Wat er met je gebeurt als je slaapt in het ziekenhuis
Waarom je soms niet meer wegkomt met ‘ik slaap gewoon slecht’
De meeste mensen rommelen best wel lang zelf aan met hun slaap. Nog een kussen erbij, een ander matras, minder koffie, meer melatoninepilletjes. En soms helpt dat ook gewoon prima. Maar er is een punt waarop een huisarts of specialist denkt: hier moeten we ophouden met gokken.
Dat punt komt vaak als klachten langer aanhouden of echt gaan ingrijpen in je dagelijks leven. Denk aan:
- je valt overdag bijna in slaap achter het stuur
- je partner zegt dat je adem stokt in je slaap
- je hebt rare bewegingen of schokken in de nacht
- je wordt elke nacht tientallen keren wakker zonder duidelijke reden
- je hoofd voelt overdag alsof je een kater hebt, terwijl je niks gedronken hebt
Neem Fatima, 42 jaar. Ze werkt in de zorg en merkte dat ze tijdens de nachtdienst letterlijk staand in slaap dreigde te vallen. Thuis snurkte ze zo hard dat haar man op de bank ging slapen. “Het zal wel stress zijn”, dacht ze. Tot haar huisarts zei: “Ik wil dat hier iemand met meetapparatuur naar kijkt.” En daar begint het verhaal van een slaaponderzoek.
Slaaponderzoek is geen één ding (en dat is handig om te weten)
Er wordt vaak gedaan alsof er maar één soort slaaponderzoek bestaat. In werkelijkheid zijn er verschillende vormen, met elk hun eigen doel en gedoe-niveau.
De klassieker: slapen in het slaapcentrum (polysomnografie)
Dit is de variant waar de meeste mensen aan denken. Je slaapt een nacht in een speciaal slaapcentrum of ziekenhuis. Daar meten ze van alles tegelijk:
- hersenactiviteit (EEG) via plakkers op je hoofd
- oogbewegingen (om te zien in welke slaapfase je zit)
- spierspanning, meestal bij je kin en soms benen
- ademhaling via slangetjes bij je neus en mond
- borst- en buikbewegingen met banden
- hartslag via elektrodes op je borst
- zuurstofgehalte in je bloed met een sensor op je vinger
- snurkgeluid en soms videobeelden
Klinkt heftig. En eerlijk: het ziet er ook best indrukwekkend uit. Maar het doet geen pijn. Het grootste ongemak is dat je met al die draadjes en slangetjes moet zien te slapen. En ja, dat lukt echt vaker wel dan niet.
De thuistest: slapen in je eigen bed met apparatuur
Als de arts vooral denkt aan slaapapneu, kiezen ze soms voor een eenvoudiger onderzoek dat je thuis doet. Je krijgt dan een apparaat mee waarmee onder andere je ademhaling, snurken, zuurstofgehalte en slaaphouding worden gemeten.
Je slaapt gewoon in je eigen bed. Minder compleet dan de nacht in het slaapcentrum, maar voor veel mensen een stuk laagdrempeliger. En vaak genoeg om bijvoorbeeld matige tot ernstige slaapapneu op te sporen.
De dagvariant: onderzoek naar extreme slaperigheid (MSLT)
Er is nog een andere categorie: mensen die overdag zó slaperig zijn dat een gewone nachtmeting niet genoeg zegt. Dan kan een MSLT (Multiple Sleep Latency Test) worden gedaan. Je slaapt eerst een nacht onder bewaking, en de volgende dag mag je meerdere keren “gecontroleerd dutten”. De arts kijkt hoe snel je in slaap valt en in welke slaapfase je terechtkomt. Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt bij verdenking op narcolepsie.
Hoe kom je überhaupt bij een slaaponderzoek terecht?
Je belandt niet zomaar in een slaapcentrum omdat je een keer slecht hebt geslapen. Er zit meestal een route achter:
- je gaat naar de huisarts met klachten over vermoeidheid, snurken, concentratieproblemen of rare dingen in je slaap
- de huisarts stelt vragen, onderzoekt je, kijkt naar je medicatie en leefstijl
- soms krijg je eerst adviezen over slaapritme, cafeïne, beeldschermen, gewicht of beweging
- als de klachten blijven of verdacht zijn voor een slaapstoornis, volgt een verwijzing naar een longarts, KNO-arts, neuroloog of gespecialiseerd slaapcentrum
Neem Mark, 55 jaar, vrachtwagenchauffeur. Hij werd twee keer bijna van de weg getoeterd omdat hij in slaap dreigde te vallen. Zijn werkgever stuurde hem naar de bedrijfsarts, die hem direct naar de huisarts stuurde. Binnen een maand lag hij in een slaapcentrum, omdat niemand het risico wilde nemen dat hij met onopgemerkte slaapapneu de weg op ging.
