Slik je pillen, slaap je anders: hoe medicatie je REM-slaap stuurt

Sta je er ooit bij stil dat je nachtrust verandert sinds je bepaalde medicijnen slikt? Niet alleen dát je slaapt, maar hóe je slaapt. Mensen merken het vaak pas als de dromen ineens intenser worden, nachtmerries toenemen, of ze zich juist niks meer herinneren. En dan komt de vraag: ligt dit aan mij, of aan die pillen? REM-slaap is de fase waarin je het meest droomt, waarin je brein herinneringen sorteert en emoties verwerkt. Precies die fase blijkt behoorlijk gevoelig voor medicatie: van antidepressiva en slaapmiddelen tot pijnstillers en bètablokkers. Sommige middelen drukken je REM-slaap bijna weg, andere laten hem juist terugkaatsen zodra je stopt. In dit artikel kijken we niet alleen naar welke medicijnen invloed hebben, maar vooral naar wat dat betekent voor jouw slaap, stemming en dagelijks functioneren. Geen droge bijsluiter, maar een heldere gids: wat weten we uit onderzoek, wat merk je in de praktijk, en welke vragen moet je zéker aan je arts stellen als je slaap verandert sinds je met medicatie bent begonnen.
Written by
Jamie
Published
Updated

Je herkent het misschien: je start met antidepressiva en ineens droom je minder, of je stopt ermee en je krijgt een golf van bizarre, levensechte dromen. Of je gebruikt een slaapmiddel en slaapt langer, maar wordt toch brak wakker, alsof je hoofd de nacht heeft overgeslagen.

Dat is geen toeval. Veel medicijnen grijpen direct of indirect in op de hersenstofjes die je REM-slaap regelen, zoals serotonine, noradrenaline en acetylcholine. REM-slaap is de fase waarin je ogen snel bewegen, je spieren bijna volledig ontspannen zijn en je brein juist hyperactief is. Minder REM kan betekenen: minder dromen, andere droominhoud, of een verstoorde emotionele verwerking.

Belangrijk om te onthouden: een verandering in REM-slaap is niet automatisch slecht. Soms is het zelfs tijdelijk gewenst, bijvoorbeeld bij hevige nachtmerries. De kunst is om te snappen wát er verandert, hoelang dat mag duren, en wanneer je aan de bel moet trekken.


Welke medicijnen knijpen je REM-slaap af?

Antidepressiva: minder REM, vaak minder dromen

De groep medicijnen die misschien wel het meest bekend staat om invloed op REM-slaap zijn antidepressiva. Vooral de oudere tricyclische antidepressiva (TCA’s) en veel SSRI’s en SNRI’s verminderen de hoeveelheid REM.

  • SSRI’s (zoals citalopram, sertraline, paroxetine)
  • SNRI’s (zoals venlafaxine, duloxetine)
  • TCA’s (zoals amitriptyline, nortriptyline)

Wat gebeurt er in de praktijk?

  • De totale REM-duur per nacht neemt af.
  • De REM-latentie (tijd tot de eerste REM-fase) wordt langer.
  • Sommige mensen rapporteren minder droomherinnering.

Bij een deel van de gebruikers kan dat best prettig zijn, zeker als nachtmerries een rol speelden in de depressie of bij PTSS. Maar er zit een keerzijde aan: zodra je stopt of te snel afbouwt, kan er een rebound van REM-slaap optreden. Dan krijg je ineens veel meer REM, vaak met intense, soms verontrustende dromen.

Onderzoek van de afgelopen jaren bevestigt dit beeld: langdurig gebruik van SSRI’s en SNRI’s onderdrukt REM-slaap, en bij stoppen zie je vaak een tijdelijke toename van REM en droomintensiteit. Dat wordt ook in Nederlandse praktijkrichtlijnen herkend.

Een voorbeeld uit de spreekkamer: iemand gebruikt al maanden venlafaxine, slaapt redelijk, maar droomt weinig. Bij te snelle afbouw meldt diegene na een week: “Ik droom zó heftig dat ik er moe van wakker word.” Dat is een typisch REM-rebound-verschijnsel.

Antipsychotica en stemmingsstabilisatoren

Antipsychotica (zoals quetiapine, olanzapine, risperidon) en sommige stemmingsstabilisatoren (bijvoorbeeld lithium) beïnvloeden eveneens de REM-slaap. Het patroon is minder eenduidig dan bij antidepressiva, maar vaak zie je:

  • Meer lichte slaap en soms meer totaal aantal slaapuren
  • Verandering in de REM-verdeling over de nacht
  • Soms vermindering van nachtmerries, vooral bij middelen die ook dempend werken

Bij quetiapine, dat in lage doseringen vaak als slaapmiddel wordt ingezet, zien mensen soms betere inslaapduur, maar niet altijd een gezonde verdeling van de slaapfasen. Je kunt dus langer slapen, maar qua kwaliteit en REM-verdeling niet per se optimaal.


