Waarom een neurologisch onderzoek meer zegt dan duizend scans

Stel je voor: je zit bij de neuroloog, een beetje gespannen, en in plaats van meteen een scan aan te vragen pakt hij een hamertje, volgt je ogen met een lampje en vraagt je op je hakken te lopen. Serieus, denk je dan, is dit niet iets uit de jaren zestig? We hebben toch MRI, CT en al die hightech-apparaten? Maar juist dat ogenschijnlijk simpele neurologisch onderzoek vertelt vaak in een paar minuten waar het in de hersenen, zenuwen of spieren mis kan gaan. En ja, dat geldt ook voor klachten die met slapen te maken hebben: onverklaarbare slaperigheid, rare schokken in je benen ‘s nachts, wegvallen van spierkracht bij emoties, of wakker worden met een verlamd gevoel. In deze gids neem ik je mee in wat er gebeurt tijdens zo’n onderzoek, waarom sommige artsen het eigenlijk best wel onderschatten en hoe jij als patiënt beter voorbereid in de spreekkamer kunt zitten. Geen droge college-aantekeningen, maar gewoon: wat doet die arts nou eigenlijk, wat zegt het over jouw klachten, en wanneer moet je zelf aan de bel trekken voor een goede neurologische check.
Written by
Jamie
Published
Updated

Neurologisch onderzoek ziet er soms wat ouderwets uit. Een hamertje, een lampje, een watje, een prikker. Maar onder die simpele spullen zit een behoorlijk slimme logica.

De neuroloog test in korte tijd drie dingen:

  • hoe je hersenen informatie verwerken (bewustzijn, geheugen, taal, aandacht)
  • hoe goed de “bekabeling” werkt (zenuwen, ruggenmerg, spieren)
  • hoe automatisch systemen draaien (reflexen, coördinatie, looppatroon)

Neem Noor, 32 jaar. Ze kwam bij de huisarts omdat ze overdag bijna in slaap viel, terwijl ze ‘s nachts “gewoon” sliep. De huisarts dacht eerst aan stress en een druk leven, maar merkte tijdens een korte neurologische check dat Noor soms even weg leek te vallen met haar aandacht, en dat haar spierspanning heel kort wegzakte als ze moest lachen. Dat was genoeg reden om haar naar de neuroloog te sturen. Geen scan op dat moment, maar wel een veel gerichtere vraag: speelt hier misschien een slaapgebonden neurologische aandoening, zoals narcolepsie?

Zonder dat eenvoudige onderzoek was Noor waarschijnlijk naar huis gestuurd met het advies “rustig aan doen”.

Hoe een neurologisch onderzoek er nou echt aan toe gaat

Het begint vaak al vóór je gaat zitten

Veel mensen denken dat het onderzoek pas start als de arts zegt: “Nu ga ik u even onderzoeken.” Maar een ervaren neuroloog is dan al lang begonnen.

Zodra jij de wachtkamer uitloopt, kijkt de arts vaak ongemerkt naar:

  • hoe je loopt
  • of je symmetrisch beweegt
  • hoe je reageert op prikkels (geluid, aanspreken)
  • of je alert en georiënteerd bent

Kom je slaperig, vertraagd of juist overprikkeld over? Reageer je traag op vragen? Dat zegt al veel, zeker bij klachten als chronische vermoeidheid, slaapproblemen of nachtelijke verwardheid.

Gesprek en neurologisch onderzoek horen bij elkaar

Een goede neuroloog praat eerst, onderzoekt dan, en koppelt die twee steeds aan elkaar. Het is geen trucje dat los staat van je verhaal.

Neem Mark, 45 jaar. Hij kwam met vage klachten: moe, slecht slapen, soms tintelingen in zijn handen, af en toe een raar “wegzakkend” gevoel als hij lang had gezeten. In het gesprek bleek dat hij ‘s nachts vaak wakker schoot met een slapend gevoel in zijn arm. Tijdens het onderzoek zag de neuroloog lichte krachtsvermindering in één hand en een veranderd gevoel in een deel van zijn arm. Niet spectaculair, wel verdacht. Dat stuurde de vervolgdiagnostiek richting zenuwbeknelling in de nek, in plaats van “gewoon wat stress en slecht slapen”.

