Existentiële angst in bed - waarom het juist dan toeslaat
Waarom juist ‘s nachts alles ineens zo groot voelt
Er is een typisch patroon dat veel mensen herkennen, al praten we er zelden eerlijk over. Overdag functioneer je. Je doet je werk, maakt grapjes, plant vakanties, appt wat heen en weer. Maar zodra het licht uitgaat, verandert de toon in je hoofd. De vragen worden groter. Serieuzer. En soms best wel donker.
Neem Marieke, 32. Overdag is ze die gezellige collega die altijd wel iets grappigs weet te zeggen. Maar in bed, zodra haar partner in slaap valt, begint het: "Wat als dit het nou gewoon is? Ga ik de rest van mijn leven zo door? Wat als ik straks oud ben en denk: ik heb het gewoon niet goed gedaan?" Binnen een kwartier is ze klaarwakker. En de slaap? Die laat op zich wachten.
Dat is het venijnige van existentiële angst: het zoekt de stilte op. En de stilte vind je meestal in bed.
Dit is geen ‘gewoon piekeren’ over morgen
Existentiële angst gaat niet over: heb ik dat mailtje wel verstuurd? Het gaat over de onderlaag. Over vragen als:
- Heeft mijn leven eigenlijk wel zin?
- Ben ik wel op de goede weg?
- Wat als ik later spijt heb?
- Wat als ik doodga en het gewoon ophoudt?
- Wat als ik nooit echt “mijzelf” leef?
Het zijn van die vragen waar geen simpel antwoord op bestaat. En precies dat maakt ze zo verstorend voor je slaap. Je brein kan ze niet even afvinken. Dus blijft het malen.
Interessant genoeg is dit fenomeen in de psychologie helemaal niet zo vreemd. We weten al langer dat mensen die gevoelig zijn voor angst, depressieve gevoelens of perfectionisme vaker last hebben van dit soort existentiële gedachten. Maar daarbovenop komt de moderne tijd: eindeloze keuzes, prestatiedruk, sociale media waar iedereen ogenschijnlijk wél weet wat hij wil. Het is bijna een uitnodiging voor existentiële twijfel.
Hoe existentiële angst je slaap ongemerkt sloopt
Wat gebeurt er dan precies met je slaap als je ‘s avonds in dit soort gedachten belandt?
Allereerst: je lichaam heeft veiligheid nodig om in slaap te vallen. Niet letterlijk een slot op de deur, maar een soort innerlijk gevoel van “het is oké, ik kan loslaten”. Existentiële angst doet precies het tegenovergestelde. Die zet alles op scherp.
Je ligt in bed, voelt ineens een steek in je borst en denkt: "Wat als ik nu doodga?" Of je denkt aan de toekomst en voelt een soort bodemloos gat in je maag. Je hartslag gaat omhoog, je spieren spannen zich aan, je ademhaling wordt sneller. Kortom: je lichaam schakelt over naar waakstand. En waakstand en slaap gaan nou eenmaal slecht samen.
Bij sommige mensen zie je dat het vooral de inslaap komen verstoort. Bij anderen is het juist het doorslapen: ze worden midden in de nacht wakker, en dán begint het denken. Die 03.17-tijd op de wekker kennen veel mensen pijnlijk goed. Midden in de nacht lijken je gedachten vaak ook nog eens dramatischer dan overdag.
Tom, 41, beschreef het zo: “Overdag kan ik nog relativeren. Dan denk ik: joh, iedereen twijfelt wel eens. Maar om drie uur ‘s nachts voelt het alsof ik de enige ben op aarde die totaal geen idee heeft wat hij aan het doen is. Dan voelt alles groter, zwaarder, definitiever.” En tegen de tijd dat hij weer een beetje gekalmeerd is, gaat de wekker bijna.
Langdurig slaaptekort versterkt die existentiële gevoelens vervolgens weer. Vermoeidheid maakt je emotioneler, somberder en minder flexibel in je denken. Wat ‘s nachts groot leek, voelt de volgende dag misschien minder bedreigend, maar blijft als een soort sluier hangen. Zo ontstaat een cirkel waar je lastig uitkomt.
Waarom je brein dit juist in bed doet
Het klinkt misschien bijna saboterend van je eigen hoofd, maar eigenlijk is het vrij logisch.
