Als je KNO-arts ineens over je slaap begint

Je gaat naar de KNO-arts omdat je al weken verkouden lijkt, je neus dicht zit en je partner klaagt dat je snurkt als een kettingzaag. Je verwacht een neusspray, misschien een kuur, en weer naar huis. En dan zegt die arts ineens: “Ik maak toch even een verwijzing voor een slaaponderzoek.” Pardon? Een slaaponderzoek? Bij de KNO? Dat moment hebben eigenlijk best veel mensen. Je komt voor je neus, keel of oren, en gaat weg met het woord ‘slaapapneu’ in je hoofd. Of met de vraag: hoort dit nou bij een KNO-arts, of moet ik bij een slaapcentrum zijn? En wat doet zo’n KNO-arts dan precies met je slaapproblemen? In dit artikel duiken we in de soms wat rommelige werkelijkheid van snurken, slecht slapen, slaapapneu en de rol van de KNO-arts. Niet met mooie theorie alleen, maar met herkenbare situaties uit de spreekkamer. Wanneer is de KNO-arts de juiste hulpverlener, wanneer juist niet, en hoe zorg je dat je niet eindeloos blijft ronddolen tussen huisarts, KNO en slaapcentrum?
Written by
Jamie
Published

Waarom een KNO-arts zich met je slaap bemoeit

Het voelt misschien gek: je denkt aan kussens en matrassen, de KNO-arts denkt aan neusschelpen, keelamandelen en je tongbasis. Toch is dat precies de reden dat veel slaapproblemen óók in de KNO-spreekkamer thuishoren.

Snurken, moeilijk door de neus ademen, een keel die ‘dichtklapt’ als je ligt: het zijn allemaal dingen die zich afspelen in het terrein van de KNO-arts. En daar zit meteen de link met slaapapneu. Als de luchtweg in je keel of neus steeds even dichtvalt, slaap je onrustig, word je doodmoe wakker en kun je overdag bijna in slaap vallen achter je laptop of in de auto.

Wanneer de KNO-arts ineens de juiste persoon is

Neem Marieke, 42. Ze komt bij de KNO-arts omdat ze “altijd verkouden” is. Ze snurkt, is ’s ochtends gesloopt en heeft een hoofd alsof ze elke dag een kater heeft, zonder de wijn. De KNO-arts onderzoekt haar neus, kijkt in haar keel, stelt een paar gerichte vragen over haar slaap en zegt dan: “Ik denk dat we slaapapneu moeten uitsluiten.”

Op dat moment verschuift het gesprek. Het gaat niet meer alleen over een verstopte neus, maar over:

  • ademstops tijdens de slaap (valt de ademhaling echt stil?)
  • luid snurken
  • ochtendhoofdpijn
  • extreem moe zijn overdag
  • concentratieproblemen en prikkelbaarheid

Dat zijn precies de signalen waarbij een KNO-arts gaat denken aan obstructieve slaapapneu (OSAS). En ja, dan ben je ineens niet meer ‘alleen maar’ een snurker.

Slaapproblemen die wél bij de KNO-arts horen

Niet elk slaapprobleem is iets voor de KNO-spreekkamer. Maar er is een aantal klachten waarbij de kans groot is dat je huisarts je juist naar de KNO stuurt.

Snurken: hinderlijk of gevaarlijk?

Snurken is eigenlijk best wel een glijdende schaal. Aan de ene kant heb je mensen die vooral geluid maken, maar verder redelijk fit zijn. Aan de andere kant heb je mensen bij wie het snurken een signaal is van iets serieuzers: slaapapneu.

De KNO-arts kijkt dan niet alleen naar het geluid, maar naar de hele bovenste luchtweg:

  • Hoe smal is de neus? Zijn er poliepen, een scheef neustussenschot, vergrote neusschelpen?
  • Hoe zien keelamandelen en tong eruit? Is er veel weefsel dat de luchtweg kan blokkeren?
  • Wordt het snurken erger als je op je rug ligt? Of na alcohol?

Bij ‘alleen snurken’ kan de KNO-arts soms al veel doen: neusproblemen behandelen, amandelen beoordelen, eventueel een beugel of andere hulpmiddelen bespreken in samenwerking met een tandarts-somnoloog.

