zijn AHI daalde alleen op de nachten dat hij het ding trouw droeg. Overdag merkte hij dan ook verschil. Maar ja, als je het maar de helft van de tijd gebruikt, is het effect in het echte leven natuurlijk ook maar de helft.
Dat is misschien wel het belangrijkste punt bij positietherapie: het werkt alleen als je het consequent gebruikt. Klinkt flauw, maar het is wel de kern.
Hoe verhoudt positietherapie zich tot CPAP en andere behandelingen?
Veel mensen zien positietherapie een beetje als de “lichte” variant van behandelingen als CPAP of een MRA-beugel. Minder gedoe, maar ook minder krachtig. Dat beeld klopt deels.
- CPAP is doorgaans het meest effectief in het verminderen van apneus, maar vraagt veel gewenning en acceptatie.
- MRA-beugels (die de onderkaak naar voren houden) werken vooral goed bij milde tot matige slaapapneu, en als je gebit het toelaat.
- Positietherapie scoort ergens daaronder qua effect, maar is voor sommige mensen psychologisch en praktisch aantrekkelijker.
In richtlijnen zie je vaak dat positietherapie wordt genoemd als optie bij milde tot matige, positiegebonden slaapapneu, of als aanvullende therapie. Bijvoorbeeld: iemand met CPAP die op de zij veel lagere druk nodig heeft, kan met positietherapie misschien comfortabeler slapen omdat de druk omlaag kan.
Wat kun je realistisch verwachten van positietherapie?
Laten we het even eerlijk hebben over verwachtingen. Positietherapie is geen magische oplossing waarbij je van zware slaapapneu naar nul ademstops gaat. Maar voor een deel van de mensen zie je:
- een duidelijke afname van het aantal ademstops per uur
- minder snurken (zeker volgens de partner een pluspunt)
- minder nachtelijk wakker schrikken
- betere alertheid overdag
De winst hangt sterk af van hoe positiegebonden jouw apneu is. Als je slaaponderzoek laat zien dat je op de zij bijna geen apneus hebt, dan kan positietherapie bijna als “gerichte” behandeling werken. Als je op de zij nog steeds flink wat apneus hebt, dan wordt het meer een hulpmiddel dat een deel van het probleem aanpakt.
Wanneer moet je echt verder kijken dan alleen houding?
Er zijn situaties waarin positietherapie als enige behandeling gewoon niet verstandig is.
Denk aan:
- ernstige slaapapneu met een hoge AHI, ook in zijligging
- duidelijke hart- en vaatziekten, waarbij onbehandelde apneu extra risico geeft
- ernstige slaperigheid overdag, met gevaarlijke situaties in het verkeer of op het werk
In zulke gevallen zal een longarts of KNO-arts positietherapie misschien wel bespreken, maar meestal in combinatie met andere behandelingen. Het blijft dan een puzzel: wat past medisch en wat past bij jouw leven.
Praktisch: hoe kom je aan positietherapie en wie denkt er met je mee?
In Nederland en België loopt positietherapie meestal via de specialist, vaak een longarts, KNO-arts of een slaapcentrum. Het begint bijna altijd met een slaaponderzoek, omdat je gewoon moet weten hoe positiegebonden je apneu is.
Als uit dat onderzoek blijkt dat positietherapie kansrijk is, dan kan de arts:
- een medisch hulpmiddel voorschrijven (vest, band of elektronische trainer)
- je verwijzen naar een leverancier van slaapapneu-hulpmiddelen
- samen met jou afspreken hoe lang je het gaat proberen en wanneer er een controle komt
Vergoeding hangt af van je zorgverzekering en de exacte indicatie. Sommige apparaten vallen onder medisch hulpmiddel en worden (deels) vergoed, andere niet. Het is dus slim om vooraf met je zorgverzekeraar te bellen.
In België loopt het vaak via een slaaplabo in een ziekenhuis, met vergelijkbare stappen: diagnose, keuze van therapie, eventuele terugbetaling afhankelijk van de criteria.
Hoe combineer je positietherapie met andere aanpassingen?
Positietherapie staat niet los van de rest van je leven. Je kunt het effect vaak versterken door ook naar andere factoren te kijken.
