Als je kind ’s nachts gillend rechtop zit (en jou niet herkent)

Stel je voor: het is half twee ’s nachts. Je peuter zit rechtop in bed, ogen wijd open, schreeuwt het uit. Je hart slaat een slag over, je rent erheen... en dan gebeurt het vreemde. Hij lijkt je niet te zien, duwt je misschien zelfs weg en blijft in paniek. Een nachtmerrie, denk je, maar dit voelt toch anders. Herkenbaar? Veel ouders beschrijven dit soort nachten als ronduit beangstigend. Je kind lijkt wakker, maar is het eigenlijk niet. Troosten lukt nauwelijks, praten heeft geen zin en de volgende ochtend weet je kind van niks. Het voelt bijna alsof je in een slechte film bent beland, terwijl je gewoon een peuter of kleuter hebt die eigenlijk alleen maar zou moeten slapen. In dit artikel neem ik je stap voor stap mee in wat er gebeurt bij nachtangst, waarom het zo heftig lijkt (en voor je kind zelf meestal meevalt) en wat je thuis wél kunt doen. Geen paniekverhaal, maar een nuchtere, warme gids. Zodat jij vannacht net wat rustiger naast dat bed kunt zitten, in plaats van met knikkende knieën te googelen.
Written by
Taylor
Published
Updated

Laten we beginnen met de geruststelling die veel ouders eigenlijk als eerste nodig hebben: nee, je kind wordt hier niet “raar” van. En nee, dit komt niet omdat jij iets verkeerd doet in de opvoeding.

Nachtangst (ook wel night terrors of pavor nocturnus genoemd) komt best vaak voor bij peuters en kleuters. Het hoort bij de ontwikkeling van de slaap. Het ziet er dramatisch uit, maar is meestal onschuldig. De grootste ellende zit vaak bij de ouders: jij schrikt je rot, slaapt slecht en gaat twijfelen aan alles.

Neem Noor van 3. Haar moeder vertelde dat Noor meerdere keren per week rond 22.30 uur begon te gillen. Noor zat rechtop, trapte met haar benen, sloeg om zich heen als iemand haar wilde aanraken en keek dwars door haar ouders heen. Na een minuut of tien zakte het weg, Noor viel weer neer in bed en sliep door. De volgende ochtend: een vrolijk kind dat zich er niets van herinnert.

Dat is typisch nachtangst. Heftig om te zien, maar voor Noor zelf op de lange termijn meestal geen groot probleem.

Nachtangst voelt als een nachtmerrie 2.0 (maar het is iets anders)

Het lijkt op een nachtmerrie, toch? Schreeuwen, paniek, misschien zelfs woorden als “nee!” of “weg!”. Maar er zit een belangrijk verschil tussen een nachtmerrie en nachtangst.

Bij een nachtmerrie:

  • wordt je kind vaak echt wakker
  • kan het meestal wél troost toelaten
  • kan je kind vaak iets vertellen over de droom (“grote hond”, “monster”, “water”)
  • komt het meestal later in de nacht voor, in de lichte REM-slaap

Bij nachtangst gebeurt er iets anders in het brein. Je kind zit in een diepe slaap, maar een deel van het lichaam schiet als het ware in de alarmstand. Het resultaat: een kind dat eruitziet alsof het in pure paniek is, maar eigenlijk nog half slaapt.

Je ziet bij nachtangst vaak een paar typische dingen door elkaar:

  • je kind lijkt wakker, maar reageert niet logisch
  • de ogen kunnen open zijn, maar de blik is “door je heen”
  • troosten helpt nauwelijks of maakt het zelfs erger
  • het kind duwt je weg, slaat om zich heen of wil niet aangeraakt worden
  • het hart klopt snel, het kind zweet, ademt gejaagd

En het meest verwarrende: de volgende ochtend is er nul herinnering.

Wanneer gebeurt dit meestal bij peuters en kleuters?

Nachtangst komt het vaakst voor bij kinderen tussen ongeveer 2 en 7 jaar. Bij peuters zie je het vaak net in de fase dat ze overgaan naar een peuterbed, zindelijk worden of naar de peuterspeelzaal gaan. Kortom: precies in die jaren waarin er toch al veel verandert.

Opvallend detail: nachtangst komt meestal in de eerste uren van de nacht voor. Vaak ergens tussen 1 en 3 uur na het inslapen. Dus niet rond 4 of 5 uur ’s ochtends, maar eerder in dat “wij zitten nog op de bank met een kop thee”-blok.

Dat heeft te maken met de slaapfasen. In die eerste uren zit je kind vaker in een diepe non-REM-slaap. Juist in die overgang van heel diep slapen naar iets lichter slapen kan het misgaan. Het brein schakelt dan een beetje rommelig. Het lichaam gaat “aan”, terwijl het bewustzijn eigenlijk nog “uit” staat.

