Waarom een felle lamp je biologische klok kan resetten

Stel je voor: je wekker gaat om 7.00 uur, maar jouw lichaam denkt dat het 3.00 uur ’s nachts is. Je hoofd voelt als watten, koffie helpt amper en rond 23.00 uur, als je eigenlijk zou moeten slapen, voel je je ineens klaarwakker. Herkenbaar? Dan is de kans groot dat jouw interne klok en de buitenwereld ruzie hebben. Bij circadiane ritmestoornissen loopt je biologische klok structureel achter, vooruit of volledig uit de pas met het dag-nachtritme. En dat is niet alleen vervelend, het sloopt je concentratie, je stemming en vaak ook je sociale leven. Werken, studeren, een normaal gezinsritme volhouden - het wordt allemaal een soort permanente jetlag. Lichttherapie lijkt dan in eerste instantie bijna te simpel: je gaat voor een lamp zitten en klaar. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Toch is het een van de best onderzochte manieren om je slaap-waakritme te verschuiven, zonder zware slaapmiddelen. In dit artikel duiken we in hoe dat precies zit, wanneer het wél zin heeft, wanneer niet, en hoe mensen met heel verschillende levens - van student tot nachtverpleegkundige - hun ritme met licht hebben geprobeerd recht te trekken.
Written by
Jamie
Published
Updated

Je hersenen hebben een soort interne tijdsserver: de suprachiasmatische kern, diep in de hypothalamus. Klinkt technisch, maar het komt neer op dit: daar wordt bepaald wanneer je slaperig wordt, wanneer je lichaamstemperatuur daalt, wanneer je darmen op gang komen en wanneer je melatonine aanmaakt.

En waar reageert die klok vooral op? Op licht. Niet op koffie, niet op goede bedoelingen, maar op de hoeveelheid en het tijdstip van licht dat via je ogen binnenkomt. Vooral fel, blauwachtig licht in de ochtend heeft veel invloed.

Bij circadiane ritmestoornissen is dit systeem niet goed afgestemd op het sociale ritme. Je klok loopt bijvoorbeeld structureel een paar uur achter of juist voor. Lichttherapie probeert dat verschil kleiner te maken door je klok elke dag bewust een duwtje in de goede richting te geven.

Wanneer lichttherapie eigenlijk op tafel komt

Artsen en slaapcentra zetten lichttherapie vooral in bij mensen met:

  • Vertraagde slaapfase (DSPS): heel laat moe worden, heel laat wakker worden
  • Vervroegde slaapfase: vroeg in de avond in slaap vallen, midden in de nacht klaarwakker
  • Niet-24-uursritme (vooral bij mensen die blind zijn)
  • Jetlag bij verre reizen (meestal kortdurend)
  • Problemen door ploegendienst of nachtdiensten

Neem Marieke, 19 jaar, student in Utrecht. Ze valt pas rond 3.30 uur in slaap, hoe hard ze ook probeert eerder naar bed te gaan. Ochtencolleges haalt ze bijna nooit, haar cijfers kelderen en iedereen zegt: “Ga gewoon vroeger naar bed.” Alsof ze daar zelf niet aan gedacht heeft. In het slaapcentrum krijgt ze de diagnose vertraagde slaapfase. Advies: ochtendlichttherapie, elke dag op dezelfde tijd, plus een strak slaapschema.

Bij Hans, 62 jaar, is het precies andersom. Hij dut elke avond al om 20.00 uur weg op de bank en wordt dan rond 3.30 uur klaarwakker. Hij heeft al van alles geprobeerd: later naar bed, middagdutjes vermijden, minder koffie. Uiteindelijk belandt hij bij een somnoloog, die een vervroegde slaapfase vaststelt. Ook hier komt lichttherapie in beeld, maar dan op een ander tijdstip.

Hoe ziet lichttherapie er in het echte leven uit?

