Inbakeren van baby's: wanneer het helpt en wanneer niet
Waarom sommige baby’s zó onrustig zijn
Niet elke baby heeft baat bij inbakeren. Maar er is een groep bij wie het echt een wereld van verschil kan maken.
Neem Noor, 6 weken. Overdag een tevreden meisje, maar ’s avonds veranderde ze in een soort wapperende octopus. Elke keer als haar ouders haar neerlegden, gingen de armpjes alle kanten op en schrok ze zichzelf wakker. Slapen langer dan 20 minuten? Vergeet het maar.
Wat hier speelt, zie je bij veel jonge baby’s: het schrikreflex (Moro-reflex) is nog heel actief. Dat is dat reflex waarbij je baby opeens met de armpjes spreidt, alsof hij schrikt, en daarna weer samentrekt. Heel normaal, maar voor slapen is het nou niet bepaald handig.
Inbakeren kan dan helpen om:
- de bewegingen van armen en soms benen te beperken
- je baby een geborgen, “in de buik”-gevoel te geven
- prikkels te dempen, zodat je baby makkelijker in slaap valt én blijft
Maar - en dat is belangrijk - inbakeren is geen wondermiddel. Het helpt een overprikkelde baby om rust te vinden, maar lost bijvoorbeeld reflux, honger of een verkeerde dagindeling niet op.
Wanneer inbakeren wél een goed idee kan zijn
Er zijn een paar typische situaties waarin inbakeren echt verschil kan maken.
Je merkt bijvoorbeeld dat je baby:
- moeite heeft om in slaap te vallen, terwijl je wéét dat hij moe is
- steeds wakker schrikt van eigen bewegingen
- alleen op je armen of in de draagdoek in slaap komt
- in de avonduren overstuur is en zichzelf niet meer kan reguleren
De ouders van Sam, 5 weken, stonden op zo’n punt dat ze dachten: “Er klopt iets niet, maar wat?” Sam sliep alleen op hen, en zodra ze hem neerlegden, begon het feest opnieuw. Na overleg met het consultatiebureau zijn ze gestart met inbakeren. Niet als eerste redmiddel, maar als onderdeel van een groter plan: kortere wakkertijden, voorspelbaar slaapritueel, en inbakeren bij de langere slaapjes. Binnen een paar dagen merkten ze dat Sam rustiger insliep en minder vaak wakker schrok.
Belangrijk is dat je inbakeren altijd combineert met:
- een passende dagindeling (niet te lang wakker houden)
- duidelijke slaapsignalen herkennen
- een voorspelbaar ritueeltje voor het slapen
Inbakeren is een hulpmiddel, geen complete strategie.
Wanneer je beter níet kunt inbakeren
Er zijn situaties waarin inbakeren wordt afgeraden. Dit is niet om je bang te maken, maar juist om het veilig te houden.
Inbakeren is meestal níet geschikt als:
- je baby te vroeg geboren is en medische problemen heeft (altijd eerst arts raadplegen)
- je baby al zelfstandig kan omrollen (dan stoppen, daar kom ik zo op terug)
- je baby koorts heeft of duidelijk ziek is
- je baby heupafwijkingen heeft of een spreidbroek draagt, tenzij een arts expliciet zegt dat het mag
Ook als je baby veel spuugt of reflux heeft, is het goed om dit eerst met huisarts of consultatiebureau te bespreken. Soms kan inbakeren dan nog steeds, maar met extra aandacht voor slaaphouding en boertjes.
Twijfel je? Dan is je jeugdarts, huisarts of consultatiebureau je eerste aanspreekpunt. Op Thuisarts.nl vind je daarnaast betrouwbare, Nederlandstalige info over slapen bij baby’s en veilig slapen.
Hoe inbakeren precies werkt (en hoe het voelt voor je baby)
Als je er eerlijk naar kijkt, is inbakeren eigenlijk heel logisch. In je buik zat je baby:
- lekker krap
- warm
- met weinig bewegingsruimte
- omgeven door constante druk
Na de geboorte is alles opeens groot, licht, koud, stil of juist druk. Voor sommige baby’s is dat gewoon veel. Door in te bakeren, boots je een stukje van dat “buikgevoel” na. De lichte druk om het lijfje heen helpt het zenuwstelsel tot rust te komen.
Veel ouders merken dat hun baby:
- sneller ontspant zodra de doek omgaat
- minder maait met de armen
- rustiger drinkt als er net is ingebakerd (bij sommige baby’s werkt dat heel goed, bij andere juist niet)
Belangrijk: een ingebakerde baby hoort nog steeds goed te kunnen ademen, het gezicht is vrij, en de heupen moeten ruimte hebben om te bewegen. Een strakke mummy-rol van schouders tot tenen is dus níet de bedoeling.
