Neurologisch onderzoek: wat er gebeurt als je hersenen in de spotlight staan
Waarom artsen met een hamertje meer zien dan jij denkt
Neurologisch onderzoek lijkt op het eerste gezicht simpel: een paar reflexen testen, wat krachtmeting, een beetje coördinatie. Maar onder de oppervlakte gebeurt er iets interessants. De arts probeert eigenlijk een soort kaart te maken: werkt de “bedrading” tussen hersenen, ruggenmerg, zenuwen en spieren zoals het hoort?
Neem Sanne, 34 jaar. Ze komt bij de huisarts omdat ze al weken slecht slaapt, tintelingen in haar handen heeft en soms haar koffie kopje bijna laat vallen. Stress, dacht ze zelf. De huisarts dacht eerst hetzelfde, maar besloot toch even een kort neurologisch onderzoek te doen. Bij het testen van de kracht in haar handen viel op dat één kant duidelijk zwakker was. Dat is zo’n moment waarop een hulpverlener denkt: hier zit misschien meer achter dan alleen drukte op het werk.
Dat is de kracht van neurologisch onderzoek: het helpt om te scheiden wat waarschijnlijk bij spanning, vermoeidheid of slechte nachten hoort en wat kan wijzen op een neurologisch probleem dat verder uitgezocht moet worden.
Wie doet neurologisch onderzoek eigenlijk?
Je denkt misschien meteen aan een neuroloog in het ziekenhuis, maar in de praktijk zijn er meer hulpverleners die dit onderzoek (in meer of mindere vorm) doen:
- Huisarts: doet vaak een korte screening als je komt met klachten als hoofdpijn, duizeligheid, krachtsverlies, tintelingen, flauwvallen of langdurige slaapproblemen met rare verschijnselen (bijvoorbeeld vreemde bewegingen in de slaap, verward wakker worden).
- Neuroloog: voert een veel gedetailleerder onderzoek uit, meestal na verwijzing door de huisarts.
- Revalidatiearts, geriater, SEH-arts, intensivist: gebruiken neurologisch onderzoek om snel in te schatten hoe het met de hersenfunctie gaat.
- Slaaparts of somnoloog (bijvoorbeeld in een slaapcentrum): kijkt soms gericht naar neurologische functies als er twijfel is of een slaapprobleem misschien toch een neurologische oorzaak heeft, zoals epilepsie tijdens de slaap of een neurologische aandoening met slaapstoornissen.
Het niveau van detail verschilt, maar de basis is hetzelfde: kijken hoe goed de hersenen en zenuwen met de rest van het lichaam communiceren.
Wat wordt er allemaal getest tijdens zo’n onderzoek?
Niet elk neurologisch onderzoek is hetzelfde. De arts kiest onderdelen op basis van jouw klachten. Toch zijn er een paar vaste blokken die vaak terugkomen.
Bewustzijn en oriëntatie: is iemand “erbij”?
Een arts let al op je vanaf het moment dat je de kamer binnenkomt. Loop je vlot? Reageer je passend op vragen? Lijk je slaperig, vertraagd of juist onrustig? Bij ernstige slaapproblemen, langdurige slapeloosheid of overmatige slaperigheid overdag is dit extra interessant.
Vragen die je dan kunt krijgen:
- Weet je welke dag het is?
- Waar zijn we nu?
- Kun je mij vertellen wat er gisteren is gebeurd?
Klinkt simpel, maar als iemand door bijvoorbeeld een delier, ernstige slaaptekort of hersenletsel in de war is, valt dit meteen op.
Hersenzenuwen: van oogbeweging tot slikken
Hersenzenuwen zijn de zenuwen die direct uit de hersenen komen. Ze regelen dingen als gezichtsscherpte, oogbeweging, mimiek, gehoor, smaak en slikken. De arts kan bijvoorbeeld vragen:
- Volg mijn vinger met je ogen.
- Laat eens je tanden zien, frons je wenkbrauwen, blaas je wangen op.
- Steek je tong uit.
Bij slaapgerelateerde klachten wordt hier soms extra goed naar gekeken als er bijvoorbeeld sprake is van snurken, slikproblemen of verdenking op slaapapneu in combinatie met neurologische klachten.
Motoriek: kracht, spierspanning en beweging
Hier komt het bekende “duwen en trekken”.
De arts vraagt je bijvoorbeeld:
- Armen vooruit te strekken en ze zo te houden.
- Tegen zijn of haar hand te duwen met je armen of benen.
- Op je tenen en hakken te lopen.
Wat wordt beoordeeld:
- Is de kracht links en rechts gelijk?
- Zijn bewegingen vloeiend of juist schokkerig?
