Je eerste nacht in het slaaplaboratorium: hoe gaat dat nou echt?

Stel je voor: je ligt in een vreemd bed, met draadjes op je hoofd, een slangetje onder je neus en iemand die je de hele nacht in de gaten houdt. Klinkt als een slechte film, toch? En toch is dit precies waar veel mensen doorheen gaan als ze een slaaponderzoek krijgen in een slaaplaboratorium. Misschien heb je al maanden last van snurken, rare ademstops, extreme moeheid overdag of onrustige benen. Je huisarts of specialist heeft gezegd: "We gaan het eens goed uitzoeken met een slaaponderzoek." En dan begint het: vragen, twijfels, een beetje schaamte misschien. Slaap ik wel in zo'n vreemde omgeving? Zien ze alles wat ik doe? Doet het pijn? Mag ik nog koffie drinken? In dit artikel neem ik je stap voor stap mee door die eerste nacht in het slaaplab. Niet met droge theorie, maar gewoon zoals het echt gaat. Van het moment dat je binnenloopt met je toilettas tot het moment dat je de volgende ochtend weer buiten staat met plakkerige haren en een hoofd vol vragen. Zodat jij straks denkt: oké, dit valt eigenlijk best wel mee.
Written by
Taylor
Published

Waarom je niet “gewoon even een nachtje komt slapen”

Een nacht in het slaaplaboratorium is geen hotelbezoek. Je komt er omdat er serieuze vragen zijn over je slaap. Denk aan hevig snurken, mogelijke apneus, onverklaarbare moeheid, onrustige benen, raar gedrag in je slaap of bijvoorbeeld verdenking op narcolepsie.

Neem Karin, 42 jaar. Ze dacht jarenlang dat ze gewoon “druk” was. Twee kinderen, baan, sportclub, nou ja, het bekende verhaal. Maar ze viel overdag bijna in slaap achter haar computer. Haar partner merkte dat ze ‘s nachts soms even stopte met ademhalen. Uiteindelijk kwam ze in het slaaplab terecht. Die nacht gaf meer informatie dan jaren aan losse klachten.

Zo’n onderzoek heet vaak een polysomnografie. Klinkt spannend, maar het is in de basis gewoon: heel veel meten terwijl jij probeert te slapen.

De dag van het onderzoek: wat mag wel, wat liever niet?

De meeste slaapcentra geven een lijstje mee. Daar staat meestal ongeveer hetzelfde op, maar het kan per ziekenhuis iets verschillen.

Je kunt grofweg rekenen op dit soort adviezen in de uren voor je onderzoek:

  • Geen of weinig cafeïne: koffie, energiedrank, sterke thee, cola... liever laten staan of flink minderen. Cafeïne kan je slaap verstoren.
  • Geen alcohol: ook al word je er slaperig van, je slaap wordt er onrustiger van en dat vertekent het onderzoek.
  • Geen dutjes overdag: hoe slaperiger je ‘s avonds bent, hoe beter je in slaap valt in het lab.

Ook krijg je vaak praktische tips: kom met gewassen haar zonder gel of haarlak, draag makkelijke kleding, neem je eigen pyjama mee en eventueel je eigen kussen als dat je helpt.

Veel mensen vinden dat laatste trouwens verrassend fijn: gewoon je eigen, vertrouwde kussen tussen al die apparatuur.

Binnenkomen: het voelt een beetje alsof je blijft logeren

Je meldt je meestal aan het eind van de middag of begin van de avond. In veel slaapcentra kom je op een speciale slaapafdeling, soms op een rustige hoek van een gewone afdeling.

Je krijgt een eigen kamer of een gedeelde kamer, afhankelijk van het ziekenhuis. Verwacht geen luxe hotel, maar meestal is het gewoon een nette ruimte met een bed, nachtkastje, soms een stoel en een wastafel of badkamer.

De laborant (vaak een slaap- of longfunctieassistent) legt uit wat er gaat gebeuren. Dit is het moment om vragen te stellen. Echt, er is geen vraag te gek. Ze hebben alles al eens gehoord:

  • “Wat als ik moet plassen midden in de nacht?”
  • “Wat als ik niet kan slapen?”
  • “Wat als ik heel hard snurk?”

Het antwoord is meestal: geen probleem, dat zien we de hele dag door.

De plakkers en draadjes: wat plakken ze waar?

Dan komt het deel waar de meeste mensen tegenop zien: alle sensoren. Het ziet er indrukwekkend uit, maar doet geen pijn.

Je kunt denken aan:

  • Elektroden op je hoofd om je hersenactiviteit te meten (EEG)
  • Plakkers bij je ogen om oogbewegingen te registreren
  • Plakkers op je kin en soms benen om spierspanning te meten
  • Een band om je borst en buik om je ademhaling te volgen
  • Een klein slangetje of sensortje onder je neus om luchtstroom te meten
  • Een sensor op je vinger om je zuurstofgehalte te meten

Soms komt daar nog wat extra bij, bijvoorbeeld een microfoontje om snurken te registreren of een camera in de kamer om je bewegingen te zien.

