Van slapeloze nachten naar een plan: zo loopt een behandeltraject bij slaapstoornissen echt
Waarom je niet moet blijven hangen in “ik slaap gewoon slecht”
De meeste mensen wachten veel te lang voordat ze hulp zoeken voor slaapproblemen. “Het hoort er nou eenmaal bij”, “drukke periode”, “het gaat vanzelf wel over”. Tot je merkt dat je werk eronder lijdt, je relatie onder spanning staat en je lijf begint te protesteren.
Neem Marieke, 42 jaar. Ze sliep al jaren slecht, dacht dat het door stress kwam en loste het op met meer koffie en af en toe een slaapmiddel van de huisarts. Pas toen ze bijna in slaap viel achter het stuur, werd ze doorgestuurd naar een slaapcentrum. Diagnose: ernstige slaapapneu. Niet een beetje moe dus, maar een aandoening met serieuze gevolgen voor hart, bloeddruk en concentratie.
Slaapproblemen zijn vaak een signaal, geen karaktertrek. Een goed behandeltraject begint daarom niet met een oplossing, maar met de vraag: wat is hier nou eigenlijk echt aan de hand?
De eerste halte: huisarts of bedrijfsarts
Wie is je eerste aanspreekpunt?
In Nederland en België is de huisarts meestal de poortwachter. Daar begint het traject voor de meeste slaapstoornissen. Soms speelt de bedrijfsarts ook een rol, bijvoorbeeld als vermoeidheid leidt tot ziekteverzuim.
Bij die eerste stap gebeurt er meer dan alleen “hoe lang slaapt u?”. Een huisarts die scherp is, vraagt door op:
- Hoe lang speelt het al?
- Moeite met inslapen, doorslapen of te vroeg wakker?
- Snurken, ademstops, onrustige benen, nachtmerries?
- Middagdutjes, bijna in slaap vallen overdag?
- Medicatie, alcohol, cafeïne, ploegendiensten?
- Stress, angst, somberheid?
Soms is de conclusie: dit is slapeloosheid (insomnie) zonder duidelijke lichamelijke oorzaak. Dan kan de huisarts al veel doen, bijvoorbeeld met cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I), vaak in samenwerking met een praktijkondersteuner GGZ.
Maar als er signalen zijn voor slaapapneu, narcolepsie, rusteloze benen of een andere complexe stoornis, dan begint het echte traject pas bij de tweede lijn.
Wanneer word je doorgestuurd?
Een verwijzing naar een slaapcentrum of ziekenhuis komt meestal in beeld als:
- Er vermoedens zijn van slaapapneu (hard snurken, ademstops, flinke slaperigheid overdag)
- Er plotselinge slaapaanvallen zijn of spierverslapping bij emoties (denk aan narcolepsie)
- Er zeer onrustige benen zijn, vooral in de avond en nacht
- Er gewelddadig gedrag in de slaap is (slaan, schoppen, uit bed stappen)
- Er al van alles is geprobeerd bij slapeloosheid, zonder resultaat
Op dat moment schuif je het medische doolhof in. Maar als het goed is, mét een plan.
Wie kom je allemaal tegen in een slaaptraject?
Een behandeltraject voor slaapstoornissen is zelden een soloproject van één arts. Je krijgt meestal te maken met een team. Dat klinkt misschien grootser dan het is, maar het helpt om te weten wie welke rol heeft.
De slaaparts of longarts
Bij verdenking op slaapapneu kom je vaak bij een longarts of KNO-arts terecht, soms met specifieke slaapexpertise. In sommige centra is er een echte “slaaparts” of somnoloog, vaak een neuroloog, longarts of psychiater met extra opleiding in slaapgeneeskunde.
Hun rol:
- De medische puzzel leggen: klachten, voorgeschiedenis, medicatie
- Bepalen welk slaaponderzoek nodig is
- De uitslagen interpreteren
- Samen met jou een behandelplan maken
De psycholoog of slaaptherapeut
Bij slapeloosheid zonder duidelijke lichamelijke oorzaak speelt de psycholoog vaak een hoofdrol. Niet omdat “het tussen je oren zit”, maar omdat gedrag, gedachten en gewoontes een enorme invloed hebben op slaap.
