Een nacht vol plakkers: zo voelt een polysomnografie echt

Stel je voor: je gaat naar bed, maar dit keer niet in je eigen slaapkamer. Je ligt in een ziekenhuis- of slaapcentrumkamer, met draden op je hoofd, bandjes om je borst en een slangetje onder je neus. En dan zegt iemand doodleuk: "Slaap lekker." Klinkt niet bepaald ontspannen, toch? Toch is dit precies wat er gebeurt bij een polysomnografie, het meest gebruikte slaaponderzoek om eindelijk duidelijkheid te krijgen over klachten als snurken, ademstops, extreem moe wakker worden of vreemde bewegingen in je slaap. Veel mensen stellen het onderzoek uit omdat ze denken dat het eng, pijnlijk of heel zwaar is. In de praktijk valt dat eigenlijk best wel mee, maar het helpt enorm als je weet wat er gaat gebeuren. In dit artikel loop ik met je mee door zo'n nacht. Van de voorbereiding in de avond tot het moment dat je de volgende ochtend weer naar buiten stapt met plakkerresten in je haar. Wat meten ze nou eigenlijk allemaal? Kun je nog normaal draaien? En belangrijker: kun je met al die bedrading nog wel slapen? Laten we die nacht eens rustig uit elkaar trekken.
Written by
Jamie
Published

Waarom artsen soms niet om polysomnografie heen kunnen

Veel klachten rond slaap zijn vaag: moe, hoofdpijn, prikkelbaar, concentratieproblemen. Dat kan van alles zijn. Koffieverslaving, stress, jonge kinderen, een te warme slaapkamer. Maar soms denkt een arts: hier speelt meer.

Neem Karin, 43 jaar. Haar partner merkt dat ze ‘s nachts regelmatig stopt met ademen en dan met een snurkachtige hap naar lucht weer verder slaapt. Overdag valt ze bijna in slaap achter haar computer. Bloedonderzoek is normaal, leefstijl redelijk op orde. Op een gegeven moment is de vraag onvermijdelijk: wat gebeurt er daadwerkelijk tijdens haar slaap? Dan kom je al snel uit bij een polysomnografie.

Het onderzoek wordt vooral ingezet bij een vermoeden op:

  • slaapapneu (ademstops in de slaap)
  • onrustige benen of andere bewegingsstoornissen tijdens de slaap
  • narcolepsie of andere complexe slaapstoornissen
  • onverklaarde vermoeidheid waarbij andere oorzaken al zijn uitgesloten

Kortom: als de klachten serieus zijn en de huisarts of specialist wil harde gegevens, is een nacht vol metingen vaak de volgende stap.

Hoe ziet zo’n nacht er nou echt uit?

De meeste mensen verwachten iets in de sfeer van sciencefiction. In de praktijk is het vaak gewoon een vrij saaie, functionele kamer met een bed, een camera en een kast vol snoeren.

De avond: binnenkomst en voorbereiding

Je meldt je meestal in de vroege avond bij het slaapcentrum of ziekenhuis. Soms heb je al eerder een intake gehad, soms krijg je die uitleg nog ter plekke. Je blijft gewoon in je eigen kleren tot de voorbereiding begint.

Dan volgt het deel waar veel mensen tegenop zien: het aanbrengen van alle meetapparatuur. Een laborant of slaaptechnoloog plakt elektroden op je hoofd, gezicht, borst en soms op je benen. Er komt een band om je borst en buik om je ademhaling te meten, een slangetje bij je neus om de luchtstroom te registreren en een sensor op je vinger voor het zuurstofgehalte.

Dat voelt nogal technisch, maar doet geen pijn. Het is meer gedoe dan pijn. De gel of pasta op je hoofdhuid is plakkerig, de tape kan wat trekken aan je huid en je voelt je in eerste instantie vooral… onhandig. Toch hoor je van veel mensen achteraf: “Ik dacht dat ik nooit zou kunnen slapen, maar ik sliep verrassend snel.”

