Schizofrenie en slaap: waarom nachtrust hier zelden normaal is

Stel je voor: je bent doodmoe, je ogen vallen bijna dicht, maar zodra je in bed ligt, gaat je hoofd aan. Gedachten die racen, stemmen die zich er mee bemoeien, angst dat de nacht weer eindeloos wordt. Voor veel mensen met schizofrenie is dat geen uitzondering, maar dagelijkse realiteit. Over schizofrenie wordt vaak gepraat in termen van wanen, stemmen horen en contact met de werkelijkheid verliezen. Maar wat er ’s nachts gebeurt, komt eigenlijk veel minder aan bod. Terwijl slaap bij deze aandoening best wel ontregeld is. Moeite met inslapen, rare slaapritmes, nachtmerries, omdraaien van dag en nacht: het hoort er voor een grote groep gewoon bij. In dit artikel duiken we niet alleen in de wetenschap achter schizofrenie en slaap, maar vooral in hoe dat er in het echte leven uitziet. Waarom sommige mensen met schizofrenie tot 4 uur ’s nachts wakker liggen. Waarom anderen overal in slaap vallen, behalve in hun eigen bed. En waarom betere slaap nou ja, misschien niet alles oplost, maar wél verschil kan maken in hoe je je overdag voelt.
Written by
Jamie
Published
Updated

Waarom slaap bij schizofrenie zelden “gewoon” is

Artsen en hulpverleners vragen bij schizofrenie vaak als eerste naar stemmen, achterdocht en concentratie. Logisch. Maar als je goed doorvraagt, komt er bijna altijd een tweede verhaal: dat van gebroken nachten, rare slaapritmes en een lichaam dat niet meer weet wanneer het aan of uit moet.

Onderzoek laat zien dat een groot deel van de mensen met schizofrenie slaapproblemen heeft, ook als de psychose redelijk rustig is. Dus niet alleen in crisistijd, maar ook in stabielere periodes. Dat maakt slaap niet zomaar een bijzaak, maar een soort stille medespeler die de klachten kan verergeren of juist wat dempen.

Neem Samira, 29 jaar. Overdag oogt ze redelijk stabiel, slikt haar medicatie, heeft begeleiding. Maar haar nachten? Zij ligt vaak tot 3 uur wakker, wordt dan om 6 uur alweer klaarwakker, met een hoofd vol ruis. De volgende dag is ze prikkelbaar, hoort ze de stemmen harder en is haar stressdrempel nul komma nul. De psychiater sleutelt aan de medicatie, maar haar slaap blijft eigenlijk het zwakke punt in het hele systeem.

Hoe schizofrenie je slaapritme overhoop kan gooien

Het dag-nachtritme dat zijn kompas kwijt is

Veel mensen met schizofrenie hebben een verstoord circadiaan ritme - het interne klokje dat bepaalt wanneer je slaperig wordt en wanneer je wakker hoort te zijn. In de praktijk zie je dan patronen als:

  • heel laat in slaap vallen en pas in de middag wakker worden
  • periodes waarin dag en nacht volledig omgedraaid zijn
  • grote verschillen tussen doordeweekse dagen en weekenden

Dat is niet alleen “een beetje avondmens zijn”. Het gaat vaak om verschuivingen van meerdere uren, waardoor afspraken, dagbesteding of werk bijna niet vol te houden zijn.

Tom, 22 jaar, beschrijft het zo: hij voelt zich pas rond middernacht echt rustig worden. Overdag is hij gespannen en achterdochtig, ’s avonds zakt dat wat weg. Geen wonder dat zijn brein juist dan “aan” wil blijven. Het gevolg: hij gamet tot 4 uur, valt dan uitgeput in slaap en wordt tegen de middag wakker. Iedereen moppert dat hij lui is, maar zijn interne klok is gewoon volledig uit de pas gelopen.

Moeite met inslapen: als je hoofd niet wil meewerken

Bij schizofrenie spelen vaak tegelijkertijd meerdere dingen die inslapen lastig maken:

  • angst en achterdocht: in bed, in het donker, wordt het stiller om je heen. Dan vallen de interne prikkels juist extra op.
  • stemmen en gedachten: de stilte maakt dat stemmen harder lijken, gedachten indringender.
  • lichamelijke onrust: bijwerkingen van medicatie, spanning in het lijf, niet stil kunnen liggen.

Het resultaat: je ligt in bed, je lichaam is moe, maar je brein staat in de hoogste versnelling. En hoe langer je wakker ligt, hoe groter de stress over “weer een slechte nacht”.

