Dutjes afbouwen bij je peuter - wanneer, hoe en… moet het eigenlijk wel?

Stel je voor: het is 21.30 uur, jij bent er wel klaar mee, maar je peuter ligt in bed liedjes te zingen alsof het midden op de dag is. Overdag heeft hij nog een dutje gedaan, ’s avonds is hij klaarwakker. Herkenbaar? Dan zit je waarschijnlijk midden in de fase van dutjes afbouwen. Dutjes afbouwen klinkt simpel: je laat je kind gewoon minder slapen overdag. Maar in het echte leven is het vaak een wankel evenwicht. Laat je het dutje weg, dan heb je een oververmoeide peuter die om 17.00 uur in de supermarkt instort. Laat je het dutje wél, dan heb je een avond vol strijd. En ergens daartussen probeer jij nog een beetje logisch na te denken. In dit artikel neem ik je stap voor stap mee door deze overgang. Wanneer is je kind er aan toe? Hoe kun je dutjes afbouwen zonder elke dag een meltdown-festival in huis? En wat als jouw kind “afwijkt” van de schema’s die je overal online tegenkomt? We gaan het allemaal rustig langs, met veel praktijkvoorbeelden en vooral: haalbare tips voor échte gezinnen.
Written by
Taylor
Published
Updated

Dutjes afbouwen is geen wedstrijd

Je zou het bijna vergeten als je alle schema’s in ouderschapsapps ziet, maar: kinderen krijgen geen medaille als ze op hun tweede al geen dutje meer doen. Het gaat niet om zo snel mogelijk afbouwen, het gaat om passend slapen.

Neem Noor, 2 jaar en 3 maanden. Haar opvanggroep is “officieel” over op 1 dutje. Maar Noor valt thuis rond 10.30 uur al half in slaap op de bank. Als haar ouders dat ochtenddutje helemaal schrappen, is ze om 16.00 uur niet meer te genieten. Wat blijkt? Noor heeft gewoon nog wat extra slaap nodig, ook al zegt het schema in de app iets anders.

Dus voordat we in de hoe-vraag duiken, eerst dit: jouw kind is geen gemiddeld kind uit een tabel. En jij bent geen slaaprobot die een protocol moet volgen. Dutjes afbouwen mag best wel langzaam, met omwegen en terugvallen.

Wanneer is je kind toe aan dutjes afbouwen?

Er is geen magische leeftijd, maar er zijn wel signalen waar je op kunt letten. Het gaat minder om “hoe oud is hij?” en meer om “wat laat hij zien?”.

Typische leeftijden (maar neem ze niet te streng)

  • Rond 12-18 maanden: van twee dutjes naar één dutje.
  • Rond 2,5 tot 4 jaar: van één dutje naar geen dutjes.

Sommige kinderen van 2 jaar hebben het dutje echt nog keihard nodig. Andere kleuters van 4 vallen al maanden niet meer overdag in slaap. Allebei normaal.

Signalen dat een dutje misschien te veel wordt

Let eens een weekje op en kijk of je dit herkent:

  • Je kind doet er opeens veel langer over om ’s avonds in slaap te vallen, terwijl bedtijd niet veranderd is.
  • Hij ligt in bed nog een uur te kletsen, zingen of spelen, maar is niet verdrietig.
  • Het dutje zelf wordt korter, of hij slaapt helemaal niet meer maar ligt alleen te rommelen.
  • Hij lijkt rond de oude dutjestijd nog redelijk vrolijk en alert.

Zie je dit een paar dagen achter elkaar? Dan kan het zijn dat het dutje te lang is, te laat is of dat hij er langzaam overheen groeit.

Signalen dat je nog niet moet afbouwen

Aan de andere kant heb je kinderen als Yara van 2 jaar en 10 maanden. Als haar ouders het middagdutje schrappen, gaat het tot 15.30 uur prima. En dan ineens: huilen om alles, zichzelf niet meer kunnen reguleren, nog net niet in slaap vallen aan tafel. Dat is meestal geen “karakter”, dat is gewoon moe.

