Waarom een simpel polsbandje meer weet van je slaap dan jij
De meeste mensen komen met hetzelfde verhaal bij het slaapspreekuur: “Ik slaap slecht” of “Ik ben overdag kapot”. Maar hoe slecht dan precies? En hoe vaak? Je geheugen over je eigen slaap is eigenlijk best wel onbetrouwbaar. Je herinnert je vooral de slechte nachten, niet de nachten die redelijk gingen.
Actigrafie pakt dat anders aan. Je draagt een klein kastje (actigraaf) aan je pols dat continu je bewegingen meet. Geen knopjes, geen menu’s, je hoeft er niets voor te doen behalve het ding omhouden. De software zet die bewegingen om in een slaap-waakpatroon. Zo krijgt de arts een soort slaapdagboek in grafiekvorm, meestal over 1 tot 3 weken.
Neem Iris, 34 jaar. Ze kwam bij de slaappoli omdat ze “altijd moe” was. Volgens haar sliep ze rond 23.00 uur en stond ze om 7.00 uur op. De actigrafie liet iets anders zien: ze viel vaak pas rond 00.30-01.00 uur in slaap, lag ‘s ochtends regelmatig nog een half uur te snoozen en werd meerdere keren per nacht wakker. Op papier leek het 8 uur in bed, in de praktijk kwam ze nauwelijks boven de 6 uur effectieve slaap.
Hoe werkt zo’n actigrafie-meting nou echt?
Een actigraaf is technisch gezien een bewegingssensor (accelerometer) in een horloge-achtig kastje. Die sensor registreert:
- Hoe vaak en hoe krachtig je beweegt
- Op welk tijdstip dat gebeurt
- Vaak ook lichtblootstelling (hoeveel licht je om je heen hebt)
Die ruwe gegevens worden door software vertaald naar periodes van waarschijnlijk slapen of wakker zijn. Het apparaat weet dus niet “zeker” dat je slaapt, maar het schat het op basis van beweging en tijd.
In de praktijk gaat het ongeveer zo:
- Je krijgt het kastje mee vanuit het slaapcentrum of de polikliniek
- Je draagt het meestal aan je niet-dominante pols (rechts als je links bent, links als je rechts bent)
- Je houdt het dag en nacht om, vaak 1 tot 3 weken
- Je vult tegelijk een kort slaapdagboek in (tijd naar bed, tijd opstaan, bijzonderheden)
- Na de meetperiode lever je het apparaat in en wordt de data uitgelezen en geanalyseerd
Die combinatie van objectieve meting (actigrafie) en subjectieve beleving (slaapdagboek) is belangrijk. Als jij noteert dat je “uren wakker lag” en de actigrafie ziet bijna geen beweging, zegt dat iets over hoe jij je slaap beleeft. Dat verschil is voor de arts juist interessant.
Wanneer kiezen artsen voor actigrafie in slaaponderzoek?
Actigrafie is vooral handig als het gaat om patronen en ritme, niet om wat er per seconde in je hersenen gebeurt. Het wordt vaak ingezet bij:
- Vermoeden van een verstoord slaap-waakritme, zoals bij een vertraagde slaapfase (altijd pas heel laat kunnen slapen) of onregelmatige diensten
- Langdurige slapeloosheid waarbij onduidelijk is hoeveel iemand nu echt slaapt
- Vermoeden van te weinig slaap (chronische slaaptekort) bij mensen die zelf denken “dat het wel meevalt”
- Kinderen en jongeren bij wie een slaaponderzoek in een lab lastig is, maar waar het ritme wel in kaart moet
- Ouderen of mensen met neurologische aandoeningen waarbij dag-nacht-ritme vervaagt
Neem Sam, 17 jaar, die door zijn ouders werd aangemeld omdat hij “lui” zou zijn en niet uit bed te krijgen. De actigrafie liet een duidelijk patroon zien: hij sliep pas rond 02.30 uur in en werd pas rond 10.30-11.00 uur echt wakker. Op schooldagen werd hij gewoon midden in zijn biologische nacht gewekt. Geen luiheid dus, maar een fors vertraagd slaapfasepatroon.
Actigrafie is geen polysomnografie - en dat is precies de bedoeling
Veel mensen verwachten dat actigrafie “alles” meet: ademstops, hersenactiviteit, hartslag, noem maar op. Dat is niet zo. Daarvoor heb je een polysomnografie nodig, het klassieke slaaponderzoek in het lab met plakkers op je hoofd, borst en benen.
Kort gezegd:
- Actigrafie kijkt naar beweging en ritme over langere tijd in je eigen omgeving
- Polysomnografie kijkt per seconde naar slaapstadia, ademhaling, zuurstof en hartfunctie, meestal 1 nacht in een slaapcentrum
Artsen gebruiken actigrafie vaak:
- Als vooronderzoek: om te zien of en wanneer een dure en intensieve polysomnografie zinvol is
- Als vervolgonderzoek: om na een diagnose (bijvoorbeeld slaapapneu) te kijken hoe het ritme zich ontwikkelt
- Als alternatief wanneer een polysomnografie praktisch lastig is, bijvoorbeeld bij jonge kinderen of mensen met ernstige angst voor het slaaplab
Het is dus niet óf-óf, maar vaker én-én. Actigrafie voor het grote plaatje, polysomnografie voor de details.
