De longarts: meer dan ‘die dokter van de longfoto’

Stel je voor: je zit in een ziekenhuisgang, nummertje in je hand, en over een paar minuten mag je ‘naar de longarts’. Je kent de naam, maar eigenlijk heb je geen idee wat die arts nou precies gaat doen. Alleen een longfoto bekijken? Zeggen dat je moet stoppen met roken? Een pufje voorschrijven en klaar? In de praktijk is het bezoek aan een longarts vaak een kantelpunt. Voor mensen met onverklaarbare benauwdheid, rare hoestbuien, terugkerende longontstekingen of slaapklachten kan dit het moment zijn waarop er eindelijk richting komt. De longarts staat namelijk precies op het kruispunt van diagnose, behandeling én begeleiding. En ja, dat gaat verder dan alleen de longen. In dit artikel neem ik je stap voor stap mee in de rol van de longarts binnen het diagnose-traject. Wie kom je tegen? Wat doen ze achter de schermen? En wanneer weet je: nu is het tijd om een longarts in beeld te brengen? We lopen mee met een paar patiënten, luisteren mee in de spreekkamer en kijken eerlijk naar wat je wél en niet van een longarts mag verwachten.
Written by
Taylor
Published

Wanneer komt een longarts in beeld?

Je komt meestal niet ‘zomaar’ bij een longarts terecht. Er gaat bijna altijd een traject aan vooraf bij de huisarts.

Neem Sara, 42 jaar. Ze is al maanden moe, wordt ’s nachts wakker omdat ze naar adem hapt en haar partner klaagt over hard snurken. De huisarts denkt eerst aan stress, later aan astma. Na een paar mislukte pufjes en een paar bloedonderzoeken zegt de huisarts: “Ik verwijs je toch naar de longarts, ik wil niets missen.”

Of denk aan Jan, 63 jaar, die al dertig jaar rookt. Hij loopt steeds langzamer de trap op, heeft vaker een longontsteking en merkt dat hij zich zorgen begint te maken. De huisarts hoort piepende longen, zet een longfunctietest in gang en stuurt de uitslag door naar de longarts.

Zo beland je dus bij die specialist: omdat de klachten blijven, omdat er twijfel is, of omdat de huisarts gewoon wil dat er iemand meekijkt die de hele dag niets anders doet dan longen beoordelen.

Wat gebeurt er in die eerste afspraak eigenlijk?

Die eerste afspraak bij de longarts is vaak een soort speurtocht. De longarts probeert in één gesprek en een paar onderzoeken een beeld te krijgen: wat speelt hier nou echt?

Je kunt ongeveer het volgende verwachten:

  • Een uitgebreid gesprek over je klachten: wanneer begonnen ze, wanneer zijn ze erger, hoe beïnvloeden ze je dagelijks leven?
  • Vragen over werk, hobby’s, roken, huisdieren, schimmel in huis, eerdere longontstekingen, allergieën.
  • Lichamelijk onderzoek: luisteren naar je longen, kijken naar je ademhaling, je vingers, je lippen (blauw verkleurd of niet), soms je benen (vocht?).
  • Vaak al meteen een longfoto en/of longfunctietest, of in elk geval een afspraak daarvoor.

De longarts is hier vooral bezig met puzzelen: klopt het verhaal met wat hij of zij hoort door de stethoscoop en ziet op de onderzoeken? Of is er iets dat niet rijmt en verder uitgezocht moet worden?

De longarts als regisseur van longonderzoeken

Een longarts prikt niet zelf je bloed en rijdt geen longfoto naar de röntgenafdeling, maar is wel degene die bepaalt wélke onderzoeken nodig zijn en in welke volgorde.

Veelgebruikte onderzoeken die de longarts inzet

  • Longfunctietest (spirometrie) – Hoe goed kun je in- en uitademen, en hoe snel? Dit helpt bij het opsporen van astma en COPD.
  • Röntgenfoto of CT-scan van de longen – Om te kijken naar longontstekingen, tumoren, beschadigingen, littekenweefsel.
  • Allergietesten – Als er gedacht wordt aan allergisch astma of andere overgevoeligheden.
  • Bloedonderzoek – Onder meer naar ontstekingswaarden, zuurstofgehalte, soms naar auto-immuunziekten.
  • Slaaponderzoek (polysomnografie of thuismeting) – Bij klachten als snurken, ademstops in de slaap, onverklaarbare vermoeidheid.
  • Bronchoscopie – Met een dun slangetje via de neus of mond in de luchtwegen kijken, soms met kleine stukjes weefsel (biopten) voor onderzoek.

Hier zie je meteen dat de longarts vaak ook een rol speelt bij slaapklachten. Slaapapneu, bijvoorbeeld, komt regelmatig via de longarts aan het licht, zeker als er al benauwdheids- of snurkklachten zijn.