In de praktijk betekent lichttherapie meestal: elke dag op een vaste tijd een bepaalde periode voor een speciale lamp zitten. Niet staren, maar in de buurt, terwijl je bijvoorbeeld ontbijt of mailt. De lamp geeft fel wit licht, vaak rond 10.000 lux op een bepaalde afstand.

Een typische aanpak bij een vertraagde slaapfase:

  • Opstaan op een vaste tijd, elke dag, ook in het weekend
  • Binnen 30 minuten na het opstaan 20 tot 45 minuten lichttherapie
  • In de avond fel licht vermijden (schermen dimmen, warme lichtkleuren)

Bij een vervroegde slaapfase wordt het licht vaak juist in de vroege avond gebruikt, om de klok een stukje naar later te schuiven.

Belangrijk detail: het gaat niet alleen om de lamp. Lichttherapie werkt beter als het gecombineerd wordt met:

  • Strikte bed- en wektijden
  • Rustige, voorspelbare avondroutine
  • Beperken van fel schermlicht laat op de avond
  • Soms lage dosis melatonine op een exact gekozen tijdstip

Zonder dat geheel voelt een lamp alleen al snel als dure daglichtvervanger.

Waarom timing belangrijker is dan de sterkte van de lamp

Bij lichttherapie draait het minder om “zo fel mogelijk” en meer om “op het juiste moment”. Je biologische klok reageert anders op licht in de vroege ochtend dan op licht in de late avond.

Grofweg werkt het zo:

  • Licht in de vroege ochtend (voor je natuurlijke wakker-word-tijd) schuift je ritme naar vroeger
  • Licht in de late avond schuift je ritme naar later

Dat betekent dat iemand zoals Marieke, met een vertraagde slaapfase, juist géén fel licht laat in de avond moet hebben. Dat houdt haar klok alleen maar op de late stand. Ochtendlicht helpt om haar interne nacht langzaam naar voren te trekken.

Het lastige is dat veel mensen met een ritmestoornis niet goed weten wat hun “natuurlijke” ritme is, omdat ze al jaren met wekkers, dutjes en weekenduitslapen aan het schuiven zijn. Daarom laten slaapcentra vaak eerst een slaapdagboek of actigrafie (een soort slaaphorloge) doen, om het patroon helder te krijgen.

Hoe snel merk je verschil?

Hier wordt het vaak een kwestie van verwachtingen managen. Veel mensen hopen stiekem op een soort magische reset in drie dagen. In de praktijk gaat het meestal veel trager.

Bij een vertraagde slaapfase zie je vaak per dag een verschuiving van 15 tot 30 minuten als het programma goed wordt gevolgd. Dat betekent dat je soms weken bezig bent om van een 3.00 uur-bedtijd naar 23.30 uur te komen.

Sophie, 27 jaar, werkt in de IT en begint haar traject met een natuurlijke bedtijd rond 2.30 uur. Haar slaaparts plant een schema waarbij ze elke drie dagen haar bedtijd 15 minuten vervroegt, in combinatie met ochtendlichttherapie. Na vijf weken zit ze op 23.45 uur. Niet perfect, maar wel werkbaar voor haar baan. Ze zegt zelf: “Het voelt alsof ik mezelf langzaam uit een andere tijdzone trek.”

Bij jetlag of een tijdelijke verstoring door een paar nachtdiensten kan lichttherapie sneller effect geven, juist omdat de klok niet structureel ontregeld is maar alleen tijdelijk verschoven.

Hoe weet je of je een goede lamp hebt?

De markt staat vol met “daglichtlampen” en “happylights”. Niet alles wat fel is, is automatisch geschikt voor ritmestoornissen.

Waar je arts of therapeut meestal op let:

  • Lichtsterkte: vaak 10.000 lux op ongeveer 30 tot 50 cm afstand
  • Kleurtemperatuur: vaak koel wit licht, met voldoende blauw component
  • Gecertificeerd medisch hulpmiddel of in ieder geval getest voor gebruik dicht bij de ogen
  • Mogelijkheid om op tafel te zetten op ooghoogte, zodat het licht goed binnenkomt

Goed om even te benadrukken: gewone huiskamerverlichting haalt dat luxniveau meestal bij lange na niet. Buiten op een bewolkte dag haal je al snel 5.000 tot 20.000 lux, in de zon nog veel meer. Binnen zit je vaak rond de 100 tot 500 lux. Geen wonder dat mensen in de winter ineens meer last krijgen van hun ritme.