Waarom lijkt het dan zó heftig?

Omdat alles aan je ouderbrein gaat roepen: gevaar.

Je kind:

  • schreeuwt of huilt hartverscheurend
  • lijkt in paniek, soms zelfs angstig naar een hoek van de kamer te kijken
  • kan zweten, rood worden, trillen
  • reageert niet op jouw stem

Dat triggert natuurlijk alles in jou. Je wil troosten, vasthouden, geruststellen. Maar bij nachtangst werkt dat vaak niet zoals je gewend bent. En dat voelt ontzettend machteloos.

Voor je kind is het verhaal anders. Het brein registreert die paniek niet zoals wij dat overdag doen. Er is geen bewust “ik ben nu in levensgevaar”-gevoel dat wordt opgeslagen als herinnering. Daarom weet je kind er de volgende ochtend niets meer van, terwijl jij nog half zit na te shaken.

Wat kun je beter wel en niet doen tijdens een nachtangst?

Laten we eerlijk zijn: je eerste reactie is bijna altijd proberen wakker te maken en stevig vastpakken. Logisch, maar bij nachtangst werkt dat vaak averechts.

Wat meestal níet helpt:

  • hard roepen of schudden om je kind wakker te maken
  • het licht fel aandoen en “kom op, word wakker!” zeggen
  • blijven vragen: “Wat is er? Zeg het dan!”

Je kind zit in een soort tussengebied tussen slapen en waken. Duwen richting “echt wakker” kan de onrust juist vergroten.

Wat wél vaak helpt, is meer denken in veiligheid dan in “troosten zoals overdag”:

  • Blijf in de buurt. Ga naast het bed zitten of op de rand. Je hoeft niet per se aangeraakt te worden om je veilig te voelen, dat geldt ook voor kinderen.
  • Houd de omgeving veilig. Zorg dat je kind niet uit bed kan vallen of zich kan stoten als het wild beweegt.
  • Praat rustig, maar verwacht geen antwoord. Zachtjes dingen zeggen als: “Je bent veilig”, “Papa is hier”, “Je ligt in je eigen bed” kan voor jou ook helpen om rustig te blijven.
  • Forceer geen oogcontact of knuffel. Als je kind je wegduwt, laat dat dan. Blijf wel in de buurt, maar respecteer dat lijfelijke troost op dat moment niet fijn voelt.

Vaak merk je dat het na een paar minuten vanzelf afzakt. Soms duurt het wat langer, 10 tot 20 minuten. Daarna valt je kind meestal weer in een rustige slaap.

En de volgende ochtend, wat zeg je dan?

Hier gaat het bij veel ouders mis, uit de beste bedoelingen. Je wil het namelijk graag snappen, dus je vraagt:

“Wat heb jij eng gedroomd vannacht, weet je dat nog?”

Maar bij nachtangst is er vaak geen herinnering. Je kind kijkt je glazig aan of zegt gewoon “nee”. Als je er dan een heel groot ding van maakt, kan je kind juist overdag angstig worden: “Er gebeurt blijkbaar iets heel engs ’s nachts met mij, maar ik weet niet wat.”

Hou het daarom luchtig. Je kunt iets zeggen als:

“Vannacht was je even heel onrustig in je slaap. Papa en mama waren erbij. Je slaapt nu weer lekker en vandaag is gewoon een nieuwe dag.”

Als je kind zelf begint over “ik was bang” of “ik heb iets engs gezien”, luister dan, maar blaas het niet op. Benoem dat gevoel (“je was bang, dat is naar”) en eindig bij veiligheid (“en nu ben je hier, en is het veilig”).

Hoe herken je dat het écht nachtangst is en niet iets anders?

Ouders twijfelen hier vaak over. Een paar signalen die vaak bij nachtangst horen:

  • Het begint vrij plotseling, zonder langzaam wakker worden.
  • Je kind lijkt niet echt wakker te worden, hoe je ook praat of wiegt.
  • Er is geen logisch gesprek mogelijk.
  • De aflevering is heftig, maar relatief kort. Daarna slaapt je kind weer door.
  • De volgende dag is er geen of nauwelijks herinnering.

Bij nachtmerries zie je vaker dat je kind wakker is, wil knuffelen, kan vertellen dat iets eng was en je troost zoekt.

Heb je het gevoel dat je kind overdag ook erg angstig is, vreemde dingen ziet of hoort, of dat de nachtelijke aanvallen heel anders verlopen dan hierboven beschreven? Dan is het verstandig om met je huisarts te overleggen. Nachtangst is een bekend verschijnsel, maar artsen denken ook met je mee als er misschien iets anders speelt.

