Hormoontherapie en slaap: waarom je nachten ineens veranderen

Stel je voor: je begint met hormoontherapie omdat je eindelijk wat rust wilt in je lijf. Minder opvliegers, minder stemmingswisselingen, gewoon weer een beetje jezelf. Maar na een paar weken ligt je ineens vaker wakker, word je zweterig wakker om 3.17 uur, of slaap je juist alsof je bent uitgeschakeld. Bekend? Je bent niet de enige. Hormonen en slaap zijn een soort koppig koppel: ze kunnen niet met, maar ook niet zonder elkaar. Zodra je aan de knoppen draait met hormoontherapie - of dat nu is rond de overgang, na een gynaecologische ingreep, bij endometriose of in het kader van genderbevestigende zorg - reageert je slaap vaak als eerste. Soms positief, soms ronduit irritant. In dit artikel duiken we niet in droge theorie, maar in wat er in de praktijk gebeurt als je hormonen verandert en vervolgens naar bed gaat. Waarom je van bepaalde hormonen beter inslaapt, maar onrustiger gaat dromen. Waarom sommige vrouwen ineens snurken na de overgang. En vooral: wat je zelf kunt doen als je bed sinds hormoontherapie niet meer zo'n veilige haven voelt, maar meer een experiment dat elke nacht anders uitpakt.
Written by
Jamie
Published
Updated

Hormonen aan de knoppen, slaap in de frontlinie

Zodra je met hormoontherapie start, gebeurt er eigenlijk iets heel logisch: je draait aan een heel gevoelig regelsysteem. Oestrogeen, progesteron, testosteron, cortisol, melatonine - het is allemaal met elkaar verweven. Je brein registreert die veranderingen en je slaap is vaak een van de eerste dingen die mee schuift.

Bij vrouwen in de overgang zie je het heel duidelijk. Zonder hormoontherapie klagen veel vrouwen over:

  • slecht inslapen
  • vaak wakker worden
  • nachtzweten
  • onrustige, lichte slaap

Zodra er oestrogeen en soms progesteron wordt toegevoegd, slapen veel vrouwen beter. Maar niet iedereen. Sommigen slapen eindelijk door, anderen krijgen juist levendige dromen of worden vroeg wakker met een “aan” gevoel in hun hoofd. Het is geen simpele aan/uit-knop, het is meer een mengpaneel.

Hoe oestrogeen en progesteron zich bemoeien met je nachtrust

Oestrogeen en progesteron zijn bij vrouwen de hoofdrolspelers als het om hormoontherapie gaat. En ja, ze hebben een duidelijke vinger in de pap als het over slaap gaat.

Oestrogeen: de stille ondersteuner van je slaap

Oestrogeen beïnvloedt onder andere:

  • de temperatuurregulatie (hallo opvliegers en nachtzweten)
  • de aanmaak en werking van serotonine en andere neurotransmitters
  • de bloedvaten en slijmvliezen, ook in de neus en keel

Als je oestrogeenspiegel daalt, zoals in de overgang, zie je vaker:

  • meer nachtelijk wakker worden
  • meer warmte- en zweetaanvallen
  • onrustiger, gefragmenteerde slaap

Bij hormoontherapie met oestrogeen zie je vaak het omgekeerde: minder opvliegers, minder nachtelijk wakker worden, en daardoor een betere totale slaapduur. Maar er zit een nuance. Sommige vrouwen merken dat ze wel minder wakker worden, maar zich overdag alsnog niet uitgeslapen voelen. Dat kan komen doordat de slaapstructuur zelf (de verdeling tussen lichte, diepe en droomslaap) nog niet stabiel is.

Progesteron: het hormoon met een licht kalmerend effect

Progesteron heeft een licht slaapverwekkend, kalmerend effect in het brein. Dat merk je bijvoorbeeld in de natuurlijke cyclus: sommige vrouwen zijn in de tweede helft van hun cyclus slaperiger, anderen juist prikkelbaarder.

Bij hormoontherapie waarin progesteron een rol speelt, zie je vaak dat vrouwen:

  • makkelijker inslapen
  • zich wat suffer voelen in de avond
  • soms wakker worden met een soort “slaapkater”

Een vrouw van 52, laten we haar Karin noemen, begon met gecombineerde hormoontherapie vanwege heftige opvliegers. Binnen twee weken sliep ze sneller in, maar ze werd elke ochtend wakker met het gevoel dat ze onder een deken van watten zat. Haar arts verschoof het tijdstip van inname van de progesteron naar vroeger op de avond en paste de dosis iets aan. Na een paar weken was haar slaap nog steeds dieper, maar voelde ze zich overdag weer helder.