- Is er sprake van trillingen of rare stand van armen of benen?
Bij mensen met ernstige slaapproblemen zie je soms dat vermoeidheid de krachtbeleving beïnvloedt. Maar een arts let goed op: vermoeid is iets anders dan echte krachtsuitval.
Reflexen: ja, dat beroemde hamertje
De arts tikt met een reflexhamertje op bijvoorbeeld je knie, achillespees of elleboog. Je been of arm schiet dan meestal een beetje naar voren. Het gaat niet om hoe hard je “schopt”, maar om:
- Zijn reflexen aanwezig?
- Zijn ze links en rechts gelijk?
- Reageren ze te heftig of juist nauwelijks?
Afwijkende reflexen kunnen wijzen op een probleem in het ruggenmerg, de zenuwen of de hersenen. Ook hier: iemand die gewoon moe is van slechte nachten, heeft in principe normale reflexen.
Gevoel: voelen je hersenen wat je huid voelt?
Bij tintelingen, doof gevoel of brandende pijn test de arts vaak het gevoel:
- Met wattenstokje: voel je dit links en rechts hetzelfde?
- Met een koud of scherp voorwerp: voel je verschil?
Zo kan de arts inschatten of er sprake is van een zenuwprobleem, zoals een beknelde zenuw, polyneuropathie of iets anders. Bij slaapproblemen met onrustige benen, nachtelijke tintelingen of “wakker worden met dove handen” komt dit vaak ter sprake.
Coördinatie en evenwicht: kun je je lichaam nog goed sturen?
De bekende test: met je vinger je neus aanraken en daarna de vinger van de arts. Of met gesloten ogen met je hiel over het andere scheenbeen strijken. Ook lopen in een rechte lijn, hak-teen, kan gevraagd worden.
Hiermee kijkt de arts naar de kleine hersenen en de samenwerking tussen evenwichtsorgaan, ogen en spieren. Mensen met slaaptekort voelen zich vaak wat wankel en wiebelig, maar bij neurologische aandoeningen is dat patroon anders en vaak duidelijker afwijkend.
En wat heeft dit met slaap en vermoeidheid te maken?
Meer dan je denkt. Slaap- en neurologische klachten lopen nogal eens door elkaar heen. Neem Mark, 45 jaar. Hij komt bij de neuroloog omdat hij al maanden extreem moe is, overdag bijna in slaap valt en ‘s nachts rare schokbewegingen heeft. Hij dacht aan “gewoon stress”. Tijdens het neurologisch onderzoek ziet de neuroloog lichte stijfheid in de spieren en een trilling in rust. Dat past weer meer bij een beginnende neurologische aandoening dan bij alleen slaaptekort.
Ander voorbeeld: iemand die ‘s nachts regelmatig “uitvalt”, in bed schokt of rare bewegingen maakt, kan epileptische aanvallen in de slaap hebben. Dan is neurologisch onderzoek, vaak in combinatie met EEG en slaaponderzoek (polysomnografie), belangrijk om de juiste richting te kiezen.
Aan de andere kant: heel veel mensen met slapeloosheid, drukte in het hoofd en overdag wat wazig gevoel hebben een volledig normaal neurologisch onderzoek. En dat is op zich goed nieuws. Het betekent dat er geen aanwijzingen zijn voor schade aan hersenen of zenuwen, en dat de focus meer mag liggen op slaapgewoonten, stress, psychische belasting of andere lichamelijke factoren.
Hoe bereid je je voor op een neurologisch onderzoek?
Je hoeft geen speciale training te doen, maar een paar dingen helpen echt:
- Schrijf klachten op: wanneer zijn ze begonnen, hoe vaak komen ze voor, wat maakt het erger of beter? Denk ook aan slaappatroon: hoe laat ga je naar bed, hoe vaak word je wakker, voel je je uitgerust?
- Neem een medicatielijst mee: ook vitamines, kruidenmiddelen en slaapmiddelen tellen mee.
- Vertel het eerlijk als je slecht geslapen hebt: dat helpt de arts om je reacties en concentratie beter te interpreteren.
En misschien wel het belangrijkste: stel vragen. Een goede arts legt uit wat hij of zij doet en waarom. Het is jouw lijf, jouw onderzoek.
Waarom hulpverleners soms “te weinig” neurologisch kijken
Huisartsen en andere eerstelijns hulpverleners hebben het druk. Echt druk. Daardoor kan het gebeuren dat neurologisch onderzoek wat kort blijft: even in de ogen schijnen, een snelle reflex, klaar. Meestal is dat voldoende, maar niet altijd.