Overigens hoeft het niet altijd een dure lamp te zijn. Sommige behandelaren kiezen liever voor: strak schema + directe ochtendblootstelling aan daglicht (wandelen, fietsen) als dat praktisch haalbaar is. Zeker in de lente en zomer kan dat best wel effectief zijn.

Wanneer lichttherapie níet zo handig is

Het klinkt allemaal vrij onschuldig, maar er zijn situaties waarin je echt even moet oppassen.

Voorzichtigheid is nodig bij:

  • Bipolaire stoornis of voorgeschiedenis van manie
  • Ernstige oogaandoeningen of netvliesproblemen
  • Gebruik van medicijnen die je ogen gevoeliger maken voor licht (sommige antidepressiva, antibiotica, antipsychotica)

Bij mensen met een bipolaire stoornis kan fel licht op de verkeerde tijd een manische episode uitlokken. Dat betekent niet dat lichttherapie nooit kan, maar wel dat het onder strikte begeleiding moet gebeuren, vaak met aangepaste timing.

Ook niet onbelangrijk: sommige mensen krijgen in het begin hoofdpijn, lichte misselijkheid of geïrriteerde ogen. Vaak trekt dat weg als de sessies iets worden ingekort of de afstand tot de lamp wordt vergroot.

Ploegendienst en nachtwerk: kan een lamp dat echt fixen?

Nachtwerk is eigenlijk één grote aanval op je biologische klok. Je dwingt je lichaam om actief te zijn als het melatonine hoog is en je lichaamstemperatuur laag. Lichttherapie kan hier een beetje helpen, maar het is geen wondermiddel.

Neem Karim, 34 jaar, verpleegkundige in een academisch ziekenhuis. Hij draait wisselende diensten: vroege, late en nachtdiensten door elkaar. Hij voelt zich permanent moe en slaapt onrustig. Het slaapcentrum stelt voor om tijdens nachtdiensten gericht fel licht te gebruiken in het eerste deel van de nacht, en overdag zijn slaapkamer zo donker mogelijk te maken.

Bij hem wordt lichttherapie onderdeel van een groter pakket:

  • Zonnebril op bij thuiskomen na de nachtdienst, om ochtendlicht te dempen
  • Donkere, koele slaapkamer, eventueel met oordoppen en slaapmasker
  • Beperkte blootstelling aan fel licht vlak voor de nachtdienst, om slaperigheid niet te veel weg te drukken

Het resultaat? Hij voelt zich tijdens de nachtdiensten alerter en slaapt overdag iets beter, maar hij blijft zeggen: “Mijn lijf wil dit eigenlijk gewoon niet.” En dat is precies de kern: lichttherapie kan de schade beperken, maar lost de fundamentele mismatch tussen mens en nachtdienst niet op.

Zelf experimenteren of eerst naar een arts?

Veel mensen kopen zelf een lamp en gaan aan de slag. Soms gaat dat verrassend goed, soms juist helemaal mis.

Zelf testen kan redelijk veilig zijn als:

  • Je verder gezond bent
  • Je geen ernstige psychische klachten hebt
  • Je geen bekende oogaandoeningen hebt
  • Je geen medicijnen gebruikt die je lichtgevoelig maken

Maar bij duidelijke ritmestoornissen zoals vertraagde of vervroegde slaapfase is begeleiding eigenlijk slimmer. Een slaaparts, somnoloog of gespecialiseerd psycholoog kan helpen met:

  • Het bepalen van je natuurlijke ritme (met slaapdagboek of actigrafie)
  • Het kiezen van de juiste timing van licht
  • Eventueel combineren met melatonine
  • Het aanpassen van het schema als je vastloopt

Op sites als Thuisarts en de Hersenstichting vind je goede basisinformatie over slaapproblemen en ritmestoornissen. Voor meer specialistische info kun je kijken bij slaapcentra of bijvoorbeeld het Slaapinstituut.