Het aanbrengen duurt meestal 30 tot 60 minuten. De laborant werkt rustig en legt vaak tussendoor uit wat hij of zij doet. De lijm kan wat koud aanvoelen, en je haar wordt er plakkerig van, maar pijnlijk is het niet.

Mark, 55 jaar, vertelde achteraf: “Ik zag mezelf in de spiegel en dacht: dit wordt helemaal niks vannacht. Maar uiteindelijk sliep ik gewoon een paar uur. Genoeg om een hoop duidelijk te maken, zeiden ze.”

“Maar als ik niet slaap, dan meten ze toch niks?”

Dit is misschien wel de meest gehoorde zorg. En eerlijk: wie slaapt er nou meteen lekker in een vreemde kamer vol draadjes?

Belangrijk om te weten:

  • Je hoeft niet perfect te slapen. Ook een paar uur slaap kan al voldoende informatie geven.
  • Zelfs als je ligt te woelen, te draaien of half te dommelen, levert dat ook nuttige gegevens op.
  • De meeste mensen slapen uiteindelijk toch meer dan ze denken.

Artsen en laboranten zijn gewend dat mensen slechter slapen dan thuis. Ze houden daar rekening mee in de beoordeling.

Als je normaal slaapmedicatie gebruikt, krijg je vaak instructies of je die wel of niet mag innemen. Dat verschilt per situatie, dus overleg dit altijd van tevoren met je arts.

Hoe voelt het om “in de gaten gehouden” te worden?

Ja, er zijn camera’s. En ja, er zit iemand op een scherm te kijken naar jouw slaap. Maar niet zoals in een realityshow, eerder zoals een beveiliger die een gebouw in de gaten houdt.

De medewerker kijkt vooral naar patronen: ademhaling, bewegingen, onrust, eventuele problemen. Niet naar hoe charmant je erbij ligt.

De kamer is verder gewoon donker, je mag vaak de deur dichtdoen, en je kunt meestal een nachtlampje aan als je dat prettig vindt. Je privacy wordt zo goed mogelijk gerespecteerd.

En over dat snurken: geloof me, ze hebben al veel erger gehoord dan jij.

Praktische dingen: plassen, omdraaien, jeuk

Een veelgestelde vraag: wat als ik ‘s nachts naar de wc moet?

Omdat je vol zit met draadjes, kun je niet zomaar uit bed springen. Maar de meeste systemen zijn zo aangesloten dat je relatief makkelijk losgekoppeld kunt worden. Vaak druk je op een bel, komt de laborant binnen en koppelt een paar snoeren los zodat je naar de wc kunt.

Omdraaien in bed kan gewoon, al voelt het de eerste keer wat onhandig. De kabels zijn meestal samengebonden in een soort bundel zodat je niet in de knoop raakt.

En ja, soms gaat er net een plakker jeuken op een onhandige plek. Geef dat gewoon aan als het echt storend is. Soms kunnen ze iets verleggen of opnieuw vastmaken.

De nacht zelf: wat gebeurt er allemaal achter de schermen?

Terwijl jij probeert te slapen, loopt er op een scherm in de controlekamer een soort film van jouw nacht mee. Al die sensoren sturen continu data naar een computer.

Daarop kunnen ze onder andere zien:

  • Wanneer je in slaap valt
  • In welke slaapstadia je zit (lichte slaap, diepe slaap, REM-slaap)
  • Of en hoe vaak je adem stokt of oppervlakkig wordt
  • Hoe je hartslag zich gedraagt
  • Of je benen onrustig bewegen

Als er iets opvallends gebeurt, bijvoorbeeld heel lange ademstops, dan ziet de laborant dat meteen. Soms kan het zijn dat ze tijdens de nacht besluiten een CPAP-masker te proberen (een apparaat dat met lichte overdruk je luchtweg openhoudt), maar dat wordt meestal van tevoren al met je besproken als dat een optie is.

De ochtend erna: plakkerresten en een beetje brak

Rond je normale wektijd of iets later word je gewekt, of je wordt vanzelf wakker. De apparatuur gaat er weer af. Dat voelt vaak als een soort bevrijding.

Je haar is dan meestal een klein drama door de lijm en gel. In sommige slaapcentra kun je douchen, soms niet. Neem voor de zekerheid een pet, muts of elastiek mee als je de volgende ochtend nog onder de mensen moet komen.

Je krijgt meestal geen uitslag meteen. De ruwe gegevens moeten worden uitgewerkt en beoordeeld door een gespecialiseerde arts. Dat kost tijd, vaak enkele weken.

Veel mensen voelen zich de volgende dag wat brak. Je hebt toch anders geslapen dan normaal. Plan als het kan geen loodzware dag erna.

Wat gebeurt er met al die gegevens?

Na je slaaponderzoek worden alle metingen handmatig doorgenomen en beoordeeld. Dat is best wel een klus.

De arts kijkt onder andere naar:

  • Hoeveel je daadwerkelijk hebt geslapen
  • Hoe vaak en hoe lang je adem stopt of bijna stopt
  • Hoe je zuurstofgehalte in je bloed reageert
  • Of er onrustige bewegingen zijn
  • Hoe je slaap is opgebouwd (slaapstadia)

Op basis daarvan kan de arts bijvoorbeeld vaststellen of er sprake is van slaapapneu, periodieke beenbewegingen, een REM-slaapstoornis of iets anders.