Denk aan afbouwen? Check dan ook dit:

  • Is je kind na het dutje meestal vrolijker en beter te handelen?
  • Wordt hij zonder dutje snel prikkelbaar, huilerig of hyper?
  • Is het tijdstip van het dutje consequent een soort resetmoment?

Dan is het misschien nog niet het moment om het dutje helemaal los te laten, maar kun je wel gaan schuiven of inkorten.

Eerst even eerlijk: wat is je échte doel?

Voordat je met schema’s gaat puzzelen, stel jezelf deze vraag: wat hoop je dat er verandert als je dutjes gaat afbouwen?

Wil je:

  • een eerdere bedtijd?
  • minder strijd in de avond?
  • meer ruimte voor uitjes overdag?
  • dat je kind op de opvang hetzelfde ritme heeft als thuis?

Als je dat helder hebt, kun je veel gerichter keuzes maken. Soms blijkt dat je niet per se het dutje wilt schrappen, maar dat je vooral de timing wil aanpassen.

Van twee dutjes naar één: de peutertransitie

Deze stap gebeurt vaak ergens tussen 10 en 18 maanden. De ochtend- en middagdutjes beginnen dan met elkaar te botsen.

Hoe merk je dat je naar één dutje kunt?

Bij veel kinderen zie je dat het tweede dutje lastig wordt. Ze liggen lang wakker, of het dutje valt zo laat dat de nacht in de knel komt. Soms weigeren ze juist het ochtendslaapje en vallen ze pas later op de ochtend in slaap.

Bij Sam, 13 maanden, ging het zo: hij werd om 7.00 uur wakker, deed een dutje om 9.30 uur en moest dan om 15.00 uur nog een keer slapen. Maar dat tweede dutje schoof steeds verder op, en voor hij het wist was het 16.00 uur. Gevolg: een bedtijd van 21.00 uur en ouders met vierkante ogen.

Stap voor stap naar één middagdutje

Een zachte overgang werkt vaak beter dan van de ene op de andere dag alles omgooien. Denk aan:

  • Het ochtendslaapje elke paar dagen 15-30 minuten later aanbieden.
  • Het ochtendslaapje steeds iets korter maken, bijvoorbeeld van 1 uur naar 30 minuten.
  • Lunchtijd iets naar voren halen als je kind echt moe is.

Uiteindelijk schuif je naar een ritme waarin je kind rond 12.00-13.00 uur een langer dutje doet. De eerste weken zijn vaak een beetje gerommel. De ene dag redt je kind het prima tot na de lunch, de andere dag is hij om 11.00 uur al op. Dat mag. Je mag best een tijdje “mixdagen” hebben.

Van één dutje naar geen dutjes: de grote sprong

Dit is de fase waar de meeste ouders over mailen. Want hoe doe je dat, een peuter of kleuter zonder middagdutje, zonder dat je huis om 17.00 uur verandert in een soort emotionele achtbaan?

Hoe weet je dat het middagdutje er langzaam uit mag?

Je hoeft niet te wachten tot je kind het dutje áltijd weigert. Vaak zie je eerst dit soort dingen:

  • Je kind ligt overdag een uur wakker en valt dan nét in slaap, waardoor je hem moet wakker maken.
  • Als hij wel slaapt, is de bedtijd ineens een drama en is hij pas om 21.30 uur of later vertrokken.
  • Op dagen zonder dutje valt hij ’s avonds sneller en rustiger in slaap.

Bij Liam van 3,5 jaar zagen zijn ouders dat hij op opvangdagen met dutje tot 22.00 uur wakker was, en op dagen zonder dutje al om 19.30 uur sliep. Dat is vaak een duidelijk teken dat het dutje het nachtslapen in de weg zit.

Rustmoment in plaats van slaap

Wat veel ouders helpt, is denken in “rust” in plaats van “slaap”. Het hoeft niet meteen alles-of-niets te zijn.