Veilig inbakeren: zo voorkom je gedoe
Bij veiligheid gaat het eigenlijk om drie dingen: ademhaling, temperatuur en omrollen.
1. Ademhaling en houding
Leg je baby altijd op de rug te slapen, ook als hij is ingebakerd. Op de buik slapen in combinatie met inbakeren wordt sterk afgeraden vanwege het risico op wiegendood.
Let erop dat:
- de doek niet over het gezicht kan schuiven
- de stof niet te dik of te warm is
- er geen losse doeken in het bedje liggen
Een ingebakerde baby leg je in een leeg bedje: matras, hoeslaken, eventueel een lakentje of dunne deken strak ingestopt onder het matrasniveau. Geen kussens, geen knuffels, geen losse hydrofielen.
2. Temperatuur in de gaten houden
Een veelgemaakte fout: inbakeren én dan nog een dikke deken erop. Baby’s raken snel oververhit, en dat wil je voorkomen.
Hou hier rekening mee:
- kamertemperatuur rond de 16-19 graden
- dunne slaapkleding onder de inbakerdoek (bijvoorbeeld alleen een rompertje met lange of korte mouw, afhankelijk van het seizoen)
- nekje checken: warm is prima, klam en zweterig is te warm
Twijfel je over kleding en temperatuur? Op sites als Gezondheidsnet vind je handige richtlijnen over baby’s en warmte.
3. Omrollen: het moment waarop je moet stoppen
Dit is misschien wel de belangrijkste veiligheidsregel: zodra je baby probeert om te rollen, ga je afbouwen en daarna stoppen met inbakeren.
Sommige baby’s rollen al rond 3 maanden, anderen pas rond 6 maanden. Wacht dus niet op “de gemiddelde leeftijd”, maar kijk naar je eigen kind. Zie je dat je baby:
- op zijn zij gaat liggen in bed
- tijdens het spelen veel rolt of bijna rolt
- zich op de zij weet te draaien vanuit rugligging
Dan is het tijd om een plan te maken om te stoppen.
Hoe begin je met inbakeren zonder stress
Stel, je hebt besloten: we gaan het proberen. Hoe pak je dat dan aan zonder dat je huis in één grote slaap-experiment-ruimte verandert?
Een rustige aanpak kan er zo uitzien:
Start met de slaapjes overdag. Dat voelt vaak veiliger en minder spannend dan meteen de nacht. Kies een moment waarop je baby duidelijk moe is, maar nog niet overstuur. Doe je vertrouwde ritueeltje (luier, slaapzakje of inbakerdoek klaarleggen, even knuffelen, kort liedje).
Daarna wikkel je je baby in de inbakerdoek of -zak. De eerste keren vinden sommige baby’s dat even gek en protesteren ze. Dat is niet per se een teken dat het fout is, soms is het gewoon wennen.
Let op het verschil tussen:
- kort mopperen, even zoeken naar een houding, daarna rustiger worden
- echt overstuur raken, krijsen, wegtrekken, paniek
Bij dat laatste kun je beter een stap terug doen. Misschien is je baby te moe, of is inbakeren voor hem gewoon niet fijn.
De ouders van Yara, 8 weken, merkten dat ze de eerste dag dachten: “Dit werkt dus niet.” Yara huilde zodra de doek kwam. Toen ze de volgende dag eerder begonnen - vóórdat ze oververmoeid was - ging het ineens stukken beter. Soms zit het verschil echt in timing.
Welke materialen zijn handig (en welke minder)
Je kunt inbakeren met een goede, stevige hydrofiele doek of met een kant-en-klare inbakerdoek of -slaapzak. Beide kan, zolang je maar let op veiligheid en de gebruiksaanwijzing volgt.
Een paar praktische punten:
- kies ademende stof, zoals katoen
- gebruik geen dikke dekens of synthetische, zweterige materialen
- let op de juiste maat: te groot is onveilig, te klein is oncomfortabel
Veel ouders vinden een kant-en-klare inbakerslaapzak prettig, omdat je minder hoeft te vouwen en knopen. Maar een goede, grote hydrofiel kan ook prima werken als je de techniek onder de knie hebt. Op het consultatiebureau kunnen ze je vaak laten zien hoe je dat doet.
Wanneer en hoe je weer stopt met inbakeren
Inbakeren is tijdelijk. Het is bedoeld voor die eerste maanden waarin het zenuwstelsel van je baby nog volop aan het rijpen is. Een globale richtlijn die vaak wordt aangehouden:
- starten: meestal vanaf een week of 3 tot ongeveer 3-4 maanden
- stoppen: uiterlijk rond 6 maanden, en eerder als je baby al omrolt
Stoppen doe je liefst niet van de ene op de andere dag, tenzij het om veiligheidsredenen moet (bijvoorbeeld omdat je baby ineens omrolt).
