Zie je het al voor je? Zo werkt imaginatie in therapie

Stel je voor: je ligt in bed, klaarwakker, maar je lijf gedraagt zich alsof het nog midden in een nachtmerrie zit. Je hart jaagt, je spieren zijn gespannen, je gedachten schieten alle kanten op. De dag is nog niet eens begonnen en je bent al uitgeput. En dan zegt een therapeut tegen je: “Laten we eens iets proberen. Sluit je ogen. Stel je een plek voor waar je wél kunt ontspannen.” Klinkt een beetje zweverig misschien. Alsof je met ‘gewoon wat fantaseren’ jaren aan stress, slapeloze nachten of oude pijn kunt verzachten. Maar in therapie wordt juist steeds vaker gewerkt met gerichte imaginatie oefeningen: doelbewust gebruikmaken van je verbeeldingskracht om je brein andere routes aan te leren. Geen hocus pocus, maar heel concreet: wat je je levendig voorstelt, laat in je lichaam echte reacties zien. In deze tekst neem ik je mee in hoe dat werkt. Hoe imaginatie oefeningen worden ingezet in behandeling en therapie, van trauma tot slaapproblemen. En ook: hoe het is om zo’n oefening te doen als je denkt “ik kan helemaal niet visualiseren”. (Spoiler: dat denken veel meer mensen dan je zou zeggen.)
Written by
Alex
Published
Updated

Waarom therapeuten zo dol zijn op jouw fantasie

Je kent het vast: je schrikt wakker uit een nachtmerrie, je hart bonst, je bent klam van het zweet. En toch… er was geen écht gevaar. Alleen een beeld in je hoofd. Dat is eigenlijk precies de reden waarom imaginatie oefeningen zo krachtig zijn in therapie: je brein reageert op voorgestelde situaties bijna alsof ze echt gebeuren.

In therapie wordt dat niet aan het toeval overgelaten, maar heel gericht gebruikt. Niet: “denk maar aan iets leuks”, maar stap voor stap beelden oproepen, vertragen, veranderen, onderzoeken. Alsof je samen met je therapeut een innerlijke film regisseert – maar dan eentje die je zenuwstelsel helpt kalmeren in plaats van op te jagen.

Neem Noor, 32 jaar. Ze sliep al maanden slecht na een verkeersongeluk. Overdag ging het ‘wel oké’, zei ze, maar ’s avonds, zodra het licht uitging, kwamen de beelden. Koplampen. Gierende banden. Het moment van de klap. In therapie werd niet alleen gepraat over het ongeluk; er werd ook gewerkt met imaginatie. Eerst heel voorzichtig, met een veilige plek. Later pas, toen haar lijf leerde dat het ook in ruststand kon, kwam het ongeluk zelf in beeld – maar dan op een nieuwe manier.

“Ik kan niet visualiseren” – echt waar?

Veel mensen zeggen bij het woord ‘imaginatie’: “Ja maar, ik zie niks hoor. Mijn hoofd is gewoon… zwart.” Dat is nou ja, best wel herkenbaar. Alleen: imaginatie gaat niet alleen over haarscherpe plaatjes in je hoofd, alsof je naar een 4K-film kijkt.

Je kunt ook verbeelden via:

  • Gevoel: hoe zou het zijn om op warm zand te liggen?
  • Geluid: het ruisen van de zee, het tikken van regen op een dakraam.
  • Lichaamsgewaarwording: de druk van een deken, de koelte van lucht op je huid.

Therapeuten leggen vaak uit: het gaat niet om ‘mooi kunnen fantaseren’, maar om je innerlijke ervaring een beetje vorm te geven. Als jij zegt: “Ik zie geen strand, maar ik voel me wel rustiger als ik eraan denk”, dan is dat al imaginatie.

Hoe imaginatie oefeningen er in therapie uitzien

Imaginatie in therapie is geen losse truc, maar wordt meestal ingebed in een behandelplan. Toch zijn er een paar herkenbare vormen die vaak terugkomen.

De veilige plek die je overal mee naartoe neemt

Een klassieker: de veilige-plek-oefening. Klinkt simpel, maar vraag iemand met chronische stress of trauma maar eens om zich ‘veilig’ te voelen. Dat is niet vanzelfsprekend.