Slaapapneu: als snurken niet meer onschuldig is

Slaapapneu is nou ja, echt een ander verhaal. Dan stokt de ademhaling tijdens de slaap steeds kort. De partner ziet vaak pauzes in de ademhaling, gevolgd door een soort snuivende of happende ademteug.

De KNO-arts gaat dan gerichter vragen:

  • word je vaak wakker met het gevoel dat je naar lucht hapt?
  • moet je ’s nachts vaak plassen?
  • val je overdag bijna in slaap tijdens vergaderingen of autorijden?
  • heb je hoge bloeddruk of hart- en vaatziekten?

Als dit herkenbaar is, volgt meestal een slaaponderzoek (polygrafie of polysomnografie), vaak in een slaapcentrum of ziekenhuis. De KNO-arts is dan een soort ‘poortwachter’: die herkent de signalen en regelt de juiste vervolgdiagnostiek.

Meer achtergrondinformatie over slaapapneu vind je bijvoorbeeld bij Thuisarts en de Hersenstichting.

Kinderen die snurken en slecht slapen

Bij kinderen speelt de KNO-arts nog een extra grote rol. Snurkt een kind bijna elke nacht, ademt het veel door de mond, slaapt het onrustig en is het overdag druk of juist dromerig en moe? Dan zijn vergrote neus- en keelamandelen vaak verdachten.

In de praktijk zie je dan kinderen zoals Yassin, 6 jaar. Hij snurkt, heeft vaak oorontstekingen, slaapt met open mond en is overdag hyperactief. De leerkracht klaagt dat hij niet oplet. De KNO-arts ziet enorme keelamandelen en adviseert een operatie. Drie maanden later: een kind dat ineens doorslaapt, minder snurkt en op school beter meedoet.

Bij kinderen is die link tussen KNO en slaap dus nog zichtbaarder. Slechte slaap door ademhalingsproblemen kan gedrag, groei en schoolprestaties raken.

Wat onderzoekt de KNO-arts bij slaapproblemen?

De meeste mensen verwachten een kort kijkje in neus en keel en dan een recept. De werkelijkheid is vaak wat grondiger.

Gesprek: veel vragen, soms confronterend

Een KNO-arts die aan slaap denkt, vraagt door. Over:

  • hoe lang je klachten bestaan
  • wat je partner opvalt (snurken, ademstops, woelen)
  • of je vaak wakker schrikt
  • of je met hoofdpijn of droge mond wakker wordt
  • hoeveel koffie je nodig hebt om de dag door te komen

Sommige vragen voelen misschien een tikje persoonlijk: over alcohol, gewicht, roken. Niet om te oordelen, maar omdat al die factoren invloed hebben op de luchtweg tijdens de slaap.

Lichamelijk onderzoek: van neus tot strottenhoofd

Daarna volgt het ‘klassieke’ KNO-onderzoek:

  • in de neus kijken: is het tussenschot scheef, zijn de neusschelpen vergroot, zitten er poliepen?
  • in de keel kijken: hoe groot zijn keelamandelen, hoe smal is de keel?
  • soms met een flexibel slangetje (nasendoscopie) door de neus om de keel van binnen te bekijken

In sommige centra wordt zelfs een slaapendoscopie gedaan: je krijgt een lichte slaapmedicatie en de KNO-arts kijkt met een camera waar de luchtweg precies dichtvalt. Dat klinkt heftig, maar kan helpen om gerichter te behandelen.

Slaaponderzoek: de doorslaggevende stap

Bij een serieuze verdenking op slaapapneu volgt meestal een slaaponderzoek. Dat wordt vaak niet door de KNO-arts zelf uitgevoerd, maar in samenwerking met een longarts, neuroloog of een gespecialiseerd slaapcentrum.

Je krijgt dan apparatuur mee naar huis of slaapt een nacht in het ziekenhuis. Er worden dingen gemeten als ademhaling, zuurstofgehalte, hartslag en soms hersenactiviteit. Op basis daarvan wordt bepaald hoe ernstig de slaapapneu is.

Op sites als Slaapinstituut.nl en Gezondheidsnet vind je heldere uitleg over hoe zo’n onderzoek eruit kan zien.