Veel patiënten met langdurige vermoeidheid of vage klachten horen jarenlang: “Het zal wel stress zijn”. Soms klopt dat, soms niet. Als jij merkt dat je klachten veranderen, verergeren of gepaard gaan met dingen als krachtsverlies, problemen met spreken, dubbelzien, plotselinge hevige hoofdpijn of verandering in gedrag, dan mag je echt aandringen op een zorgvuldiger neurologische beoordeling.
Niet omdat je per se iets ernstigs hébt, maar omdat het goed is om die mogelijkheid serieus te checken.
Wanneer is aanvullend onderzoek nodig?
Neurologisch onderzoek is vaak de eerste stap. Pas als daar iets opvalt, of als je verhaal echt vragen oproept, volgt aanvullend onderzoek, zoals:
- MRI of CT-scan van de hersenen of wervelkolom
- EEG (hersenfilmpje), soms ook tijdens slaap
- EMG (onderzoek van zenuwen en spieren)
- Bloedonderzoek
- Slaaponderzoek in een slaapcentrum, als er twijfels zijn over bijvoorbeeld narcolepsie, slaapapneu of nachtelijke epilepsie
Belangrijk om te weten: een normaal neurologisch onderzoek sluit niet alles uit, maar het maakt ernstige neurologische aandoeningen een stuk minder waarschijnlijk. Dat geeft vaak al wat rust.
Veelgestelde vragen over neurologisch onderzoek
Doet een neurologisch onderzoek pijn?
Over het algemeen niet. De meeste onderdelen zijn lichamelijke testjes: kijken, voelen, duwen, trekken. Het tikje met het reflexhamertje kan wat vreemd voelen, maar is niet pijnlijk. Alleen bij aanvullend onderzoek, zoals een EMG, kan er wat ongemak zijn, maar dat wordt dan apart uitgelegd.
Hoe lang duurt zo’n onderzoek meestal?
Bij de huisarts vaak maar enkele minuten, als onderdeel van een normaal consult. Bij de neuroloog kun je denken aan een half uur, soms langer, afhankelijk van je klachten. Als er ook nog aanvullend onderzoek gepland is, ben je natuurlijk meer tijd kwijt.
Kan slecht slapen mijn neurologisch onderzoek beïnvloeden?
Ja en nee. Je concentratie, reactiesnelheid en stemming kunnen behoorlijk anders zijn na een paar slechte nachten. Dat kan de indruk wekken dat je “trager” bent. Maar reflexen, kracht en gevoel blijven in principe normaal bij puur slaaptekort. Daarom is het voor de arts handig om te weten hoe je geslapen hebt.
Moet ik me zorgen maken als ik word doorgestuurd naar de neuroloog?
Doorverwijzing betekent vooral: je huisarts wil niets missen en wil een specialist laten meekijken. Dat is eerder zorgvuldig dan alarmerend. Natuurlijk kan er iets aan de hand zijn, maar heel vaak valt het mee en is het onderzoek vooral bedoeld om dingen uit te sluiten.
Wie kan ik benaderen als ik twijfels heb over mijn onderzoek of diagnose?
Je kunt altijd terug naar je huisarts om je zorgen te bespreken. Als je het gevoel hebt dat er onvoldoende naar je neurologische klachten of slaapklachten is gekeken, kun je vragen om een second opinion bij een andere neuroloog of een verwijzing naar een slaapcentrum. In Nederland en België zijn er meerdere centra die zich specifiek richten op de combinatie van slaap en neurologie.
Waar vind je betrouwbare informatie?
Als je zelf verder wilt lezen over neurologische aandoeningen, slaap en de rol van onderzoek, zijn dit goede startpunten:
- Hersenstichting - informatie over hersenaandoeningen
- Thuisarts - klachten en onderzoeken rondom zenuwstelsel
- Gezondheidsnet - dossiers over neurologie en slaap
Gebruik deze sites vooral als achtergrond. Ze vervangen geen persoonlijk gesprek met je arts, maar helpen je wel om betere vragen te stellen. En dat, eerlijk gezegd, maakt elk neurologisch onderzoek een stuk waardevoller - voor jou én voor je hulpverlener.
Related Topics
Slaaponderzoek en vergoeding: waarom de ene snurker alles vergoed krijgt en de ander niet
Waarom een neurologisch onderzoek meer zegt dan duizend scans
De longarts: meer dan ‘die dokter van de longfoto’
Als je KNO-arts ineens over je slaap begint
Wanneer is het tijd om een psycholoog te bellen?
Neurologisch onderzoek: wat er gebeurt als je hersenen in de spotlight staan
Explore More Hulpverleners
Discover more examples and insights in this category.
View All Hulpverleners