In therapie gaat dat ongeveer zo:

De therapeut vraagt je om een plek te zoeken – echt of verzonnen – waar jij je in theorie prettig zou kunnen voelen. Dat kan een strand zijn, het huis van je oma vroeger, een berghut, een stoel bij het raam met een kop thee. Vervolgens wordt die plek langzaam ‘aangezet’: wat zie je, wat hoor je, welke geuren, hoe voelt de temperatuur, wat doet je lichaam als je daar bent?

Bij iemand met slapeloosheid door piekeren wordt deze oefening soms gebruikt als vast ritueel voor het slapengaan. Niet eindeloos scrollen op je telefoon, maar vijf tot tien minuten je veilige plek bezoeken. Het is geen magische slaapknop, maar veel mensen merken dat hun lichaam minder in alarmstand blijft hangen.

Oude herinneringen herschrijven – mag dat wel?

Een gevoelig onderwerp: in sommige therapievormen, zoals imaginatie met rescripting (IMRS), wordt gewerkt met nare herinneringen. Niet om ze weg te poetsen, maar om de emotionele lading te veranderen.

Stel: je was als kind vaak alleen en bang in het donker. In een imaginatie oefening ga je terug naar zo’n moment. Alleen ben je nu niet meer machteloos. Je huidige zelf – volwassen, met meer mogelijkheden – komt dat kind helpen. Misschien doe je het licht aan, haal je iemand erbij, of neem je het kind mee naar een veilige plek.

Is dat ‘oneerlijk’ tegenover de werkelijkheid? Nee. Je weet nog steeds wat er echt gebeurd is. Maar je brein krijgt eindelijk óók een andere ervaring aangeboden: eentje waarin je niet alleen bent, waarin iemand ingrijpt. Die nieuwe innerlijke ervaring kan ervoor zorgen dat je nu, jaren later, minder heftig reageert op vergelijkbare situaties. Minder spanning, minder nachtmerries, meer ruimte.

Bij mensen met nachtmerries na trauma wordt deze manier van werken soms gecombineerd met zogenaamde ‘imagery rehearsal’ – het actief herschrijven van de nachtmerrie zelf. Je verandert het script. De achtervolger struikelt. Jij krijgt hulp. De scène eindigt op een plek waar jij invloed hebt.

Imaginatie als brug tussen dag en nacht

Voor wie worstelt met slapen, kan imaginatie een soort overgangsritueel worden. Een brug tussen de hectiek van de dag en de kwetsbare stilte van de nacht.

Neem Sam, 45 jaar, manager, altijd ‘aan’. Overdag vergaderingen, ’s avonds nog even de laptop open, en dan verbaasd zijn dat zijn brein om 23:30 niet ineens bereid is om uit te zetten. In therapie leerde hij een korte imaginatie oefening: hij stelde zich voor dat hij in een trein zat. Elk station was een taak van de dag die hij bewust achter zich liet. Bij elk station stapten er mensen uit: mail, deadlines, irritaties. Op het eindstation stapte hij alleen uit, liep hij een rustig perron op en ging hij naar een denkbeeldig huis waar hij niets meer hoefde.

Klinkt misschien wat symbolisch. Maar Sam merkte na een paar weken dat hij minder lag te malen. Zijn lijf leerde: als deze innerlijke treinrit begint, gaan we afbouwen.

Wat gebeurt er eigenlijk in je brein?

Zonder het te technisch te maken: je brein maakt geen harde scheiding tussen ‘echt’ en ‘verbeeld’. Als jij je voorstelt dat je een citroen in een partje bijt, is de kans groot dat je mond al een beetje samentrekt. Er is geen citroen. Maar je lichaam reageert.

Bij imaginatie oefeningen gebeurt iets vergelijkbaars. Door herhaald en gericht oefenen kunnen:

  • je stresssystemen minder snel in de hoogste stand schieten;
  • nieuwe associaties ontstaan (bed = rust in plaats van bed = wakker liggen en piekeren);
  • oude patronen – zoals altijd weg willen bij spanning – voorzichtig worden vervangen door ‘blijven en voelen’.

Therapeuten die met imaginatie werken, combineren dit vaak met andere technieken, zoals cognitieve gedragstherapie, EMDR of schematherapie. Het is dus meestal geen los eiland, maar onderdeel van een groter geheel.

Voor wie hier meer achtergrond bij wil: op Thuisarts en bij de Hersenstichting vind je begrijpelijke uitleg over hoe stress en emoties in het brein werken.