Een zachte afbouw kan er zo uitzien:
- eerst alleen de nacht nog inbakeren, overdag niet meer
- daarna een arm vrij laten en kijken hoe dat gaat
- dan beide armen vrij en alleen nog een gewone slaapzak
De ouders van Milan, 4 maanden, deden dit in stapjes van een paar dagen. De eerste nacht met één arm vrij was even rommelig, maar na drie nachten had hij zich aangepast. Door niet alles tegelijk te veranderen, gun je je baby tijd om te wennen aan dat “grote” lichaam dat ineens meer ruimte heeft.
Wat als inbakeren niet lijkt te werken?
Soms doe je alles “volgens het boekje” en blijft je baby onrustig. Dat kan frustrerend zijn.
Een paar dingen om bij stil te staan:
- Klopt de dagindeling? Een baby die te lang wakker is, raakt oververmoeid en gaat juist harder vechten tegen de slaap.
- Is je baby lichamelijk oké? Veel huilen, overstrekken, ontroostbaar zijn: laat altijd even naar je baby kijken door een arts.
- Verwacht je misschien te snel resultaat? Sommige baby’s hebben een paar dagen nodig om aan de nieuwe manier van slapen te wennen.
Blijft het ondanks alles een worsteling, dan is het ook helemaal oké om te besluiten: dit past niet bij ons. Er zijn andere manieren om je baby te ondersteunen bij het slapen, zoals dragen, wiegen, ritme aanpassen en meer voorspelbaarheid inbouwen.
Op sites als Slaapinstituut vind je bredere informatie over slaap en slaappatronen, ook al is dat vaak meer op volwassenen gericht. Het helpt wel om te snappen hoe slaap in elkaar zit.
Veelgestelde vragen over inbakeren
Is inbakeren gevaarlijk?
Inbakeren kán gevaarlijk zijn als je het onveilig doet: te strak, met dikke dekens, op de buik, of doorgaan terwijl je baby al rolt. Als je de richtlijnen volgt, op de rug laat slapen en stopt bij omrollen, wordt inbakeren in Nederland en België gezien als een veilige methode voor een bepaalde periode.
Mag ik mijn baby ook ’s nachts inbakeren?
Ja, dat mag, zolang je baby nog niet rolt en je alle veiligheidsregels volgt. Veel ouders merken juist ’s nachts het meeste verschil. Begin bij voorkeur eerst overdag om te wennen, en bouw het dan uit naar de nacht.
Hoe vaak per dag mag ik inbakeren?
Je mag in principe bij elk slaapje inbakeren, zolang je baby daar goed op reageert en je de temperatuur in de gaten houdt. Sommige ouders kiezen ervoor om alleen de langere slaapjes (bijvoorbeeld de nacht en de middagslaap) met inbakeren te doen.
Kan ik inbakeren combineren met een slaapzak?
Meestal gebruik je óf een inbakerdoek/-zak óf een gewone slaapzak. Er zijn speciale inbakerslaapzakken die beide combineren, maar gebruik dan alleen wat de fabrikant aangeeft. Een slaapzak én daaronder nog een dikke inbakerlaag is meestal te warm.
Waar kan ik betrouwbare informatie en hulp krijgen?
Je kunt altijd terecht bij het consultatiebureau, je huisarts of jeugdarts. Voor algemene informatie zijn sites als Thuisarts.nl, Gezondheidsnet en je regionale GGD of jeugdgezondheidszorg goede startpunten. Bij hardnekkige slaapproblemen kun je ook kijken of een erkende kinderslaapcoach of kinderarts met je meekijkt.
Als je nu denkt: “Oke, dus het ligt niet aan mij dat mijn baby zo ligt te maaien met die armpjes”, dan is dat eigenlijk al winst. Inbakeren is geen trucje dat je móet gebruiken, maar gewoon één van de tools in je gereedschapskist als ouder.
En zoals met alles bij baby’s: kijk naar je eigen kind, gebruik je gezonde verstand, en durf bij twijfel altijd te vragen. Je hoeft dit echt niet alleen uit te vogelen, ook al voelt het om 3 uur ’s nachts soms wel zo.
Related Topics
Van wieg naar bed: wanneer is je baby er klaar voor?
Co-sleeping met je baby: hoe doe je dat zonder slapeloze stress?
Veilig slapen voor baby’s: wat je wél en niet hoeft te doen
Als je baby niet slaapt (en jij dus ook niet)
Een babykamer waar je kind wíl slapen (en jij ook rust vindt)
Waarom je pasgeboren baby zo vreemd (en vaak) slaapt