Slaapmiddelen: je slaapt wel, maar wat doet je REM?

Benzodiazepinen: meer slapen, minder diepe verwerking

Klassieke slaapmiddelen zoals temazepam, oxazepam, diazepam en soortgenoten zorgen dat je makkelijker inslaapt en doorslaapt. Maar in de slaapstructuur zie je vaak:

  • Minder diepe slaap (N3)
  • Lichte onderdrukking van REM-slaap
  • Meer oppervlakkige slaap

Mensen beschrijven het vaak als: “Ik lig wel de hele nacht in bed, maar ik word niet écht uitgeslapen wakker.” Het brein lijkt dan iets minder toe te komen aan de diepere verwerkingsprocessen van diepe en REM-slaap.

Langdurig gebruik kan bovendien leiden tot gewenning, waardoor de dosis omhoog gaat en de natuurlijke slaaparchitectuur verder uit balans raakt. Nederlandse richtlijnen adviseren daarom meestal kortdurend gebruik, bij voorkeur hooguit enkele weken.

Z-middelen: lijken op benzodiazepinen, maar zijn het net niet

Middelen zoals zolpidem en zopiclon worden vaak gepresenteerd als “modernere” slaapmiddelen. Qua effect op de slaap lijken ze sterk op benzodiazepinen. In veel onderzoeken zie je:

  • Betere inslaapduur
  • Matige invloed op REM-slaap, maar nog steeds niet volledig natuurlijk
  • Risico op afhankelijkheid en rebound-slapeloosheid bij stoppen

Ook hier geldt: ja, je slaapt. Maar de vraag is: hoe herstellend is die slaap op de lange termijn, inclusief REM?

Thuisarts.nl heeft een duidelijke uitleg over slaappillen en hun beperkingen in de praktijk:
https://www.thuisarts.nl/slaapproblemen/ik-denk-over-slaapmiddelen


Pijnstillers, opiaten en REM-slaap: minder pijn, andere nacht

Bij chronische pijn worden vaak opiaten ingezet, zoals oxycodon, morfine of fentanyl. Deze middelen beïnvloeden de hersenactiviteit breed en dat zie je terug in de slaap:

  • Minder REM-slaap
  • Meer onderbrekingen in de nacht
  • Verhoogd risico op ademhalingsproblemen tijdens de slaap, zoals slaapapneu

Dat laatste is belangrijk, omdat slaapapneu op zichzelf de REM-slaap kan verstoren. Je krijgt dan een dubbel effect: medicatie die REM vermindert en ademstops die de slaap fragmenteren.

In de praktijk horen artsen regelmatig: “Sinds de zwaardere pijnstillers slaap ik wel door, maar ik word toch uitgeput wakker.” Dat past bij een nacht met relatief weinig diepe en REM-slaap.

Voor lichtere pijnstillers zoals paracetamol is de invloed op REM-slaap minimaal. NSAID’s (zoals ibuprofen en naproxen) lijken bij normaal gebruik weinig effect te hebben op de REM-fase, al kunnen maagklachten of onrust juist indirect de slaap verstoren.


Bètablokkers, bloeddrukmedicatie en rare dromen

Een vaak onderschatte groep zijn bètablokkers (zoals metoprolol, propranolol, bisoprolol), veel gebruikt bij hoge bloeddruk, hartritmestoornissen en migraineprofylaxe.

Een deel van de gebruikers meldt:

  • Levende, soms vreemde dromen
  • Meer nachtmerries
  • Onrustiger slaap

De precieze invloed op REM-slaap verschilt per middel en persoon. Er zijn aanwijzingen dat sommige bètablokkers de melatonineproductie verminderen, wat de slaapkwaliteit en REM-structuur kan beïnvloeden.

Artsen wisselen in de praktijk soms van type of dosering als nachtmerries hinderlijk worden. Belangrijk: ga nooit zelf stoppen, maar bespreek het, zeker bij hart- en vaatziekten.


ADHD-medicatie, cafeïne en REM-slaap: het stimulerende kamp

Methylfenidaat en andere stimulantia

Middelen als methylfenidaat en lisdexamfetamine, gebruikt bij ADHD, kunnen de slaap op meerdere manieren beïnvloeden:

  • Moeilijker inslapen, zeker bij late inname
  • Kortere totale slaapduur
  • Verandering in de verhouding tussen diepe slaap en REM-slaap

REM-slaap kan relatief verschuiven naar latere delen van de nacht. Bij te korte nachten betekent dat soms simpelweg: minder REM, omdat je de fase waarin normaal de meeste REM plaatsvindt, niet haalt.

