Slaapwandelen bij kinderen: wanneer maak je je wél zorgen?

Je schrikt je rot. Het is half drie 's nachts, je peuter staat in de gang, ogen open, maar... hij lijkt jou niet echt te zien. Hij mompelt wat, loopt langs je heen en probeert de badkamerdeur open te maken. Slaapwandelen. En dan komt meteen de vraag: is dit normaal, of moet ik nu in actie komen? Veel ouders herkennen dit soort nachtelijke taferelen. Slaapwandelen komt vaker voor dan je denkt, vooral bij peuters en kleuters. Toch voelt het allesbehalve normaal als je kind 's nachts door het huis zwerft. In je hoofd schieten allerlei zorgen voorbij: kan hij vallen, is dit slecht voor zijn hersenen, moet ik hem wakker maken, moet ik naar de huisarts? In dit artikel lopen we stap voor stap door wat er gebeurt bij slaapwandelen, waarom het juist bij jonge kinderen zo vaak voorkomt en vooral: wat jij als ouder praktisch kunt doen om de nachten veiliger en rustiger te maken. Met nuchtere uitleg, herkenbare voorbeelden en tips die je dezelfde avond nog kunt toepassen.
Written by
Taylor
Published
Updated

Slaapwandelen voelt eng - maar wat zie je nu eigenlijk gebeuren?

Stel je voor: je 4-jarige dochter loopt ‘s nachts haar kamer uit, recht op de trap af. Haar ogen zijn open, maar ze reageert niet als je haar naam zegt. Ze lijkt “wakker”, maar is het niet. Ze probeert aan de deurklink te friemelen, of gaat op de rand van haar bed zitten en begint half in de lucht te praten.

Dit soort scènes horen heel typisch bij slaapwandelen. Het ziet er soms bijna spookachtig uit, maar voor je kind is het meestal geen nare ervaring. De volgende ochtend weet hij of zij er meestal niets meer van.

Kenmerkende dingen die ouders vaak beschrijven:

  • Het gebeurt meestal in de eerste helft van de nacht, vaak 1 tot 3 uur na het inslapen.
  • Je kind reageert nauwelijks of niet als je tegen hem praat.
  • De ogen zijn open, maar de blik is “glazig” of langs je heen.
  • Je kind doet half-doelgerichte dingen: lopen, aan deuren zitten, in een kast rommelen, op het bed gaan zitten.
  • De volgende ochtend is er geen of nauwelijks herinnering.

Dat alles hoort bij een verstoring in de diepe slaap. Je kind zit als het ware vast tussen slapen en wakker zijn. Niet gevaarlijk voor de hersenen, wél soms gevaarlijk door wat er fysiek kan gebeuren (trap, raam, scherpe hoeken).

Waarom juist peuters en kleuters zo vaak slaapwandelen

Als je kind tussen de 3 en 7 jaar oud is, zit hij precies in de leeftijd waarin slaapwandelen het meest voorkomt. Dat is geen toeval.

Bij jonge kinderen is de diepe slaap extra sterk ontwikkeld. Hun hersenen zijn nog volop bezig om slaappatronen te “fine-tunen”. In die diepe slaapfase kan het weksysteem van de hersenen soms een soort halfslachtige poging doen om wakker te worden. Het resultaat: een kind dat lichamelijk in actie komt, maar geestelijk nog niet echt wakker is.

Onderzoek laat zien dat slaapwandelen bij kinderen relatief vaak voorkomt. In Nederlandse bronnen wordt geschat dat een flink deel van de kinderen er in meer of mindere mate mee te maken krijgt. Op Thuisarts.nl wordt slaapwandelen beschreven als een verschijnsel dat vaak vanzelf weer overgaat naarmate een kind ouder wordt.

Erfelijkheid speelt ook een rol. Herken je het van jezelf of je partner? Ouders die vroeger zelf slaapwandelden, hebben vaker kinderen die dat ook doen. Het is dus niet zo dat jij iets fout doet in de opvoeding of met het avondritueel. Vaak is het gewoon hoe het brein van jouw kind is bedraden.

Triggers: wanneer wordt slaapwandelen erger?

Slaapwandelen komt niet uit de lucht vallen. Het onderliggende “talent” moet er zijn, maar bepaalde omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat het vaker of heftiger optreedt.

Veelvoorkomende triggers zijn:

Te weinig slaap of onregelmatige bedtijden

Een oververmoeid kind slaapt onrustiger. De diepe slaap wordt dan dieper en schokkeriger. Dat vergroot de kans op nachtelijke “ontsporingen” zoals slaapwandelen.

