Help, mijn peuter blijft uit bed komen! Wat werkt wél?

Je ploft eindelijk op de bank. De dag zit erop, je kop thee staat klaar... en daar staat hij weer. Nog een slokje water. Nog een knuffel. Nog een vraag. Je peuter of kleuter die maar uit bed blijft komen kan je avond én je nachtrust aardig slopen. Herkenbaar? Je bent niet de enige. Bij peuters en kleuters is het ineens groot feest rond bedtijd: ze ontdekken dat ze zelf hun bed uit kunnen, hebben meer fantasie (en dus meer angsten) en testen vrolijk alle grenzen uit. Dat is normaal, maar behoorlijk vermoeiend. In dit artikel neem ik je stap voor stap mee langs wat je wél kunt doen. Zonder magische trucjes, maar met duidelijke, haalbare strategieën die passen bij de ontwikkeling van je kind. Met voorbeelden uit het echte leven, tips die je vanavond al kunt proberen en een eerlijke blik op wat je vooral níet hoeft te doen. Zodat bedtijd weer iets rustiger wordt - voor je kind, maar zeker ook voor jou.
Written by
Taylor
Published
Updated

Waarom je kind ineens honderd keer uit bed komt

Je kind lag als baby misschien redelijk voorspelbaar in bed, en nu is hij ineens een soort mini-jack-in-the-box. Net als je denkt dat hij slaapt, hoor je weer voetstapjes op de gang.

Dat is niet omdat jij iets verkeerd doet. Rond de peuter- en kleuterleeftijd spelen er een paar dingen tegelijk:

  • Je kind kan zelf uit bed klimmen (nieuw verworven vrijheid)
  • De fantasie gaat aan: monsters, donkere hoeken, gekke geluiden
  • Grenzen testen hoort bij de ontwikkeling
  • Verlatingsangst kan tijdelijk terugkomen

Het resultaat: een kind dat alles aangrijpt om nog even níet te gaan slapen. En ouders die zich afvragen of ze strenger moeten zijn, juist liever, of misschien een matras naast het bed moeten leggen.

Laten we eerst kijken wat er op de achtergrond speelt, zodat de oplossingen straks ook logisch aanvoelen.

Wat er in het hoofd van je peuter gebeurt rond bedtijd

Stel je voor dat je de hele dag geleid wordt: wanneer je eet, wanneer je naar buiten gaat, wanneer je naar de wc moet, met wie je speelt. Dan komt de avond. Eindelijk een moment waarop jij iets te zeggen hebt: je kunt uit bed stappen. Je kunt roepen. Je kunt papa of mama laten komen.

Voor een peuter voelt dat als een enorme ontdekking.

Daar komt bij:

  • Meer fantasie: rond 2-4 jaar gaat de verbeelding hard aan. Schaduwen lijken ineens beesten, geluiden worden in het hoofd van je kind spannende verhalen.
  • Tijdsbesef ontbreekt nog: jouw kind snapt nog niet goed wat “laat” of “morgen” is. Nu is nu.
  • Grenzen testen is leren: als ik nog een keer drink vraag, wat gebeurt er dan? Als ik 5 keer uit bed kom? 10 keer?
  • Angst voor scheiding: ook al ging dat een tijd goed, in nieuwe fases (bijvoorbeeld start opvang, school, verhuizing, baby erbij) kan die angst weer terugkomen.

Als je dat in je achterhoofd houdt, wordt het ineens wat logischer gedrag. Niet minder irritant, wel beter te begrijpen. En dat helpt om rustiger te reageren.

Hoe ziet een “normale” bedtijdstrijd eruit?

Een paar herkenbare scènes uit Nederlandse huiskamers:

  • De onderhandelaar: “Nog één verhaaltje. Nog één kus. Nog één liedje. Nog één slok.” En dat gaat maar door.
  • De loopband-peuter: je brengt hem terug naar bed, hij stapt er weer uit. Tien, twintig, dertig keer.
  • De angstige kleuter: “Ik durf niet, er zit iets onder mijn bed.” Tranen, paniek, aanklampen.
  • De stille sluiper: je denkt dat hij slaapt, maar hij zit een half uur later naast je op de bank.

Als je je kind hierin herkent, dan zit je in goed gezelschap. Uit onderzoek onder jonge kinderen blijkt dat slaapproblemen, waaronder moeilijk in bed blijven, heel vaak voorkomen. Op Thuisarts wordt beschreven dat slaapproblemen bij peuters en kleuters regelmatig voorkomen en meestal tijdelijk zijn, maar wél aandacht vragen in de opvoeding.

