Je eerste bezoek aan het slaaplaboratorium: wat niemand je vertelt

Stel je voor: je ligt in een vreemd bed, met draden op je hoofd, een slangetje onder je neus en een camera die de hele nacht meekijkt. Klinkt als een slechte sciencefictionfilm, maar het is gewoon een nacht in een slaaplaboratorium. En eerlijk? Het valt meestal best wel mee. Veel mensen stellen een slaaponderzoek uit omdat ze het idee alleen al ongemakkelijk vinden. Slapen met plakkers, sensoren en vreemde apparatuur… hoe kun je dan ooit "normaal" slapen? Toch is zo'n onderzoek vaak de enige manier om eindelijk duidelijkheid te krijgen over klachten als extreme vermoeidheid, snurken, ademstops, onrustige benen of nachtelijke paniek. In dit artikel neem ik je mee door een bezoek aan het slaaplaboratorium, van de verwijzing door de huisarts tot het gesprek over de uitslag. Zonder suikerlaagje, maar ook zonder drama. Wat gebeurt er nou echt? Hoe ziet zo'n nacht eruit? En kun je überhaupt slapen met al die draden? Neem Mark van 42, die zó moe was dat hij op de bank in slaap viel tijdens het journaal. Zijn nacht in het slaaplab veranderde meer dan hij vooraf dacht.
Written by
Jamie
Published
Updated

Van vage klachten naar een uitnodiging voor het slaaplab

De meeste slaaplab-verhalen beginnen niet in het ziekenhuis, maar aan de keukentafel. Je partner die zegt: “Je stopt met ademen in je slaap.” Of een collega die opmerkt dat je er elke ochtend uitziet alsof je net een nachtdienst hebt gedraaid. En jij zelf, die denkt: dit kan toch niet normaal zijn?

Neem Mark, 42 jaar, IT-consultant. Hij werd door zijn vrouw naar de huisarts gestuurd omdat hij zo hard snurkte dat zij op de logeerkamer was gaan slapen. Overdag was hij prikkelbaar, kon zich slecht concentreren en viel hij in vergaderingen bijna in slaap. De huisarts dacht al snel aan slaapapneu en verwees hem naar de longarts, met als volgende stap een slaaponderzoek.

Zo gaat het meestal: je huisarts of specialist (vaak longarts, KNO-arts, neuroloog of psychiater) verwijst je door. Soms begin je met een eenvoudig slaaponderzoek thuis, soms ga je direct naar een slaaplaboratorium in het ziekenhuis of een gespecialiseerd slaapcentrum.

Wat is een slaaplaboratorium nou eigenlijk voor plek?

Een slaaplaboratorium klinkt alsof je in een soort hightech bunker terechtkomt, vol witte jassen en piepende apparaten. In de praktijk valt dat eigenlijk nogal mee.

Een slaaplab is meestal:

  • Een afdeling in het ziekenhuis of een zelfstandig slaapcentrum
  • Met een paar speciaal ingerichte kamers die lijken op hotel- of patiëntenkamers
  • Waar ‘s nachts een laborant of verpleegkundige aanwezig is om alles te bewaken

Je slaapt dus niet in een zaal met andere mensen. Je hebt gewoon je eigen kamer, een bed, vaak een nachtkastje, een kast en een eigen of gedeelde badkamer. Er hangt wel apparatuur, kabels en een camera, maar het is geen sciencefictiondecor.

Veel Nederlandse ziekenhuizen en slaapcentra hebben een pagina waarop je alvast foto’s van de kamers kunt zien. Dat helpt vaak om de drempel wat lager te maken.

Wie kom je allemaal tegen tijdens zo’n onderzoek?

Je ziet meestal niet één arts die alles doet. Een slaaponderzoek is teamwerk. Denk aan:

  • De verwijzend arts: huisarts, longarts, neuroloog, KNO-arts, psychiater
  • De slaaplaborant of polysomnografielaborant: die plakt de sensoren, bewaakt de metingen
  • Soms een verpleegkundige voor de algemene zorg
  • Later een somnoloog of slaaparts die de uitslag met je bespreekt

Bij Mark ging het zo: hij kreeg eerst een intake bij de longarts, die zijn klachten uitvroeg en lichamelijk onderzoek deed. Daarna werd er een nacht in het slaaplab ingepland. Op de avond zelf werd hij ontvangen door een slaaplaborant, die hem stap voor stap uitlegde wat er ging gebeuren. “Het is niet comfortabel,” zei ze eerlijk, “maar bijna iedereen slaapt toch meer dan hij denkt.”