Je kunt bijvoorbeeld:

  • Een vaste rustige tijd na de lunch inbouwen. Boekjes lezen, zacht spelen, misschien een luisterverhaal.
  • Je kind in zijn kamer laten spelen met wat rustige speelgoed, met de regel: dit is even stille tijd.
  • Accepteren dat hij soms nog in slaap valt, maar dan de duur beperken.

Zo blijft er een soort pauze in de dag, zonder dat je meteen terug bent bij een vol middagdutje van twee uur.

Dutje inkorten: de tussenoplossing

Soms is het niet nodig om het dutje direct te schrappen. Inkorten kan ook.

Stel, je kind slaapt nu van 13.00 tot 15.00 uur en valt ’s avonds lastig in slaap. Dan kun je eerst naar maximaal 1,5 uur gaan. Werkt dat na een week niet, dan probeer je 1 uur. En als dat nog steeds gedoe geeft, kun je kijken of een powernap van 20-30 minuten rond 12.30 of 13.00 uur helpt.

Het voelt soms een beetje gemeen om een slapend kind wakker te maken. Maar je helpt hem juist om ’s avonds makkelijker in slaap te vallen en beter door te slapen.

Oververmoeidheid: hoe ziet dat er nou echt uit?

Veel ouders denken bij moe aan gapen en in de ogen wrijven. Maar peuters laten moeheid vaak heel anders zien.

Oververmoeid kan er zo uitzien:

  • Hyperactief, drukker dan normaal.
  • Snel boos, alles is “nee” of “stom”.
  • Onhandiger, meer vallen of botsen.
  • Huilen om dingen die normaal geen probleem zijn.

Als je dutjes gaat afbouwen, ga je dit gedrag waarschijnlijk een paar keer tegenkomen. Dat betekent niet dat je alles fout doet, maar het is wel een signaal dat je even moet bijsturen.

Handige noodgrepen op zulke dagen:

  • Avondeten simpel en vroeg, bijvoorbeeld om 16.45 of 17.00 uur.
  • Korte, rustige bedtijdroutine, niet nog een half uur spelen.
  • Eventueel een eenmalig kort dutje van 20 minuten rond 15.00 uur, als je kind het echt niet redt.

Hoe combineer je thuis, opvang en opa & oma?

In theorie kun je een perfect schema maken. In het echte leven heb je te maken met de opvang, opa en oma, sportclubjes en je eigen werk.

Op de opvang slapen kinderen vaak op vaste tijden. Dat kan betekenen dat jouw kind daar nog braaf 1,5 uur slaapt, terwijl hij thuis het dutje al bijna niet meer nodig heeft. Dat is niet per se verkeerd, maar het kan wel verklaren waarom de avonden na opvangdagen anders lopen.

Wat je kunt doen:

  • Overleg met de opvang of ze het dutje kunnen inkorten als je merkt dat je kind ’s avonds te wakker is.
  • Thuis op vrije dagen iets minder streng zijn: misschien geen dutje, maar wel een rustmoment.
  • Bij opa en oma duidelijke afspraken maken over maximale duur van het dutje.

Perfect wordt het nooit. Maar als de grote lijnen kloppen, kan je kind meer hebben dan je denkt.

Veelgestelde vragen over dutjes afbouwen

1. Mijn kind van 2,5 jaar wil geen middagdutje meer, maar is eind van de dag niet te genieten. Wat nu?

Dit is zo’n typische “tussenin”-fase. Vaak helpt het om niet direct helemaal te stoppen, maar te kiezen voor een kort dutje of een rustmoment.

Je kunt bijvoorbeeld het dutje beperken tot 30-45 minuten en het uiterlijk rond 14.00 uur laten eindigen. Lukt slapen echt niet meer, bouw dan een vaste “chilltijd” in na de lunch: boekjes, knuffels, eventueel een luisterverhaal. Vaak zie je dat kinderen dan nét genoeg opladen om de dag vol te houden.