Wat kan de KNO-arts wél en níet oplossen?

Hier gaat het in de praktijk vaak mis in de verwachtingen. Mensen hopen soms op één simpele ingreep die al hun slaapproblemen wegneemt. De realiteit is wat genuanceerder.

Behandelingen die uit de KNO-hoek komen

Afhankelijk van de oorzaak kan de KNO-arts onder meer:

  • Neusoperaties doen, bijvoorbeeld een scheef neustussenschot rechtzetten of neusschelpen verkleinen, zodat je makkelijker door de neus ademt.
  • Amandelen verwijderen bij kinderen (en soms volwassenen) als die de luchtweg vernauwen.
  • Samenwerken met een tandarts-somnoloog voor een mandibulair repositieapparaat (MRA), een beugel die de onderkaak iets naar voren houdt tijdens de slaap.
  • Overgewicht en leefstijl bespreken en zo nodig verwijzen naar diëtist of leefstijlprogramma.

Bij mildere vormen van slaapapneu of bij ‘puur’ snurken kan dit flink schelen. Soms is een goed geopende neus al genoeg om beter te slapen en minder te snurken.

Waar de grenzen van de KNO-arts liggen

Maar er zijn ook dingen die níet bij de KNO-arts horen, of in elk geval niet alleen daar:

  • ernstige slaapapneu waarbij een CPAP-apparaat (luchtpomp met masker) nodig is
  • neurologische slaapaandoeningen zoals narcolepsie
  • slapeloosheid door stress, angst of depressie
  • ritmestoornissen van de slaap (bijvoorbeeld steeds veel te laat gaan slapen)

Dan komt de samenwerking met andere hulpverleners in beeld: longarts, neuroloog, psycholoog, huisarts, soms een gespecialiseerd slaapcentrum. De KNO-arts is dan een belangrijke schakel, maar niet de enige.

Hoe kies je de juiste hulpverlener bij slaapproblemen?

Best wel veel mensen blijven te lang rondlopen met vage klachten: moe, hoofdpijn, prikkelbaar, relatie onder druk door snurken. En dan is de vraag: waar begin je?

Eerst de huisarts, niet direct de specialist

In Nederland en België is de huisarts meestal het startpunt. Die kan al aardig inschatten:

  • is dit ‘gewoon’ slecht slapen door stress of onregelmatig ritme?
  • zijn er duidelijke signalen van slaapapneu?
  • spelen neus- of keelklachten mee?

Bij verdenking op slaapapneu of duidelijke KNO-klachten volgt vaak een verwijzing naar de KNO-arts of een slaapcentrum. Soms direct naar de longarts of neuroloog, afhankelijk van de regio en de lokale afspraken.

Wanneer specifiek vragen om een KNO-verwijzing?

Het is heel redelijk om bij je huisarts te zeggen dat je denkt dat er iets in je neus of keel speelt, bijvoorbeeld als:

  • je al lang slecht door de neus ademt, ook overdag
  • je vaak keelpijn hebt en snurkt
  • je partner grote amandelen of een ‘smalle keel’ opmerkt bij jou of je kind
  • je snurken vooral lijkt te komen door een verstopte neus

Dan is een KNO-arts logisch. Zie je vooral ademstops en extreme slaperigheid overdag, dan is een slaapcentrum of longarts ook een goede route. Vaak werkt iedereen samen, dus het is geen drama als de eerste verwijzing niet exact is wat achteraf het beste blijkt.

Veelgemaakte misverstanden over KNO en slaap

Er doen nogal wat hardnekkige ideeën de ronde. Een paar daarvan zijn in de spreekkamer bijna standaard.

“Als ik snurk, heb ik dus slaapapneu”

Nee. Snurken is wel een risicofactor, maar lang niet iedereen die snurkt, heeft slaapapneu. De KNO-arts kijkt juist of er aanwijzingen zijn voor ademstops en slaapverstoring. Soms blijft het bij ‘alleen snurken’ en is de vraag vooral: vind jij of je partner dat hinderlijk genoeg om er iets aan te laten doen?