Doorslaapproblemen en vroeg wakker worden

Ook doorslapen is vaak een drama. Mensen met schizofrenie worden vaker wakker, liggen dan lang te malen of ervaren nachtmerries of angstige dromen. Soms is er vroeg-morgen-ontwaken: om 4 of 5 uur klaarwakker, zonder dat je daar zelf om gevraagd hebt.

Dit soort gefragmenteerde slaap zorgt ervoor dat de totale slaapkwaliteit achteruit holt, zelfs als je op papier “genoeg” uren haalt. Je wordt dan wakker met een gevoel alsof je amper geslapen hebt.

En dan die medicatie nog: helpt het of maakt het erger?

Antipsychotica kunnen de slaap zowel verbeteren als verstoren. Lekker overzichtelijk is het niet.

Veel gebruikte middelen maken slaperig. Dat kan in het begin bijna voelen als opluchting: eindelijk eens doorslapen. Maar er zit een keerzijde.

Slaperigheid overdag

Als je medicatie je ’s avonds zwaar maakt, is de kans groot dat je de volgende ochtend nog “in de mist” rondloopt. Mensen beschrijven het als:

  • een soort watten in je hoofd
  • traag op gang komen
  • moeilijk concentreren

Sommigen gaan dan dutjes doen overdag, waardoor het ’s avonds weer lastiger wordt om in slaap te vallen. En zo zit je al snel in een vicieuze cirkel.

Onrustige benen en andere bijwerkingen

Bepaalde antipsychotica kunnen zogeheten extrapiramidale bijwerkingen geven: spierstijfheid, rusteloosheid, niet stil kunnen zitten of liggen. Dat is funest voor je slaap. Probeer maar eens rustig in slaap te vallen als je benen de hele tijd “weg willen”.

Ook gewichtstoename en verandering van de stofwisseling spelen een rol. Meer gewicht en een andere vetverdeling vergroten de kans op slaapapneu - ademstops tijdens de slaap - wat weer leidt tot niet-verkwikkende slaap en forse vermoeidheid overdag.

Daar komt nog bij dat sommige middelen de REM-slaap beïnvloeden, de fase waarin je veel droomt en waarin emotionele verwerking plaatsvindt. Dat kan nachtmerries veranderen, versterken of juist afvlakken. Mensen merken dan dat hun dromen intenser of vreemder worden.

Slaaptekort als aanjager van psychose

Hier wordt het spannend: slecht slapen is bij schizofrenie niet alleen vervelend, het kan de psychoseklachten zelf aanwakkeren.

Onderzoek laat zien dat:

  • minder slapen samenhangt met meer achterdocht en meer last van stemmen
  • periodes van ernstig slaaptekort soms voorafgaan aan een psychose-episode
  • omgekeerd: verbetering van slaap vaak samenvalt met afname van psychotische symptomen

Mensen vertellen dat na een paar nachten weinig slaap de stemmen “dichterbij” komen, bozer worden of dwingender. Gedachten worden chaotischer, de realiteit voelt minder stevig. Het is alsof slaap een soort beschermlaagje om het brein vormt, en dat laagje bij slaaptekort dunner en dunner wordt.

Dat is ook de reden dat sommige behandelaren juist heel scherp letten op slaapveranderingen. Iemand die ineens weer nachten doorwaakt, kan in een vroege fase van ontregeling zitten, nog voordat de duidelijke psychotische klachten opvlammen.

Maar het werkt ook andersom: psychose verstoort je nacht

Het is niet alleen slaaptekort dat psychose verergert. Psychotische ervaringen zelf maken slapen ook weer moeilijker. Een paar voorbeelden uit de praktijk:

  • Iemand is bang om te gaan slapen omdat hij denkt dat er inbrekers komen, of dat hij in zijn slaap iets wordt aangedaan.
  • Een ander hoort ’s nachts stemmen die hem wakker houden of bang maken.
  • Weer iemand anders heeft intense nachtmerries waarin achtervolgingen, complotten of controleverlies centraal staan.

Zo ontstaat een soort feedbacklus: meer psychoseklachten, slechtere slaap, nog meer klachten. Door die cirkel te doorbreken - soms via medicatie, soms via slaapinterventies, vaak via beide - kun je eigenlijk al een flinke winst boeken in het dagelijks functioneren.

Hoe voelt dat in het echte leven?

Laten we eerlijk zijn: “slaapproblemen bij schizofrenie” klinkt nog redelijk abstract. In de spreekkamer hoor je verhalen die veel concreter zijn.