Cognitieve gedragstherapie voor insomnie is in Nederland en België de voorkeursbehandeling voor langdurige slapeloosheid. Die wordt gegeven door:
- GZ-psychologen
- Slaaptherapeuten
- Soms gespecialiseerde praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijk
De verpleegkundige of laborant slaaponderzoek
In slaapcentra zijn verpleegkundigen en laboranten onmisbaar. Zij:
- Leggen uit hoe slaaponderzoek werkt
- Sluiten apparatuur aan voor een slaapregistratie
- Beantwoorden praktische vragen over CPAP-apparatuur bij slaapapneu
- Volgen samen met jou de voortgang en het gebruik van apparatuur
Soms: neuroloog, KNO-arts, psychiater
Afhankelijk van je klachten kunnen ook andere specialisten aansluiten. Bij onrustige benen bijvoorbeeld een neuroloog, bij ernstige nachtmerries of nachtmerrie-stoornis soms een psychiater.
Het beeld: geen losse eilandjes, maar een keten van hulpverleners die - als het goed is - met elkaar communiceren.
Van intake tot slaaponderzoek: wat gebeurt er eigenlijk?
De uitgebreide intake
Een serieuze slaapintake voelt een beetje als een verhoor, maar dan nuttig. Je krijgt vaak vragenlijsten mee, zoals de Epworth Sleepiness Scale voor slaperigheid overdag. Tijdens het gesprek gaat het niet alleen over de nacht, maar ook over je dagritme, werk, gezin, gezondheid en middelengebruik.
Neem Samir, 35 jaar, vrachtwagenchauffeur. Hij kwam omdat hij overdag bijna in slaap viel achter het stuur. In de intake bleek: fors overgewicht, hard snurken volgens zijn partner, vaak wakker met een droge mond en hoofdpijn. De slaaparts hoefde niet lang te twijfelen: hier moest een slaaponderzoek komen.
Slaaponderzoek: thuis of in het ziekenhuis?
Afhankelijk van de vermoedelijke stoornis zijn er verschillende onderzoeken:
- Polygrafie: een vereenvoudigd slaaponderzoek, meestal thuis. Metingen van ademhaling, zuurstof, hartslag, snurken. Vooral bij verdenking op slaapapneu.
- Polysomnografie: het “grote” slaaponderzoek, vaak in een slaapcentrum of ziekenhuis. Metingen van hersenactiviteit, oogbewegingen, spieractiviteit, ademhaling, hartslag, zuurstof. Nodig bij complexere slaapstoornissen.
- Actigrafie: een soort horloge dat je activiteit en rust meet over meerdere dagen. Handig bij ritmestoornissen, zoals een verstoorde biologische klok.
Dat klinkt technisch, maar in de praktijk valt het meestal mee. Het is wat geplak met sensoren, een paar draden en een apparaatje. Slapen is anders dan thuis, maar voor de arts zijn de gegevens vaak goed bruikbaar.
En dan? De diagnose vertalen naar een behandelplan
Hier gaat het vaak mis: mensen krijgen een diagnose, maar geen helder plan. Terwijl dit juist het moment is om samen met je hulpverleners keuzes te maken.
Bij slaapapneu
Bij obstructieve slaapapneu (OSA) wordt tijdens de slaap de luchtweg herhaaldelijk afgesloten. De standaardopties zijn:
- Afvallen en leefstijlaanpassingen (minder alcohol, niet op de rug slapen, stoppen met roken)
- CPAP-apparaat (luchtpomp met masker die de luchtweg open houdt)
- MRA-beugel via de tandarts (verplaatst de onderkaak naar voren)
- Soms KNO-chirurgie of andere specialistische ingrepen
In een goed traject word je niet alleen een apparaat in de hand gedrukt, maar krijg je begeleiding bij het wennen, het oplossen van praktische problemen en het volhouden. De verpleegkundige speelt daar vaak een grote rol in.
Bij slapeloosheid (insomnie)
Bij langdurige slapeloosheid zonder duidelijke lichamelijke oorzaak is de voorkeursbehandeling géén slaappil, maar cognitieve gedragstherapie voor insomnie.
Die therapie richt zich op:
- Onhandige slaapgedachten ("ik móet 8 uur slapen, anders stort ik in")
- Gedrag dat de boel in stand houdt (lang uitslapen, dutjes, schermen in bed)
- Slaaprestrictie: tijdelijk minder lang in bed liggen om de slaapdruk weer op te bouwen
- Stimuluscontrole: bed weer koppelen aan slapen in plaats van piekeren
Dat klinkt streng en is het soms ook. Maar de resultaten zijn op de lange termijn vaak beter dan met medicatie. En je houdt de vaardigheden je hele leven.