“Een neusoperatie lost mijn slaapapneu wel op”

Dat is te optimistisch. Een neusoperatie kan de ademhaling verbeteren en het gebruik van een CPAP-masker makkelijker maken. Maar bij echte slaapapneu zit het probleem vaak óók in keel en tongbasis, en soms in algemene factoren zoals gewicht en spierweefsel. De KNO-arts zal daar eerlijk over zijn.

“Ik ben gewoon moe, dat hoort bij druk zijn”

Misschien. Maar als je overdag bijna in slaap valt bij elke rustige activiteit, als je partner ademstops ziet, of als je ’s ochtends nooit uitgerust wakker wordt, dan is ‘gewoon druk’ een te makkelijke verklaring. Dan is het slim om met de huisarts te praten en niet zelf te blijven gissen.

Praktische tips voor je afspraak bij de KNO-arts

Als je eenmaal een verwijzing hebt, wil je die afspraak natuurlijk zo goed mogelijk benutten. Een paar dingen helpen echt.

Neem je partner of huisgenoot serieus

De KNO-arts hoort graag wat je partner of huisgenoot merkt:

  • hoorbaar snurken
  • pauzes in de ademhaling
  • onrustig bewegen, schokken, praten in de slaap

Kunnen ze niet mee? Vraag ze dan van tevoren om alles op te schrijven. Sommige mensen nemen zelfs een korte geluidsopname mee van het snurken; dat kan best verhelderend zijn.

Houd een korte slaap- en klachtennotitie bij

Hoeft geen perfect slaapdagboek te zijn, maar noteer een week lang:

  • hoe laat je ongeveer naar bed gaat en opstaat
  • hoe vaak je wakker wordt
  • hoe je je overdag voelt (fit, moe, bijna in slaap)
  • eventuele ochtendhoofdpijn

Zo krijgt de KNO-arts sneller een beeld, en hoef jij niet tijdens het gesprek te gaan zitten graven in je geheugen.

FAQ over KNO-arts en slaapproblemen

1. Hoort slaapapneu bij de KNO-arts of bij de longarts?
In de praktijk werken KNO-artsen, longartsen, neurologen en soms kaakchirurgen samen in een slaapteam. Waar je precies terechtkomt, verschilt per ziekenhuis. De KNO-arts speelt vooral een rol als er duidelijke problemen zijn in neus, keel of kaak.

2. Kan de KNO-arts mijn slapeloosheid door piekeren oplossen?
Nee. Als je vooral ligt te woelen door stress, zorgen of een vol hoofd, is de huisarts of psycholoog een betere ingang. De KNO-arts kan wel beoordelen of er óók een ademhalingsprobleem speelt, maar mentale factoren pakt hij of zij meestal niet zelf aan.

3. Moet ik altijd geopereerd worden als ik met snurken naar de KNO-arts ga?
Zeker niet. Vaak wordt eerst gekeken naar minder ingrijpende dingen: neussprays, slaaphouding, gewichtsverlies, eventueel een beugel. Een operatie komt pas in beeld als er een duidelijke anatomische oorzaak is én andere opties onvoldoende helpen.

4. Kan mijn kind ‘er wel overheen groeien’ als het snurkt?
Soms wel, soms niet. Af en toe snurken bij een verkoudheid is normaal. Maar als een kind bijna elke nacht snurkt, onrustig slaapt en overdag moe of druk is, is het verstandig om via de huisarts naar de KNO-arts te gaan. Langdurige slechte slaap kan invloed hebben op gedrag en ontwikkeling.

5. Is een verwijzing naar een slaapcentrum beter dan naar de KNO-arts?
Het is geen wedstrijd. In veel ziekenhuizen is het slaapcentrum juist een samenwerking van KNO, longziekten, neurologie en soms kaakchirurgie. De route via de KNO-arts is vooral handig als er duidelijke neus- of keelklachten zijn.


Meer lezen? Kijk eens op:

En als je na het lezen denkt: dit ben ik, of dit is mijn partner? Dan is de eerste stap eigenlijk heel simpel: maak een afspraak bij de huisarts, leg je klachten rustig uit en noem erbij dat je je afvraagt of er iets in neus of keel meespeelt. De rest is teamwork tussen huisarts, KNO-arts en eventueel het slaapcentrum.

Explore More Hulpverleners

Discover more examples and insights in this category.

View All Hulpverleners