Samira, van eerder, vertelt dat ze elke avond tegen bedtijd begint te stressen. Ze weet dat ze moe is, maar ze is ook bang voor de stilte. In haar hoofd wordt het dan drukker, stemmen gaan discussiëren over wat er die dag gebeurd is, en ze raakt verstrikt in gedachten over wie haar misschien in de gaten houdt. Ze pakt haar telefoon, scrollt, kijkt series, alles om dat moment van licht uitstellen. Voor je het weet is het 2 uur.

Tom heeft weer een ander patroon. Hij slaapt soms 12 uur aan één stuk na een periode van weinig slaap. Zijn begeleiders vragen dan of hij depressief is. Zelf zegt hij: “Ik ben gewoon kapot. Als ik eindelijk slaap, wil mijn lichaam niet meer wakker worden.” Zijn dagstructuur ligt dan meteen aan diggelen, waardoor hij afspraken mist en zich weer schuldig voelt. Die stress helpt natuurlijk ook niet mee.

Dit soort verhalen laten zien hoe verweven slaap is met stemming, motivatie, sociale contacten en behandeling. Het is nooit alleen “een slaapprobleem”.

Wat kun je wél doen aan slaap als je schizofrenie hebt?

Er is geen magische oplossing, maar er zijn wel strategieën die in de praktijk vaak helpen. Niet alles past bij iedereen, en eerlijk is eerlijk: het kost tijd en begeleiding. Toch zie je bij veel mensen verbetering als er serieus aandacht is voor slaap.

1. Slaaphygiëne, maar dan realistisch

Je kent het rijtje vast: vaste bedtijden, geen koffie laat op de dag, schermen uit voor het slapengaan. Klinkt allemaal netjes, maar bij schizofrenie is de uitvoering vaak lastiger. Toch zijn een paar dingen de moeite waard om mee te experimenteren:

  • Vaste opstaatijd: zelfs als je slecht geslapen hebt, toch ongeveer rond dezelfde tijd opstaan. Dat helpt je interne klok zich opnieuw in te stellen.
  • Rustig laatste uur voor het slapen: geen heftige discussies, geen spannende games, liefst ook geen eindeloos scrollen. Een serie kijken kan, maar kies iets dat je niet emotioneel opblaast.
  • Licht en donker gebruiken: overdag zoveel mogelijk daglicht, ’s avonds het licht wat dimmen. Dat helpt je biologische klok een richting op.

Belangrijk: maak het haalbaar. Een klein stapje dat je volhoudt is beter dan een perfect plan dat na drie dagen instort.

2. Medicatie: tijdstip en soort doen ertoe

Over medicatie moet je altijd met je psychiater overleggen, maar het is wel zinvol om expliciet over slaap te praten. Vragen die kunnen helpen:

  • Kan het tijdstip van inname aangepast worden, zodat de slaperigheid meer in de avond valt en minder overdag?
  • Zijn er alternatieven als je veel last hebt van onrustige benen, nachtmerries of extreem veel slapen?
  • Is er misschien sprake van slaapapneu door gewichtstoename, en moet dat onderzocht worden?

Soms kan een kleine verschuiving in inname-tijd of dosering al verschil maken in hoe je nachten verlopen.

3. Psychologische hulp specifiek gericht op slaap

Cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid (CGT-i) wordt steeds vaker aangepast voor mensen met psychosegevoeligheid. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar gedrag (zoals dutjes, bedtijden), maar ook naar gedachten over slaap:

  • “Als ik niet slaap, word ik sowieso weer psychotisch.”
  • “Ik móet 8 uur slapen, anders gaat het mis.”

Deze gedachten zijn begrijpelijk, maar kunnen de spanning rond slaap enorm vergroten. Door er samen met een behandelaar naar te kijken, kun je de druk op de ketel iets verlagen. En minder druk maakt slapen vaak net iets makkelijker.

4. Structuur overdag als basis

Een stabiel dag-nachtritme begint eigenlijk al bij wat je overdag doet. Mensen met schizofrenie hebben vaak te maken met wisselende dagbesteding, weinig prikkels of juist heel veel stress. Een paar ankers kunnen helpen:

  • op vaste momenten eten
  • een blokje vaste activiteit (wandelen, creatieve dagbesteding, vrijwilligerswerk)
  • vaste contactmomenten met begeleiding of naasten

Het hoeft niet spectaculair te zijn. Maar een dag die niet volledig in het luchtledige hangt, maakt het voor je brein makkelijker om te snappen wanneer het tijd is om wakker te zijn en wanneer om te slapen.

