Slapen met slangen thuis - waarom artsen dat steeds vaker willen
Waarom artsen je tegenwoordig liever thuis laten slapen
De klassieke versie ken je misschien uit tv-series: iemand ligt in een slaaplaboratorium, vol geplakt met elektroden, kabels en een camera in de hoek. Dat is polysomnografie, de gouden standaard om slaapstoornissen in kaart te brengen. Alleen: zo slaapt bijna niemand in het echte leven.
Artsen zagen al jaren hetzelfde probleem terugkomen. Patiënten vertelden: “Ik sliep bijna niet” of “Zo gaat het thuis echt niet”. En als je slaaponderzoek draait op een nacht die totaal anders verloopt dan normaal, hoe betrouwbaar zijn de resultaten dan eigenlijk?
Thuispolysomnografie probeert dat probleem te verkleinen. Zelfde type metingen, maar dan in je eigen omgeving. Geen ziekenhuisgeluiden, geen onbekere geuren, geen andere matras. Voor veel mensen scheelt dat echt enorm.
Wat er technisch gezien allemaal wordt gemeten
Polysomnografie - of die nu in het ziekenhuis of thuis gebeurt - is behoorlijk compleet. Bij een thuisopstelling worden meestal de volgende signalen gemeten:
- Hersenactiviteit (EEG) om je slaapstadia te bepalen
- Oogbewegingen (EOG) om REM-slaap te herkennen
- Spierspanning van de kin (EMG)
- Ademhaling via neus/mond (flow-sensor of canule)
- Beweging van borst en buik om ademarbeid te meten
- Zuurstofgehalte in het bloed (saturatiemeter)
- Hartslag (ECG of via de saturatiemeter)
- Lichaamshouding en soms beenbewegingen
In een slaapcentrum worden deze signalen continu bewaakt door apparatuur in de kamer. Bij thuispolysomnografie wordt alles aangesloten op een draagbaar kastje, meestal ter grootte van een kleine tablet of iets kleiner. Dat kastje neemt alle data op tijdens de nacht.
De truc is dus niet dat er minder gemeten wordt, maar dat de techniek kleiner en slimmer is geworden, zodat het mee naar huis kan.
Hoe ziet zo’n thuisnacht er nou echt uit?
Neem Sanne, 42, vermoed slaapapneu. Ze snurkt, is overdag moe en haar partner heeft al een paar keer gemerkt dat ze soms even stopt met ademen. De longarts wil het goed uitzoeken en stelt een thuispolysomnografie voor.
Sanne komt eind van de middag naar het slaapcentrum. Een laborant plakt elektroden op haar hoofd, naast haar ogen en op haar kin, zet bandjes om borst en buik, bevestigt een saturatiemeter aan haar vinger en sluit alles aan op het draagbare kastje. Ze krijgt een korte uitleg: hoe ze moet gaan slapen, wat ze wel en niet mag loshalen, wat te doen als er iets afvalt.
Daarna rijdt ze, compleet bedraad, naar huis. Ja, dat voelt even ongemakkelijk in de auto. Thuis probeert ze zo normaal mogelijk haar avondroutine te doen. Douchen zit er niet meer in, maar tandenpoetsen en nog even op de bank kan prima. Voor het slapengaan drukt ze op een knop om de registratie te starten. De rest gaat zoals altijd: licht uit, ogen dicht, hopen dat je in slaap valt.
De volgende ochtend koppelt ze alles zelf los, stopt het kastje in een tas en brengt het terug. De data wordt ingelezen, een slaapdeskundige en arts analyseren de nacht en een week later hoort ze de uitslag.
Voor wie thuispolysomnografie eigenlijk bedoeld is
Thuispolysomnografie wordt vooral ingezet bij mensen bij wie een eenvoudiger slaaponderzoek (zoals een beperkte apneu-registratie) niet genoeg informatie geeft, of bij wie men meer wil weten over de slaapstructuur. Denk aan:
- Vermoeden op slaapapneu waarbij ook andere slaapklachten spelen
- Onrustige nachten met veel wakker worden zonder duidelijke reden
- Vermoeden op verstoringen in de slaaparchitectuur, bijvoorbeeld bij bepaalde neurologische aandoeningen
- Mensen die in een ziekenhuisomgeving nauwelijks slapen en bij wie eerdere onderzoeken daardoor mislukten
Neem Marc, 58, met ernstige slapeloosheid. Zijn eerste nacht in het slaapcentrum was een ramp: hij sliep amper 2 uur. De metingen waren technisch prima, maar gaven geen beeld van zijn normale nacht. Bij een tweede poging koos de arts voor thuispolysomnografie. Thuis sliep hij 5 uur, nog steeds weinig, maar wel meer representatief. In die uren waren er duidelijke periodes met onrustige slaap en kortdurende ademstops te zien. Zonder die thuisnacht was die combinatie waarschijnlijk onopgemerkt gebleven.
Thuis is fijner, dus altijd beter? Nou ja, niet helemaal
Het klinkt heerlijk: alles thuis. Maar er zitten ook duidelijke nadelen en beperkingen aan.
