Als je nachtmerries niet meer 'gewoon een droom' zijn

Je schrikt wakker. Hart bonst, kussen nat van het zweet, je hebt even geen idee waar je bent. De kamer is hetzelfde, maar jouw lijf doet alsof je net aan een roofdier ontsnapt bent. En dit is niet de eerste keer. Nachtmerries en angstdromen worden vaak een beetje weggelachen: "Ach joh, gewoon een nare droom." Maar als je meerdere nachten per week badend in het zweet wakker wordt, je partner je moet wakker schudden omdat je schreeuwt in je slaap, of je de volgende dag rondloopt alsof je een nacht hebt doorgehaald, dan is het eigenlijk niet meer zo onschuldig. In deze gids duiken we in wat er in je lichaam gebeurt bij terugkerende nachtmerries en angstdromen. Waarom je hart zo tekeergaat, waarom je buik opeens protesteert en waarom je de volgende dag prikkelbaar en moe bent, ook al heb je "technisch gezien" geslapen. We kijken naar herkenbare voorbeelden, leggen de link met stress en trauma, en vooral: wat je er zelf aan kunt doen, en wanneer het tijd is om hulp in te schakelen. Als je jezelf weleens hebt afgevraagd: "Ben ik nou gek aan het worden, of is dit echt niet normaal meer?" - dan ben je hier op de juiste plek.
Written by
Taylor
Published

Nachtmerries die in je lijf blijven hangen

Het gekke aan nachtmerries is: ze spelen zich af in je hoofd, maar je voelt ze in elke vezel van je lijf. Je wordt wakker met een razende hartslag, gespannen spieren, soms zelfs hoofdpijn of buikpijn. En dan kun je wel tegen jezelf zeggen: “Het was maar een droom”, maar je lichaam gelooft je eigenlijk nog niet.

Neem Karin, 42. Zij werd maandenlang bijna elke nacht wakker uit dezelfde droom waarin ze achtervolgd werd. Haar huisarts controleerde haar bloeddruk, liet bloed prikken, luisterde naar haar hart. Overdag leek alles in orde. Maar ‘s nachts? Hartkloppingen, hyperventilatie, zweten, en daarna uren wakker liggen. Overdag liep ze er bij als iemand die al weken een jetlag heeft.

Dat is precies waar nachtmerries en angstdromen tricky worden: je denkt dat het “slaapproblemen” zijn, maar je lijf draagt de gevolgen de hele dag met zich mee.

Wat er in je lichaam gebeurt tijdens een angstdroom

Je brein maakt eigenlijk geen groot verschil tussen een denkbeeldig gevaar en een echt gevaar. Als jij in je droom wordt achtervolgd, van een klif valt of iemand dierbaars kwijtraakt, dan zet je lichaam het alarmsysteem aan.

Dat alarmsysteem herken je vast:

  • Je hartslag schiet omhoog
  • Je ademhaling wordt sneller of juist heel oppervlakkig
  • Je spieren spannen zich aan
  • Je gaat zweten
  • Je spijsvertering krijgt minder aandacht, waardoor je buik onrustig kan worden

In een nachtmerrie gebeurt dit allemaal terwijl je “gewoon” in bed ligt. Word je midden in zo’n piek wakker, dan kom je dus in één klap bij bewustzijn met een lijf dat nog volledig in paniekstand staat. Geen wonder dat je niet zomaar weer rustig in slaap valt.

Waarom sommige mensen er veel meer last van hebben

Je kent vast iemand die zegt: “Ik onthoud nooit dromen” of “Ik heb bijna nooit nachtmerries”. En dan jij, die soms drie keer per week wakker schrikt. Hoe kan dat nou zo verschillen?

Een paar dingen spelen vaak mee:

Gevoelig zenuwstelsel

Sommige mensen hebben van nature een wat alerter zenuwstelsel. Ze schrikken overdag sneller, zijn gevoeliger voor geluid, drukte of spanning. Bij hen kan dat alarmsysteem ‘s nachts ook sneller en harder afgaan. Je ziet dat bijvoorbeeld bij mensen die ook overdag last hebben van hartkloppingen of spanning in hun lijf.

Stress en zorgen die blijven doorwerken

Je kunt overdag best wel “functioneren” en toch vol zitten met zorgen. Werkstress, geldzorgen, relatiegedoe, ziekte in de familie… Je hoofd kan dat overdag nog wegduwen met to-do-lijstjes en afleiding. ‘s Nachts is die rem eraf en gaat je brein ermee aan de haal. Niet altijd letterlijk (je droomt heus niet altijd over je baas), maar in de vorm van bedreiging, achtervolging, falen of verlies.

