Waarom één dokter je slaapproblemen zelden oplost
Slaapzorg is zelden een solo-actie
Het klinkt zo logisch: je slaapt slecht, dus je gaat naar de huisarts, die verwijst je naar een slaapcentrum, je doet een slaaponderzoek, krijgt een diagnose en klaar. In theorie. In de spreekkamer loopt het vaak anders.
Neem Marieke, 38 jaar. Ze snurkt, is overdag doodmoe en vergeet van alles. Eerst denkt men aan stress. Daarna aan een depressie. Pas als haar partner zegt dat ze ‘s nachts soms stopt met ademen, komt er een slaaponderzoek. Diagnose: obstructief slaapapneu. Maar dan begint het pas. Want Marieke heeft ook overgewicht, een traag werkende schildklier en zit midden in een burn-out. Wie pakt wat op?
Dit is precies waar multidisciplinaire slaapzorg over gaat: niet alleen de diagnose, maar het hele plaatje. En dat vraagt om meer dan één type hulpverlener.
Wie zitten er eigenlijk aan de slaaptafel?
De huisarts als poortwachter - en soms als bottleneck
De meeste slaapverhalen beginnen bij de huisarts. Die ziet de vermoeidheid, hoort over wakker liggen, piekeren, snurken, nachtelijk plassen. In een ideale wereld herkent de huisarts wanneer er meer nodig is dan een kort advies over slaaphygiëne.
In de praktijk schuurt het hier vaak. Tijd is beperkt, slaapklachten zijn vaag, en veel patiënten presenteren zich met “ik ben moe” in plaats van “ik slaap slecht”. Daardoor blijft een verwijzing naar een slaapcentrum soms veel te lang uit. Of er wordt alleen naar psychische factoren gekeken, terwijl er ook een lichamelijke component is.
Toch is de huisarts belangrijk als spin in het web: degene die kan afwegen of er een rol is voor de longarts, KNO-arts, neuroloog, psychiater of psycholoog. En degene die het overzicht zou moeten houden als de rest weer klaar is.
Het slaapcentrum: geen één dokter, maar een team
In een goed ingericht slaapcentrum werken meerdere specialismen samen. Niet altijd in één kamer, wel rond dezelfde patiënt. Denk aan:
- Longarts bij snurken en slaapapneu
- KNO-arts bij anatomische problemen in neus of keel
- Neuroloog bij narcolepsie, parasomnieën of onrustige benen
- Psychiater of psycholoog bij insomnie, angst, depressie of trauma
- Slaapverpleegkundigen en laboranten voor onderzoek en begeleiding
Tom, 52 jaar, komt bijvoorbeeld met “ik val overal in slaap”. De neuroloog denkt aan narcolepsie. Maar tijdens de intake blijkt dat Tom ook ernstig apneu heeft, veel drinkt in de avond en antidepressiva slikt. Dan is het eigenlijk geen neurologisch soloprobleem meer, maar een puzzel waar longarts, psychiater en psycholoog samen naar moeten kijken.
Diagnoses in de slaapzorg: meer dan een label
Van vage klachten naar concreet slaapprofiel
Diagnose in de slaapzorg is niet alleen: “u heeft apneu” of “u heeft insomnie”. Het gaat om een profiel. Hoe lang duurt het inslapen? Hoe vaak word je wakker? Hoeveel diepe slaap heb je? Hoeveel REM-slaap? Zijn er ademstops, beenbewegingen, hartritmestoornissen?
Daarvoor zijn er verschillende tools:
- Vragenlijsten, zoals de Epworth Sleepiness Scale
- Slaapschema’s en slaapdagboeken
- Polysomnografie (het bekende slaaponderzoek in het lab)
- Thuis-slaapregistraties met minder sensoren
De interpretatie daarvan is teamwork. Een neuroloog kijkt anders naar dezelfde data dan een longarts. En een psycholoog let weer meer op patronen in gedrag en gedachten rond slapen.