Voorbeeld: je 5-jarige gaat in het weekend veel later naar bed, logeert bij opa en oma, slaapt kort en druk... en precies in die nachten begint het slaapwandelen.

Ziekte, koorts of lichamelijk ongemak

Bij koorts of pijn (bijvoorbeeld oorontsteking) is de slaap vaak gefragmenteerd. Dat kan slaapwandelen uitlokken of verergeren. Ook een volle blaas kan een rol spelen: het lichaam wil wakker worden om te plassen, maar de hersenen krijgen het signaal niet netjes rond.

Stress of spanning overdag

Jonge kinderen kunnen hun spanning nog niet goed onder woorden brengen. Verandering van school, een nieuwe baby in huis, verhuizing of ruzies thuis kunnen zich in de nacht uiten in onrustige slaap, nachtmerries of slaapwandelen.

Let op: dat betekent niet dat slaapwandelen altijd een signaal van grote psychische problemen is. Vaak is het een optelsom van gevoeligheid + wat extra spanning.

Omgevingsfactoren

Een lawaaiige straat, een piepende deur, een televisie die nog aanstaat: plotselinge geluiden in de diepe slaap kunnen een soort half-ontwaken veroorzaken. Bij sommige kinderen is dat het startschot voor een slaapwandel-episode.

Mag je een slaapwandelend kind wakker maken?

Dit is misschien wel de meestgestelde vraag van ouders. Het korte antwoord: je hoeft je kind niet per se wakker te maken. Sterker nog, vaak lukt dat niet eens goed.

Wat je wél kunt doen:

  • Blijf rustig en praat zachtjes, zonder te veel vragen te stellen.
  • Raak je kind voorzichtig aan, leg een hand op de schouder of pak de hand vast.
  • Leid je kind rustig terug naar bed met korte, simpele zinnetjes: “Kom, we gaan weer slapen”.

Proberen om je kind hardhandig wakker te schudden is meestal niet nodig en kan verwarring en angst geven. Je kind kan dan in paniek raken, huilen of boos worden, omdat het ineens midden uit een diepe slaap wordt getrokken.

Het doel is vooral: veiligheid waarborgen en de situatie zo rustig mogelijk houden.

Veiligheid eerst: maak je huis slaapwandel-proof

Bij slaapwandelen denk je misschien vooral aan “waarom gebeurt dit?”. Maar de belangrijkste vraag voor vannacht is eigenlijk: hoe voorkom ik ongelukken?

Een paar aanpassingen in huis kunnen al veel schelen:

Trappen en deuren

  • Zorg voor een traphekje dat ook ‘s nachts dicht is.
  • Overweeg een kinderslot of extra schuifje op de voordeur en achterdeur.
  • Let ook op balkondeuren en ramen op hoogte.

Slaapkamer en gang

  • Ruim de vloer op: geen blokken, auto’s of speelgoed waarover gestruikeld kan worden.
  • Verplaats scherpe meubels of zet hoekbeschermers op lage tafels.
  • Zorg voor een nachtlampje als jouw kind zich daardoor minder schrikt als hij half wakker wordt.

Extra alert bij hoogslapers en stapelbedden

Slaapwandelt je kind regelmatig? Dan is een hoogslaper of bovenste bed van een stapelbed geen goed idee. De kans op vallen is dan simpelweg te groot.

Op Thuisarts.nl en bij slaapcentra wordt veiligheid vaak als eerste aandachtspunt genoemd bij slaapwandelen. Niet omdat de aandoening zelf gevaarlijk is, maar omdat de omgeving dat kan zijn.

Hoe help je je kind met rustiger nachten?

Je kunt slaapwandelen niet altijd volledig voorkomen, maar je kunt de kans en intensiteit wel verminderen. Denk in kleine, haalbare stappen.

Een voorspelbaar avondritueel

Kinderen varen wel bij duidelijkheid. Een vast patroon voor het slapengaan helpt het brein om “in de slaapstand” te komen. Bijvoorbeeld:

  • Rustig spelen of lezen na het eten.
  • Geen drukke schermen meer in het laatste uur voor bedtijd.
  • Steeds dezelfde volgorde: pyjama, tandenpoetsen, plassen, verhaaltje, knuffel, licht uit.

Voldoende slaapuren

Kijk eerlijk naar hoe laat je kind nu naar bed gaat. Veel kinderen in Nederland gaan eigenlijk net iets te laat slapen. Op RIVM.nl en andere Nederlandse gezondheidssites vind je richtlijnen voor het aantal uren slaap per leeftijd.