Tijdens de uitslagbespreking krijg je meestal te horen:

  • Wat ze gevonden hebben
  • Wat dat betekent voor jouw klachten
  • Welke behandelmogelijkheden er zijn

Het kan zijn dat je nog een vervolgonderzoek nodig hebt, bijvoorbeeld een MSLT (een dagtest om te kijken hoe snel je overdag in slaap valt) bij verdenking op narcolepsie.

Schaamte, spanning en andere heel normale gevoelens

Heel eerlijk: bijna niemand loopt fluitend zo’n slaaplab binnen. Je bent vaak moe, onzeker, soms bang dat er “iets mis” is. En dan moet je ook nog in een vreemde omgeving slapen met een kabelboom op je hoofd.

Alles wat je daarbij voelt, is normaal:

  • Schaamte over snurken of rare bewegingen in je slaap
  • Angst voor de uitslag
  • Onzekerheid of je wel genoeg zult slapen

Het helpt om te onthouden: het personeel daar doet dit elke dag. Ze zijn eraan gewend en kijken met een medische bril, niet met een oordeel. Voor hen ben jij geen rare slaper, maar iemand die eindelijk duidelijkheid komt halen.

Neem gerust iemand mee naar de intake of om je ‘s avonds af te zetten. Een vertrouwd gezicht kan al veel spanning schelen.

Hoe bereid je je mentaal een beetje voor?

Een paar dingen die veel mensen helpen:

  • Zie het als een meetnacht, niet als een examen. Je kunt het niet goed of fout doen.
  • Vertel jezelf: “Ik hoef niet perfect te slapen, een paar uur is al genoeg.” Dat haalt de druk eraf.
  • Neem iets mee wat je rust geeft: een boek, muziek, een vertrouwd kussen.
  • Stel al je vragen van tevoren aan de arts of laborant, hoe klein ook.

Soms helpt het om van tevoren wat betrouwbare info te lezen over slaaponderzoek, bijvoorbeeld op Thuisarts of bij een gespecialiseerd slaapcentrum.

Wanneer is een slaaplab nou echt zinvol?

Je belandt niet zomaar in een slaaplaboratorium. Meestal is er al van alles geprobeerd: slaaphygiëne, leefstijladviezen, soms medicatie. Een slaaponderzoek wordt vooral ingezet als er een vermoeden is van een slaapstoornis die je thuis niet goed kunt meten.

Denk aan:

  • Ernstig snurken met ademstops
  • Overmatige slaperigheid overdag zonder duidelijke reden
  • Onrustige benen of rare bewegingen in je slaap
  • Nachtelijke verwardheid of vreemd gedrag

Voor veel mensen is de diagnose achteraf bijna een opluchting. Je bent niet “lui” of “aanstellerig”, er is echt iets aan de hand met je slaap. En daar kun je dan gericht iets aan doen.

Veelgestelde vragen over het slaaplaboratorium

Slaap ik wel met al die draadjes aan me vast?
Bijna iedereen slaapt minder goed dan thuis, maar toch genoeg om bruikbare gegevens te krijgen. Ook lichte slaap en draaien in bed leveren informatie op.

Doet een slaaponderzoek pijn?
Nee. Het kan wat oncomfortabel zijn door de plakkers en bandjes, maar pijnlijk is het niet. Hoogstens wat jeuk of trekkerig gevoel op de huid.

Mag ik mijn eigen kussen of pyjama meenemen?
In de meeste slaapcentra is dat juist de bedoeling. Hoe meer jij je op je gemak voelt, hoe beter. Vraag het voor de zekerheid even na.

Krijg ik meteen de uitslag de volgende ochtend?
Meestal niet. De gegevens moeten eerst worden uitgewerkt en beoordeeld. Dat kost vaak een paar weken. Daarna bespreek je de uitslag met je arts.

Wat als ik slaapmedicatie gebruik?
Stop daar nooit zomaar zelf mee. Je arts geeft van tevoren aan of je je medicatie moet innemen zoals normaal, moet aanpassen of (tijdelijk) moet stoppen.

Waar kun je meer betrouwbare info vinden?

Wil je je nog verder inlezen over slaaponderzoek en slaapproblemen, kijk dan eens op:

Als je een afspraak hebt staan voor een slaaponderzoek, kun je ook altijd de website van het ziekenhuis of slaapcentrum zelf checken. Daar staat vaak precies beschreven hoe het er bij hen aan toegaat.

En misschien wel het belangrijkste om mee af te sluiten: je gaat niet naar het slaaplab omdat je faalt in slapen, maar omdat je lichaam en brein wat extra aandacht nodig hebben. Die ene nacht vol draadjes is vaak het begin van beter begrijpen wat er met je slaap aan de hand is - en dus ook van gerichter herstel.

Explore More Slaaponderzoek

Discover more examples and insights in this category.

View All Slaaponderzoek