Dat soort finetuning wordt in de spreekkamer eigenlijk best wel vaak overgeslagen, terwijl het voor je nachtrust een wereld van verschil kan maken.

Waarom je slaap soms eerst slechter wordt voordat hij beter wordt

Hormoontherapie voelt in het begin voor je lichaam als een soort herprogrammering. Je brein, je biologische klok en je stresssysteem moeten opnieuw kalibreren. In de eerste weken zie je daarom regelmatig:

  • meer levendige of bizarre dromen
  • onrustig slapen of vaker wakker worden
  • een verschuiving in je natuurlijke slaaptijd (later of juist eerder slaperig)

Dat betekent niet automatisch dat de therapie niet bij je past. Het betekent vaak dat je systeem aan het wennen is. Veel artsen adviseren om minimaal 6 tot 12 weken aanpassingstijd te nemen, tenzij de klachten echt heftig zijn.

Toch is het goed om alert te zijn. Als je na een paar weken:

  • structureel minder dan 5 à 6 uur per nacht slaapt
  • overdag niet meer veilig auto durft te rijden van de moeheid
  • merkt dat je stemming keldert of angst toeneemt

dan is het geen kwestie van “even doorbijten”, maar een signaal om terug te gaan naar je arts en de hormoontherapie onder de loep te nemen.

Overgang, hormoontherapie en snurken: wat gebeurt hier?

Een opvallend fenomeen: sommige vrouwen gaan na de overgang ineens snurken of krijgen zelfs slaapapneu. Dat lijkt in eerste instantie iets voor mannen van middelbare leeftijd, maar bij vrouwen speelt oestrogeenverlies een rol.

Minder oestrogeen en progesteron betekent onder andere:

  • minder spierspanning in de keel
  • andere vetverdeling rond hals en kaak
  • veranderde slijmvliezen in neus en keel

Als daar hormoontherapie bij komt, kan het twee kanten op gaan. Bij sommige vrouwen stabiliseert de ademhaling tijdens de slaap, bij anderen wordt het snurken juist duidelijker omdat ze eindelijk dieper slapen en de partner het nu pas echt hoort.

Een vrouw van 57, Marijke, kreeg hormoontherapie vanwege extreme opvliegers. Ze sliep eindelijk door, maar haar partner klaagde dat ze “als een kettingzaag” was gaan snurken. Uiteindelijk bleek ze milde slaapapneu te hebben, die waarschijnlijk al sluimerde, maar pas echt opviel toen haar slaap dieper werd. Een slaaponderzoek bracht duidelijkheid en met een eenvoudige hulpmiddel voor de kaakstand en wat gewichtsverlies werd haar slaapkwaliteit weer beter.

Kortom: als je partner ineens klaagt over snurken of ademstops sinds je hormoontherapie gebruikt, is dat niet iets om weg te lachen. Het is iets om serieus te laten checken.

Hormoontherapie buiten de overgang: endometriose, PCOS en genderzorg

Hormoontherapie wordt vaak automatisch gekoppeld aan de overgang, maar veel vrouwen krijgen op jongere leeftijd ook hormonen voorgeschreven.

Bij endometriose en hevige menstruaties

Bij endometriose of heel hevige menstruaties worden vaak:

  • progesteronachtige middelen
  • combinatiepreparaten met oestrogeen en progestageen

gebruikt om de cyclus te onderdrukken. Dat kan de pijn verminderen, maar je slaap reageert ook.

Vrouwen melden bijvoorbeeld:

  • minder nachtelijke pijn en daardoor beter doorslapen
  • maar soms meer levendige dromen of een zwaarder gevoel bij het wakker worden

De winst zit vaak in het feit dat de pijn afneemt. Minder pijn betekent minder nachtelijke stressreacties en dus rustiger slaap. Maar als de dosering hoog is, kan het kalmerende effect van progesteron doorschieten naar een soort voortdurende sufheid. Dat is zo’n typisch punt waar samen met de arts zoeken naar een lagere dosis of andere vorm (bijvoorbeeld een spiraal in plaats van tabletten) veel kan schelen.