Overdag word je overspoeld door prikkels. Mail, verkeer, gesprekken, deadlines, kinderen, nieuws. Er is simpelweg weinig ruimte voor de grote levensvragen. Je brein is vooral bezig met: hoe kom ik deze dag door?
‘s Avonds vallen die prikkels weg. De kamer is donker, je telefoon ligt (hopelijk) weg, je hoeft even niets. En dan komt er ineens mentale ruimte vrij. Je brein denkt: “Ah, eindelijk tijd om wat onopgeloste dingen langs te lopen.” Alleen kiest het niet altijd de meest handige timing.
Daarnaast is de nacht een soort symbolisch moment. De dag is voorbij. Weer een dag minder, hoe je het ook wendt of keert. Zeker als je in een fase zit waarin je toch al twijfelt - dertigersdilemma, midlife, na een scheiding, na verlies, na burn-out - kan dat gevoel van “tijd tikt door” heel scherp binnenkomen in bed.
En dan is er nog iets: in het donker is er minder afleiding, maar ook minder relativering. Je ziet anderen niet, je hoort geen achtergrondgeluid, je hebt geen spiegel om in te kijken en te denken: ach, zo erg is het allemaal ook weer niet. Alles speelt zich af in je hoofd. En dat hoofd kan best wel overtuigend zijn als het wil.
Wanneer existentiële angst normaal is - en wanneer het je leven overneemt
Laten we eerlijk zijn: af en toe in bed liggen en nadenken over de zin van het leven is niet per se een teken dat er iets mis is. Het hoort ergens ook bij mens-zijn. We zijn nu eenmaal wezens die zichzelf vragen stellen.
Maar er is een verschil tussen af en toe mijmeren en elke nacht vastlopen in een soort innerlijk drama.
Het wordt problematisch als je merkt dat:
- je slaap structureel verstoord raakt door deze gedachten
- je overdag uitgeput, somber of prikkelbaar bent
- je dingen gaat vermijden (niet naar bed willen, altijd tv aan, nooit stilte)
- je bijna paniekerig wordt van het idee dat je alleen met je gedachten bent
- de vragen in je hoofd steeds meer klinken als harde oordelen: "Je doet het fout. Je loopt achter. Je hebt het verprutst."
Dan is het niet meer alleen een filosofische overpeinzing, maar eerder een combinatie van angst, perfectionisme en soms ook depressieve gevoelens. En ja, dan is het wél tijd om er iets mee te doen.
Op sites als Thuisarts en Gezondheidsnet vind je algemene info over slaapproblemen, maar existentiële angst wordt daar meestal niet zo genoemd. Toch valt het er vaak onder: het is een psychische oorzaak van slecht slapen.
Hoe je ‘s nachts niet verzuipt in grote levensvragen
Je hoeft je existentiële vragen niet weg te duwen. Dat werkt meestal averechts. “Ik mag hier niet aan denken” is ongeveer de beste manier om er juist de hele nacht aan te denken. Maar je kunt wel leren om ze een andere plek te geven.
Een paar benaderingen die in de praktijk vaak helpen, juist bij dit soort nachtelijks denken:
Geef je grote gedachten een ‘kantoorurenbeleid’
Klinkt misschien flauw, maar het kan verrassend goed werken: spreek met jezelf af dat grote levensvragen ook kantoortijden hebben. Niet na 22.00 uur.
Dat betekent niet dat je ze negeert. Integendeel. Je plant er bewust tijd voor in. Bijvoorbeeld op zondagmiddag een half uur met een notitieboekje. Of een wandeling waarbij je jezelf toestaat om echt even stil te staan bij: waar ben ik mee bezig, wat mis ik, wat wil ik anders?
Door je brein te laten weten: “Morgen om 16.00 uur is het jouw moment om hierover los te gaan”, neemt de druk om het ‘s nachts op te lossen vaak iets af. Als je in bed weer begint te malen, kun je tegen jezelf zeggen: "Niet nu. Morgen om vier uur pakken we dit serieus op. Nu is het slaaptijd." Het klinkt simpel, maar herhaling maakt dit soort innerlijke afspraken sterker.
Schrijf het uit je hoofd, voordat je naar bed gaat
Voor mensen die gevoelig zijn voor existentiële twijfel, kan een soort avondritueel helpen. Niet zo’n zweverig gebeuren, maar gewoon: pen en papier, tien minuten zitten, en alles opschrijven wat er in je hoofd rondhangt.