Hoe bereid je je voor op een nacht in het slaaplab?

De meeste mensen zijn vooral bezig met één vraag: hoe ga ik ooit slapen met al die draden? Voorbereiding helpt dan.

Je krijgt vooraf meestal instructies, maar in de praktijk komt het vaak hierop neer:

  • Overdag geen dutjes doen, hoe verleidelijk ook
  • Geen of weinig cafeïne in de middag/avond
  • Geen alcohol en liefst ook geen slaapmiddelen (tenzij anders afgesproken)
  • Haar schoon en droog, geen gel of olie (anders plakken de elektroden slecht)
  • Comfortabele pyjama of nachtkleding meenemen
  • Eigen kussen mag vaak mee - vraag het gerust

Veel mensen nemen ook een boek, tablet of muziek mee. Dat mag meestal, zolang het niet stoort bij het onderzoek. Vraag vooral: wat is in dit slaaplab handig of juist onhandig?

De avond zelf: binnenkomst, uitleg en de eerste ongemakkelijkheid

Je meldt je meestal vroeg in de avond, vaak tussen 20.00 en 21.00 uur. Je wordt opgehaald uit de wachtkamer en naar je kamer gebracht. Daar krijg je uitleg:

  • Wat er die nacht gemeten wordt
  • Hoe laat het licht uit gaat
  • Hoe je de laborant kunt roepen
  • Wat je mag doen tot bedtijd

Bij Mark ging het verrassend informeel. Hij kreeg rustig de tijd om zijn spullen uit te pakken, pyjama aan te trekken en nog even een appje naar huis te sturen. Daarna kwam de laborant met een kar vol apparatuur de kamer in. “Nu wordt het even technisch,” zei ze, “maar ik praat je er gewoon doorheen.”

Al die draden: wat meten ze nou precies?

Dit is het punt waar veel mensen afhaken in hun hoofd: elektroden, slangetjes, bandjes. Toch is het handig om te weten waar het allemaal voor is, dan voelt het minder bedreigend.

Bij een standaard polysomnografie (de klassieke slaaplabnacht) worden meestal de volgende dingen gemeten:

  • Hersenactiviteit (EEG) met elektroden op je hoofd
  • Oogbewegingen met kleine plakkers naast je ogen
  • Spierspanning in je kin en soms benen
  • Ademhaling via een slangetje of sensoren onder de neus
  • Buik- en borstbewegingen met elastische banden
  • Zuurstofgehalte in je bloed met een sensor op je vinger
  • Hartslag met een ECG of via andere sensoren

Klinkt heftig, maar het zijn geen naalden. Het zijn plakkers, bandjes en een klein neusbrilletje. Ja, het voelt wat vreemd en je beweegt minder vrij dan thuis, maar je ligt niet vastgebonden.

De laborant test alles: “Kijk naar links, naar rechts, knipper, doe alsof je snurkt.” Niet omdat ze je wil pesten, maar om te checken of elk signaal goed binnenkomt.

“Maar ik slaap nooit in een vreemd bed” - en dan?

Die zin hoor je in elk slaaplab. En ja, het is waar: je slaapt anders dan thuis. Je weet dat je in de gaten wordt gehouden, je voelt de draden, je hoort misschien geluiden op de gang.

Toch blijkt in de praktijk dat de meeste mensen meer slapen dan ze denken. Je hebt geen perfecte nacht nodig om bruikbare gegevens te krijgen. Artsen zijn gewend om slaap te beoordelen in een omgeving die net niet helemaal normaal is.

Sommige mensen, zoals Sophie (34, verpleegkundige), slapen juist beter in het slaaplab dan thuis. Zij was doodsbang dat ze de hele nacht wakker zou liggen. In werkelijkheid sliep ze door de spanning sneller in dan thuis, waar ze de hele tijd lag te piekeren. “Hier mocht ik eindelijk eens gewoon liggen en hoefde ik niks,” zei ze later.

En wat als je echt bijna niet slaapt? Dan is dat óók informatie. Een ernstig verstoord slaappatroon, moeite met inslapen, veel wakker liggen - het wordt allemaal geregistreerd en meegenomen in de beoordeling.

Wat gebeurt er terwijl jij (hopelijk) slaapt?

Als het licht uitgaat, gaat het werk van de slaaplaborant pas echt beginnen. Vanuit een aparte ruimte wordt je slaap de hele nacht gemonitord. De camera loopt, de signalen komen binnen op een scherm.

Wat wordt er onder andere bekeken?