In genderbevestigende hormoonzorg

Bij trans vrouwen en niet-binaire personen die oestrogeen en anti-androgenen gebruiken, zie je vaak een verandering in slaapritme en -beleving. Sommigen slapen rustiger en voelen zich meer in lijn met hun lichaam, anderen merken juist meer vermoeidheid of een verschuiving in hun dag-nachtritme.

Het gesprek over slaap wordt in deze zorg nog best wel vaak onderschat. Terwijl het juist in een periode waarin er al veel verandert in lijf, psyche en sociale context, extra belangrijk is dat de nachten je niet ook nog onderuit halen.

Hoe weet je of je klachten van de hormonen of van iets anders komen?

De irritante waarheid: je weet het nooit 100 procent zeker. Maar je kunt wel slim kijken naar patronen.

Let bijvoorbeeld op:

  • Timing: begonnen de slaapproblemen binnen enkele weken na start of wijziging van hormoontherapie?
  • Combinatie met andere klachten: zijn er ook meer opvliegers, stemmingswisselingen, hoofdpijn of gespannen borsten bijgekomen?
  • Relatie met cyclus of inname: merk je vooral iets op dagen dat je een bepaalde pil slikt of pleister plakt?

Als je al jaren slecht slaapt en nu hormoontherapie start, is het niet eerlijk om alles wat er misgaat op die nieuwe medicatie te schuiven. Maar als je altijd redelijk sliep en nu ineens elke nacht drie keer wakker wordt sinds je met een kuur bent begonnen, dan is het op zijn minst verdacht.

Een slaapdagboek kan helpen. Gewoon in een schrift of in een simpele app: hoe laat naar bed, hoe laat wakker, hoe vaak wakker, hoe je je overdag voelt, en welke hormonen je precies wanneer neemt. Neem dat mee naar je arts. Dat gesprek wordt meteen een stuk concreter.

Wat je zelf kunt doen zonder meteen met je hormonen te schuiven

Natuurlijk kun je samen met je arts kijken naar dosis, toedieningsvorm (pil, pleister, gel, spiraal) en timing. Maar er zijn ook dingen die je zelf kunt doen, zonder meteen aan de receptuur te sleutelen.

Een paar veelvoorkomende blinde vlekken:

  • Koffie en wijn: oestrogeen kan de afbraak van cafeïne en alcohol beïnvloeden. Dat betekent dat je cappuccino van 16.00 uur of je glas wijn bij het eten ineens veel langer “meedraait” in je systeem. Probeer eens een paar weken na 14.00 uur geen cafeïne meer en kijk wat dat doet.
  • Te warm slapen: als hormoontherapie je opvliegers vermindert, denken veel vrouwen dat het probleem klaar is. Maar je thermostaat kan nog steeds gevoeliger zijn. Koele slaapkamer, ademend beddengoed, laagjes in plaats van dikke pyjama - het klinkt saai, maar het maakt uit.
  • Onrustig hoofd: hormonen kunnen je stemming beïnvloeden. Als je merkt dat je piekeren toeneemt, is het niet genoeg om alleen aan de hormonen te sleutelen. Een korte slaappsychologische training (bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie voor insomnia) kan enorm helpen. Op Nederlandse sites zoals Thuisarts en Gezondheidsnet vind je goede uitleg over deze aanpak.

Belangrijk detail: ga niet zelf aan de slag met melatonine of allerlei “natuurlijke” hormoonachtige supplementen bovenop je therapie zonder overleg. Je stapelt anders hormoonachtige effecten op elkaar en dan wordt het voor niemand meer overzichtelijk.

Waarom artsen slaap bij hormoontherapie vaak onderschatten

In de spreekkamer is de tijd kort. De focus ligt meestal op:

  • opvliegers
  • bloedverlies
  • botdichtheid
  • risico op trombose of borstkanker

Allemaal belangrijk, maar slaap komt vaak pas aan bod als je er zelf nadrukkelijk over begint. Terwijl slechte slaap je kwaliteit van leven net zo hard onderuit kan halen als een opvlieger of een zware menstruatie.

Bovendien wordt slapeloosheid nog te vaak gezien als iets wat je er “bij” krijgt met de jaren. Een soort onvermijdelijk bijproduct van ouder worden of van de overgang. Dat is gewoon niet waar. Je slaappatroon verandert, ja. Maar structureel gebroken nachten horen niet bij “normaal vrouw-zijn”.