Een praktische tip die vaak helpt: de timing van de laatste dosis vervroegen, in overleg met de voorschrijvend arts.

Cafeïne en energiedrankjes

Strikt genomen geen medicijn, maar de werking is farmacologisch. Cafeïne remt slaperigheid en kan je REM-slaap indirect beperken door:

  • Kortere slaapduur
  • Meer onderbrekingen
  • Verlate inslaapmomenten

Bij mensen die veel cafeïne gebruiken, zie je vaak dat de REM-fase naar het einde van de nacht wordt gedrukt. Wie dan ook nog vroeg opstaat, snoeit vooral in de REM-slaap.

Gezondheidsnet.nl bespreekt de invloed van cafeïne en leefstijl op slaap op een toegankelijke manier:
https://www.gezondheidsnet.nl/slaap


Wanneer REM-slaap juist terugvecht: REM-rebound en heftige dromen

Een interessant fenomeen is REM-rebound. Dat treedt op wanneer je REM-slaap langere tijd is onderdrukt (bijvoorbeeld door antidepressiva, slaapmiddelen of alcohol) en die remming ineens wegvalt.

Typische kenmerken:

  • Veel meer REM-slaap dan normaal
  • Intense, vaak bizarre dromen
  • Soms meer nachtmerries
  • Het gevoel dat je “doodmoe van het dromen” wakker wordt

Dit zie je:

  • Bij plotseling stoppen met antidepressiva
  • Bij afbouwen van benzodiazepinen of alcohol
  • Na perioden van ernstige slaaptekort (ook zonder medicatie)

Meestal is REM-rebound tijdelijk. Het brein lijkt als het ware een achterstand in emotionele en geheugenverwerking in te halen. Toch kan het zo heftig zijn dat mensen schrikken en denken dat er iets ernstigs mis is.

Belangrijk: dit is een reden om medicatie altijd geleidelijk en onder begeleiding af te bouwen. Huisartsen en psychiaters kennen dit fenomeen en kunnen het afbouwschema daarop aanpassen.

Thuisarts.nl heeft een aparte pagina over stoppen met antidepressiva, met aandacht voor afbouwklachten:
https://www.thuisarts.nl/antidepressiva


Hoe merk jij dat medicatie je REM-slaap beïnvloedt?

Je krijgt geen melding in je slaapapp: “Let op, uw REM-slaap is door medicatie veranderd.” Toch zijn er signalen waar je zelf op kunt letten:

  • Je droomt veel minder of juist extreem veel sinds je met een middel bent begonnen of gestopt
  • Je wordt emotioneel vlak wakker, alsof je hoofd niets meer verwerkt
  • Of juist: je wordt overprikkeld en gespannen wakker door heftige dromen
  • Je voelt je overdag somberder of prikkelbaarder, terwijl je qua uren genoeg slaapt

Let ook op de timing:

  • Start of dosisverhoging van een medicijn
  • Wisselen van merk of preparaat
  • Stoppen of vergeten van medicatie

Als veranderingen in dromen en slaap precies samenvallen met zo’n moment, is dat een sterke aanwijzing dat er een link kan zijn.

De Hersenstichting legt helder uit hoe REM-slaap bijdraagt aan emotieverwerking en geheugen:
https://www.hersenstichting.nl/hersenaandoeningen/slaapproblemen


Wat kun je zelf doen als medicatie je REM-slaap lijkt te verstoren?

1. Niet zelf dokteren, wél goed registreren

Stop nooit op eigen houtje met voorgeschreven medicatie, zeker niet bij antidepressiva, antipsychotica, opiaten of hartmedicatie. Wat je wél kunt doen:

  • Houd een slaap- en droomdagboek bij: bedtijd, ontwaken, opvallende dromen, nachtmerries, medicatietijdstippen.
  • Noteer wanneer de klachten begonnen of veranderden.

Met zo’n overzicht kun je veel gerichter met je huisarts of specialist in gesprek.

2. Bespreek alternatieven met je arts

Mogelijke opties die vaak worden bekeken:

  • Aanpassen van de dosis
  • Veranderen van het tijdstip van inname (bijvoorbeeld antidepressiva naar de ochtend verplaatsen)
  • Overstappen op een ander type medicijn met minder invloed op REM-slaap
  • Toevoegen van niet-medicamenteuze behandelingen, zoals cognitieve gedragstherapie bij slapeloosheid (CGT-I)

Voor slaapproblemen wordt in Nederland steeds vaker CGT-I aangeraden als eerste keus, juist om medicatie en verstoring van slaapfasen te beperken.