Wat de arts stap voor stap kan testen (zonder dat het een examen wordt)

1. Bewustzijn, geheugen en taal – ben je er echt helemaal bij?

Bij slaapproblemen of extreme slaperigheid wordt hier vaak te weinig naar gekeken. Terwijl het verschil tussen “gewoon moe” en neurologisch afwijkend best groot kan zijn.

De arts let bijvoorbeeld op:

  • of je weet welke dag het is, waar je bent, wat er aan de hand is
  • of je logisch kunt vertellen wat er gebeurt
  • of je woorden kunt vinden en zinnen goed bouwt
  • hoe je aandacht vasthoudt tijdens het gesprek

Soms vraagt de arts je drie woorden te onthouden en later te herhalen, of een simpele rekensom te doen. Niet om je te pesten, maar om te zien of je brein informatie goed opslaat en verwerkt. Bij ernstige slaapstoornissen, langdurig slaaptekort of bepaalde neurologische aandoeningen kun je hier al subtiele afwijkingen zien.

2. Hersenzenuwen – van oogbeweging tot slikken

De hersenzenuwen regelen onder andere:

  • zicht en oogbewegingen
  • gezichtsspieren en gevoel in het gezicht
  • slikken, spreken, smaak
  • schouder- en nekspieren

De arts kan je vragen:

  • met je ogen een pen te volgen
  • je gezicht te bewegen (fronsen, lachen, ogen dichtknijpen)
  • “aaah” te zeggen om je gehemelte te bekijken
  • schouders op te halen tegen tegendruk

Waarom dit relevant is bij slaap en vermoeidheid? Denk aan dubbelzien door spierzwakte die erger wordt in de loop van de dag, slaperig klinkende spraak of slikproblemen die ‘s avonds toenemen. Dat kan passen bij aandoeningen als myasthenia gravis, maar ook bij hersenstamproblemen die juist in de nacht voor ademhalings- of slikstoornissen zorgen.

3. Spieren en kracht – wat kan je lichaam nog aan?

De arts test kracht door je tegen te laten duwen of trekken met armen en benen. Dat lijkt simpel, maar de verdeling van krachtverlies zegt veel over waar het probleem zit: in de hersenen, het ruggenmerg, de zenuwen of de spieren.

Bij slaapgerelateerde klachten zie je soms dat mensen ‘s ochtends nog redelijk sterk zijn, maar ‘s avonds veel sneller instorten. Of dat bepaalde spieren plots verslappen bij emoties, zoals bij kataplexie (spierzwakte bij narcolepsie). Een neuroloog die tijdens het onderzoek alert is op vermoeibaarheid van spieren kan dat opmerken door testen wat langer vol te houden.

4. Gevoel – van watje tot prikker

Met een watje, een koud voorwerp of een scherp puntje test de arts verschillende soorten gevoel:

  • aanraking
  • pijn
  • temperatuur
  • vibratie (met een stemvork)

Bij mensen met slaapapneu of rusteloze benen zie je soms dat er ook iets speelt met de zenuwen in de benen (polyneuropathie), bijvoorbeeld door diabetes of alcoholgebruik. Dan is het gevoel aan de voeten verminderd of veranderd. Je slaapt niet alleen slechter doordat je benen onrustig zijn, maar ook omdat je zenuwen zelf niet gezond zijn. Dat vraagt om een andere aanpak dan alleen “beter slapen”.

5. Reflexen – daar komt het hamertje

De bekende tik op de knie is meer dan een gimmick. Reflexen laten zien hoe het ruggenmerg en de zenuwbanen functioneren.

Verhoogde reflexen kunnen wijzen op een probleem in de hersenen of het ruggenmerg, verlaagde of afwezige reflexen eerder op een probleem in de zenuwen zelf. Bij sommige spierziekten of zenuwaandoeningen zie je een bepaald patroon van reflexverandering dat de neuroloog direct op een spoor zet.