2. Is het erg als mijn 4-jarige nog steeds een middagdutje doet?

Nee, dat hoeft helemaal geen probleem te zijn, zolang het nachtslapen goed gaat. Wordt je kind rond een normale tijd wakker, valt hij ’s avonds redelijk vlot in slaap en is hij overdag meestal lekker in zijn vel? Dan is er geen reden om geforceerd te stoppen.

Worden de avonden heel laat of onrustig, dan kun je wel gaan kijken naar inkorten of vervangen door een rustmoment.

3. Hoe lang mag een middagdutje duren bij peuters?

Dat verschilt per leeftijd en per kind, maar als richtlijn zie je vaak dat peuters tussen 1,5 en 3 jaar ergens tussen de 1 en 2 uur slapen overdag. Merk je dat je kind ’s avonds moeilijk in slaap valt, dan kun je naar 1-1,5 uur gaan.

Bij oudere peuters en kleuters die aan het afbouwen zijn, werkt een kort dutje van 20-45 minuten soms beter. Zie het als een oplader die je telefoon nét genoeg geeft om de dag door te komen, zonder dat hij ’s avonds nog op 100 procent staat.

4. Mijn kind slaapt op sommige dagen wel en op andere dagen niet. Is dat niet verwarrend?

Dat kan, maar het hoeft niet. Veel gezinnen hebben een tijdje een soort “hybride” schema: op drukke dagen met veel prikkels (opvang, uitje) wel een dutje, op rustige dagen thuis alleen rusttijd.

Belangrijk is dat de bedtijd ongeveer gelijk blijft en dat je kind genoeg totale slaap krijgt over de week. Kijk liever naar het gemiddelde dan naar die ene rommeldag.

5. Hoeveel slaap heeft mijn peuter of kleuter ongeveer nodig?

Gemiddeld slapen peuters tussen 1 en 3 jaar ongeveer 11 tot 14 uur per etmaal, kleuters tussen 3 en 5 jaar ongeveer 10 tot 13 uur. Dat is inclusief dutjes. Het zijn ruime marges, dus schrik niet als jouw kind daar iets boven of onder zit. Kijk vooral naar hoe hij overdag functioneert.

Op sites als Thuisarts en Gezondheidsnet vind je meer achtergrondinformatie over slaap en slaapproblemen bij kinderen.

Als het afbouwen niet loopt zoals “hoort”

Misschien heb je al honderd keer gegoogeld en word je moedeloos van alle perfecte dagschema’s. Dan nog even dit: het is normaal dat dutjes afbouwen rommelig is.

Sommige kinderen hebben maandenlang afwisselend wel en geen dutje. Andere lijken ineens van de ene op de andere dag klaar te zijn met slapen overdag. Er zijn kinderen die op de opvang nog een dutje doen tot 4, terwijl ze thuis al een jaar niet meer slapen.

Wat helpt, is om niet per dag te oordelen, maar per week. Stel jezelf vragen als:

  • Is mijn kind meestal redelijk vrolijk en te handelen?
  • Komt hij ongeveer aan de totale slaapuren die passen bij zijn leeftijd?
  • Lukt het om een beetje vaste structuur in de dag te houden?

Is het antwoord meestal ja, dan ben je waarschijnlijk beter bezig dan je zelf denkt.

Twijfel je of er meer aan de hand is of maak je je serieus zorgen over het slapen van je kind? Overleg dan met je huisarts of het consultatiebureau. Op RIVM en Thuisarts vind je betrouwbare informatie over ontwikkeling en gezondheid bij kinderen.

En ondertussen? Wees een beetje mild voor jezelf. Dutjes afbouwen is geen strak projectplan, maar meer een slingerpad. Met bochten, omwegen, dagen waarop het fantastisch gaat en dagen waarop je denkt: laat hem maar gewoon slapen. Dat is geen falen, dat is opvoeden in het echte leven.

Explore More Peuters en Kleuters

Discover more examples and insights in this category.

View All Peuters en Kleuters