Een betrouwbare plek om alvast wat medische achtergrondinformatie te lezen is bijvoorbeeld Thuisarts over slaapproblemen bij kinderen.

Waarom sommige kinderen hier meer last van hebben dan anderen

De hamvraag: waarom jouw kind wel, en dat van de buren niet? Er is niet één simpele reden, maar er zijn wel dingen die vaak meespelen.

Je ziet nachtangst vaker bij kinderen die:

  • erg moe zijn of structureel te weinig slapen
  • net door een drukke of spannende periode gaan (verhuizing, nieuwe opvang, baby erbij, start basisschool)
  • een temperament hebben dat overdag ook wat “intens” is (gevoelig, snel overprikkeld)
  • koorts hebben of ziek zijn

Neem Daan van 4. Zijn nachtangsten begonnen precies in de weken dat hij naar de basisschool ging. Nieuwe juf, nieuwe kinderen, nieuwe regels. Overdag deed hij stoer, maar ’s avonds wilde hij niet naar bed. Tegen 22.00 uur barstte dan regelmatig zo’n nachtangst los. Toen zijn ouders een tijdje heel strak op een rustiger avondritueel, iets vroeger naar bed en wat minder prikkels voor het slapen gingen letten, nam het aantal nachtangsten duidelijk af.

Het is dus niet jouw schuld, maar je kunt met de omstandigheden wel een beetje meebewegen.

Wat kun je overdag doen om de nachten rustiger te maken?

Je kunt nachtangst niet altijd helemaal voorkomen, maar je kunt de drempel wel lager maken. Zie het als een soort “sloop de triggers”-plan.

Een paar dingen die vaak helpen:

1. Slaaphygiëne klinkt saai, maar werkt echt

Rust, regelmaat, voorspelbaarheid. Ja, dat oude riedeltje. Maar juist kinderen die gevoelig zijn voor nachtangst hebben vaak baat bij een vaste avondstructuur.

Denk aan een rustig ritueel in dezelfde volgorde: opruimen, pyjama, tandenpoetsen, plassen, boekje lezen, knuffel, licht uit. Geen wilde stoeipartijen of drukke schermen vlak voor bedtijd.

Een handige bron over goed slaapgedrag bij kinderen is bijvoorbeeld Gezondheidsnet over kinderen en slaap.

2. Let op oververmoeidheid

Peuters en kleuters zijn kampioen in “ik ben niet moe!” roepen, terwijl hun lijf al lang op is. Oververmoeidheid maakt de slaap onrustiger, en dat kan nachtangst uitlokken.

Let op signalen als drukker worden richting de avond, huilbuien om niks, wiebelig gedrag. Soms is 15 tot 30 minuten eerder naar bed al een wereld van verschil.

3. Minder prikkels in het laatste uur

Nog even een spannende film, drukke spelletjes, harde muziek, een vol huis met visite... het kan allemaal net dat beetje extra onrust geven. Zeker bij gevoelige kinderen.

Kies in het laatste uur voor “landing”: rustig spelen, tekenen, boekjes kijken, misschien een warm bad (als je kind daar ontspannen van wordt, niet alle kinderen vinden dat fijn).

4. Overdag praten, ’s nachts begeleiden

Als je kind overdag vragen stelt over slapen of bang is voor het donker, neem dat serieus, maar maak het niet zwaarder dan het is. Leg rustig uit wat slapen is, dat hoofden dan opruimen wat ze hebben meegemaakt, dat dromen soms gek zijn.

’s Nachts is niet het moment voor lange gesprekken of analyses. Dan is jouw rustige aanwezigheid genoeg.

Wanneer is het handig om naar de huisarts te gaan?

Je hoeft niet bij elke nachtangst direct te bellen. Maar er zijn situaties waarin het wél goed is om er een professional naar te laten kijken.

Bijvoorbeeld als:

  • je kind meerdere keren per nacht of bijna elke nacht heftige aanvallen heeft
  • je twijfelt of het misschien om epileptische aanvallen gaat
  • je kind overdag erg moe, suf of veranderd van gedrag is
  • je zelf zo bezorgd of uitgeput raakt dat je het niet meer trekt

De huisarts kan met je meekijken, andere oorzaken uitsluiten en je eventueel doorverwijzen. Op Thuisarts kun je vooraf al even zoeken op slaapproblemen bij kinderen, maar neem vooral ook je eigen gevoel serieus.

Hoe ga je zelf om met de schrik en de vermoeidheid?

Dit stukje wordt vaak vergeten, maar is eigenlijk net zo belangrijk: jij moet het ook volhouden.

