Je eerste intake in de slaapkliniek - wat er écht gebeurt

Stel je voor: je ligt alweer wakker om half vier, je telt geen schapen meer maar twijfels. Moet ik hier nou maar mee leren leven, of is het tijd om hulp te zoeken? En dan zegt je huisarts ineens: "Ik verwijs je door naar de slaapkliniek." Klinkt serieus. En eerlijk: ook een beetje spannend. Een intakegesprek in de slaapkliniek voelt voor veel mensen als een soort keuring. Word ik wel serieus genomen? Is mijn probleem "erg genoeg"? Moet ik me schamen dat ik het zelf niet heb opgelost met melatonine, kamillethee en podcasts met zee-geluiden? Het korte antwoord: nee. Slaapklachten zijn taai, en de weg naar een goede diagnose begint meestal precies daar: bij dat intakegesprek. In dit artikel neem ik je stap voor stap mee door zo'n eerste afspraak. Wie zit er tegenover je? Welke vragen kun je verwachten? En hoe bereid je je voor zonder er een heel project van te maken? Zodat je niet blanco in die spreekkamer zit, maar met het gevoel: oké, ik weet ongeveer wat er gaat komen - en ik mag hier zijn.
Written by
Taylor
Published
Updated

Waarom dat intakegesprek zoveel uitmaakt

Een slaapkliniek is geen luxe spa voor vermoeide mensen, maar een plek waar zorgverleners proberen te achterhalen wat er nou eigenlijk misgaat in je nacht. Dat intakegesprek is het startpunt. Niet alleen om een labeltje te plakken, maar om te snappen: wat speelt er, hoe lang al, en wat betekent het voor jouw leven overdag?

Neem Karin, 42 jaar. Ze sliep al jaren slecht, maar vond zichzelf “gewoon een slechte slaper”. Tot haar concentratie op werk kelderde, ze in de auto een paar keer bijna indommelde en haar partner zei: “Dit gaat zo niet meer.” Bij de intake in de slaapkliniek bleek dat er veel meer speelde dan alleen piekeren. Zonder dat gesprek was ze waarschijnlijk nog steeds aan het rommelen met slaappilletjes en podcasts.

Dat intakegesprek is dus geen formaliteit, maar eigenlijk het moment waarop jouw verhaal voor het eerst echt serieus wordt uitgeplozen. Rustig, stap voor stap.

Wie kom je tegen in de slaapkliniek?

Je komt niet binnen bij één soort “slaapdokter”. Afhankelijk van je klachten en het ziekenhuis of centrum, kun je verschillende hulpverleners treffen.

De rol van de longarts, neuroloog en KNO-arts

Bij klachten als snurken, ademstops of extreme slaperigheid overdag, kom je vaak bij een longarts of KNO-arts terecht. Die kijken naar je luchtwegen, je ademhaling en soms ook naar de bouw van je keel, neus en kaak.

Bij klachten als rusteloze benen, nachtelijke schokken, vreemde slaapgedragingen of verdenking op narcolepsie, zit je sneller tegenover een neuroloog. Die kijkt meer naar de hersenen en het zenuwstelsel.

In sommige centra is er een speciale slaaparts, maar vaak is het een van deze specialisten met extra kennis van slaap.

De psycholoog of somnoloog

Bij langdurige slapeloosheid, veel piekeren of een slaapritme dat totaal is verschoven, kan een psycholoog of somnoloog (slaapspecialist) meedoen. Soms niet meteen bij de eerste afspraak, soms juist wel. Die kijkt meer naar gedrag, gedachten, stress en gewoontes rond slapen.

En dan zijn er nog de verpleegkundig specialisten of slaapverpleegkundigen. Die zie je vaak bij de intake of bij vervolgafspraken. Zij nemen tijd voor uitleg, praktische vragen en de voorbereiding op slaaponderzoeken.

Hoe verloopt zo’n eerste gesprek nou echt?

De meeste mensen zijn verbaasd hoe veel er wordt gevraagd. Niet alleen: “Hoe laat ga je naar bed?” maar een hele puzzel aan vragen. Dat klinkt misschien overdreven, maar slaap is koppig en hangt aan van alles vast.

Grofweg kun je drie blokken verwachten in zo’n gesprek:

1. Jouw verhaal, zonder filter

Je arts of verpleegkundige wil horen hoe jij het zelf beleeft. Niet in perfecte medische termen, maar gewoon: waar loop je tegenaan?

Vragen die je kunt verwachten:

  • Sinds wanneer speelt dit? Was er een duidelijke aanleiding?
  • Hoe ziet een gemiddelde nacht eruit voor jou?
  • Word je vaak wakker? Hoe voel je je als je wakker wordt?
  • Wat merk je overdag? Concentratie, humeur, energie, fouten, bijna-ongelukken in het verkeer?

Neem Tom, 36 jaar, vrachtwagenchauffeur. Hij vond zichzelf “gewoon een beetje moe” en schaamde zich om te zeggen dat hij soms knikkebollend achter het stuur zat. Bij de intake bleek dat precies dat soort informatie cruciaal is. Pas toen hij dat eerlijk vertelde, ging er bij de arts een lampje branden richting slaapapneu.