Trauma en nare ervaringen

Bij mensen die iets ingrijpends hebben meegemaakt, zoals een ongeluk, geweld, misbruik of oorlog, kunnen nachtmerries een vaste gast worden. Dan zie je vaak dat de inhoud van de droom heel dicht bij de echte gebeurtenis ligt, of er in ieder geval op lijkt. Het lichaam reageert dan bijna alsof het trauma opnieuw gebeurt. Dat voelt niet alleen heftig, dat is ook enorm vermoeiend.

Middelen en medicijnen

Alcohol voor het slapen, bepaalde antidepressiva, slaapmiddelen of drugs kunnen je droompatroon flink in de war schoppen. Sommige middelen maken je slaap oppervlakkiger of fragmentarischer, waardoor je vaker halverwege een droom wakker wordt. En juist dat wakker worden midden in de nachtmerrie maakt de lichamelijke reactie zo intens voelbaar.

De fysieke signalen die je niet moet wegwuiven

Veel mensen met nachtmerries herkennen dit rijtje maar al te goed:

  • Je schrikt met een ruk wakker, soms met een schreeuw of een beweging
  • Hartslag zo hoog dat je bijna denkt: krijg ik nu een hartaanval?
  • Zweterig, soms zelfs kletsnat beddengoed
  • Spieren zo gespannen dat je nek en schouders de volgende dag zeer doen
  • Droge mond of juist misselijkheid
  • Trillen of een “bibberig” gevoel in je lijf

En daarna komt het tweede bedrijf: je ligt wakker, gaat piekeren, scrolt misschien op je telefoon, wordt chagrijnig omdat je wéér je slaap kwijt bent. De volgende dag ben je moe, prikkelbaar, sneller emotioneel, hebt moeite met concentreren en sommige mensen krijgen zelfs meer pijnklachten of vaker hoofdpijn.

Het is heel verleidelijk om te denken: “Ik stel me aan” of “Iedereen heeft weleens een nare droom”. Maar als dit patroon zich herhaalt, vreet het aan je gezondheid.

Wanneer is het “gewoon vervelend” en wanneer is het een slaapprobleem?

Dat onderscheid is eigenlijk best wel belangrijk, juist omdat veel mensen te lang doorlopen.

Je zit meestal in de categorie “serieus slaapprobleem” als:

  • Je minstens één keer per week een nachtmerrie of angstdroom hebt waar je lichamelijk onrustig van wakker wordt
  • Je erna lang wakker ligt of heel onrustig verder slaapt
  • Je overdag duidelijk vermoeider, prikkelbaarder of somberder bent
  • Je dingen gaat vermijden, zoals slapen, naar bed gaan, of bepaalde films/nieuws, uit angst voor nieuwe nachtmerries

Neem Samir, 29. Hij begon steeds later naar bed te gaan, Netflix tot diep in de nacht, omdat de eerste uren slapen vaak het ergst waren. Overdag dronk hij meer koffie om wakker te blijven. Zijn bloeddruk ging omhoog, hij kreeg maagklachten. Uiteindelijk kwam hij bij de huisarts met “buikpijn en vermoeidheid”. Pas na doorvragen kwamen de nachtmerries op tafel.

Dat is precies waarom het zo vaak gemist wordt: mensen komen met fysieke klachten, maar vertellen niet spontaan over hun dromen. En artsen vragen er niet altijd naar.

Waarom artsen dit soms over het hoofd zien

In de spreekkamer is er vaak weinig tijd. Je klaagt over hartkloppingen, zweten, moeheid, misschien buikklachten. De arts denkt aan hart, schildklier, bloedarmoede, infecties. Heel logisch. Maar als jij niet vertelt dat je vaak uit nachtmerries wakker schrikt, blijft dat stukje puzzel gewoon liggen.

Ook speelt schaamte mee. Veel volwassenen vinden het kinderachtig klinken om te zeggen: “Ik heb last van nachtmerries.” Terwijl het juist enorm helpt om dat wel te benoemen. Zeker als je al allerlei lichamelijke onderzoeken hebt gehad die niets verklaren, is de vraag naar slaap en dromen eigenlijk onmisbaar.

Als je binnenkort naar de huisarts gaat, kun je bijvoorbeeld zeggen:

“Ik word meerdere keren per week wakker uit heftige nachtmerries. Dan heb ik hartkloppingen, zweet ik en daarna kan ik niet goed meer slapen. Overdag ben ik daardoor kapot.”

Dat geeft meteen richting aan het gesprek.

De vicieuze cirkel: angst voor de nacht

Nog zo’n gemeen ding: na een tijdje word je niet alleen bang van de nachtmerries zelf, maar ook van het naar bed gaan. Je ligt al gespannen in bed, half verwachtend dat het weer misgaat. En wat doet een gespannen brein? Dat gaat onrustiger slapen en heftiger dromen.