  • Hoe snel je in slaap valt
  • Hoe vaak je wakker wordt
  • Hoe lang je in de verschillende slaapfasen zit
  • Of je adem stokt of heel oppervlakkig wordt
  • Of je hartslag opvallend verandert
  • Of je benen veel bewegen of schokken

Bij verdenking op bepaalde aandoeningen, zoals REM-slaapgedragsstoornis, is videoregistratie belangrijk. Dan kan men zien of je bijvoorbeeld slaande bewegingen maakt tijdens dromen.

Gebeurt er iets opvallends, zoals ernstige ademstops of een forse daling van het zuurstofgehalte, dan grijpt de laborant niet meteen in. Het doel is eerst: meten hoe je “echt” slaapt. Alleen bij gevaarlijke situaties wordt direct contact gezocht.

De ochtend erna: plakkers, koffie en een licht katergevoel

Rond een vaste tijd, vaak tussen 6.00 en 7.00 uur, word je wakker gemaakt. De plakkers worden verwijderd (dat kan wat trekken), het haar is meestal een kleine ramp en je voelt je soms alsof je een rare logeerpartij achter de rug hebt.

Je vult meestal nog een korte vragenlijst in:

  • Hoe vond je dat je geslapen hebt?
  • Hoe vaak dacht je wakker te zijn?
  • Voelde je je onrustig, angstig, benauwd?

Interessant detail: die beleving komt vaak niet overeen met wat er op de metingen te zien is. Mensen die zweren dat ze nauwelijks geslapen hebben, blijken toch flinke blokken slaap te hebben gehad. En andersom.

Daarna mag je meestal naar huis. Zelf rijden mag vrijwel altijd, tenzij je extreem slaperig bent of andere afspraken hebt gemaakt met de arts.

En dan begint het wachten op de uitslag

De uitslag krijg je niet meteen. De data van een slaaponderzoek worden handmatig beoordeeld door een speciaal getrainde analist en vervolgens door een arts geïnterpreteerd. Dat kost tijd.

Bij Mark duurde het drie weken voor hij bij de longarts terugkwam. In die tijd had hij zich van alles in zijn hoofd gehaald: van “het zal wel meevallen” tot “ik heb vast iets heel ergs”.

Tijdens het uitslaggesprek wordt meestal besproken:

  • Hoeveel je geslapen hebt
  • Hoe je slaap verdeeld was over de nacht
  • Of er ademstops (apneus) of andere ademhalingsproblemen waren
  • Of er veel beenbewegingen of andere verstoringen waren
  • Of er aanwijzingen zijn voor bijvoorbeeld narcolepsie of REM-slaapstoornissen (als daar onderzoek naar gedaan is)

Bij Mark bleek hij gemiddeld meer dan 30 ademstops per uur te hebben. Ernstige obstructieve slaapapneu. Geen wonder dat hij zich overdag zo uitgeput voelde.

Wat als de uitslag “normaal” is, maar jij je niet normaal voelt?

Dat is een lastige, maar belangrijke situatie. Soms is het slaaponderzoek redelijk normaal, terwijl jij je nog steeds gebroken voelt.

Mogelijke verklaringen:

  • Je slaapt thuis anders dan in het lab (bijvoorbeeld meer prikkels, kinderen, stress)
  • Er is sprake van een insomnieprobleem dat niet puur lichamelijk is, maar ook met gedrag en gedachten te maken heeft
  • Er spelen andere medische of psychische factoren mee (depressie, angst, pijn, medicatie)

Dan is het gesprek met de arts extra belangrijk. Stel vragen. Zeg eerlijk dat je klachten niet “passen” bij wat je hoort. Soms is aanvullend onderzoek nodig, soms is een andere aanpak beter, zoals cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid.

Veelgehoorde misverstanden over een slaaplabbezoek

Er doen nogal wat verhalen de ronde over slaaplaboratoria. Een paar hardnekkige misverstanden:

“Je moet perfect slapen, anders is het onderzoek waardeloos."
Nee. Artsen zijn gewend aan minder ideale nachten. Ze hebben aan een paar uur slaap vaak al genoeg om patronen en problemen te zien.

“Ze geven je daar wel een slaappil."
Niet standaard. Slaapmiddelen kunnen het beeld vertekenen. Alleen als het echt niet anders kan en in overleg met de arts.

“Ze kijken de hele tijd live naar je."
Er is bewaking, maar niemand zit de hele nacht continu naar alleen jouw kamer te staren. De laborant houdt meerdere metingen tegelijk in de gaten.