Denk aan:
- Gewicht: afvallen kan de ernst van slaapapneu verminderen, zeker in combinatie met positietherapie.
- Alcohol: minder of geen alcohol in de avond kan helpen, omdat alcohol de spieren in de keel extra verslapt.
- Slaaphygiëne: vaste bedtijden, een rustige slaapkamer en geen schermen tot laat maken je slaapkwaliteit in het algemeen beter.
Voor sommige mensen werkt het goed om positietherapie te zien als onderdeel van een pakket aan veranderingen, niet als los wondermiddel.
Veelgestelde vragen over positietherapie bij slaapapneu
Is positietherapie veilig om zomaar te proberen?
In de vorm van simpele houdingsaanpassingen (bijvoorbeeld een kussen in de rug) is het meestal veilig. Maar als je vermoedt dat je slaapapneu hebt, is het verstandig om niet alleen zelf te experimenteren maar ook een arts in te schakelen. Je wilt weten hoe ernstig het is en of alleen positietherapie wel voldoende is.
Hoe snel merk ik effect als positietherapie werkt?
Veel mensen merken binnen enkele nachten al verschil in snurken en hoe vaak ze wakker worden. Voor het effect op slaperigheid overdag heb je vaak wat langer nodig, soms enkele weken. Een herhaal-slaaponderzoek laat het beste zien wat er objectief verandert.
Wordt positietherapie vergoed door de zorgverzekeraar?
Dat verschilt per land, verzekeraar en type hulpmiddel. In Nederland worden sommige medische positietherapie-hulpmiddelen vergoed als ze door een specialist zijn voorgeschreven en je aan bepaalde criteria voldoet. In België gelden weer andere regels en terugbetalingsvoorwaarden. Altijd even navragen dus, zowel bij je arts als bij je verzekeraar.
Kan ik positietherapie combineren met een CPAP of MRA-beugel?
Ja, dat gebeurt in de praktijk regelmatig. Bijvoorbeeld bij mensen die alleen in rugligging nog apneus hebben ondanks CPAP of een MRA. Door rugligging te vermijden, kan soms de druk van de CPAP omlaag of wordt het comfort beter. Het is wel iets om samen met je behandelend arts te plannen.
Wat als ik veel draai in mijn slaap, heeft positietherapie dan zin?
Juist dan kan positietherapie interessant zijn. De meeste hulpmiddelen zijn er niet op gericht om je volledig stil te laten liggen, maar om je vooral uit de rugligging te houden. Je kunt dus nog steeds draaien tussen linker- en rechterzij. Hoe goed dat in jouw geval werkt, blijkt meestal pas na een proefperiode.
Waar kun je betrouwbare informatie vinden?
Meer lezen over slaapapneu en behandelingen, inclusief positietherapie?
- Thuisarts - Slaapapneu voor duidelijke, onafhankelijke uitleg in begrijpelijke taal.
- Slaapinstituut Nederland - Slaapapneu voor achtergrondinformatie over diagnose en behandelingen.
- Gezondheidsnet - Slaapapneu voor artikelen en praktische tips over leven met slaapapneu.
Als je jezelf herkent in de verhalen over snurken, ademstops en extreme slaperigheid, is de belangrijkste stap eigenlijk heel simpel: laat het onderzoeken. Of positietherapie daarna een hoofdrol of een bijrol speelt, is maatwerk. Maar het is wel een optie die vaker op tafel mag komen voordat je definitief besluit dat je “nu eenmaal” met slechte nachten moet leren leven.
Related Topics
Positietherapie voor Slaapapneu: Wat je moet weten
Slapen met een gewichtsvest: gek idee of juist geniaal bij slaapapneu?
Neusstukjes en neusstrips: waarom die kleine plakkers zoveel uitmaken
Rusteloze benen en TENS: slimme truc of dure gadget?
Waarom een simpel slaapmasker je nachtrust kan redden
Dat zachte gesuis op de achtergrond – hulp of hype?
Explore More Medische Hulpmiddelen
Discover more examples and insights in this category.
View All Medische Hulpmiddelen