Hoe betrouwbaar is actigrafie eigenlijk?
Hier wordt het interessant. Actigrafie is behoorlijk goed in het herkennen van:
- Wanneer je ongeveer slaapt en wanneer je wakker bent
- Hoe lang je in bed ligt
- Hoe regelmaat (of juist chaos) in je slaap-waakritme eruitziet
Maar er zijn beperkingen:
- Als je heel stil wakker ligt, kan het apparaat denken dat je slaapt
- Als je veel beweegt in je slaap, kan het lijken alsof je wakker bent
- Het ziet geen slaapstadia (lichte slaap, diepe slaap, REM-slaap)
Artsen weten dat en interpreteren de grafieken altijd in context. Daarom is dat slaapdagboek zo belangrijk. Als jij noteert dat je twee uur wakker lag te piekeren, zal de arts die periode in de grafiek anders beoordelen dan een willekeurige nacht.
In de dagelijkse praktijk in Nederlandse slaapcentra wordt actigrafie gezien als een betrouwbare methode om ritmes en trends te volgen, juist omdat je vaak weken meet in plaats van één nacht.
Wat zie je terug in de actigrafie-uitslag?
De uitslag is voor de arts een set grafieken, voor jou meestal een samenvatting in woorden. Typische onderdelen zijn:
- Gemiddelde bedtijd en opstaatijd
- Gemiddelde totale slaaptijd per nacht
- Slaap-efficiëntie (deel van de tijd in bed dat je daadwerkelijk slaapt)
- Variatie tussen doordeweekse dagen en weekend
- Aanwezigheid van dutjes overdag
Stel, je krijgt te horen:
Je ligt gemiddeld 8 uur in bed, maar je slaapt daarvan ongeveer 6 uur en 10 minuten. Je bedtijd varieert tussen 22.30 en 01.15 uur, met langere slaaptijd in het weekend.
Dat zegt iets over:
- Je slaapduur (eigenlijk best wel kort als je overdag moe bent)
- Je onregelmatigheid (grote verschillen tussen dagen)
- Je slaapkwaliteit (veel wakker liggen in bed)
Op basis daarvan kan de arts gerichter adviseren, bijvoorbeeld over vaste bedtijden, korter in bed liggen of verder onderzoek.
Actigrafie bij kinderen en jongeren
Bij kinderen is een slaaponderzoek in een lab vaak een drama. Plakkers, slangetjes, vreemde omgeving, ouders die zenuwachtig zijn... Niet ideaal. Actigrafie is dan een stuk vriendelijker:
- Het apparaatje is klein en draagbaar
- Het kind kan thuis slapen, naar school, sporten
- Je krijgt informatie over schooldagen én weekend
Bij jonge kinderen worden ouders vaak gevraagd het slaapdagboek in te vullen: wanneer lag het kind in bed, wanneer waren er nachtelijke huilbuien, wanneer werd er uit bed gekomen. De actigrafie laat dan zien of die momenten samengaan met grote bewegingen of juist niet.
Bij pubers helpt actigrafie ook in de communicatie. Als een grafiek zwart-op-wit laat zien dat iemand structureel te weinig slaapt door gamen tot 01.00 uur, is dat vaak overtuigender dan elk ouderlijk gesprek.
“Maar mijn smartwatch meet toch ook mijn slaap?”
Die vraag komt inmiddels standaard langs. En eerlijk is eerlijk: moderne smartwatches en fitnesstrackers geven best aardige indicaties van slaapduur en bedtijd. Maar er zijn een paar belangrijke verschillen met medische actigrafie:
- Een actigraaf is gekalibreerd en bedoeld voor medisch gebruik, met bekende meetfouten en gevalideerde algoritmes
- De ruwe data zijn beschikbaar voor analyse door professionals
- De interpretatie gebeurt door een arts of gespecialiseerd team, niet door een marketing-algoritme dat jou vooral een “slaapscore” wil geven
Je smartwatch kan je helpen bewust te worden van je slaappatroon, maar voor een diagnose of behandelplan vertrouwen slaapcentra liever op medische actigrafie. Zie je grote verschillen tussen je eigen horloge en een actigrafie-meting, dan gaat de arts uit van de medische meting.
Hoe bereid je je voor op een actigrafie-onderzoek?
Het fijne is: je hoeft bijna niets. Toch zijn er een paar dingen die het onderzoek beter maken:
- Draag het apparaat echt continu, ook overdag
- Noteer eerlijk je bedtijden en bijzonderheden in het slaapdagboek
- Probeer je normale leven te leiden, ga niet “extra je best doen” om goed te slapen
Als je bijvoorbeeld besluit tijdens de meetweken ineens geen koffie meer te drinken, veel eerder naar bed te gaan of elke dag te sporten, krijg je een vertekend beeld. Het doel is juist om te zien hoe je slaap er in het echte leven uitziet.