Je krijgt dan een soort dubbele spanning:

  • De spanning in de droom zelf
  • De spanning vooraf: “Als het vannacht maar goed gaat”

Die dubbele laag zie je terug in het lichaam. Mensen met langdurige nachtmerrieproblemen hebben vaker:

  • Chronisch verhoogde spierspanning
  • Meer klachten van nek, schouders, kaak (tandenknarsen!)
  • Sneller last van hoofdpijn
  • Een gevoel van “altijd aan staan”

En nou ja, als je lijf nooit echt in de ontspanningsstand komt, dan herstel je ook minder goed.

Wat je zelf kunt doen zonder meteen in therapie te duiken

Niet iedereen hoeft meteen naar een psycholoog of slaapcentrum. Er zijn dingen die je zelf kunt proberen, juist gericht op je lijf.

1. Rustig landen na een nachtmerrie

In plaats van vloekend op je telefoon te grijpen of meteen het licht vol aan te doen, kun je jezelf stap voor stap uit de paniekstand halen.

Een simpele volgorde die goed kan helpen:

  • Eerst drie keer heel rustig en lang uitademen. Uitademing langer dan inademing.
  • Dan bewust voelen: waar raak ik het bed aan? Rug, benen, hoofd. Dat helpt je brein om te snappen: ik lig veilig in mijn bed.
  • Zachtjes je kaken losmaken, schouders laten zakken, handen openen. Desnoods even rekken en strekken in bed.

Je bent niet in één klap relaxt, maar je haalt de scherpste rand van de paniek af. Dat maakt de kans groter dat je weer in slaap valt.

2. Overdag al iets doen met spanning

Als je overdag voortdurend “op half zeven” staat, is het niet zo gek dat je ‘s nachts doorschiet. Korte ontspanningsmomenten overdag kunnen echt verschil maken.

Denk aan een dagelijkse wandeling, een paar keer per dag bewust je schouders laten zakken, een ademhalingsoefening, rekken, of een korte mindfulness-oefening. Niet zweverig, maar gewoon: je lichaam af en toe laten merken dat het niet de hele dag op de vlucht hoeft.

3. Let op je slaapomgeving en gewoontes

Het klinkt bijna te simpel, maar je slaapkamer kan óf meehelpen, óf tegenwerken.

  • Vermijd heftige nieuwsbeelden, horrorfilms of spannende series vlak voor het slapengaan, zeker als je merkt dat ze in je dromen terugkomen.
  • Probeer een vaste bedtijd en opstaatijd aan te houden, ook in het weekend.
  • Beperk alcohol en zware maaltijden in de avond. Die maken je slaap onrustiger.

Niet omdat je dan nooit meer een nachtmerrie hebt, maar omdat je lichaam dan in elk geval niet óók nog met alcohol, vet eten en rare tijden hoeft te dealen.

Wanneer het tijd is om hulp te vragen

Er is een punt waarop “even aankijken” eigenlijk niet meer verstandig is. Bijvoorbeeld als:

  • Je al weken tot maanden meerdere nachten per week nachtmerries hebt
  • Je overdag duidelijk beperkt bent: werk, studie, gezin lijden eronder
  • Je merkt dat je somber, angstig of opgebrand raakt
  • Je nachtmerries te maken hebben met een traumatische ervaring uit het verleden

In Nederland en België kun je in eerste instantie terecht bij je huisarts. Die kan met je meedenken, lichamelijke oorzaken uitsluiten en je zo nodig verwijzen naar een psycholoog, slaapcentrum of traumatherapeut.

Op sites als Thuisarts vind je betrouwbare informatie over slaapproblemen en angstklachten. De Hersenstichting heeft informatie over slaap en het brein. En op bijvoorbeeld Gezondheidsnet kun je ervaringen en achtergrondartikelen over slaap en dromen vinden.

Behandelingen waar je misschien nog nooit van gehoord hebt

Het mooie is: er zijn behandelingen speciaal gericht op nachtmerries en angstdromen. Veel mensen weten dat niet en denken dat ze er maar mee moeten leren leven.

Een paar voorbeelden die in Nederland en België worden gebruikt:

Imagery Rehearsal Therapy (IRT)

Dat klinkt heel ingewikkeld, maar het idee is eigenlijk verrassend simpel: je herschrijft je nachtmerrie. Je vertelt of schrijft de droom op, maar dan met een andere, betere afloop. Die nieuwe versie oefen je overdag, zodat je brein een soort alternatief script krijgt.

Bij veel mensen worden nachtmerries hierdoor minder heftig of komen ze minder vaak terug. Het vraagt wat oefening, maar het is een hele praktische aanpak.

Traumagerichte therapie

Als je nachtmerries duidelijk te maken hebben met een trauma, kan behandeling van dat trauma zelf veel doen. Denk aan EMDR of traumagerichte cognitieve gedragstherapie. Mensen merken dan vaak dat niet alleen de nachtmerries afnemen, maar ook de lichamelijke spanning overdag.