En ja, ook bij mensen met ernstige slaapstoornissen of onverklaarde vermoeidheid worden reflexen soms afwijkend gevonden, wat dan weer leidt tot verder onderzoek naar bijvoorbeeld een onderliggende neurologische ziekte.

6. Coördinatie en lopen – hoe soepel ben je echt?

Je wordt misschien gevraagd:

  • met je vinger je neus aan te raken
  • met je hiel over je scheenbeen te strijken
  • op een rechte lijn te lopen
  • op je tenen of hakken te lopen

Hiermee checkt de arts onder andere je kleine hersenen, evenwicht en diepe spiergevoel. Bij nachtelijke valpartijen, slaapwandelen of plots wegvallen van kracht is dit deel van het onderzoek bijzonder relevant. Soms blijkt iemand overdag “een beetje wankel” en ‘s nachts veel onzekerder te lopen door een combinatie van evenwichtsproblemen en slecht zicht in het donker.

En waar passen slaap en vermoeidheid dan in dit verhaal?

Slaapproblemen worden vaak bij de huisarts ingedeeld in drie hokjes: inslapen, doorslapen, te vroeg wakker. Maar neurologisch gezien ligt het soms een stuk ingewikkelder.

Neem Fatima, 51 jaar. Ze klaagde over enorme slaperigheid overdag, snurken volgens haar partner, en af en toe kort “even weg zijn” tijdens gesprekken. De huisarts dacht aan slaapapneu en stuurde haar naar een longarts. Die vond wel wat apneu, maar niet genoeg om haar extreme klachten te verklaren. Pas toen ze bij de neuroloog kwam, viel op dat ze tijdens het onderzoek heel kort in slaap leek te vallen als ze even moest wachten. Haar spierspanning zakte weg als ze moest lachen. Dat veranderde het hele plaatje: er werd gedacht aan narcolepsie, een neurologische slaapstoornis.

Zonder goed neurologisch onderzoek was ze waarschijnlijk blijven hangen in het label “vermoeid door slaapapneu”.

Ander voorbeeld: iemand die ‘s nachts wakker schrikt met een verlamd gevoel in één arm. Dat kan lijken op een “verkeerd gelegen arm”, maar kan ook een waarschuwing zijn voor een tijdelijke doorbloedingsstoornis in de hersenen (TIA). Dan is het ineens wél erg tijdkritisch. Een neuroloog kan met een kort onderzoek vaak al inschatten of dit serieus is en of er direct actie nodig is.

Waarom sommige artsen dit onderzoek overslaan – en waarom dat jammer is

In de praktijk zie je helaas dat bij drukke spreekuren het neurologisch onderzoek er soms een beetje bij inschiet. Zeker bij klachten als moeheid, slecht slapen of “ik voel me niet fit” wordt al snel gedacht: bloedonderzoek, misschien een verwijzing, klaar.

Maar:

  • een paar minuten reflexen testen kan een polyneuropathie aan het licht brengen
  • een korte oog- en spraakcheck kan een subtiele hersenafwijking tonen
  • even lopen en coördinatie testen kan het verschil maken tussen “gewoon onzeker lopen” en een beginnende neurologische aandoening

En nee, dat betekent niet dat iedereen met slaapproblemen naar de neuroloog moet. Wel dat als je klachten hebt die niet kloppen met “alleen maar slecht slapen” – denk aan krachtsverlies, gevoelsstoornissen, dubbelzien, plots wegvallen van spieren, nachtelijke verwardheid – een neurologisch onderzoek geen luxe is, maar gewoon verstandig.

Hoe jij zelf sterker in het gesprek met je arts kunt staan

Je hoeft geen halve neuroloog te worden, maar je kunt wél slimmer je klachten beschrijven. Dat helpt de arts om te beslissen of een neurologisch onderzoek nodig is.

Let bijvoorbeeld op en vertel:

  • veranderen je klachten door de dag heen? (ochtend vs. avond)
  • heb je naast moeheid ook krachtverlies, tintelingen, dubbelzien, slikproblemen?
  • ben je ooit ‘s nachts gevallen of verward wakker geworden?
  • zegt je omgeving dat je anders praat, loopt of reageert dan vroeger?