Niet alleen taken, maar ook zinnen als: "Ik ben bang dat ik later spijt krijg", "Ik voel me nutteloos op mijn werk", "Ik schrik van hoe snel de tijd gaat". Door het op papier te zetten, hoeft je brein het niet meer zo krampachtig vast te houden.
Veel therapeuten gebruiken dit soort technieken ook bij piekerstoornissen en slapeloosheid. Op Slaapinstituut lees je bijvoorbeeld meer over hoe gedachten en slaap met elkaar samenhangen.
Maak het kleiner, menselijker, minder absoluut
Existentiële angst praat graag in grote woorden: altijd, nooit, alles, niets. "Ik heb mijn leven verprutst." "Ik haal er niet uit wat erin zit." "Ik heb geen échte verbinding met anderen."
Een praktische vraag die je jezelf in bed kunt stellen is: "Klopt dit 100 procent, of overdrijf ik omdat ik moe ben?" Vaak blijkt: het is niet zwart-wit. Je leven is geen complete mislukking, maar er zijn misschien wel gebieden waar je ontevreden over bent. Dat is pijnlijk, maar ook concreter. Concreet kun je iets mee. Absoluut niet.
Soms helpt het ook om jezelf voor te stellen als iemand anders. Stel dat een goede vriend dit tegen jou zou zeggen. Zou je dan ook zo hard oordelen? Of zou je eerder zeggen: "Joh, je doet het eigenlijk best oké, je zit gewoon in een lastige fase." Die mildheid naar jezelf toe is geen zweverige zelfliefde, maar gewoon een realistischer blik.
Filosofie als onverwachte slaapvriend
Het klinkt misschien een tikje ironisch: filosofie gebruiken om minder last te hebben van filosofische angst. Maar er zit wel wat in.
Veel mensen met existentiële angst voelen zich enorm alleen in hun vragen. Terwijl denkers als Kierkegaard, Sartre, Simone de Beauvoir en Camus zich precies hierover hebben gebogen. Niet als ziekte, maar als onderdeel van mens-zijn.
De existentiële filosofie zegt eigenlijk: ja, het is confronterend dat het leven eindig is en dat er geen kant-en-klaar draaiboek ligt. Maar juist in dat ongemak schuilt ook vrijheid. Je mág zelf kiezen wat je belangrijk vindt. Dat is eng, maar ook betekenisvol.
Voor sommige mensen werkt het bevrijdend om te lezen dat hun nachtelijke vragen niet “gek” zijn, maar eeuwenoud. Dat ze niet de enige zijn die in bed ligt te denken: "En nu?" Het haalt er net iets van de dreiging af.
Durf hulp te vragen als het je opslokt
Er is een grens waar je dit niet meer alleen hoeft te willen oplossen. Als je weken of maanden slecht slaapt, overdag vastloopt, somber wordt, misschien zelfs denkt: "Als dit het is, hoeft het van mij niet meer", dan is dit niet meer alleen een filosofisch thema. Dan is het tijd om de stap naar hulp te zetten.
Een huisarts is dan een logisch eerste aanspreekpunt. Op Thuisarts en bij de Hersenstichting vind je informatie over hoe psychische klachten en slaap met elkaar verweven zijn. Dat kan helpen om woorden te geven aan wat je ervaart.
Een psycholoog kan samen met jou kijken: wat zit hier onder? Gaat het vooral over angst? Over perfectionisme? Over een levensfase waarin dingen echt moeten veranderen? Therapie is geen magische knop, maar wel een plek waar je deze vragen niet midden in de nacht, maar op klaarlichte dag kunt onderzoeken.
De stille waarheid: bijna niemand heeft het ‘uitgevogeld’
Misschien is dit wel de meest geruststellende gedachte voor in bed: die mensen die op Instagram of LinkedIn uitstralen dat ze hun leven perfect op de rit hebben, liggen waarschijnlijk óók wel eens wakker. Met dezelfde vragen. Misschien in andere woorden, maar toch.
We doen vaak alsof volwassenheid betekent dat je het allemaal snapt. In werkelijkheid zijn de meeste mensen gewoon een beetje aan het improviseren. De één wat zelfverzekerder dan de ander, maar toch.