Wanneer heb je weinig aan actigrafie?
Actigrafie is minder geschikt als er een vermoeden is van:
- Slaapapneu (ademstops tijdens de slaap)
- Narcolepsie
- Complexe bewegingstoornissen in de slaap
Daarvoor zijn andere onderzoeken nodig, vaak inclusief ademhalingsmeting en EEG. Ook bij mensen die extreem weinig bewegen (bijvoorbeeld door een spierziekte) kan actigrafie misleidend zijn, omdat beweging dan geen goede graadmeter is.
Soms wordt actigrafie toch ingezet naast andere onderzoeken, bijvoorbeeld om te zien of iemand met slaapapneu na start van behandeling ook een regelmatiger ritme krijgt.
Wat gebeurt er ná de meting?
Na het inleveren van het apparaat worden de gegevens uitgelezen. Dat kost even tijd, zeker als je weken hebt gedragen. De arts of het slaapteam bekijkt:
- Of het slaapdagboek klopt met de meting
- Of er duidelijke patronen of verstoringen zijn
- Of er aanwijzingen zijn voor te weinig slaap, een verschoven ritme of veel nachtelijke onderbrekingen
In het uitslaggesprek wordt de actigrafie meestal gecombineerd met je klachten, eventuele vragenlijsten en lichamelijk onderzoek. De uitkomst kan zijn:
- Gerichte slaaphygiëne-adviezen of cognitieve gedragstherapie voor insomnia
- Onderzoek naar een circadiane ritmestoornis, bijvoorbeeld een vertraagde slaapfase
- Besluit om een polysomnografie of ademhalingsmeting te plannen
- Adviezen rond werk- en schooltijden, bijvoorbeeld bij ploegendienst of pubers met ernstig verschoven ritme
Veelgestelde vragen over actigrafie bij slaaponderzoek
Doet een actigrafie-onderzoek pijn of is het vervelend?
Nee, het is pijnloos. De meeste mensen vergeten na een dag al dat ze het apparaat dragen. Soms kan het polsbandje een beetje irriteren, maar dat is meestal op te lossen door het iets losser te doen of een zacht laagje eronder te dragen, als dat is toegestaan door het centrum.
Mag ik douchen of zwemmen met de actigraaf?
Dat verschilt per apparaat en per slaapcentrum. Vaak mag je er kort mee douchen, maar niet mee zwemmen of in bad. Je krijgt daar altijd duidelijke instructies over. Als je het apparaat even moet afdoen, noteer dat dan in het slaapdagboek.
Hoe lang moet ik het apparaat dragen?
In veel Nederlandse slaapcentra is 1 tot 2 weken gebruikelijk, soms 3 weken als er sterke verdenking is op een ritmestoornis of als het patroon erg wisselend lijkt. Hoe langer de meting, hoe beter het gemiddelde beeld, maar er wordt ook rekening gehouden met praktische haalbaarheid.
Kan actigrafie slaapapneu aantonen?
Niet rechtstreeks. Actigrafie meet geen ademhaling of zuurstofgehalte. Wel kan het laten zien dat je slaap sterk gefragmenteerd is, wat een reden kan zijn om verder onderzoek naar slaapapneu te doen, bijvoorbeeld met een nachtelijke ademhalingsmeting of polysomnografie.
Krijg ik de grafieken zelf ook te zien?
Dat hangt af van het slaapcentrum en de arts. Sommige artsen laten de grafieken tijdens het consult zien en leggen ze uit, anderen geven vooral een mondelinge samenvatting. Wil je de grafieken graag zelf bekijken, zeg dat dan gewoon tijdens het gesprek. Het is jouw onderzoek, jouw data.
Meer lezen over slaap en slaaponderzoek
Voor wie zich verder wil verdiepen in slaap, ritme en slaaponderzoek in Nederland en België, zijn dit betrouwbare startpunten:
- Algemene informatie over slaap en slaapproblemen: Thuisarts - Slaapproblemen
- Achtergrondinformatie over slaap en hersenen: Hersenstichting - Slaap
- Praktische uitleg over slaaponderzoeken: Slaapinstituut - Slaaponderzoek
Actigrafie is misschien niet het meest spectaculaire onderzoek, maar juist dat stille polsbandje kan laten zien wat jij zelf allang voelde: dat je slaapritme nou ja, allesbehalve ideaal is. En dat is vaak de eerste stap naar gerichte behandeling.
Related Topics
Je slaaponderzoek is klaar – en nu?
Snurken, stopmomenten, moe opstaan: is een apneutest thuis iets voor u?
Wat te Verwachten in het Slaaplaboratorium: Een Gids voor Patiënten
Waarom een slaapdagboek je slaaponderzoek maakt of breekt
Waarom die saaie slaapvragenlijsten je meer vertellen dan je denkt
Waarom de Meerdere Slaap Latentie Test meer zegt dan ‘ik ben moe’
Explore More Slaaponderzoek
Discover more examples and insights in this category.
View All Slaaponderzoek