Bij andere slaapstoornissen
Bij narcolepsie, rusteloze benen (RLS), REM-slaapgedragsstoornis of ritmestoornissen zijn de trajecten vaak nog specialistischer. Denk aan:
- Medicatie die de slaap-waakregulatie beïnvloedt
- Aanpassingen in werk- en dagritme
- Veiligheidsmaatregelen (bijvoorbeeld bij gewelddadig gedrag in de slaap)
- Behandeling van onderliggende aandoeningen of tekorten (zoals ijzer bij RLS)
Ook hier geldt: zelden is er één magische pil. Het is meestal een combinatie van medicijnen, gedrag, omgeving en soms hulpmiddelen.
Hoe lang duurt zo’n behandeltraject eigenlijk?
Dat hangt enorm af van de stoornis, maar een paar grove lijnen zijn wel te schetsen.
- Bij slaapapneu: van eerste verwijzing tot diagnose vaak een paar weken tot enkele maanden, afhankelijk van wachttijden. Daarna een wenperiode met CPAP of beugel van maanden, met controles tussendoor.
- Bij slapeloosheid: een traject CGT-I duurt vaak 6 tot 8 sessies, verspreid over een paar maanden. Met huiswerk, slaapdagboeken en oefeningen.
- Bij complexere stoornissen: soms een traject van jaren, met regelmatige controles en bijstellingen.
Belangrijker dan de kalender is de vraag: wordt er tussendoor gemeten en geëvalueerd? Een goed traject heeft altijd terugkoppelmomenten.
Neem Lotte, 29 jaar. Ze kreeg een CPAP voor haar slaapapneu, maar gebruikte het apparaat nauwelijks omdat het masker irriteerde. In een slaapcentrum waar niemand vroeg hoe het ging, was ze waarschijnlijk afgehaakt. In haar geval belde de verpleegkundige na twee weken, paste het masker aan en hielp met praktische tips. Drie maanden later voelde ze zich als een ander mens.
De rol van digitale zorg en thuisbehandeling
Steeds meer onderdelen van het behandeltraject verschuiven naar huis. Dat is niet alleen handig, maar ook logisch: slaap vindt thuis plaats, niet in een ziekenhuisbed.
Voorbeelden:
- Thuispolygrafie voor slaapapneu
- Online CGT-I via e-healthprogramma’s
- Apps waarmee CPAP-gebruik en slaappatronen worden gevolgd
- Video-consulten met de slaaparts of psycholoog
Dat kan best wel prettig zijn, zolang er ruimte blijft voor echte vragen en persoonlijk contact. Een app die alleen zegt “u heeft 5 uur en 43 minuten geslapen” helpt weinig als je niet weet wat je daarmee moet.
Hoe houd je zelf regie in zo’n traject?
Je bent geen passieve patiënt in een lopende band. Je kunt meer sturen dan je misschien denkt.
Een paar strategieën die in de praktijk veel verschil maken:
- Houd een slaapdagboek bij, zeker in de aanloop naar een intake.
- Schrijf vragen op voor je afspraak: wat wil je écht weten?
- Vraag expliciet naar het plan: wat is stap 1, 2 en 3?
- Vraag wie je contactpersoon is bij problemen (verpleegkundige, arts, psycholoog).
- Wees eerlijk over medicatie, alcohol, drugs en dutjes. Verzwijgen vertraagt je traject.
En misschien de belangrijkste: durf aan te geven als iets niet werkt. Een CPAP die in de kast ligt, een therapie waar je niet mee uit de voeten kunt, een schema dat onhaalbaar is in jouw gezinssituatie - daar moet over gepraat worden.
Wanneer moet je aan de bel trekken bij je hulpverleners?
Niet alles in een traject loopt soepel. Soms is dat normaal, soms is het een signaal dat er iets moet veranderen.
Neem contact op met je hulpverlener als:
- Je klachten duidelijk verergeren in plaats van verbeteren
- Je bijwerkingen hebt van medicatie waar je je zorgen over maakt
- Je je niet veilig voelt in je slaap (bijvoorbeeld door slaapwandelen met risico)
- Je door vermoeidheid gevaarlijke situaties meemaakt (verkeer, machines)
In Nederland kun je voor algemene, betrouwbare informatie over slaap en slaapstoornissen onder andere terecht bij Thuisarts en de Hersenstichting. Die informatie kan gesprekken met je arts een stuk concreter maken.