Waarom discipline belangrijker is dan motivatie

Het klinkt saai, maar bij lichttherapie winnen de saaie dingen het meestal van de spectaculaire. Niet de nieuwste lamp, niet het hipste protocol, maar gewoon: elke dag op tijd opstaan, licht gebruiken op het afgesproken moment, week in week uit.

Motivatie is vaak hoog in de eerste week. Je koopt een lamp, je plant alles netjes in, je zet timers. Maar de echte winst zit in die ochtenden waarop je eigenlijk wil blijven liggen, het buiten donker en nat is, en je toch opstaat, lamp aan, ontbijt erbij.

Mensen die het lang volhouden, hebben vaak een paar dingen gemeen:

  • Ze koppelen lichttherapie aan een vaste gewoonte (ontbijt, nieuws lezen)
  • Ze betrekken hun omgeving (partner, huisgenoten) bij hun schema
  • Ze accepteren dat weekenden geen “vrijbrief” zijn om alles te laten varen

Dat klinkt streng, maar de winst kan groot zijn: minder jetlaggevoel, stabielere stemming, betere concentratie. En heel praktisch: gewoon op tijd op je werk of college kunnen zijn zonder elke dag een gevecht met je eigen lichaam.

Veelgestelde vragen over lichttherapie bij ritmestoornissen

Is lichttherapie hetzelfde als een daglichtlamp tegen winterdip?
Niet helemaal. De techniek lijkt op elkaar, maar de timing en het doel verschillen. Bij een winterdip gaat het vooral om stemming, bij ritmestoornissen draait het om het verschuiven van je slaap-waakritme. Dezelfde lamp kan soms wel voor beide gebruikt worden, maar het schema is anders.

Kan ik lichttherapie gebruiken als ik antidepressiva slik?
Dat hangt af van het type antidepressivum en je voorgeschiedenis. Sommige middelen maken je gevoeliger voor licht of beïnvloeden je stemming op een manier die samen met fel licht onhandig kan zijn. Overleg altijd met je huisarts of psychiater voordat je begint.

Helpt lichttherapie ook als ik gewoon “een avondmens” ben?
Er is een verschil tussen een normale voorkeur voor laat naar bed gaan en een echte vertraagde slaapfase. Als jij met een wekkertje en wat discipline prima op tijd op je werk kunt zijn, is een lamp misschien niet nodig. Als je ritme structureel 2 tot 4 uur opschuift en je leven daardoor vastloopt, dan kan lichttherapie wél zinvol zijn.

Hoe lang moet ik doorgaan met lichttherapie?
Bij een duidelijke ritmestoornis is het vaak geen kwestie van een korte kuur, maar van langdurig onderhoud. Sommige mensen gebruiken maandenlang dagelijks licht, anderen bouwen na een tijdje af naar een paar keer per week. Stop je helemaal, dan heeft je klok de neiging om weer terug te glijden naar het oude patroon.

Is buiten in het ochtendlicht lopen net zo goed als een lamp?
Op veel dagen wel, soms zelfs beter. Buitenlicht is vaak sterker dan een lamp. Het probleem in Nederland en België is vooral de winter: korte dagen, grijs weer, weinig ochtendzon op het moment dat jij tijd hebt. Een lamp is dan een praktische manier om toch een betrouwbare dosis licht op een vast tijdstip te krijgen.


Lichttherapie is geen wondermiddel en zeker geen snel trucje. Maar voor mensen bij wie de interne klok structureel uit de pas loopt, kan het een behoorlijk krachtig instrument zijn. Mits goed getimed, goed begeleid en met een portie saaie, dagelijkse discipline.

Explore More Circadiane Ritmestoornissen

Discover more examples and insights in this category.

View All Circadiane Ritmestoornissen