2. Je slaapgewoontes onder de loep

Hier wordt het vaak een beetje confronterend. Want ja, dan komen de vragen over:

  • Schermgebruik in de avond
  • Koffie, energydrinks, cola, alcohol
  • Middagdutjes
  • Werktijden (nacht- of ploegendiensten?)
  • Slaappillen of andere medicatie

Veel mensen horen zichzelf dan dingen zeggen als: “Ja, ik kijk eigenlijk tot in bed nog op mijn telefoon” of “Ik drink best wel veel koffie, nou ja, tot een uur of zes ‘s avonds.”

Je arts is hier niet om je te veroordelen, maar om patronen te zien. Soms is de conclusie: jouw lichaam kán bijna niet goed slapen met dit ritme. Soms is het juist: je doet al heel veel goed, er moet verder gekeken worden.

3. Medische voorgeschiedenis en familie

Slaap staat niet op zichzelf. Daarom volgen vaak vragen over:

  • Bestaande aandoeningen (bijvoorbeeld depressie, angst, astma, hartziekten, diabetes)
  • Medicatie die je gebruikt
  • Gewichtsschommelingen
  • Slaapklachten in de familie (snurken, apneu, narcolepsie, rusteloze benen)

Dit stuk voelt soms wat zakelijker, maar is belangrijk voor de puzzel. Op sites als Thuisarts kun je trouwens alvast lezen welke aandoeningen vaak met slaapklachten samenhangen. Dat kan helpen om je verhaal beter te ordenen.

De vragen die jou misschien een beetje ongemakkelijk maken

Er zijn altijd van die vragen waar mensen van denken: “Moet dat nou?” Ja, vaak wel. Denk aan:

  • Seksualiteit en relatieproblemen
  • Alcohol- of drugsgebruik
  • Nachtelijke eetbuien
  • Nachtmerries of traumatische ervaringen

Waarom wordt dat gevraagd? Omdat slaap extreem gevoelig is voor stress, trauma en middelengebruik. Een psycholoog of arts kan pas goed meedenken als dit stuk ook op tafel ligt.

Sanne, 29 jaar, kwam met “gewoon slecht slapen”. Pas na een tijdje durfde ze te vertellen dat haar nachtmerries over een ongeluk maar niet weggingen. Vanaf dat moment veranderde het plan: niet alleen slaaptraining, maar ook traumabehandeling. Zonder die eerlijkheid was ze waarschijnlijk blijven hangen in halve oplossingen.

Wat doet de hulpverlener tijdens het gesprek?

Je ziet iemand noteren, knikken, doorvragen. Maar wat gebeurt er nou in dat hoofd aan de overkant van het bureau?

Puzzelen in plaats van raden

De arts of psycholoog probeert een aantal dingen te onderscheiden:

  • Is er vooral sprake van slapeloosheid (insomnie)?
  • Lijkt het op ademhalingsproblemen tijdens de slaap (zoals slaapapneu)?
  • Zijn er verschuivingen in je biologische klok (bijvoorbeeld heel laat inslapen en laat wakker worden)?
  • Spelen er bewegingsstoornissen, zoals rusteloze benen?
  • Zit er een duidelijke link met psychische klachten of medicatie?

Daarvoor gebruiken ze vaak vragenlijsten. Bijvoorbeeld een schaal voor slaperigheid overdag, of een vragenlijst over angst en stemming. Die formulieren zijn niet heilig, maar geven wel houvast.

Kijken naar risico’s

Een ander belangrijk stuk: hoe gevaarlijk is de situatie nu? Denk aan:

  • In slaap vallen in het verkeer
  • Beroepsrisico’s (bijvoorbeeld werken op hoogte, in de zorg, in het verkeer)
  • Ernstige somberheid of suïcidale gedachten

Als daar een rood lampje gaat branden, wordt er vaak sneller of intensiever ingegrepen.

Welke onderzoeken kunnen volgen na de intake?

Je loopt meestal niet dezelfde dag met een kant-en-klaar antwoord de deur uit. Vaak is de conclusie van het intakegesprek: we hebben vermoedens, en we gaan dit verder uitzoeken.

Mogelijke vervolgstappen:

Slaaponderzoek in de kliniek (polysomnografie)

Dit is het bekende “nachtje slapen met snoertjes”. Je slaapt in het ziekenhuis of slaapcentrum, met metingen van hersenactiviteit, ademhaling, hartslag, zuurstofgehalte en bewegingen. Op sites als Slaapinstituut vind je een goede uitleg over hoe zo’n nacht eruitziet.

Thuis-slaaponderzoek

Bij een verdenking op bijvoorbeeld slaapapneu, wordt steeds vaker thuis gemeten. Je krijgt dan een kastje mee met sensoren. Minder volledig dan in het ziekenhuis, maar wel praktischer.