Wanneer moet je extra alert zijn?

Niet elk slaapprobleem is direct een crisissignaal. Maar er zijn wel een paar situaties waarbij het verstandig is om snel aan de bel te trekken:

  • je slaapt meerdere nachten achter elkaar maar 2 of 3 uur en merkt dat je achterdochter wordt of meer stemmen hoort
  • je dag-nacht-ritme schuift in korte tijd extreem op
  • je partner, familie of begeleiders merken dat je in je slaap stopt met ademen, hard snurkt of heel onrustig beweegt
  • je krijgt plotseling heftige nachtmerries of rare dromen sinds een medicatiewijziging

In Nederland kun je met dit soort klachten terecht bij je huisarts, GGZ-behandelaar of, als er een vermoeden is van een specifieke slaapstoornis, bij een slaapcentrum.

Wat naasten vaak niet zien (maar wél belangrijk is)

Voor familie en vrienden lijkt het soms alsof iemand met schizofrenie “gewoon” lang uitslaapt, veel dut of ’s nachts zit te gamen uit luiheid of gebrek aan discipline. De werkelijkheid is meestal een stuk complexer.

Slaap is voor veel mensen met schizofrenie een soort slagveld waar ze elke dag opnieuw proberen doorheen te komen. Begrip voor dat gevecht kan al een wereld van verschil maken. Praktische steun ook:

  • samen een rustige avondroutine bedenken
  • ’s ochtends helpen met opstaan zonder direct te mopperen
  • niet elk dutje veroordelen, maar wel samen kijken naar een werkbaar ritme

En misschien het belangrijkste: slaapproblemen serieus nemen in gesprekken met behandelaren. Niet als voetnoot, maar als volwaardig onderwerp.

Veelgestelde vragen over schizofrenie en slaap

Is slecht slapen bij schizofrenie “er gewoon bij”, of moet je het echt behandelen?

Slecht slapen komt vaak voor bij schizofrenie, maar dat betekent niet dat je het maar moet accepteren. Beter slapen lost de aandoening niet op, maar kan wel klachten verminderen, de kans op terugval verkleinen en je dagelijks functioneren verbeteren. Het is dus absoluut de moeite waard om het actief te bespreken met je behandelaar.

Kunnen slaappillen helpen als je schizofrenie hebt?

Slaappillen kunnen soms tijdelijk worden ingezet, bijvoorbeeld in een crisissituatie of bij een korte periode van ernstig slaaptekort. Maar op de lange termijn zijn ze vaak minder handig vanwege gewenning, bijwerkingen en interacties met antipsychotica. Daarom wordt meestal gekeken naar een combinatie van medicatie-optimalisatie, slaaphygiëne en eventueel psychologische behandeling voor slaap.

Hoe weet ik of ik naast schizofrenie ook een slaapstoornis heb, zoals slaapapneu?

Signalen van slaapapneu zijn onder andere luid snurken, ademstops tijdens de slaap (vaak gezien door een partner), niet uitgerust wakker worden en forse slaperigheid overdag. Bij twijfel kun je dit met je huisarts of psychiater bespreken. Die kan je eventueel doorverwijzen naar een slaapcentrum voor onderzoek.

Zijn nachtmerries een teken dat mijn schizofrenie erger wordt?

Niet per se. Nachtmerries kunnen voorkomen door stress, trauma, medicatie of veranderingen in je slaappatroon. Ze kunnen wel bijdragen aan slechter slapen en daardoor indirect je kwetsbaarheid vergroten. Als nachtmerries plotseling toenemen of heel heftig zijn, is het verstandig het met je behandelaar te bespreken. Soms kan een aanpassing van medicatie of gerichte therapie voor nachtmerries helpen.

Heeft het zin om een slaapdagboek bij te houden als je psychosegevoelig bent?

Voor veel mensen wel. Een simpel overzicht van bedtijden, wakker worden, dutjes en medicatie-inname kan patronen zichtbaar maken die je zelf niet meer ziet. Dat helpt ook je behandelaar om beter mee te denken. Houd het wel praktisch: een paar kernpunten per dag is vaak genoeg.

Meer lezen

Voor betrouwbare informatie over schizofrenie, slaap en behandeling kun je onder andere terecht bij:

Explore More Mentale Gezondheid

Discover more examples and insights in this category.

View All Mentale Gezondheid