Bron: Thuisarts - Slaapproblemen bij kinderen

De basis: zonder voorspelbare avond geen rustige nacht

Voor we naar specifieke technieken gaan, eerst de fundering. Een peuter die de hele dag overstuur is, laat naar bed gaat, nog een half uur tv kijkt en dan verwacht wordt rustig te gaan slapen... die heeft een achterstand.

Een paar bouwstenen voor een rustige avond:

1. Duidelijk ritme over de dag

Peuters en kleuters varen goed op voorspelbaarheid. Ongeveer vaste tijden voor opstaan, eten, slapen en naar bed helpt enorm. Grote uitschieters in het weekend kunnen de boel flink in de war schoppen.

2. Een vaste bedtijd-ritueel

Niet ingewikkeld, wél herkenbaar. Denk aan:

  • pyjama aan
  • tandenpoetsen
  • plassen
  • kort spelletje of kletsmoment
  • voorlezen
  • knuffel en licht uit

Probeer het ritueel in ongeveer dezelfde volgorde en duur te houden. Kinderen gaan zich dan mentaal al voorbereiden op slapen.

Op Gezondheidsnet vind je meer algemene tips over beter slapen bij kinderen.

3. Scherm uit, lijf tot rust

Het is saai, maar het helpt echt: minstens een uur voor bedtijd geen tablet, tv of telefoon. Het blauwe licht en de prikkels houden het brein wakker. Kies liever voor rustig spelen, puzzelen, boekjes kijken.

4. Genoeg beweging overdag

Een kind dat de hele dag binnen heeft gezeten, heeft vaak nog veel energie over in zijn lijf. Daglicht en buitenspelen helpen niet alleen voor de gezondheid, maar ook voor een betere slaap.

Terug-naar-bed strategie: vriendelijk maar vastberaden

Een van de meest gebruikte aanpakken bij peuters die uit bed blijven komen, is de “terug-naar-bed” strategie. Klinkt simpel, is in de praktijk even doorbijten, maar vaak effectief.

Hoe werkt het?

  • Je brengt je kind naar bed met het vaste ritueel.
  • Je zegt kort en rustig: “Nu ga je slapen. Tot morgen.” Geen lange discussies.
  • Komt je kind uit bed? Je brengt hem zo neutraal mogelijk terug.

De kunst zit in wat je níet doet:

  • Niet elke keer opnieuw een heel gesprek voeren.
  • Niet elke keer een extra verhaaltje of slok water.
  • Niet boos worden of straffen met harde woorden.

Eerste keer kun je nog iets zeggen als: “Het is bedtijd, je hoort in je bed.” Daarna hou je het zo kort mogelijk: “Het is bedtijd.” Of zelfs alleen: “Kom, naar bed.”

Ja, dat kan betekenen dat je de eerste avonden 20 keer opstaat. Ja, dat is zwaar. Maar als je consequent blijft, wordt het vaak binnen een paar dagen minder.

Voorbeeld uit de praktijk

Sanne (3) kwam elke avond zeker 15 keer uit bed. Haar ouders probeerden eerst alles: praten, boos worden, dreigen dat Sinterklaas niet zou komen. Niets hielp.

Toen besloten ze het 5 dagen lang heel strak te doen: vast ritueel, duidelijk “nu ga je slapen”, en daarna alleen nog rustig terugbrengen. Dag 1: 26 keer uit bed. Dag 2: 14 keer. Dag 3: 7 keer. Dag 5: 2 keer.

Niet omdat Sanne “ineens luisterde”, maar omdat de extra aandacht en gezelligheid wegvielen. Bedtijd werd minder interessant om tegenin te gaan.

Beloning werkt vaak beter dan straf

Peuters en kleuters zijn gevoelig voor aandacht en waardering. Straf voelt voor hen vaak vooral als extra aandacht, hoe negatief ook.

Een beloningssysteem kan dan helpen, zolang je het simpel en positief houdt.

Hoe je een beloningskaart slim inzet

  • Kies een heel concreet doel: bijvoorbeeld “Ik blijf in mijn bed tot de wekker” of “Ik kom maar 1 keer uit bed om nog wat te vragen”.
  • Leg overdag uit wat de afspraak is, niet pas als iedereen moe is.
  • Gebruik stickers of teken samen sterretjes op een kaart.
  • Maak de beloning klein en haalbaar: samen een spelletje doen, een extra verhaaltje, zelf het ontbijtje kiezen. Geen grote cadeaus.

Belangrijk: beloon het gedrag dat je wél wilt zien. Dus niet: “Als je niet uit bed komt, krijg je een sticker”, maar: “Als jij in je bed blijft tot de zon op je wekker schijnt, krijg je een sticker.” Positief geformuleerd.

Nachtlampjes, knuffels en andere handige hulpmiddelen

Soms heeft je kind geen strijdlust, maar echte angst. Dan helpen logische hulpmiddelen.