Waarom één diagnose vaak niet het hele verhaal vertelt
Slaapklachten zijn zelden eendimensionaal. Iemand met apneu kan óók chronische insomnie hebben. Iemand met depressie kan óók rusteloze benen hebben. En iemand met ADHD kan óók narcolepsie-achtige klachten vertonen.
Sophie, 24 jaar, krijgt na lang zoeken de diagnose narcolepsie. Eindelijk erkenning. Maar ze blijft ondanks medicatie uitgeput. In gesprek met de psycholoog blijkt dat ze extreem laat naar bed gaat, veel op haar telefoon zit in de nacht en bang is om in slaap te vallen omdat ze soms nare hallucinaties heeft bij het inslapen. De diagnose klopt, maar is niet genoeg. Zonder gedragsmatige en psychologische aanpak blijft de behandeling half werk.
Multidisciplinaire slaapzorg probeert juist die valkuil te vermijden: niet stoppen bij het eerste label dat past, maar doorvragen.
Hulpverleners rond de slaap: wie doet wat?
De medisch specialisten: longarts, neuroloog, KNO-arts, psychiater
- De longarts kijkt vooral naar ademhaling tijdens de slaap: apneu, hypoventilatie, longziekten die de slaap verstoren.
- De KNO-arts richt zich op de bouw van neus, keel en kaak. Denk aan vergrote amandelen, scheef neustussenschot, nauwe keel.
- De neuroloog buigt zich over de structuur van de slaap, epilepsie in de nacht, narcolepsie, REM-slaapgedragsstoornissen en rusteloze benen.
- De psychiater kijkt naar de rol van depressie, angst, bipolaire stoornissen, middelengebruik en medicatie die de slaap beïnvloedt.
Ze kijken allemaal door hun eigen bril. Dat is nuttig, maar ook een risico: wie bewaakt het totaalbeeld? Daarom zijn multidisciplinaire overleggen zo belangrijk, zeker bij complexe patiënten.
Psycholoog en gedragstherapeut: waar de wekker en de gedachten samenkomen
Bij chronische slapeloosheid is cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I) de behandeling van eerste keus. Dat is geen luxe toevoeging, maar gewoon wat volgens de richtlijnen zou moeten gebeuren. Toch krijgen veel mensen nog steeds vooral pillen.
Een psycholoog of slaaptherapeut helpt bij:
- Verstoorde slaap-waakritmes (te laat naar bed, te lang uitslapen)
- Piekeren in bed en angst voor wakker liggen
- Slechte slaapgewoonten (telefoongebruik, dutjes, koffie, alcohol)
- Slaapproblemen bij trauma of chronische stress
Bij kinderen komt daar nog opvoedingsondersteuning bij: grenzen rond bedtijd, schermgebruik, reageren op nachtelijk wakker worden.
Slaapverpleegkundige en praktijkondersteuner: de stille motor
In veel slaapcentra en huisartsenpraktijken zijn verpleegkundigen en praktijkondersteuners degene die de continuïteit bewaken. Zij:
- Leggen apparatuur uit voor slaaponderzoek
- Begeleiden bij het wennen aan CPAP-apparatuur
- Volgen klachten in de tijd
- Signaleren wanneer het niet goed gaat en er herbeoordeling nodig is
Zonder hen vallen patiënten vaak tussen wal en schip. Zeker bij langdurige trajecten, zoals behandeling van slaapapneu of chronische insomnie.
Fysiotherapeut, diëtist en soms de tandarts
Slaap is ook lichaam. Een fysiotherapeut kan helpen bij ontspanning, ademhaling, houding, kaakspanning. Een diëtist speelt een rol bij overgewicht en metabole problemen, die weer invloed hebben op apneu en slaapkwaliteit.
En dan de tandarts of tandarts-slaapgeneeskundige: bij milde tot matige apneu kunnen zij een mandibulair repositie-apparaat (MRA) aanmeten, een soort beugel die de onderkaak iets naar voren houdt zodat de luchtweg beter openblijft. Werkt bij sommigen uitstekend, bij anderen nauwelijks - weer zo’n beslissing die je liever in teamverband maakt.