Voordelen die patiënten vaak noemen:
- Je slaapt in je eigen bed, wat vaak beter lukt dan in een ziekenhuis
- Minder reistijd en minder gedoe met opname
- Je houdt je eigen ritme: dezelfde bedtijd, zelfde kussen, zelfde geluiden
- Vaak minder wachttijd omdat er meer mensen per nacht onderzocht kunnen worden
Maar er zijn ook haken en ogen:
- Er is geen verpleegkundige in de buurt om iets te herstellen als er een sensor loslaat
- Als het kastje niet goed start, kan de hele nacht waardeloos zijn
- Niet iedereen durft met alle apparatuur op in de auto te stappen of alleen thuis te slapen
- Bij complexe neurologische of zeldzame slaapstoornissen is een laboratorium met video-registratie vaak nog steeds beter
Artsen moeten dus per persoon afwegen: is thuis realistisch en veilig, en gaan we er echt betere informatie uit halen?
Hoe betrouwbaar is zo’n thuisonderzoek eigenlijk?
De vraag die veel mensen stellen: “Is het net zo betrouwbaar als in het ziekenhuis?” Het eerlijke antwoord: voor veel indicaties komt het heel dicht in de buurt, maar het hangt sterk af van wat je precies wilt weten.
Bij verdenking op slaapapneu blijkt uit onderzoek dat thuispolysomnografie in de meeste gevallen voldoende data oplevert om een diagnose te stellen of uit te sluiten. De ademhalingssignalen en zuurstofmetingen zijn thuis meestal net zo goed bruikbaar als in het ziekenhuis.
Waar het iets lastiger wordt, is bij:
- Zeldzame parasomnieën (bijvoorbeeld nachtelijke aanvallen die je ook op video wilt zien)
- Complexe epilepsie-achtige verschijnselen tijdens de slaap
- Heel subtiele veranderingen in hersenactiviteit
Daarom zie je in praktijk vaak een mix. Voor de grote groep mensen met vermoed slaapapneu of onrustige slaap kiest men steeds vaker voor thuis. Voor de ingewikkelde casussen blijft een nacht in het slaaplaboratorium de voorkeur houden.
Hoe bereid je je voor op een nacht met thuispolysomnografie?
De voorbereiding lijkt meer op een gewone ziekenhuisnacht dan op een “doe-het-zelf-pakket”. Vrijwel altijd geldt:
- De elektroden en sensoren worden door getraind personeel aangebracht
- Je krijgt mondelinge uitleg en vaak ook een korte handleiding mee
- Soms wordt er getest of het systeem goed opneemt voordat je naar huis gaat
Thuis helpt het als je een paar dingen regelt:
- Zorg dat je bed goed bereikbaar is, zonder dat je over kabels struikelt
- Leg kleding klaar die makkelijk over de sensoren heen gaat (los shirt, geen strakke col)
- Plan geen late afspraken of intensieve sport die avond
En misschien nog wel het belangrijkste: verwacht niet dat je “perfect” moet slapen. Een slaaponderzoek hoeft geen ideale nacht te zijn om nuttig te zijn. Artsen zijn gewend aan onrustige, korte en rare nachten in de data. Dat hoort er gewoon bij.
Vergelijking met andere vormen van thuis-slaaponderzoek
Er is vaak verwarring tussen thuispolysomnografie en andere, simpelere onderzoeken die je ook thuis doet. Veel mensen krijgen eerst een beperkte slaapregistratie, meestal gericht op apneu. Dat is vaak een kleiner setje sensoren: neuscanule, borstband, saturatiemeter, soms een microfoon voor snurken. Geen EEG, geen oogbewegingen, geen slaapstadia.
Thuispolysomnografie gaat een stap verder en meet wél je hersenactiviteit en slaapstadia. Het verschil is groot:
- Met een eenvoudige apneu-registratie kun je ademstops en zuurstofdalingen zien, maar niet of je daardoor ook echt uit je slaap raakt
- Met polysomnografie zie je wél of en hoe vaak je uit je slaapstadium schiet, hoe je REM-slaap eruitziet en of je totale slaapduur klopt met wat je zelf ervaart
Voor iemand die alleen snurkt en overdag een beetje moe is, is zo’n beperkte meting vaak genoeg. Voor iemand met een complex klachtenpatroon - bijvoorbeeld combinatie van slapeloosheid, rare bewegingen in de nacht en forse slaperigheid overdag - is thuispolysomnografie veel informatiever.
Hoe snel heb je uitslag en wat gebeurt er daarna?
De meeste mensen verwachten dat de computer na één klik vertelt wat er mis is. Helaas. De ruwe data van een polysomnografie wordt nog steeds handmatig beoordeeld door een slaapdeskundige. Die loopt de hele nacht door, seconde voor seconde, en deelt je slaap in fases in. Dat heet scoren.
Daarna bekijkt de arts de gescoorde data: slaapduur, slaapstadia, ademstops, zuurstofdalingen, hartritme, bewegingen. Op basis daarvan krijg je:
- Een technische samenvatting (hoeveel uur geslapen, hoeveel REM, hoeveel apneus, etc.)