Nachtangst en monsters onder het bed

Voor een kind voelt die angst echt. Lach er niet om, maar ga er ook niet eindeloos in mee.

Wat kan helpen:

  • Een zacht nachtlampje
  • De kamer samen “controleren” voor het slapengaan
  • Een vast zinnetje: “Ik heb gekeken, er zijn geen monsters, jij bent veilig.”
  • Een “bescherm-knuffel” die altijd in bed ligt

Probeer wel te voorkomen dat jij elke keer opnieuw uitgebreid moet komen controleren. Maak er liever een vast onderdeel van het bedritueel van.

De Hersenstichting legt uit dat slaap bij kinderen sterk samenhangt met hoe veilig ze zich voelen en hoe voorspelbaar hun omgeving is.

Meer achtergrond lees je bij de Hersenstichting over slaap.

Slaaptrainer of wekker voor kleuters

Voor kleuters kan een slaaptrainer of simpele kinderwekker helpen: een klokje dat met een kleurtje of plaatje aangeeft wanneer het tijd is om op te staan.

Leg overdag uit: “Als het konijntje slaapt, blijf jij in je bed. Als het konijntje wakker wordt, mag jij uit bed.” Oefen het een paar keer spelenderwijs.

Wanneer je beter niet te streng bent

Er zijn momenten waarop je regels rond in bed blijven beter iets losser kunt hanteren:

  • Je kind is ziek of heeft pijn
  • Er is net iets groots gebeurd (verhuizing, scheiding, overlijden, baby erbij)
  • Er zijn nachtmerries of nachtangsten

In zulke periodes heeft je kind extra nabijheid nodig. Dat betekent niet dat alle regels weg moeten, maar je mag best tijdelijk wat flexibeler zijn. Bijvoorbeeld:

  • Even naast je kind gaan liggen tot hij weer rustig is
  • Deur iets verder open laten staan
  • Een extra knuffel of liedje

Let op: probeer niet van een tijdelijke uitzondering een nieuw vast patroon te maken. Kondig bijvoorbeeld aan: “Omdat je ziek bent, blijf ik nog even bij je. Als je beter bent, doen we het weer zoals anders.”

Veelgemaakte valkuilen (die iedereen snapt)

Niemand doet het perfect. Toch zijn er een paar dingen die het uit-bed-blijven vaak erger maken.

Steeds wisselen van aanpak

De ene avond streng, de andere avond gezellig in bed erbij kruipen, dan weer dreigen, dan weer belonen. Je kind leert daar vooral van: het loont om het te blijven proberen, want de uitkomst is onvoorspelbaar.

Kies liever één aanpak en geef die minstens een week een eerlijke kans.

Lange discussies aan het bed

Peuters zijn geweldige onderhandelaars. Voor je het weet ben je 20 minuten in gesprek over waarom water nu écht nodig is.

Hou het kort en vriendelijk: “Je hebt al water gehad. Morgen weer. Nu is het slaaptijd.”

Te late bedtijd

Een oververmoeid kind is vaak drukker en onrustiger, niet slaperiger. Als je merkt dat je kind elke avond over de toeren is, probeer de bedtijd eens een kwartier tot half uur naar voren te halen.

Alles op jezelf betrekken

“Hij doet het expres om mij gek te maken.” Dat voelt soms zo, maar voor een kind is het vooral experimenteren, reageren op jouw reactie en omgaan met eigen gevoelens.

Als je het minder persoonlijk maakt, kun je vaak rustiger reageren.

Wanneer is het tijd om hulp in te schakelen?

In veel gevallen is uit bed blijven komen een fase die met duidelijke grenzen en wat geduld voorbijgaat. Toch zijn er situaties waarin het verstandig is om extra hulp te zoeken.

Let extra op als:

  • Je kind overdag extreem moe, prikkelbaar of juist hyperactief is
  • Je kind erg angstig is rond slapen en dat niet lijkt af te nemen
  • Je kind ook op andere momenten veel angst laat zien
  • Jij of je partner er echt doorheen zitten en het niet meer trekt

Bij twijfel kun je altijd eerst terecht bij je huisarts of het consultatiebureau. Op Thuisarts vind je informatie over wanneer je met slaapproblemen bij kinderen naar de dokter moet:

Thuisarts - Naar de huisarts met slaapproblemen

Een huisarts kan met je meekijken naar patronen, lichamelijke oorzaken uitsluiten en je zo nodig doorverwijzen.

En hoe zit het met samen slapen of op de grond liggen?

Veel ouders lossen het praktisch op: matras naast het kinderbed, kind in het ouderbed, of ouder op de grond naast het bed.