De nacht zelf: slapen met een kabelboom

En dan komt het moment van de waarheid: het licht gaat uit. De apparatuur registreert intussen alles wat je doet. Geen zorgen, je ligt niet vast als een mummie. De kabels komen samen in een kastje dat vaak aan het bed wordt bevestigd of aan je pyjama hangt. Je kunt meestal nog prima op je zij draaien, al voelt het wat minder vrij dan thuis.

Er hangt een camera in de kamer en vaak is er ook een microfoon. Dat is niet om je gesprekken af te luisteren, maar om bijvoorbeeld snurken of bijzondere bewegingen te kunnen koppelen aan de metingen. Als er iets misgaat of je je niet prettig voelt, kun je via een bel of intercom contact opnemen met de laborant.

Een veelgehoorde zorg: “Maar wat als ik niet slaap?” Nou ja, niemand slaapt daar precies zoals thuis. Maar meestal slaap je toch een deel van de nacht, en dat is vaak al genoeg om waardevolle gegevens te verzamelen. De slaaptechnologen zijn eraan gewend dat de eerste uren wat onrustiger zijn.

De ochtend: plakkers, koffie en naar huis

In de ochtend word je wakker gemaakt of je wordt vanzelf wakker rond een afgesproken tijd. De elektroden en sensoren worden verwijderd. Dat kan een beetje trekken, vooral op plekken met haar, maar is meestal snel voorbij. De gel in je haar is hardnekkiger dan de plakkers.

Je krijgt meestal niet direct de uitslag. De data moeten worden geanalyseerd door een specialist, vaak een longarts, neuroloog of somnoloog. Dat is een precies werkje: elke slaapfase, ademstop, beenbeweging en hartritmewijziging wordt beoordeeld. De echte ontknoping komt dus pas tijdens een vervolgafspraak.

Wat meten ze nou eigenlijk allemaal?

Het woord “polysomnografie” klinkt zwaar, maar betekent letterlijk: “veel dingen meten tijdens de slaap”. En dat is precies wat er gebeurt.

Typisch wordt gekeken naar:

  • Hersengolven (EEG): hiermee wordt bepaald in welke slaapfase je zit. Zo is te zien of je voldoende diepe slaap en REM-slaap hebt.
  • Oogbewegingen (EOG): handig om REM-slaap (droomslaap) te herkennen.
  • Spieractiviteit (EMG): vooral bij de kin en soms benen, om te zien hoe gespannen of ontspannen je spieren zijn.
  • Ademhaling: via bandjes om borst en buik, en via een sensor bij neus en mond.
  • Zuurstofgehalte in je bloed (saturatie): via een sensor op je vinger of oor.
  • Hartritme (ECG): om te kijken hoe je hart zich gedraagt tijdens de slaap.
  • Bewegingen: via sensoren en de camera.

Bij mensen als Karin, met een vermoeden van slaapapneu, zie je in zo’n registratie bijvoorbeeld herhaaldelijk ademstops, dalingen in zuurstof, gevolgd door korte ontwakingen. Zij merkt daar zelf vaak weinig van, maar haar slaap is daardoor gefragmenteerd. Dat verklaart dan weer de extreme moeheid overdag.

Thuis of in het ziekenhuis: dat maakt verschil

Niet elke polysomnografie is hetzelfde. In sommige ziekenhuizen slaap je in het ziekenhuis of slaapcentrum, in andere gevallen krijg je een thuismeting. Dat laatste heet vaak een “polygrafie” of “thuis slaaponderzoek” en is meestal iets eenvoudiger dan een volledige polysomnografie.

Bij een thuismeting krijg je apparatuur mee naar huis. Minder elektroden op je hoofd, meer focus op ademhaling, snurken en zuurstof. Handig, want je slaapt in je eigen bed. Maar voor complexere vragen, zoals bij vermoeden van narcolepsie of bepaalde bewegingsstoornissen, heeft een specialist liever de volledige set metingen in een gecontroleerde omgeving.