“Maar wat als er juist nare beelden opkomen?”

Een begrijpelijke zorg. Zeker als je al veel last hebt van nachtmerries, flashbacks of angsten. Het laatste wat je wilt, is dat iemand zegt: “Ga maar even lekker inbeelden”, en dat je vervolgens overspoeld raakt.

Goede therapeuten bouwen imaginatie daarom rustig op. Eerst veiligheid, dan pas zwaardere thema’s. Vaak begint het met neutrale of prettige beelden, gecombineerd met ademhaling of ontspanning. Pas als je merkt: hé, ik kan een beetje sturen, ik kan ook weer terugkomen naar het hier en nu, wordt er soms gewerkt met lastigere herinneringen.

En ja, soms gaat het alsnog heftig. Dan is het juist de kunst dat je niet alleen bent. Dat er iemand naast je zit die kan helpen vertragen, stoppen, gronden. Je hoeft het niet ‘goed’ te doen. Je hoeft het alleen niet meer alleen te doen.

Imaginatie en lichaam: je zenuwstelsel leert mee

Wat vaak vergeten wordt: imaginatie is niet alleen iets in je hoofd. Je lijf doet mee. Tijdens een oefening let een therapeut vaak op kleine signalen: schouders die zakken, handen die ontspannen, of juist een kaak die vast gaat staan.

Bij chronische slapeloosheid, angst of somberheid staan veel mensen eigenlijk permanent een paar tandjes te hoog afgesteld. Alsof hun interne motor blijft ronken, ook als ze stilstaan. Imaginatie oefeningen kunnen helpen om die motor af en toe stationair te laten draaien.

Sommige mensen merken bijvoorbeeld dat hun ademhaling vanzelf dieper wordt als ze zich een rustige plek voorstellen. Anderen voelen hun voeten beter op de grond als ze zich inbeelden dat ze op stevige aarde staan, of in een bos lopen. Dat zijn geen ‘ingebeelde’ effecten; dat is je zenuwstelsel dat reageert.

Wie zich verder wil verdiepen in de relatie tussen slaap, stress en ontspanningsoefeningen kan kijken op Slaapinstituut en Gezondheidsnet.

Wanneer passen imaginatie oefeningen in een behandeling?

Imaginatie wordt in verschillende therapievormen gebruikt, onder andere bij:

  • trauma- en stressklachten;
  • angststoornissen en paniek;
  • slaapproblemen en nachtmerries;
  • schematherapie (bij hardnekkige patronen in relaties en zelfbeeld);
  • pijnklachten, waarbij aandacht verplaatsen en anders leren omgaan met sensaties helpt.

Dat betekent niet dat het voor iedereen dé oplossing is. Sommige mensen hebben er weinig mee, of merken dat andere vormen van therapie beter aansluiten. Dat is oké. Therapie is nooit one size fits all.

Wel zie je dat veel behandelrichtlijnen tegenwoordig ruimte maken voor vormen van verbeelding, juist omdat er steeds meer onderzoek is naar de invloed van mentale beelden op emoties en gedrag. Op Thuisarts vind je per klacht vaak een overzicht van mogelijke behandelingen, waarin soms ook imaginatie-achtige onderdelen voorkomen.

Kun je dit ook zelf oefenen, zonder therapeut?

Ja en nee. Ja, in de zin dat je best zelf kunt experimenteren met milde, prettige imaginatie oefeningen, zeker rondom ontspanning en slaap. Nee, in de zin dat je met zware thema’s – trauma, heftige jeugdherinneringen, intense angsten – beter niet in je eentje gaat zitten ‘graven’ met dit soort technieken.

Wat je wél veilig zelf kunt proberen:

  • Een vaste ‘veilige plek’ bedenken en die elke avond kort bezoeken in gedachten.
  • Een korte, imaginaire ‘dagafsluiting’, zoals de trein van Sam, of een denkbeeldige jas waarin je alle zorgen van de dag stopt en aan een kapstok hangt.
  • Je aandacht bewust richten op een kalmerend beeld als je merkt dat je in bed begint te piekeren.

Als je merkt dat er juist nare beelden opkomen, of dat je overspoeld raakt, is dat een signaal om hulp te zoeken in plaats van nog harder te oefenen. Je hoeft het niet uit te zitten.