Daar is niet één goed of fout antwoord op. Het hangt af van:

  • Wat bij jullie gezin past
  • Hoe lang het al zo gaat
  • Of iedereen er nog een beetje bij slaapt

Als je kiest voor tijdelijk samen slapen, maak het dan ook echt tijdelijk:

  • Spreek met jezelf een einddatum af
  • Bouw het stap voor stap af (eerst naast het bed zitten, dan bij de deur, dan op de gang)
  • Leg je kind uit wat er gaat veranderen

Belangrijkste vraag: helpt dit ons op de langere termijn, of houden we zo vooral iets in stand waar niemand echt blij van wordt?

Rustige ouders, rustiger kind (ook al voelt dat soms oneerlijk)

Misschien de minst leuke boodschap: jouw reactie bepaalt voor een groot deel hoe spannend of interessant bedtijd is.

Een paar kleine dingen die veel verschil kunnen maken:

  • Adem een paar keer diep in en uit voor je naar de kinderkamer loopt
  • Spreek langzaam en zacht, ook als je geïrriteerd bent
  • Herhaal jezelf in plaats van nieuwe argumenten te zoeken
  • Gun jezelf steun: wissel met je partner, vraag een oppas, praat erover met vrienden

Je hoeft niet perfect rustig te zijn. Maar elke stapje richting meer voorspelbaarheid en minder emotie helpt je kind om zich veiliger te voelen rond slapen.

Korte samenvatting: wat kun je vanavond al proberen?

Wil je niet alles in één keer omgooien, maar wel iets veranderen? Kies dan één of twee dingen uit om mee te beginnen:

  • Maak een simpel, vast bedritueel en hou je daar een week aan
  • Spreek met je kind een duidelijke slaapafspraak af (overdag bespreken)
  • Gebruik de terug-naar-bed strategie met zo min mogelijk woorden
  • Introduceer een klein beloningssysteem voor in bed blijven
  • Kijk of de bedtijd misschien iets vroeger kan

En misschien wel de belangrijkste: wees mild voor jezelf. Een peuter of kleuter die uit bed blijft komen is vermoeiend, maar geen teken dat jij een slechte ouder bent. Het is een fase, en met een paar gerichte aanpassingen kun je die fase een stuk draaglijker maken.


Veelgestelde vragen over peuters die uit bed blijven komen

Mijn peuter komt alleen maar voor water, plassen en knuffels. Moet ik daar streng in zijn?

Je hoeft niet hard te zijn, wel duidelijk. Zorg dat je vóór het slapen al drinkt, plast en knuffelt. Zeg dan: “Nu heb je water gehad en geplast. De volgende keer is morgenochtend.” Komt je kind daarna toch weer met dezelfde vraag, herhaal je rustig: “Je hebt al water gehad, nu is het slaaptijd.” En breng hem terug naar bed zonder er een lang verhaal van te maken.

Hoe lang duurt het voordat een nieuwe aanpak werkt?

Vaak zie je binnen 3 tot 7 dagen al verschil, mits je echt consequent blijft. De eerste dagen kunnen juist pittiger zijn: je kind test of je het meent. Dat heet ook wel “extinctie-opflakkering” - gedrag dat eerst even erger wordt voordat het afneemt. Houd je plan vol, en evalueer na een week rustig wat het heeft opgeleverd.

Is een slaaptrainer-wekker niet te ingewikkeld voor mijn kind?

Voor peuters onder de 2,5 à 3 jaar is een slaaptrainer vaak nog lastig te begrijpen. Voor oudere peuters en kleuters kan het juist heel leuk en duidelijk zijn. Begin eenvoudig: “Als het lampje groen is, mag je opstaan.” Oefen het overdag spelenderwijs, zodat je kind het principe snapt.

Mijn kind is echt bang in het donker. Wat kan ik doen zonder alles erger te maken?

Neem de angst serieus, maar maak het niet groter. Gebruik een zacht nachtlampje, controleer samen de kamer tijdens het bedritueel en geef een duidelijke, geruststellende boodschap: “Je bent veilig, ik ben dichtbij.” Vermijd spannende verhalen of enge filmpjes overdag. Als de angst heel heftig is of lang aanhoudt, bespreek het dan met het consultatiebureau of de huisarts.

Mag mijn kind soms bij mij in bed slapen, of maak ik het dan alleen maar erger?

Af en toe samen slapen kan troostrijk zijn, zeker bij ziekte of na een nachtmerrie. Het wordt vooral lastig als het de enige manier wordt waarop je kind nog in slaap valt. Als je het wilt doen, spreek dan met jezelf af wanneer en hoe je het weer gaat afbouwen. Leg je kind uit dat het “voor nu” is, bijvoorbeeld omdat hij ziek is, en dat hij daarna weer in zijn eigen bed slaapt.

Explore More Peuters en Kleuters

Discover more examples and insights in this category.

View All Peuters en Kleuters