Voor peuters en kleuters betekent dat vaak: ergens tussen 19.00 en 20.00 uur naar bed, afhankelijk van het kind en of het nog een middagdutje doet.

Rust in het hoofd

Heeft je kind veel meegemaakt of is het gevoelig voor prikkels? Bouw dan een kort “praatmoment” in, bijvoorbeeld bij het avondeten of tijdens het aankleden voor bed. Even de dag doornemen, benoemen wat leuk was en wat lastig was, kan helpen om niet met een vol hoofd naar bed te gaan.

Sommige kinderen vinden een vast zinnetje fijn, zoals: “Alles wat vandaag gebeurd is, is klaar. Morgen is er weer een nieuwe dag.” Het klinkt simpel, maar het helpt om mentaal af te sluiten.

Let op koorts en ziekte

Is je kind ziek en slaapwandelt het ineens vaker of heftiger? Zorg dan extra voor veiligheid in huis en probeer de slaap zo ongestoord mogelijk te laten verlopen. Vaak trekt het weer weg als de ziekte over is.

“Gaat dit ooit over?” - hoe het verloop meestal is

De meeste kinderen groeien over slaapwandelen heen. Naarmate de hersenen verder rijpen en de slaap stabieler wordt, nemen de episodes vaak af in frequentie en heftigheid.

Veel ouders merken het volgende patroon:

  • Een periode met af en toe slaapwandelen, soms in clusters (bijvoorbeeld een paar avonden achter elkaar).
  • Dan weken of maanden niets.
  • Soms een nieuwe opleving bij vakanties, logeerpartijtjes of spanningen.

Bij de meeste kinderen is het rond de puberteit grotendeels verdwenen. Dat sluit aan bij wat Nederlandse slaapexperts beschrijven: slaapwandelen op kinderleeftijd is meestal een voorbijgaand fenomeen.

Wanneer ga je met slaapwandelen naar de huisarts?

Hoewel slaapwandelen meestal onschuldig is, zijn er situaties waarin het goed is om wél medische hulp in te schakelen.

Neem contact op met de huisarts als:

  • Je kind meerdere keren per nacht slaapwandelt, of bijna elke nacht.
  • Je kind tijdens het slaapwandelen agressief of extreem angstig lijkt (hard schreeuwen, wild om zich heen slaan).
  • Je twijfelt of het wel slaapwandelen is, of misschien een andere slaapstoornis of epilepsie.
  • Je kind overdag erg moe is, zich slecht kan concentreren of gedragsproblemen krijgt door de slechte nachten.
  • Je kind zichzelf in gevaar brengt, ondanks veiligheidsmaatregelen (bijvoorbeeld steeds weer proberen een raam te openen).

De huisarts kan met je meedenken, andere oorzaken uitsluiten en zo nodig verwijzen naar een slaapcentrum of kinderarts. Op Thuisarts.nl vind je ook informatie over wanneer je met slaapproblemen naar de dokter gaat.

Is slaapwandelen schadelijk voor de hersenen?

Dit is een begrijpelijke zorg, maar gelukkig is het antwoord geruststellend: slaapwandelen op zich beschadigt de hersenen niet. Je kind komt weliswaar in beweging op een moment dat jij verwacht dat hij diep slaapt, maar de hersenen zijn in een andere slaaptoestand dan bij normaal wakker zijn.

Belangrijker is de vraag: komt je kind uiteindelijk aan genoeg goede slaap toe? Als het slaapwandelen heel vaak voorkomt of samengaat met andere problemen (bijvoorbeeld luid snurken, ademstops, heftige nachtmerries), dan kan dat de slaapkwaliteit verstoren. Dáár wil je dan samen met een arts naar kijken.

De Hersenstichting legt op haar website uit dat slaapstoornissen invloed kunnen hebben op gedrag, concentratie en stemming. Dat geldt vooral bij langdurige, ernstige slaapproblemen. Af en toe slaapwandelen zonder andere klachten is meestal geen reden tot grote zorg.

Hoe vertel je het aan je kind?

Veel ouders vragen zich af: moet ik mijn kind vertellen dat hij slaapwandelt? Het antwoord hangt af van de leeftijd en het karakter van je kind.

Bij peuters en jonge kleuters is het vaak niet nodig om er veel woorden aan vuil te maken. Je kunt het kort en luchtig houden:

“Soms loop jij ‘s nachts even door de kamer terwijl je eigenlijk nog slaapt. Dan breng ik je gewoon weer lekker naar bed. Dat is niet erg.”