3. Optimaliseer wat je wél in de hand hebt

Als medicatie nodig is, kun je nog steeds veel doen om je REM-slaap zo goed mogelijk te beschermen:

  • Vaste slaaptijden: opstaan en naar bed rond dezelfde tijd, ook in het weekend
  • Beperk cafeïne na de middag
  • Alcohol vermijden als “slaapmutsje”; het verstoort juist REM-slaap
  • Een rustig, donker en koel slaapmilieu
  • Schermen en fel licht in het laatste uur voor het slapen verminderen

Dat lost niet alles op, maar verkleint de kans dat REM-verstoringen door medicatie worden versterkt door leefstijl.


Wanneer moet je echt aan de bel trekken?

Zoek medische hulp als:

  • Nachtmerries of heftige dromen zo vaak voorkomen dat je bang wordt om te gaan slapen
  • Je overdag duidelijk somberder, angstiger of verward bent sinds een medicatieverandering
  • Je partner merkt dat je ademstops hebt of veel schopt en beweegt in je slaap
  • Je denkt aan zelf stoppen of flink minderen met medicatie vanwege de slaap

In die situaties is het verstandig om je huisarts te bellen. Die kan beoordelen of het past bij bekende bijwerkingen, of extra onderzoek of aanpassing van medicatie nodig is.

Het RIVM en Thuisarts bieden betrouwbare basisinformatie over medicijngebruik en bijwerkingen in de Nederlandse context:

  • https://www.rivm.nl/medicijnen
  • https://www.thuisarts.nl/medicijnen

Veelgestelde vragen over medicatie en REM-slaap

Maakt elk antidepressivum mijn REM-slaap slechter?

Niet elk antidepressivum werkt hetzelfde. Veel SSRI’s, SNRI’s en TCA’s verminderen de REM-slaap, maar dat hoeft niet automatisch “slechter” te zijn. Bij ernstige depressie kan het verminderen van nachtmerries en nachtelijke piekergedachten juist verlichting geven. Het gaat erom of jij je overdag beter of slechter voelt, en of de slaapverandering hinderlijk is. Merk je dat je emotioneel afgevlakt raakt of juist overspoeld wordt door heftige dromen, bespreek dat met je arts.

Is het gevaarlijk als mijn REM-slaap minder wordt door medicijnen?

Op korte termijn is een verandering in REM-slaap meestal niet direct gevaarlijk. Artsen houden daar in de afweging rekening mee. Het wordt wél een probleem als je langdurig slecht functioneert overdag, somberder wordt, of als er andere risico’s spelen, zoals slaapapneu bij opiaten. Dan is het tijd om samen met je arts te kijken of de balans tussen baat en bijwerking nog klopt.

Kan ik mijn REM-slaap meten met een smartwatch of slaapapp?

Consumentenapparaten geven hooguit een grove schatting van slaapfasen. Ze zijn meestal niet nauwkeurig genoeg om subtiele veranderingen in REM-slaap door medicatie betrouwbaar te meten. Handiger is om te letten op hoe uitgerust je je voelt, hoe je dromen veranderen en wat je partner opmerkt over je nachtgedrag. Alleen een professioneel slaaponderzoek (polysomnografie) kan REM-slaap echt goed in kaart brengen.

Helpt melatonine om mijn REM-slaap te herstellen?

Melatonine kan het tijdstip van slapen beïnvloeden, maar is geen wondermiddel om REM-slaap die door medicijnen wordt onderdrukt, zomaar terug te brengen. Bovendien kan onjuist gebruik van melatonine je slaapritme juist verstoren. Gebruik het alleen in overleg met een arts, zeker als je al andere medicatie slikt.

Ik wil stoppen met mijn slaapmiddelen vanwege mijn REM-slaap. Hoe pak ik dat aan?

Bij benzodiazepinen en Z-middelen is geleidelijk afbouwen belangrijk om onttrekkingsklachten en hevige REM-rebound te beperken. Doe dit altijd samen met je huisarts. Vaak wordt een afbouwschema gemaakt waarbij de dosis stap voor stap wordt verlaagd. Tegelijk wordt gewerkt aan betere slaaphygiëne en eventueel CGT-I, zodat je natuurlijke slaap (inclusief REM-slaap) de ruimte krijgt om zich te herstellen.

Explore More REM Slaap

Discover more examples and insights in this category.

View All REM Slaap