Wat er die ene nacht in het slaapcentrum echt gebeurt
Laten we even eerlijk zijn: het idee dat iemand je de hele nacht in de gaten houdt, voelt voor veel mensen ongemakkelijk. Dus hoe gaat zo’n nacht nou praktisch in zijn werk?
Aankomst en voorbereiding
Je komt meestal in de avond aan. Je neemt mee wat je normaal ook nodig hebt om te slapen: pyjama, toiletspullen, eventueel je eigen kussen. Een verpleegkundige legt rustig uit wat er gaat gebeuren.
Daarna begint het “bekabelen":
- plakkers op je hoofd, gezicht en kin
- banden om je borst en buik
- een klein slangetje bij je neus
- plakkers op je benen als er verdenking is op onrustige benen of schokken
Alles wordt aangesloten op een kastje of op apparatuur naast het bed. Je kunt meestal nog gewoon naar het toilet, al is het soms even met een kabeltje in je hand.
Slapen met apparatuur: kan dat wel?
Vrijwel iedereen zegt hetzelfde: “Ik slaap hier vast geen oog dicht.” En toch blijkt uit de metingen dat de meesten voldoende slapen om bruikbare gegevens te krijgen. Je hoeft geen perfecte nacht te hebben. De arts kijkt naar patronen, ademstops, bewegingen en slaapfasen. Daar is geen acht uur droomloze topnacht voor nodig.
Het helpt dat de kamer donker en stil is. Geen kinderen, geen telefoon, geen partner die ligt te draaien. Voor sommige mensen is het stiekem de rustigste nacht in maanden.
De ochtend erna
In de ochtend worden alle plakkers en slangetjes verwijderd. Soms mag je direct naar huis, soms heb je nog een dagonderzoek. De uitslag krijg je niet meteen. De data moet eerst worden geanalyseerd door een laborant en daarna beoordeeld door een arts. Dat kost tijd, vaak enkele weken.
Wat artsen zoeken in al die grafiekjes
Een slaaponderzoek levert een enorme hoeveelheid data op. Het is geen simpele “ja of nee"-test. Artsen kijken naar verschillende dingen tegelijk.
Slaaparchitectuur: hoe zit je nacht in elkaar?
Je slaap bestaat uit verschillende fasen: lichte slaap, diepe slaap en REM-slaap (droomslaap). In een gezonde nacht wisselen die elkaar af in blokken. Bij sommige stoornissen zie je dat patroon helemaal in de war.
Bijvoorbeeld bij iemand met ernstige slapeloosheid zie je vaak veel wakker-tijd tussendoor. Bij bepaalde neurologische aandoeningen kan de REM-slaap afwijkend zijn. Dat soort patronen geven artsen aanwijzingen over wat er speelt.
Ademhaling: stopt je adem echt in je slaap?
Bij verdenking op slaapapneu is dit waar de meeste aandacht naartoe gaat. De arts kijkt naar:
- hoe vaak je adem stokt of sterk vermindert
- hoe lang dat duurt
- hoeveel je zuurstofgehalte daalt
- of dit vooral in rugligging gebeurt of in alle houdingen
Op basis daarvan wordt berekend hoe ernstig de apneu is. Dat bepaalt weer welke behandeling past, bijvoorbeeld een CPAP-apparaat, een beugel, houdingsadvies of gewichtsverlies.
Bewegingen en gedrag tijdens de slaap
Voor mensen met rare nachtelijke verschijnselen kan video-opname gecombineerd met de metingen heel verhelderend zijn. Denk aan:
- schoppen met de benen
- praten, roepen of schreeuwen in de slaap
- slaapwandelen of andere complexe bewegingen
Zo kan een arts onderscheid maken tussen bijvoorbeeld epileptische aanvallen in de nacht, REM-slaapgedragsstoornis of “gewoon” onrustige benen.
Hoe voelt het om de uitslag van een slaaponderzoek te krijgen?
Dit is het moment waarop veel mensen een mix van opluchting en schrik ervaren.
Neem weer even Fatima. Zij hoorde na haar onderzoek dat ze ernstige obstructieve slaapapneu had, met tientallen ademstops per uur. Aan de ene kant was ze geschrokken: “Mijn adem stopt dus echt de hele tijd.” Aan de andere kant viel er een last van haar schouders: ze was niet lui, niet zwak, niet “aanstellerig”. Haar lichaam kreeg gewoon veel te weinig rust.