Bij iets oudere kinderen kun je het iets uitgebreider uitleggen, maar houd het nuchter:

“Jouw hersenen zijn ‘s nachts soms een beetje in de war. Dan denkt je lijf dat het wakker is, maar je hoofd slaapt nog. Dat heet slaapwandelen. Veel kinderen hebben dat. Ik let op je en zorg dat je veilig bent.”

Probeer te voorkomen dat je kind zich raar of “eng” gaat voelen. Geen grote verhalen aan tafel met familie over “wat hij vannacht weer deed” als je kind erbij zit. Dat kan schaamte geven.

Wanneer kan hulp van een specialist zinvol zijn?

In een klein deel van de gevallen is het zinvol om verder onderzoek te laten doen. Bijvoorbeeld:

  • Als je kind naast slaapwandelen ook andere opvallende dingen doet in de nacht, zoals langdurig schreeuwen, stijve houdingen of vreemd schokkende bewegingen.
  • Als er een vermoeden is op epilepsie of een andere neurologische aandoening.
  • Als het slaapwandelen zo ernstig is dat normaal functioneren overdag niet meer lukt.

Een kinderarts, kinderneuroloog of slaapdeskundige kan dan verder kijken. Soms wordt er een slaaponderzoek (polysomnografie) gedaan. Op de website van de Hersenstichting en verschillende Nederlandse slaapcentra vind je meer uitleg over dit soort onderzoeken.

Voor de meeste kinderen is dat gelukkig niet nodig en kom je met aanpassingen thuis een heel eind.

Samenvattend: wat kun je vanavond al doen?

Als je na het lezen denkt: “Oké, en nu?”, dan zijn dit praktische stappen om direct mee te beginnen:

  • Check de veiligheid in huis: traphek, deuren, ramen, losse spullen op de vloer.
  • Kijk eerlijk naar de bedtijd: kan het een kwartiertje of half uurtje vroeger?
  • Maak een rustig, voorspelbaar avondritueel en houd je daar een tijdje consequent aan.
  • Schrijf een week lang op wanneer het slaapwandelen optreedt en wat er overdag speelde. Zo ontdek je misschien patronen.

En misschien wel het belangrijkste: probeer zelf ook rustig te blijven. Slaapwandelen ziet er indrukwekkend uit, maar in de meeste gevallen is het een fase waar je kind weer uitgroeit.

Veelgestelde vragen over slaapwandelen bij kinderen

1. Is slaapwandelen hetzelfde als nachtmerries of nachtangst?

Nee. Bij nachtmerries wordt een kind vaak huilend wakker en kan het achteraf soms vertellen wat het gedroomd heeft. Bij nachtangst (pavor nocturnus) is een kind extreem angstig, schreeuwt en lijkt ontroostbaar, maar is niet echt wakker en herinnert zich meestal niets. Slaapwandelen kan soms samen voorkomen met nachtangst, maar het zijn verschillende verschijnselen.

2. Helpt het om mijn kind later naar bed te brengen zodat hij “moeier” is?

Dat werkt meestal averechts. Oververmoeidheid maakt de slaap onrustiger en kan slaapwandelen juist uitlokken. Beter is een vaste, redelijk vroege bedtijd en genoeg slaapuren.

3. Kan mijn kind zich iets breken tijdens het slaapwandelen?

In theorie wel, zeker bij trappen, hoogslapers of open ramen. Daarom is het zo belangrijk om het huis aan te passen. Gelukkig gaat het in de praktijk meestal goed, zeker als je de omgeving veilig maakt.

4. Moet mijn kind stoppen met logeerpartijtjes als hij slaapwandelt?

Niet per se. Wel is het verstandig om de ouders bij wie je kind logeert goed in te lichten en uit te leggen wat ze kunnen verwachten en wat ze moeten doen. Kies liever logeeradressen waar de omgeving veilig is (bijvoorbeeld geen open trap zonder hekje).

5. Is er medicatie tegen slaapwandelen bij kinderen?

Medicatie wordt bij kinderen vrijwel nooit gebruikt voor slaapwandelen, juist omdat het meestal tijdelijk en onschuldig is. Alleen in heel ernstige situaties, onder begeleiding van een specialist, kan soms medicatie worden overwogen. De basis blijft: goede slaapgewoonten en een veilige omgeving.


Meer lezen over slaap en kinderen? Kijk ook eens op:

Explore More Peuters en Kleuters

Discover more examples and insights in this category.

View All Peuters en Kleuters