Het is best wel intens om een paar keer per week ’s nachts naast een gillend kind te zitten. Je slaapt slechter, je ligt daarna nog lang wakker, en de volgende dag moet je “gewoon” weer functioneren.

Een paar nuchtere tips voor jou:

  • Praat erover met je partner, vrienden of de opvang/school. Alleen al delen dat je nachten zwaar zijn, lucht op.
  • Wissel nachten af als dat kan, zodat niet altijd dezelfde ouder paraat staat.
  • Verwacht niet dat je overdag op je top presteert als je nachten brak zijn. Dit is een fase, geen falen.
  • Zoek gerust steun bij het consultatiebureau of de huisarts als je merkt dat je eigen spanning oploopt.

Op sites als Hersenstichting vind je ook informatie over slaap en wat slaaptekort met je doet. Dat kan helpen om je eigen klachten (hoofdpijn, prikkelbaarheid, moeheid) beter te begrijpen.

Gaat dit ooit over?

Het korte antwoord: ja, meestal wel.

Bij de meeste kinderen verdwijnen nachtangsten vanzelf na een paar maanden tot een paar jaar. Ze kunnen periodes komen en gaan, bijvoorbeeld rond spannende gebeurtenissen. Maar het is zelden iets wat tot in de puberteit doorloopt.

Het helpt om het in je hoofd te zien als een ontwikkelingsfase van de slaap. Net zoals leren lopen met vallen en opstaan gaat, zo leert het brein ook slapen. Soms gaat dat een beetje rommelig, en dat zie je dan terug in dit soort nachtelijke taferelen.

Blijf ondertussen goed kijken naar je kind overdag. Is je kind vrolijk, groeit het goed, speelt het, ontwikkelt het zich verder normaal? Dan is de kans groot dat de nachtangsten vooral voor jou zwaar zijn, maar voor je kind zelf niet blijvend schadelijk.

Veelgestelde vragen over nachtangst bij peuters en kleuters

Kan mijn kind zich pijn doen tijdens een nachtangst?

Dat kan, vooral als je kind heel wild beweegt of uit bed probeert te klimmen. Zorg daarom voor een veilige slaapplek: geen harde randen waartegen je kind zijn hoofd kan stoten, eventueel een bedhekje, en haal scherpe of harde spullen uit de buurt. Blijf erbij zodat je kunt ingrijpen als je kind echt gevaarlijk beweegt.

Moet ik mijn kind wakker maken als ik weet dat er vaak rond dezelfde tijd nachtangst is?

Soms helpt het om je kind, als je een heel vast patroon ziet, net vóór het gebruikelijke tijdstip van de nachtangst even kort wakker te maken. Bijvoorbeeld tien tot vijftien minuten ervoor, even naar de wc of een slokje water. Dat kan de slaapcyclus doorbreken. Doe dit wel tijdelijk en in overleg met een professional als je twijfelt.

Heeft mijn kind later meer kans op angststoornissen als het nu nachtangst heeft?

Nee, daar zijn geen harde aanwijzingen voor. Kinderen met nachtangst zijn vaak gevoelige slapers, maar dat betekent niet automatisch dat ze later angstproblemen krijgen. Wel is het goed om overdag op te letten hoe je kind zich voelt en functioneert, en bij zorgen hulp te zoeken.

Moet ik mijn kind de volgende dag vertellen wat er gebeurd is?

Alleen als je kind er zelf naar vraagt, en dan kort en geruststellend. Iets als: “Vannacht was je even onrustig in je slaap, maar wij waren erbij en nu is alles weer goed.” Maak er geen groot of eng verhaal van als je kind zelf geen herinnering heeft.

Zijn er medicijnen voor nachtangst?

In normale situaties niet. Medicatie wordt bij jonge kinderen eigenlijk niet ingezet voor nachtangst. De aanpak richt zich vooral op goede slaapgewoonten, veiligheid en het verminderen van triggers zoals oververmoeidheid en stress. Alleen in heel uitzonderlijke situaties, en dan altijd via een specialist, wordt er soms verder gekeken.


Nachtangst bij peuters en kleuters is dus vooral een verhaal van heftige nachten, ongeruste ouders en een brein dat nog aan het oefenen is met slapen. Jij kunt het niet in één klap oplossen, maar je kunt het wel een stukje zachter maken - voor je kind én voor jezelf.

Blijf kijken naar het totaalplaatje: hoe gaat het overdag, hoe slapen jullie allemaal, en waar kun je kleine dingen aanpassen. En als je blijft twijfelen: trek aan de bel bij je huisarts of het consultatiebureau. Liever één keer “onnodig” gevraagd dan nachtenlang in je eentje piekeren.

Explore More Peuters en Kleuters

Discover more examples and insights in this category.

View All Peuters en Kleuters