Bloedonderzoek of aanvullend onderzoek

Soms wordt er ook gekeken naar bijvoorbeeld schildklierfunctie, ijzer, vitamine B12 of andere waarden die met vermoeidheid en slaap te maken kunnen hebben.

En bij slapeloosheid zonder duidelijke lichamelijke oorzaak, kan de volgende stap juist zijn: een traject bij een psycholoog, bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie voor insomnia (CGT-I). Daarover lees je meer op onder andere Gezondheidsnet.

Hoe bereid je je voor zonder jezelf gek te maken?

Een intake voelt snel als een toets. Maar je hoeft geen perfecte antwoorden te geven. Wel kun je het jezelf en de hulpverlener makkelijker maken.

Houd een paar nachten een slaapschema bij

Hoeft geen kunstwerk te zijn. Schrijf gewoon op:

  • Hoe laat ga je naar bed?
  • Hoe lang denk je wakker te liggen?
  • Hoe vaak word je ‘s nachts wakker?
  • Hoe laat sta je op?
  • Hoe voel je je overdag (fit, moe, uitgeput, prikkelbaar)?

Dat geeft vaak al een verrassend helder beeld. Veel mensen merken dan zelf al patronen: “Oh, ik ga eigenlijk elke dag later naar bed dan ik dacht” of “Mijn slechte nachten vallen vaak na een drukke dag.”

Zet je medicijnen en klachten op een rij

Schrijf op welke medicijnen je gebruikt, ook de “onschuldige” dingen zoals melatonine, kruidensupplementen of slaapthee. En noteer welke andere klachten je hebt: hoofdpijn, hartkloppingen, somberheid, angst, gewichtstoename of -verlies.

Bedenk wat je zelf hoopt

Klinkt misschien een beetje zweverig, maar helpt echt: wat zou voor jou een geslaagde behandeling zijn? Minder moe? Minder bang voor de nacht? Weer durven autorijden? Dat geeft richting.

Veelgestelde vragen over het intakegesprek in de slaapkliniek

Doet zo’n intakegesprek pijn of is het lichamelijk onderzoek zwaar?

Het gesprek zelf is gewoon praten. Soms kijkt de arts in je keel, luistert naar je longen of meet je bloeddruk, maar dat is vergelijkbaar met een normale afspraak bij de huisarts of specialist. Het echte “plakwerk” komt pas bij een slaaponderzoek, als dat nodig is.

Moet ik me schamen dat ik “alleen maar” slecht slaap?

Nee. Langdurige slapeloosheid kan je leven behoorlijk onderuit halen. Bovendien kan het samenhangen met andere problemen, zoals depressie, angst of lichamelijke aandoeningen. In de spreekkamer van een slaapkliniek is slecht slapen geen luxeprobleem, maar gewoon een serieuze klacht.

Wat als ik me dingen niet meer precies kan herinneren?

Dat is normaal. Je hoeft geen perfecte tijdslijn te hebben. Vertel gewoon wat je wél weet, en zeg eerlijk als je het niet precies meer weet. Een arts kan daar prima mee werken. Een paar dagen een slaapdagboekje bijhouden helpt vaak al enorm.

Kan ik iemand meenemen naar de intake?

In veel gevallen wel, en dat is soms zelfs handig. Partners merken bijvoorbeeld ademstops, snurken of rare bewegingen die je zelf niet doorhebt. Overleg van tevoren even met de poli of het mag, maar meestal is het geen probleem.

Hoe snel krijg ik na de intake een diagnose?

Dat verschilt. Als het beeld heel duidelijk is, kan een arts al een sterke verdenking uitspreken. Maar vaak volgt eerst aanvullend onderzoek. Zeker bij slaapapneu, narcolepsie of onduidelijke slaapproblemen is een nachtelijk onderzoek bijna altijd nodig. Reken dus eerder in weken dan in dagen.

Wanneer is het slim om hulp te zoeken?

Als je al maanden of jaren slecht slaapt, maar denkt: “Ach, het hoort er wel bij” - dan is dit misschien het duwtje dat je nodig hebt. Signalen dat het tijd is om aan de bel te trekken:

  • Je valt bijna in slaap in de auto of tijdens vergaderingen
  • Je maakt veel fouten op werk of studie door moeheid
  • Je stemming zakt weg, je wordt prikkelbaar of somber
  • Je gebruikt steeds vaker alcohol, slaapmiddelen of kalmeringspillen om te kunnen slapen

Begin meestal bij je huisarts. Op Thuisarts kun je al lezen welke stappen logisch zijn. De huisarts kan dan, als dat nodig is, een verwijzing naar een slaapkliniek regelen.

En als je dan uiteindelijk in die spreekkamer zit, onthoud dit: je hoeft niet stoer te doen, je hoeft niets mooier voor te stellen dan het is. Hoe eerlijker je bent over je nachten en je dagen, hoe groter de kans dat de hulpverlener aan de overkant van de tafel denkt: oké, nu kunnen we echt iets voor je doen.

Explore More Hulpverleners

Discover more examples and insights in this category.

View All Hulpverleners