Het is dus niet zo dat een thuismeting “minder goed” is, het is gewoon een ander instrument voor een andere vraag. Je arts kiest op basis van je klachten welke vorm het meest zinvol is.

Hoe bereid je je het beste voor?

Je hoeft geen heel ritueel te doen, maar een paar dingen helpen wel:

  • Was je haar van tevoren en gebruik geen gel, lak of olie. De elektroden plakken dan beter.
  • Drink in de middag en avond minder cafeïne. Dat vergroot de kans dat je toch in slaap valt.
  • Neem comfortabele nacht- en vrijetijdskleding mee. Je ligt tenslotte de halve nacht in bed.
  • Neem eventueel je eigen kussen mee, als dat is toegestaan. Dat maakt het net iets vertrouwder.

Sommige mensen zijn geneigd om expres weinig te slapen in de nacht ervoor “zodat ik daar vast wel in slaap val”. Dat is meestal niet nodig en kan je juist prikkelbaar en gespannen maken. Gewoon je normale ritme aanhouden is vaak het beste.

Is zo’n onderzoek gevaarlijk of pijnlijk?

De eerlijkste samenvatting: ongemakkelijk, maar veilig. Er gaan geen stroompjes je lichaam in, alles is registrerend. De apparatuur kijkt alleen naar wat je lichaam doet, het stuurt niets aan.

Mogelijke nadelen:

  • Een wat onrustige nacht en de dag erna wat vermoeider zijn.
  • Een geïrriteerde huid op de plekken waar plakkers hebben gezeten.
  • Soms lichte hoofdpijn of gespannen gevoel in nek en schouders door een andere slaaphouding.

Bij kinderen is het soms een groter avontuur. Zij vinden de plakkers vaak spannend of irritant. In veel slaapcentra zijn ze hierop ingesteld, met extra uitleg, speels materiaal of de mogelijkheid dat een ouder in de buurt blijft.

Wat doen artsen met al die data?

De magie gebeurt achteraf. Een polysomnografie levert letterlijk uren aan gegevens op. Die worden eerst technisch beoordeeld door een slaaplaborant, daarna medisch geïnterpreteerd door de arts.

Bij iemand met slaapapneu wordt bijvoorbeeld berekend hoeveel ademstops per uur voorkomen. Dat heet de apneu-hypopneu index (AHI). Op basis daarvan wordt bepaald of er sprake is van milde, matige of ernstige apneu, en welke behandeling past.

Bij andere aandoeningen, zoals narcolepsie, wordt soms een aanvullende test overdag gedaan, de zogenaamde MSLT (Multiple Sleep Latency Test), waarbij je meerdere keren overdag een dutje moet doen terwijl je hersenactiviteit wordt gemeten. Ook die beoordeling leunt op de gegevens van de nachtelijke polysomnografie.

De uitkomst kan verschillende kanten op gaan:

  • Er wordt een duidelijke slaapstoornis gevonden en er volgt een behandelvoorstel.
  • Er is wel iets mis met de slaapstructuur, maar geen duidelijke apneu of andere stoornis. Dan wordt vaak breder gekeken: leefstijl, medicatie, psychische factoren.
  • De meting is niet goed gelukt, bijvoorbeeld door te weinig slaap of technische storingen. Dan kan een herhaling nodig zijn.

Wat als je uitslag “normaal” is maar jij je beroerd voelt?

Dat gebeurt vaker dan je denkt. Iemand voelt zich overdag gesloopt, maar de polysomnografie laat geen duidelijke afwijkingen zien. Frustrerend, want je hoopt op een duidelijke verklaring.

Toch is een normale uitslag ook informatie. Het sluit bepaalde diagnoses uit, zoals ernstige slaapapneu. Dat dwingt arts en patiënt om verder te kijken: slaaphygiëne, stress, depressie, angst, medicatie, lichamelijke aandoeningen zoals schildklierproblemen of bloedarmoede.