Slaaptherapie en cognitieve gedragstherapie bij slapeloosheid (CGT-i)

Als je door de nachtmerries ook een patroon van slapeloosheid hebt ontwikkeld, kan een behandeling gericht op slaapgewoontes, gedachten over slapen en ontspanningstechnieken helpen. In sommige slaapcentra wordt dit gecombineerd met specifieke aandacht voor nachtmerries.

En als je partner de dupe is van jouw nachten

Niet onbelangrijk: nachtmerries raken vaak niet alleen jou, maar ook degene die naast je ligt. Partners worden wakker van geschreeuw, wilde bewegingen, soms zelfs een klap in hun slaap. Dat kan voor hen ook behoorlijk schrikken zijn.

Het helpt om erover te praten. Leg uit wat er gebeurt, dat je er zelf ook van baalt en dat je ermee bezig bent. Spreek eventueel af wat je partner kan doen als je weer in een nachtmerrie lijkt vast te zitten: zachtjes bij je naam noemen, je rustig aanraken, geen fel licht aan, niet schudden als dat je alleen maar in de war maakt.

Soms is het tijdelijk nodig om even apart te slapen, gewoon om allebei weer wat rust te krijgen. Dat zegt niets over je relatie, maar alles over het serieus nemen van jullie slaap.

Klein, haalbaar en vandaag al beginnen

Je hoeft niet in één keer je hele leven om te gooien om iets te veranderen aan nachtmerries en angstdromen. Je kunt vandaag al klein beginnen:

  • Vanavond een half uur voor het slapengaan geen nieuws, horror of heftige series meer
  • Na een nachtmerrie eerst drie rustige uitademingen doen voordat je iets anders doet
  • Deze week één keer tegen iemand zeggen dat je last hebt van nachtmerries, zodat je er niet meer alleen mee rondloopt

En als je merkt dat het je leven echt beïnvloedt: maak die afspraak bij je huisarts. Niet pas als je “bijna instort”, maar gewoon omdat nachtrust geen luxe is. Het is de basis waarop de rest van je gezondheid leunt.

Nachtmerries en angstdromen zijn niet “aanstellerij” en ook niet iets waar je maar stoer doorheen moet bijten. Je lichaam laat heel duidelijk zien dat er iets aan de hand is. Luisteren naar die signalen is geen zwakte, maar eigenlijk gewoon goed voor jezelf zorgen.


Veelgestelde vragen over nachtmerries en lichamelijke klachten

Kunnen nachtmerries echt lichamelijke schade veroorzaken?

Meestal niet direct, maar langdurige slechte nachtrust en voortdurende spanning in je lijf vergroten wel de kans op klachten zoals hoge bloeddruk, spanningshoofdpijn, maag- en darmklachten en vermoeidheid. Het gaat dus meer om de optelsom op de lange termijn dan om één enkele nachtmerrie.

Is het normaal om als volwassene nog vaak nachtmerries te hebben?

Af en toe een nachtmerrie is heel normaal. Maar als je er vaak last van hebt en je dagelijks leven eronder lijdt, is het verstandig om het serieus te nemen en er met je huisarts over te praten. Je bent echt niet de enige volwassene met dit probleem, ook al praat bijna niemand erover.

Helpt het om over je nachtmerries te praten, of maak je het dan erger?

Veel mensen zijn bang dat het erger wordt als ze erover praten, maar in de praktijk lucht het vaak juist op. Door er woorden aan te geven, voelt het minder als een vaag, dreigend iets. Zeker als je het doet met iemand die je vertrouwt, of met een professional die weet hoe hiermee om te gaan.

Zijn er medicijnen tegen nachtmerries?

Er zijn in sommige gevallen medicijnen die nachtmerries kunnen verminderen, bijvoorbeeld bij bepaalde angst- of traumaklachten. Die worden niet zomaar voorgeschreven en hebben altijd voor- en nadelen. Dat gaat dus altijd in overleg met een arts of psychiater. Vaak wordt eerst gekeken naar niet-medicamenteuze behandelingen, zoals IRT of traumatherapie.

Moet ik naar een slaapcentrum of is de huisarts genoeg?

Voor veel mensen is de huisarts een goede eerste stap. Die kan inschatten of er aanwijzingen zijn voor een specifieke slaapstoornis, zoals slaapapneu of een nachtmerrie-stoornis, en je zo nodig verwijzen naar een slaapcentrum of psycholoog. Twijfel je? Begin gewoon bij de huisarts en neem desnoods iemand mee die je klachten heeft gezien.

Explore More Fysieke Symptomen

Discover more examples and insights in this category.

View All Fysieke Symptomen