Waar gaat het mis in de praktijk?
Versnipperde zorg: iedereen een stukje, niemand het geheel
Een veelgehoorde klacht van patiënten: “Ik ben al bij vijf specialisten geweest, maar niemand praat met elkaar.” De longarts richt zich op apneu, de psychiater op depressie, de huisarts op bloeddruk, de psycholoog op stress. En jij? Jij zit ertussen met je slaap die nog steeds waardeloos is.
Dit is precies wat multidisciplinaire slaapzorg probeert te voorkomen: door gezamenlijke spreekuren, multidisciplinaire overleggen of in ieder geval heldere afspraken over wie de regie heeft.
Te laat herkennen van serieuze slaapproblemen
Slaap wordt nog vaak gezien als bijzaak. “Het hoort bij het leven”, “iedereen slaapt weleens slecht”, “het is vast stress”. Dat is soms waar, maar soms ook gewoon een gemiste diagnose.
Bij kinderen wordt snurken bijvoorbeeld nog vaak onderschat. Terwijl obstructief slaapapneu bij kinderen kan leiden tot gedragsproblemen, concentratieproblemen en groeiachterstand. Een KNO-arts, kinderarts en slaapcentrum kunnen dan samen veel verschil maken. Maar dan moet iemand wel op tijd aan de bel trekken.
Medicatie als snelle oplossing, zonder plan B
Slaapmedicatie wordt in Nederland relatief vaak en lang gebruikt, terwijl richtlijnen juist kortdurend gebruik adviseren. Zonder goede uitleg en zonder parallelle gedragsmatige aanpak blijft de onderliggende oorzaak gewoon bestaan.
Een multidisciplinair team zal sneller samen zoeken naar alternatieven: CGT-I, aanpassing van andere medicatie, behandeling van comorbide aandoeningen, leefstijl, hulpmiddelen. Medicatie wordt dan onderdeel van een plan, niet het hele plan.
Hoe ziet goede multidisciplinaire slaapzorg er nou uit?
Eén verhaal, meerdere experts
In een ideale situatie vertel je je verhaal één keer, worden de relevante specialisten betrokken, en komt er een gezamenlijk behandelplan. Dat betekent niet dat iedereen tegelijk in de kamer zit, maar wel dat:
- Er een duidelijk hoofdbehandelaar is
- Bevindingen gedeeld worden in hetzelfde dossier
- Er afspraken zijn over wie wat uitlegt en wie wanneer bijstuurt
Bijvoorbeeld: de longarts stelt apneu vast en start CPAP-behandeling, de psycholoog helpt bij wennen aan het apparaat en pakt tegelijkertijd de insomnie aan, de diëtist ondersteunt bij gewichtsverlies, en de huisarts volgt het totaalbeeld en coördineert medicatie.
Ruimte voor de patiënt als mede-regisseur
Goede slaapzorg betekent ook dat jij mee beslist. Wil je eerst gedragstherapie proberen voordat je aan medicatie begint? Vind je een MRA aantrekkelijker dan CPAP, ondanks iets minder effectiviteit? Wil je liever groepsbehandeling of individuele begeleiding?
Een team dat goed samenwerkt, kan opties naast elkaar leggen, in plaats van dat je per specialisme maar één route krijgt aangeboden.
Over de grenzen van de spreekkamer heen
Multidisciplinaire slaapzorg stopt niet bij het ziekenhuis. Denk aan:
- Bedrijfsarts bij werk- en rijgeschiktheid
- School bij kinderen met concentratieproblemen door slaaptekort
- Mantelzorgers bij ouderen met nachtelijke onrust of dementie
Als deze partijen niet worden meegenomen, blijft een deel van het probleem terugkomen. Dan slaap je thuis misschien beter, maar loop je op je werk alsnog vast.
Wanneer moet je aan multidisciplinaire slaapzorg denken?