Hoe weet je of een therapeut hiermee werkt?

Niet elke psycholoog of therapeut gebruikt imaginatie even veel. Sommige zijn er heel vertrouwd mee, anderen werken liever meer talig of gedraggericht. Je mag dat gewoon vragen tijdens een kennismaking:

  • “Werkt u met imaginatie oefeningen of visualisaties?”
  • “Hoe ziet dat er ongeveer uit in de behandeling?”
  • “Mag ik altijd stoppen als het te veel wordt?”

Een goede hulpverlener zal dat niet raar vinden. Integendeel: het zegt iets over jouw behoefte aan regie, en dat is in therapie altijd welkom.

Als je via de huisarts wordt doorverwezen, kun je op de website van een praktijk vaak al lezen met welke methoden ze werken. Op Thuisarts staat bovendien algemene informatie over psychologische behandelingen in Nederland.

Kleine waarschuwing: imaginatie is geen toverstaf

Het is verleidelijk om te denken: als mijn brein zo gevoelig is voor beelden, dan kan ik mezelf toch gewoon ‘gezond fantaseren’? Was het maar zo simpel. Imaginatie oefeningen zijn gereedschap, geen wondermiddel.

Ze werken het beste:

  • als ze regelmatig geoefend worden;
  • als ze passen bij jouw klachten en jouw manier van beleven;
  • als ze gecombineerd worden met andere onderdelen van behandeling (zoals gedragsoefeningen, gesprekken, medicatie als dat nodig is).

En soms… werkt het gewoon niet zo lekker voor iemand. Dan is dat geen mislukking, maar informatie. Dan zoek je samen met je behandelaar naar andere ingangen.

Veelgestelde vragen over imaginatie oefeningen in therapie

Doen imaginatie oefeningen pijnlijke herinneringen niet juist erger worden?
Dat kán, als er te snel of te heftig wordt gewerkt. Daarom hoort een therapeut altijd eerst te zorgen voor voldoende veiligheid en stabilisatie. Vaak begin je met neutrale of prettige beelden, en leer je hoe je terugkomt naar het hier en nu. Pas daarna ga je eventueel naar zwaardere herinneringen. Als je merkt dat je thuis juist meer overspoeld raakt, is dat iets om direct met je behandelaar te bespreken.

Helpen imaginatie oefeningen ook echt bij slaapklachten?
Bij een deel van de mensen wel. Vooral als slapeloosheid samenhangt met piekeren, spanning of nachtmerries. Imaginatie kan dan helpen om een rustiger ‘slaapritueel’ te bouwen en om nare beelden een ander verloop te geven. Soms wordt het gecombineerd met cognitieve gedragstherapie voor insomnia (CGT-I), die op sites als Gezondheidsnet en Slaapinstituut wordt beschreven.

Moet je goed kunnen ‘zien’ in je hoofd om hier iets aan te hebben?
Nee. Sommige mensen werken meer met gevoel, geluid of lichamelijke sensaties dan met beelden. Dat is allemaal oké. Je therapeut kan de oefeningen aanpassen aan jouw manier van ervaren. Het gaat niet om mooie plaatjes, maar om de innerlijke beweging die ontstaat.

Is dit hetzelfde als meditatie of mindfulness?
Er zit overlap in – je richt bewust je aandacht ergens op – maar imaginatie in therapie is vaak doelgerichter en meer verhalend. Mindfulness gaat meestal over aanwezig zijn bij wat er nu is, imaginatie speelt juist met ‘alsof’-situaties: wat als je nu wél steun had, wél veilig was, wél kon ontspannen?

Kan ik met online filmpjes of apps zelf aan de slag?
Voor lichte ontspanning en slaaphygiëne kunnen geleide visualisaties of meditatie-apps zeker prettig zijn. Let wel op: als je merkt dat er veel oude pijn bovenkomt, of dat je je erna slechter voelt, is het verstandig om professionele hulp te zoeken. Je hoeft zware thema’s niet alleen met een app te tackelen.


Imaginatie oefeningen zijn dus geen zweverige luxe, maar een manier om je verbeeldingskracht in te zetten als bondgenoot in therapie. Je brein maakt toch al films. De kunst is om er samen eentje van te maken waar je mee verder kunt.

Explore More Therapie

Discover more examples and insights in this category.

View All Therapie