Existentiële angst wordt een probleem als je denkt dat het een teken is dat er fundamenteel iets mis is met jou. Terwijl het vaak juist een teken is dat je aan het voelen bent. Dat je niet volledig op de automatische piloot leeft. Dat kan pijnlijk zijn, maar het is ook een ingang naar verandering.
Misschien is de vraag niet: hoe kom ik van deze existentiële angst af zodat ik eindelijk kan slapen? Maar eerder: hoe kan ik zo met deze vragen omgaan dat ze me niet meer ‘s nachts gijzelen, maar overdag langzaam richting geven?
En ja, ondertussen wil je gewoon slapen. Dus als je vannacht weer wakker ligt om 03.17 uur, probeer dan eens dit: in plaats van in discussie te gaan met je gedachten, erken ze kort. "Oké, daar zijn jullie weer, grote vragen. We spreken morgen verder. Nu ga ik mijn lichaam laten doen wat het nodig heeft." En dan terug naar je ademhaling, naar het kussen onder je hoofd, naar het gewicht van de deken.
Het leven hoef je niet vannacht op te lossen. Echt niet.
Veelgestelde vragen over existentiële angst en slaap
Is existentiële angst hetzelfde als een depressie?
Niet per se. Existentiële angst gaat vaak over grote levensvragen en een gevoel van onrust of zinloosheid. Bij een depressie zie je meestal ook verlies van interesse, somberheid die de hele dag aanwezig is, weinig energie en soms schuldgevoelens. De twee kunnen wel samen voorkomen. Als je naast nachtenlang malen ook overdag nergens meer plezier in hebt en je somber voelt, is het verstandig om je huisarts te raadplegen.
Gaat dit vanzelf weer over als de stress in mijn leven minder wordt?
Soms wel, soms niet. In periodes van grote verandering - zoals na een verhuizing, relatiebreuk, burn-out of verlies - kunnen existentiële vragen tijdelijk sterker opkomen. Als de situatie stabiliseert, wordt het vaak rustiger in je hoofd. Maar als je merkt dat dit patroon zich blijft herhalen of dat je al jaren met dezelfde vragen rondloopt en eronder lijdt, kan het helpen om er gericht mee aan de slag te gaan met een professional.
Helpen slaapmiddelen tegen dit soort nachtelijke angst?
Slaapmiddelen kunnen je tijdelijk helpen om in slaap te vallen, maar ze pakken de onderliggende existentiële angst niet aan. Bovendien kunnen sommige middelen verslavend zijn of bijwerkingen hebben. Huisartsen zijn daarom meestal terughoudend met het voorschrijven ervan voor dit soort klachten. Het is vaak zinvoller om te kijken naar psychologische begeleiding, slaaphygiëne en manieren om met je gedachten om te gaan.
Is het ongezond om veel met de zin van het leven bezig te zijn?
Niet per definitie. Veel grote keuzes in het leven - relaties, werk, kinderen, waar je wilt wonen - vragen juist om reflectie. Het wordt vooral problematisch als je er in vastloopt, jezelf voortdurend veroordeelt of erdoor verlamd raakt. Dan kan het voelen alsof je alleen nog maar denkt en niet meer leeft. In dat geval is het gezond om hulp te zoeken en te leren hoe je mag blijven nadenken, zonder dat het je nachtrust en dagelijks functioneren sloopt.
Kan ik dit zelf oplossen of heb ik altijd therapie nodig?
Niet altijd. Sommige mensen merken dat ze met een combinatie van betere slaaproutines, schrijven, gesprekken met vrienden en misschien wat filosofische boeken al veel rustiger worden. Anderen merken dat ze in kringetjes blijven draaien en dat de angst steeds terugkomt. Dan is therapie geen mislukking, maar gewoon een extra gereedschap. Zie het als iemand die met je meekijkt naar je innerlijke knoop, zodat je hem niet meer alleen in het donker hoeft te ontwarren.
Related Topics
Waarom je hoofd niet uit kan als je lijf allang moe is
Als je depressief bent en slapen opeens niet meer normaal is
Als je lichaam wil slapen, maar je trauma wakker blijft
Als je hoofd overuren draait en je bed niet meer helpt
PTSS en slapen: als je bed geen veilige plek meer is
Als je hoofd niet uit kan: angst en piekeren ontrafeld