“Het doet pijn."
Oncomfortabel? Ja. Pijnlijk? Normaal gesproken niet. Hooguit wat huidirritatie van de plakkers.

Wanneer is een slaaplaboratorium echt zinvol?

Een slaaplab is geen luxeonderzoek voor mensen die “gewoon een keer slecht slapen”. Het wordt vooral ingezet bij klachten waarbij objectieve metingen nodig zijn, zoals:

  • Vermoeden op slaapapneu (hard snurken, ademstops, extreme slaperigheid)
  • Onverklaarbare ernstige slaperigheid overdag (denk aan narcolepsie)
  • Onrustige benen en veel schokken in de slaap
  • Nachtelijke gedragingen zoals schreeuwen, vechten, slaapwandelen
  • Twijfel over epilepsie tijdens de slaap

Twijfel je of jouw klachten daaronder vallen? Op sites als Thuisarts en Gezondheidsnet vind je goede achtergrondinformatie die je kunt meenemen naar je huisarts.

Hoe een nacht in het slaaplab je leven kan veranderen

Dat klinkt groot, maar vraag het aan mensen bij wie een ernstige slaapstoornis is vastgesteld. Mark kreeg na zijn diagnose slaapapneu een CPAP-apparaat aangemeten. De eerste weken waren wennen, maar na een maand merkte hij dat hij overdag niet meer constant in slaap viel. Zijn vrouw verhuisde terug naar de echtelijke slaapkamer. Zijn bloeddruk daalde, zijn humeur knapte op.

Sophie, die jarenlang dacht dat ze “gewoon slecht sliep”, bleek een combinatie te hebben van insomnie en rusteloze benen. Met medicatie voor de benen en gedragstherapie voor haar slaappatroon sliep ze niet ineens als een roosje, maar wel zóveel beter dat ze haar baan weer fulltime kon oppakken.

Een slaaplaboratoriumbezoek is dus geen doel op zich, maar een middel. Het geeft cijfers, patronen, objectieve gegevens. Maar de kunst is om die gegevens te koppelen aan jouw verhaal. Dáár zit de winst.

Wat kun je zelf doen om het bezoek minder spannend te maken?

Er zijn een paar dingen die het allemaal net wat draaglijker maken:

  • Vraag vooraf om een folder of informatiepagina van het slaaplab
  • Schrijf je vragen op en neem ze mee
  • Bespreek met je partner of vriend(in) wat je spannend vindt
  • Plan de volgende ochtend niet te vol - je kunt je wat brak voelen
  • Accepteer dat het “raar” mag zijn; je hoeft niet stoer te doen

En misschien wel de belangrijkste: realiseer je dat iedereen in dat slaaplab gewend is aan mensen die het ongemakkelijk vinden. Je bent niet de eerste die zegt: “Ik slaap nooit in een vreemd bed” of “Ik voel me net een kerstboom met al die snoeren”. Ze horen het dagelijks.

Veelgestelde vragen over een slaaplaboratoriumbezoek

Hoe lang duurt het voordat ik de uitslag krijg?
Dat verschilt per ziekenhuis, maar reken op 2 tot 6 weken. De gegevens moeten handmatig beoordeeld worden en daarna door een arts geïnterpreteerd. Vraag bij vertrek gerust naar de verwachte wachttijd.

Mag ik mijn telefoon gebruiken tijdens het onderzoek?
Tot bedtijd meestal wel, zolang het de metingen niet stoort. Tijdens de nacht zelf is het idee dat je probeert te slapen. Blauw licht en appjes helpen daar nou ja, niet echt bij.

Wat als ik ‘s nachts naar de wc moet met al die draden?
Dat kan gewoon. Je roept de laborant via een bel of knop, die je loskoppelt van de centrale apparatuur. De meeste sensoren blijven zitten, je neemt een deel van de kabels gewoon mee.

Word ik gefilmd terwijl ik slaap?
Vaak wel, maar de beelden worden alleen gebruikt voor medische beoordeling en vallen onder het medisch beroepsgeheim. Vraag gerust hoe lang ze bewaard blijven en wie ze mag zien.

Is een slaaponderzoek gevaarlijk of belastend voor mijn gezondheid?
Nee, het is een veilig onderzoek. Er worden geen stoffen ingespoten, er is geen straling. De belasting zit vooral in het ongemak en het anders slapen dan normaal.


Meer lezen over slaap en slaaponderzoek? Kijk eens op:

Explore More Slaaponderzoek

Discover more examples and insights in this category.

View All Slaaponderzoek