Bij anderen komt er juist uit dat er géén duidelijke stoornis te zien is. Dat kan frustrerend voelen, maar het is ook informatie. Dan gaat de arts verder zoeken: speelt stress een rol, is er een depressie, zijn er hormonale problemen, of is het slaapritme totaal ontregeld?
Wanneer heeft een slaaponderzoek nou écht zin?
Je hoeft niet bij elk slaapprobleem meteen aan een slaaponderzoek te denken. Het is vooral zinvol als er aanwijzingen zijn voor:
- slaapapneu (snurken, ademstops, niet-verfrissende slaap, slaperigheid overdag)
- narcolepsie of andere aandoeningen met extreme slaperigheid
- onrustige benen of periodieke beenbewegingen in de slaap
- nachtelijke epilepsie
- onverklaarde rare nachtelijke gedragingen
Heb je vooral moeite met inslapen, pieker je veel, of word je vroeg wakker en kun je niet meer slapen? Dan is cognitieve gedragstherapie voor insomnia vaak een betere eerste stap dan direct een slaaponderzoek.
Veelgestelde vragen over slaaponderzoek
Doet een slaaponderzoek pijn?
Nee. De plakkers, slangetjes en banden kunnen wat oncomfortabel zijn, maar ze doen geen pijn. Sommige mensen hebben na afloop een licht geïrriteerde huid waar de elektroden zaten, maar dat trekt meestal snel weg.
Wat als ik helemaal niet kan slapen tijdens het onderzoek?
Dat denkt bijna iedereen vooraf. In de praktijk slapen de meeste mensen toch, al is het minder dan normaal. Artsen hebben vaak genoeg aan een paar uur slaap om patronen te zien. Als het echt totaal mislukt, kan het onderzoek eventueel worden herhaald.
Mag ik mijn eigen kussen meenemen?
Ja, meestal wel. Sterker nog, het wordt vaak aangeraden om iets vertrouwds mee te nemen, zodat je je wat meer op je gemak voelt. Vraag het voor de zekerheid even na bij het slaapcentrum.
Hoe lang duurt het voor ik de uitslag krijg?
Reken op enkele weken. De gegevens moeten technisch worden geanalyseerd en daarna medisch beoordeeld. In drukke centra kan het wat langer duren. Je krijgt de uitslag meestal tijdens een polikliniekafspraak of telefonisch consult met de arts.
Wordt een slaaponderzoek vergoed?
In Nederland en België wordt een slaaponderzoek meestal vergoed vanuit de basisverzekering, mits er een medische indicatie is en een verwijzing van een arts. Houd wel rekening met eigen risico in Nederland. Informeer altijd bij je zorgverzekeraar en het ziekenhuis of slaapcentrum.
Zelf verder lezen over slaap en slaaponderzoek
Wil je zelf nog wat dieper in de materie duiken, dan zijn deze Nederlandstalige bronnen betrouwbaar en goed leesbaar:
- Thuisarts - Slaapapneu voor uitleg over klachten, onderzoek en behandeling bij slaapapneu
- Hersenstichting - Slaap en slaapstoornissen voor een overzicht van verschillende slaapstoornissen
- Slaapinstituut - Informatie over slaaponderzoek voor praktische uitleg over hoe een slaaponderzoek in zijn werk gaat
Tot slot
Een slaaponderzoek voelt misschien als een grote stap. Je ligt daar toch maar, vol plakkers, terwijl iemand je nacht in grafieken verandert. Maar als je al maanden of jaren rondloopt met vermoeidheid, concentratieproblemen of rare nachtelijke klachten, kan dat ene etmaal meten nou ja, behoorlijk veel duidelijkheid geven.
En duidelijkheid is vaak precies wat je nodig hebt om van “ik ben gewoon altijd moe” naar een gerichte behandeling te gaan.
Related Topics
Je slaaponderzoek is klaar – en nu?
Snurken, stopmomenten, moe opstaan: is een apneutest thuis iets voor u?
Wat te Verwachten in het Slaaplaboratorium: Een Gids voor Patiënten
Waarom een slaapdagboek je slaaponderzoek maakt of breekt
Waarom die saaie slaapvragenlijsten je meer vertellen dan je denkt
Waarom de Meerdere Slaap Latentie Test meer zegt dan ‘ik ben moe’
Explore More Slaaponderzoek
Discover more examples and insights in this category.
View All Slaaponderzoek