De longarts en slaap: meer dan alleen apneu

Veel mensen denken bij slaapklachten meteen aan een slaapcentrum of neuroloog. Toch speelt de longarts best wel vaak een rol.

Stel: iemand wordt steeds wakker met hoofdpijn, voelt zich overdag duf en valt op de bank in slaap. De partner ziet ademstops. De huisarts verwijst naar de longarts, die een slaaponderzoek aanvraagt. Blijkt het slaapapneu te zijn, dan is de longarts meestal degene die de diagnose stelt en de behandeling opstart, bijvoorbeeld met een CPAP-apparaat.

Maar het blijft daar niet altijd bij. De longarts kijkt ook naar:

  • Overgewicht en de invloed daarvan op de ademhaling in de nacht.
  • Longziekten zoals COPD of astma die ’s nachts verergeren.
  • Medicatie die de ademhaling beïnvloedt.

En ja, soms concludeert de longarts: “Dit is géén longprobleem.” Dan gaat de verwijzing verder, bijvoorbeeld naar een neuroloog of een gespecialiseerd slaapcentrum. Dat kan frustrerend voelen, maar eigenlijk is het goed nieuws: er is één mogelijke oorzaak uitgesloten en je bent weer een stap verder in de zoektocht.

Meer lezen over slaap en ademhaling kan bijvoorbeeld via het Nederlands Slaap Instituut: slaapinstituut.nl.

De rol in het stellen van de diagnose

De longarts is een soort eindredacteur van alle losse puzzelstukjes. Longfunctietest, foto’s, bloeduitslagen, slaaponderzoek, jouw verhaal: alles komt bij elkaar in één oordeel.

Bijvoorbeeld:

  • Bij langdurige hoest en piepen kan de longarts astma of COPD vaststellen.
  • Bij terugkerende longontstekingen kan er gedacht worden aan een afweerstoornis, een vernauwing in de luchtwegen of een probleem met slikken.
  • Bij onverklaarde benauwdheid kan de longarts onderzoeken of er sprake is van longfibrose, longembolieën of een hartprobleem dat naar de longen toe uitstraalt.

Dat betekent ook dat de longarts regelmatig overleg voert met andere specialisten: cardioloog, KNO-arts, internist, reumatoloog, neuroloog. Zeker als klachten niet netjes in één hokje passen.

De longarts als behandelaar: pufjes, apparaten en soms operaties

Als de diagnose eenmaal is gesteld, verschuift de rol van de longarts van speurder naar begeleider.

Bij astma of COPD gaat het vaak om:

  • Het instellen van inhalatiemedicatie (pufjes, soms tabletten).
  • Uitleg over hoe je de medicatie gebruikt (en controleren of je techniek klopt).
  • Aanpassen van de behandeling als je klachten veranderen.
  • Meedenken over stoppen met roken, bewegen, longrevalidatie.

Bij slaapapneu kan de longarts:

  • Een CPAP-apparaat voorschrijven en instellen.
  • Bekijken of een andere behandeling beter past, zoals een MRA-beugel via de tandarts of soms een operatie via de KNO-arts.

Bij ernstiger longziekten, zoals longkanker of longfibrose, is de longarts vaak de vaste contactpersoon die de behandeling coördineert. Dat kan gaan van chemotherapie of immunotherapie (in samenwerking met de oncoloog) tot zuurstoftherapie thuis.

Informatie over veelvoorkomende longziekten vind je ook op Longfonds.nl en op Thuisarts.nl (astma) of Thuisarts.nl/copd.

Hoe werkt de samenwerking met andere hulpverleners?

De longarts staat nooit alleen. Rondom iemand met een longziekte hangt vaak een heel team.

Huisarts

De huisarts blijft meestal het eerste aanspreekpunt. De longarts stuurt brieven terug met uitslagen en adviezen. Soms is de afspraak: de longarts ziet je een keer per jaar, de huisarts vangt de rest van de vragen op.

Longverpleegkundige

In veel ziekenhuizen is de longverpleegkundige goud waard. Die heeft tijd voor uitleg, praktische tips, het oefenen met inhalatietechniek, het bespreken van angst rond benauwdheid. Bij slaapapneu helpt de longverpleegkundige vaak met het wennen aan het CPAP-apparaat.

Fysiotherapeut en longrevalidatie

Bij COPD of na een zware longziekte speelt de fysiotherapeut een grote rol. De longarts kan verwijzen naar longrevalidatie: een programma met bewegen, ademhalingsoefeningen en leefstijladvies. Dit kan je uithoudingsvermogen én je vertrouwen in je eigen lijf flink verbeteren.

Diëtist, psycholoog, andere specialisten

Bij overgewicht, angst voor benauwdheid, of bij complexe ziektes kan de longarts andere hulpverleners inschakelen. Denk aan een diëtist om gewicht te verliezen bij slaapapneu, of een psycholoog als angst je klachten verergert.