- Een klinische interpretatie: wat betekent dit voor jouw klachten?
- Een voorstel voor beleid: geruststelling, leefstijladvies, eventueel behandeling (bijvoorbeeld CPAP bij slaapapneu) of aanvullend onderzoek
Reken in praktijk op 1 tot 3 weken tussen onderzoek en uitslag, afhankelijk van de drukte in het slaapcentrum.
Wanneer je beter niet voor thuispolysomnografie kiest
Er zijn situaties waarin een arts bewust níet voor thuis kiest, ook al lijkt dat aantrekkelijker.
Denk aan:
- Ernstige hart- of longziekten waarbij men je tijdens de nacht actief wil kunnen monitoren
- Sterke verdenking op nachtelijke epilepsie, waarbij video en extra EEG-kanalen nodig zijn
- Mensen die thuis onvoldoende ondersteuning hebben en zich onveilig voelen met apparatuur
- Ernstige cognitieve problemen waardoor omgaan met het kastje lastig is
In die gevallen is een gecontroleerde ziekenhuisomgeving gewoon veiliger en informatiever.
Wat betekent dit allemaal voor jou als patiënt?
Als jouw arts thuispolysomnografie voorstelt, is dat meestal omdat men verwacht dat jouw “echte” slaap thuis beter te vangen is dan in een kliniek. Het is geen licht onderzoek - je wordt nog steeds vol geplakt en aangesloten - maar de drempel is vaak lager dan een nacht op een vreemde afdeling.
Een paar nuchtere punten om mee te nemen:
- Verwacht geen normale nacht, maar wel een nacht die vaak dichter bij je eigen patroon ligt dan in het ziekenhuis
- Wees niet bang om vragen te stellen over de techniek en wat er precies gemeten wordt
- Geef eerlijk aan als je je onveilig voelt met alle apparatuur thuis, dan kan er soms toch voor een klinische opname gekozen worden
Wil je je alvast inlezen over slaaponderzoek in het algemeen, dan zijn sites als Thuisarts en de Hersenstichting goede startpunten. Voor meer achtergrond over slapen en slaapstoornissen kun je ook kijken bij bijvoorbeeld het Slaapinstituut.
Veelgestelde vragen over thuispolysomnografie
Doet thuispolysomnografie pijn?
Nee. Het kan oncomfortabel zijn door de plakkers, bandjes en slangetjes, maar pijnlijk is het niet. De meeste mensen wennen er na een tijdje liggen min of meer aan. De huid kan na afloop wat geïrriteerd zijn waar elektroden hebben gezeten, maar dat trekt meestal snel weg.
Kan ik gewoon op mijn zij of buik slapen met alle sensoren?
Vaak wel, maar het hangt af van de precieze opstelling. Rug- en zijligging zijn meestal geen probleem. Buikslapen wordt lastiger door de sensoren en het kastje. Bespreek vooraf met de laborant hoe jij normaal slaapt, dan kunnen ze soms iets aanpassen in de plaatsing.
Mag ik mijn medicijnen gewoon innemen?
In principe wel, tenzij de arts expliciet iets anders zegt. Het is juist belangrijk dat je je gewone patroon volgt, zodat de meting representatief is. Meld wel altijd welke medicijnen je gebruikt, zeker slaapmiddelen, antidepressiva en middelen voor de longen.
Wat als ik bijna niet slaap tijdens het onderzoek?
Dat komt vaker voor dan je denkt. Soms is er toch genoeg data om conclusies te trekken, bijvoorbeeld als er in korte slaapperiodes al duidelijke ademstops of ritmestoornissen te zien zijn. Als de nacht écht mislukt is, kan de arts voorstellen om het onderzoek te herhalen, eventueel dan toch in het slaaplaboratorium.
Wordt mijn slaap ook gefilmd bij thuispolysomnografie?
Meestal niet. Video-opnames zijn technisch en privacy-technisch thuis lastiger te organiseren. Bij verdenking op bepaalde nachtelijke gedragingen of epilepsie kiest men daarom vaker voor een opname in het slaaplaboratorium, waar wél standaard video wordt gebruikt.
Meer lezen
- https://www.thuisarts.nl/slaapapneu
- https://www.hersenstichting.nl/aandoeningen/slaapstoornissen/
- https://www.slaapinstituut.nl/artikelen
- https://www.gezondheidsnet.nl/slaap
Related Topics
Je slaaponderzoek is klaar – en nu?
Snurken, stopmomenten, moe opstaan: is een apneutest thuis iets voor u?
Wat te Verwachten in het Slaaplaboratorium: Een Gids voor Patiënten
Waarom een slaapdagboek je slaaponderzoek maakt of breekt
Waarom die saaie slaapvragenlijsten je meer vertellen dan je denkt
Waarom de Meerdere Slaap Latentie Test meer zegt dan ‘ik ben moe’
Explore More Slaaponderzoek
Discover more examples and insights in this category.
View All Slaaponderzoek