Als je merkt dat er nooit naar je kracht, reflexen of gevoel is gekeken, kun je rustig vragen:

“Zou het zinvol zijn om mijn zenuwen en spieren ook even te onderzoeken?”

Een goede arts zal die vraag niet raar vinden.

Wanneer is een verwijzing naar de neuroloog logisch?

Je huisarts is meestal de eerste die bepaalt of een verwijzing nodig is. Signalen waarbij een neurologische blik vaak wél handig is:

  • onverklaarbare slaperigheid overdag, ondanks voldoende uren slaap
  • rare bewegingen of schokken in je slaap
  • nachtelijke verlammingen, krachtverlies of gevoelsstoornissen
  • combinatie van slaapproblemen met hoofdpijn, dubbelzien of spraakproblemen
  • plotselinge veranderingen in gedrag, oriëntatie of geheugen

De neuroloog kan dan naast het gesprek en het onderzoek beslissen of er aanvullend onderzoek nodig is, zoals een MRI, EEG of slaaponderzoek (polysomnografie).

Veelgestelde vragen over neurologisch onderzoek

Doet een neurologisch onderzoek pijn?

Het grootste deel niet. De enige wat onprettige dingen kunnen zijn een kort prikje bij de gevoelsmeting of wat stevige druk bij het testen van kracht. Maar het is meestal goed te doen en snel voorbij. Geef het aan als iets echt te pijnlijk is; daar kan de arts rekening mee houden.

Hoe lang duurt zo’n onderzoek ongeveer?

Bij de neuroloog in het ziekenhuis duurt een eerste consult vaak 20 tot 30 minuten, inclusief gesprek. Het eigenlijke lichamelijk en neurologisch onderzoek neemt meestal zo’n 10 tot 15 minuten in beslag. Bij complexe klachten kan het langer duren.

Moet ik me speciaal voorbereiden?

Handig is om:

  • een lijstje mee te nemen met je klachten en wanneer ze optreden (ook ‘s nachts)
  • medicatie op te schrijven, inclusief slaapmiddelen of middelen tegen rusteloze benen
  • iemand mee te nemen die jouw gedrag of slaap van buitenaf ziet (partner, ouder, huisgenoot)

Voor het onderzoek zelf hoef je meestal niets speciaals te doen. Soms is makkelijk zittende kleding fijn, zodat armen en benen goed onderzocht kunnen worden.

Kan een neurologisch onderzoek alles uitsluiten?

Nee, helaas niet. Het is een heel waardevol instrument, maar geen glazen bol. Soms is het onderzoek normaal terwijl er toch iets speelt dat alleen op een scan, EEG of slaaponderzoek zichtbaar wordt. Maar een normaal onderzoek is wél geruststellend en helpt om onnodige, zware onderzoeken te vermijden.

Wat als ik me niet serieus genomen voel met mijn klachten?

Dat gebeurt vaker dan je denkt, zeker bij klachten als moeheid, slecht slapen of “vage” tintelingen. Als je het gevoel hebt dat er niet goed naar je neurologische klachten is gekeken, kun je:

  • je zorgen rustig benoemen bij je huisarts
  • vragen of een neurologisch onderzoek zinvol zou zijn
  • eventueel een second opinion aanvragen

Op sites als Thuisarts.nl en Hersenstichting vind je betrouwbare informatie die je kan helpen je verhaal scherper te formuleren.

Meer lezen

Wil je verder lezen over hersenen, zenuwen en slaapgerelateerde klachten? Deze Nederlandstalige bronnen zijn goed en betrouwbaar:

Neurologisch onderzoek is misschien niet spectaculair om te zien, maar het is wel een van de slimste manieren waarop artsen, met hun handen en ogen, de weg zoeken in het doolhof van klachten. En hoe beter jij begrijpt wat ze doen, hoe beter je samen kunt uitzoeken wat er echt aan de hand is.

Explore More Hulpverleners

Discover more examples and insights in this category.

View All Hulpverleners