Neem Jeroen, 36 jaar. Hij was ervan overtuigd dat hij apneu had. Hij snurkte, was doodmoe, werd soms duizelig wakker. De polysomnografie liet wel wat snurken zien, maar geen apneu. Uiteindelijk bleek hij een combinatie te hebben van chronische stress, te weinig herstelmomenten en veel schermgebruik tot laat in de avond. Niet het antwoord waarop hij hoopte, wel een richting waar hij echt iets mee kon.

Wanneer is polysomnografie eigenlijk een goed idee?

Je hoeft niet bij het eerste gaapje naar een slaapcentrum. Maar er zijn situaties waarin je huisarts of specialist serieus zal overwegen om je door te sturen:

  • Je partner ziet duidelijke ademstops of heftige onrust tijdens je slaap.
  • Je valt overdag bijna in slaap tijdens gesprekken, autorijden of werken.
  • Je hebt al langere tijd ernstige vermoeidheid zonder duidelijke verklaring.
  • Er is een vermoeden van een neurologische slaapstoornis, bijvoorbeeld bij rare bewegingen of gedragingen in je slaap.

Twijfel je zelf? Dan is de eerste stap altijd je huisarts. Die kan samen met jou inschatten of een verwijzing naar een longarts, neuroloog of slaapcentrum logisch is.

Veelgestelde vragen over polysomnografie

Slaap ik wel genoeg voor een betrouwbare test?
Vrijwel niemand slaapt daar zoals thuis. Dat weten artsen en laboranten ook. Vaak is een paar uur slaap al voldoende om de belangrijkste patronen te zien. Het hoeft geen perfecte nacht te zijn.

Mag ik mijn eigen medicijnen blijven gebruiken?
Stop nooit zomaar zelf met medicatie. Bespreek altijd vooraf met je arts wat je wel en niet moet innemen. Soms wil de arts juist zien hoe je slaapt mét je huidige medicatie, soms wordt iets tijdelijk aangepast.

Kan ik nog naar het toilet met al die draden?
Ja. De apparatuur is zo aangesloten dat je voorzichtig uit bed kunt. Vaak wordt het kastje losgekoppeld van de monitor en neem je dat even mee. Vraag het gewoon aan de laborant, die doet dit dagelijks.

Wordt alles wat ik zeg en doe opgenomen?
Er is beeld- en soms geluidsregistratie, maar die wordt alleen gebruikt om je slaapgedrag te beoordelen. Het is geen realityshow, maar een medisch onderzoek. De gegevens vallen onder het medisch beroepsgeheim.

Hoe lang duurt het voordat ik de uitslag krijg?
Dat verschilt per ziekenhuis, maar reken op enkele weken. De analyse kost tijd en de arts bespreekt de uitslag meestal in een aparte afspraak.

Verder lezen en betrouwbare informatie

Wil je zelf nog wat nalezen over slaaponderzoek en slaapstoornissen, dan zijn dit goede Nederlandstalige bronnen:

  • Thuisarts over slaapapneu en slaapklachten: https://www.thuisarts.nl/slaapapneu
  • Hersenstichting over slaap en hersenen: https://www.hersenstichting.nl/hersenaandoeningen/slaapproblemen
  • Slaapinstituut met uitleg over verschillende slaaponderzoeken: https://www.slaapinstituut.nl/slaaponderzoek

Als je binnenkort een polysomnografie krijgt, helpt het om te onthouden: het is geen gezellig hotel, maar ook geen martelkamer. Het is een nacht waarin je lichaam eerlijk laat zien wat het ‘s nachts uitspookt. En die informatie kan nou juist het verschil maken tussen blijven doormodderen en eindelijk gericht iets aan je klachten doen.

Explore More Slaaponderzoek

Discover more examples and insights in this category.

View All Slaaponderzoek