Daarom is het zo belangrijk dat je zelf het onderwerp op tafel legt. Zeg niet alleen: “Ik ben moe.” Zeg: “Ik slaap sinds de start van deze hormonen gemiddeld maar vijf uur per nacht, word drie keer wakker, en voel me overdag instabiel.” Dat is informatie waar een arts wél iets mee kan.

Wanneer moet je echt aan de bel trekken?

Er zijn een paar rode vlaggen waarbij je niet moet wachten tot de volgende routinecontrole:

  • je slaapt wekenlang minder dan 4 à 5 uur per nacht, ondanks slaaphygiëne
  • je krijgt paniekaanvallen of sombere gedachten die je niet van jezelf kent
  • je partner ziet ademstops of heftige onrust in je slaap
  • je hebt nieuwe of verergerde hoofdpijn, hoge bloeddruk of hartkloppingen

In dat geval: neem contact op met je huisarts of behandelend specialist. Niet uitstellen, niet bagatelliseren met “het zal de leeftijd wel zijn”.

Op sites als Thuisarts en Gezondheidsnet vind je betrouwbare, Nederlandstalige info over slaapproblemen. En voor overgangsklachten specifiek kun je kijken op bijvoorbeeld Thuisarts overgang.

Het eerlijke verhaal: hormoontherapie kan je slaap redden, maar ook verstoren

De neiging is vaak om zwart-wit te denken: hormoontherapie is óf de redder van je nachtrust, óf de boosdoener. In werkelijkheid zit het er meestal tussenin.

Wat ik in de praktijk steeds terug zie in verhalen van vrouwen:

  • Vrouwen met heftige opvliegers en nachtzweten slapen vaak duidelijk beter met hormoontherapie. Minder wakker, minder klamme lakens, meer diepe slaap.
  • Een deel van die vrouwen krijgt er nieuwe uitdagingen bij: levendige dromen, soms wat ochtend-sufheid, of een verschoven ritme.
  • Bij jongere vrouwen met hormonale behandelingen (endometriose, PCOS) is de winst op pijn vaak groot, maar de bijwerkingen op stemming en energie vragen soms meer aandacht.

Het punt is: het is geen pakketdeal die je maar gewoon moet slikken. Het is iets wat je samen met je arts mag bijstellen totdat het voor jou klopt. En slaap hoort volwaardig mee te tellen in die afweging, niet als voetnoot.

FAQ over hormoontherapie en slaap

1. Maakt hormoontherapie je altijd slaperiger?
Nee. Sommige vrouwen slapen beter en voelen zich fitter, anderen worden juist onrustiger of hebben moeite met inslapen. Het hangt af van het soort hormoon, de dosis en hoe gevoelig jouw brein is voor die veranderingen.

2. Is het normaal dat ik in het begin slechter slaap na start met hormoontherapie?
In de eerste weken is dat niet ongewoon. Je lichaam is aan het wennen. Maar als het na 6 tot 8 weken niet opknapt of zelfs erger wordt, is het tijd om met je arts te overleggen.

3. Kan hormoontherapie slaapapneu veroorzaken?
Hormoontherapie veroorzaakt niet zomaar ineens slaapapneu, maar veranderingen in hormonen rond de overgang kunnen wel bijdragen aan snurken en ademstops, vooral in combinatie met andere factoren zoals gewichtstoename. Als je partner ademstops ziet, laat het onderzoeken.

4. Mag ik melatonine gebruiken naast mijn hormoontherapie?
Dat hangt af van je situatie. Melatonine is ook een hormoon en kan de timing van je biologische klok beïnvloeden. Overleg altijd met je arts, zeker als je meerdere hormonen gebruikt.

5. Waar vind ik betrouwbare informatie over hormonen en slaap?
Voor Nederlandse informatie kun je kijken op Thuisarts, Gezondheidsnet en voor slaap specifiek op bijvoorbeeld het Nederlands Slaapinstituut of andere Nederlandse slaapcentra. Voor algemene gezondheidsinfo is RIVM een goede bron.


Hormoontherapie en slaap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je hoeft niet te kiezen tussen óf minder opvliegers óf betere nachtrust. Met goede begeleiding, eerlijke communicatie en wat geduld kun je vaak naar een situatie toe werken waarin je overdag én ‘s nachts beter uit de verf komt. En als dat nog niet zo is: dan is dat geen teken dat jij je aan moet stellen, maar een signaal dat de behandeling nog niet bij jou past zoals hij zou moeten.

Explore More Vrouwen

Discover more examples and insights in this category.

View All Vrouwen