Wat kun je zelf doen in de spreekkamer van de longarts?

Een bezoek aan de longarts is vaak korter dan je zou willen. Dat is jammer, maar nou ja, zo is de zorg nu eenmaal ingericht. Je kunt zelf wél een paar dingen doen om het meeste uit dat kwartier te halen.

  • Schrijf je klachten op met voorbeelden: wanneer ben je benauwd, hoe vaak, wat kun je dan niet meer?
  • Neem je medicatie mee (of een foto ervan) zodat de longarts precies ziet wat je gebruikt.
  • Noteer vragen van tevoren. Denk aan: “Wat is het doel van dit onderzoek?”, “Wat kan ik zelf doen?” of “Wanneer moet ik direct aan de bel trekken?”
  • Vertel eerlijk over roken, vapen, blowen of blootstelling op het werk. De longarts heeft liever de waarheid dan een mooi verhaal.

Je helpt de longarts hiermee om sneller een scherp beeld te krijgen. En je helpt eigenlijk vooral jezelf.

Wanneer is het tijd om (weer) aan de bel te trekken?

Ook als je al onder behandeling bent bij een longarts, blijft één ding belangrijk: je eigen gevoel. Jij woont 24 uur per dag in dat lichaam, de longarts maar een kwartier per paar maanden.

Redenen om contact op te nemen kunnen zijn:

  • Je merkt dat je sneller benauwd bent dan normaal.
  • Je hebt vaker longontstekingen of luchtweginfecties.
  • Je slaapt slechter door benauwdheid of hoest.
  • De medicatie lijkt minder goed te werken.

Bij twijfel kun je vaak eerst je huisarts bellen. Die kan inschatten of het nodig is om de longarts eerder te zien.

Een eerlijk woord over grenzen

Het is verleidelijk om te denken: “De longarts lost het wel op.” Maar sommige klachten zijn hardnekkig, en niet alles is te genezen. Dan verschuift de rol van de longarts naar: hoe kunnen we je leven zo goed mogelijk houden met de longen die je hebt?

Dat kan betekenen: leren omgaan met grenzen, hulpmiddelen inzetten, je omgeving aanpassen, of accepteren dat bepaalde dingen niet meer lukken zoals vroeger. Niet makkelijk, wel realistischer dan blijven zoeken naar een wondermiddel dat er niet is.

Juist in die fase is goede communicatie met de longarts en de longverpleegkundige belangrijk. Zeg het als je bang bent, als je het niet meer trekt, als je twijfelt over een behandeling. Ze zijn er niet alleen voor de longfoto, maar ook voor jouw verhaal daarachter.

Veelgestelde vragen over de longarts

Doet een longarts ook iets met slaapapneu, of moet ik naar een slaapcentrum?
Dat verschilt per ziekenhuis. In veel ziekenhuizen valt slaapapneu onder de longarts, soms samen met een KNO-arts of neuroloog. De longarts kan slaaponderzoek aanvragen en de behandeling met CPAP opstarten. In andere regio’s gebeurt dit via een gespecialiseerd slaapcentrum; de huisarts weet meestal welke route bij jou hoort.

Kan ik zelf om een verwijzing naar de longarts vragen?
Ja, je kunt dit altijd met je huisarts bespreken. De huisarts beoordeelt of een verwijzing zinvol is op basis van je klachten en eerder onderzoek. Soms wil de huisarts eerst zelf nog een longfunctietest laten doen, soms is een verwijzing meteen logisch.

Hoe lang duurt het voordat ik een diagnose krijg?
Dat hangt af van de ernst en de complexiteit. Soms is het na één bezoek en een longfoto duidelijk. In andere gevallen zijn meerdere onderzoeken nodig, zoals CT-scans, bloedonderzoek of een bronchoscopie. Dan kan het traject weken tot maanden duren.

Wat is het verschil tussen een longarts en een longverpleegkundige?
De longarts stelt de diagnose, bepaalt de medische behandeling en vraagt onderzoeken aan. De longverpleegkundige begeleidt je in de praktijk: uitleg, inhalatietechniek, omgaan met angst en benauwdheid, praktische vragen over apparatuur. Ze werken nauw samen.

Ik rook (nog). Heeft het zin om naar de longarts te gaan?
Ja. Juist dan. De longarts kan beoordelen wat het roken al met je longen heeft gedaan en welke winst er nog te behalen valt als je stopt. Bovendien kun je hulp krijgen bij stoppen met roken. Schaamte helpt je niet verder; eerlijk zijn wel.


Meer betrouwbare informatie over longziekten en behandeling vind je onder andere op:

Explore More Hulpverleners

Discover more examples and insights in this category.

View All Hulpverleners