Veelgestelde vragen over behandeltrajecten bij slaapstoornissen
Worden slaapstoornissen altijd met medicijnen behandeld?
Nee, zeker niet. Bij slapeloosheid is gedragstherapie juist de voorkeursbehandeling. Medicatie kan soms tijdelijk helpen, maar lost de onderliggende patronen meestal niet op. Bij sommige stoornissen, zoals narcolepsie of ernstige rusteloze benen, spelen medicijnen wel een belangrijke rol, maar bijna altijd in combinatie met leefstijlaanpassingen en soms therapie.
Moet ik altijd naar een slaapcentrum, of kan de huisarts het ook oplossen?
Dat hangt af van je klachten. Bij “gewone” slapeloosheid zonder alarmsignalen kan de huisarts, eventueel met een praktijkondersteuner, al veel doen. Bij verdenking op slaapapneu, narcolepsie, heftige nachtelijke onrust of onverklaarbare extreme slaperigheid is een verwijzing naar een slaapcentrum of specialistische poli verstandig. Twijfel je? Bespreek het met je huisarts en vraag naar de overwegingen.
Hoe weet ik of een slaapcentrum goed is?
Let op een paar dingen: is er een multidisciplinair team (arts, verpleegkundige, eventueel psycholoog)? Wordt er tijd genomen voor uitleg en vragen? Krijg je een helder behandelplan en follow-up? In Nederland kun je op sites van ziekenhuizen en gespecialiseerde slaapcentra vaak lezen welke onderzoeken en behandelingen ze aanbieden. Ook organisaties als Slaapinstituut geven informatie over aanpak en werkwijze.
Worden slaaponderzoeken en behandelingen vergoed?
In Nederland worden medische slaaponderzoeken en behandelingen voor erkende slaapstoornissen meestal vergoed vanuit de basisverzekering, wel met het eigen risico. Psychologische behandeling bij insomnie kan uit de basisverzekering of aanvullende verzekering komen, afhankelijk van de setting en diagnose. In België hangt het af van de mutualiteit en het type zorgverlener. Het is altijd slim om vooraf bij je zorgverzekeraar of ziekenfonds te checken hoe het zit.
Heeft het zin om zelf al met apps en trackers te beginnen voordat ik naar een arts ga?
Dat kan nuttig zijn, maar met mate. Een eenvoudig slaapdagboek is vaak al waardevoller dan een hyperpreciese smartwatch die je vooral onrustig maakt. Sommige mensen worden juist meer gestrest van hun slaapcijfers, wat de slaap weer verslechtert. Gebruik technologie als hulpmiddel, niet als scheidsrechter van je nachten. En neem je gegevens mee naar je arts, maar laat de interpretatie niet alleen aan de app over.
Tot slot: slaapzorg is geen luxe
Slaap wordt nog vaak gezien als iets waar je zelf maar mee moet uitzoeken. Terwijl we allang weten dat langdurige slaapproblemen samenhangen met hart- en vaatziekten, depressie, ongelukken in het verkeer en verminderde kwaliteit van leven.
Een serieus behandeltraject voor slaapstoornissen is dus geen luxe, maar gewoon goede gezondheidszorg. Met hulpverleners die verder kijken dan “probeer eens een kopje kamillethee”, en met jou als actieve partner in het proces.
Als je al maanden, misschien jaren, aan het tobben bent met je slaap: dit is een prima moment om die eerste afspraak bij de huisarts te maken. Niet om een pil te halen, maar om samen te gaan uitzoeken wat er echt speelt - en welke stappen daarbij passen.
Related Topics
Slaaponderzoek en vergoeding: waarom de ene snurker alles vergoed krijgt en de ander niet
Waarom een neurologisch onderzoek meer zegt dan duizend scans
De longarts: meer dan ‘die dokter van de longfoto’
Als je KNO-arts ineens over je slaap begint
Wanneer is het tijd om een psycholoog te bellen?
Neurologisch onderzoek: wat er gebeurt als je hersenen in de spotlight staan
Explore More Hulpverleners
Discover more examples and insights in this category.
View All Hulpverleners