Een paar situaties waarbij een team meestal meer zin heeft dan een solist:
- Je bent al bij meerdere hulpverleners geweest en blijft moe
- Je hebt een combinatie van lichamelijke en psychische klachten
- Er is een vermoeden van apneu, narcolepsie of complexe insomnie
- Je gebruikt meerdere soorten medicatie die de slaap beïnvloeden
- Je hebt al lang slaapmedicatie zonder duidelijke verbetering
Als je jezelf hierin herkent, is het heel redelijk om je huisarts of specialist expliciet te vragen naar een slaapcentrum of multidisciplinair overleg.
Praktische tips om de juiste hulpverleners aan tafel te krijgen
- Schrijf een kort overzicht van je klachten, duur, eerdere behandelingen en medicatie. Dat helpt hulpverleners om sneller te zien dat er meer nodig is dan een enkele verwijzing.
- Vraag gericht: “Is er een slaapteam of multidisciplinair overleg waar ik besproken kan worden?”
- Noem concrete dingen: snurken, ademstops, rare bewegingen in de nacht, hallucinaties bij inslapen of wakker worden, extreem dutten overdag.
- Betrek je partner of huisgenoot als die iets opvalt in je slaap.
Je hoeft niet zelf te weten of je een longarts, neuroloog of psycholoog nodig hebt. Maar je mag wel vragen om een team dat samen met jou zoekt.
Veelgestelde vragen over multidisciplinaire slaapzorg
Is multidisciplinaire slaapzorg alleen voor ernstige slaapproblemen?
Nee. Het is vooral zinvol als klachten complex zijn, lang duren of meerdere oorzaken hebben. Dat kan variëren van matige apneu met depressieve klachten tot chronische slapeloosheid met angst. Je hoeft niet “heel erg ziek” te zijn om te profiteren van een team.
Moet ik altijd naar een gespecialiseerd slaapcentrum?
Niet altijd. Bij mildere klachten kan de combinatie huisarts, praktijkondersteuner en eerstelijnspsycholoog al veel doen. Maar bij vermoeden van apneu, narcolepsie, parasomnieën of langdurige insomnie is een slaapcentrum vaak wel de logischere plek.
Wie is mijn hoofdbehandelaar als er zoveel mensen betrokken zijn?
Dat verschilt per situatie en regio. Vaak is dat de specialist die de belangrijkste diagnose stelt (bijvoorbeeld de longarts bij apneu) of de huisarts. Het is verstandig om expliciet te vragen: “Wie is mijn hoofdbehandelaar?” en “Wie bel ik als het niet beter gaat?”
Wordt multidisciplinaire slaapzorg vergoed?
In Nederland valt veel slaapzorg onder de basisverzekering, maar er kunnen eigen risico en soms eigen bijdragen spelen, afhankelijk van het type behandeling en instelling. De precieze regels veranderen af en toe. Overleg met je zorgverzekeraar en vraag je huisarts of specialist om mee te denken over verantwoorde verwijzingen.
Hoe vind ik een goed slaapcentrum?
Veel grotere ziekenhuizen in Nederland en België hebben een slaapcentrum of slaapkliniek. Op de websites van ziekenhuizen staat vaak welke specialismen samenwerken rond slaap. Je kunt je huisarts vragen naar ervaringen in de regio. Let op of er meerdere disciplines betrokken zijn en of er ook aandacht is voor gedragstherapie, niet alleen voor apparatuur en medicatie.
Verder lezen
Wil je je alvast inlezen of iets meenemen naar je huisarts of specialist? Deze Nederlandstalige bronnen zijn een goed startpunt:
Related Topics
Slaaponderzoek en vergoeding: waarom de ene snurker alles vergoed krijgt en de ander niet
Waarom een neurologisch onderzoek meer zegt dan duizend scans
De longarts: meer dan ‘die dokter van de longfoto’
Als je KNO-arts ineens over je slaap begint
Wanneer is het tijd om een psycholoog te bellen?
Neurologisch onderzoek: wat er gebeurt als je hersenen in de spotlight staan
Explore More Hulpverleners
Discover more examples and insights in this category.
View All Hulpverleners