Alsof je elke dag in een andere tijdzone wakker wordt

Stel je voor: je gaat om 23.00 uur naar bed, slaapt prima, wordt rond 7.00 uur wakker en denkt: dit gaat eigenlijk best wel goed. Een paar dagen later val je pas om 2.00 uur in slaap. Weer een week verder lig je om 5.00 uur nog wakker en word je pas rond de middag een beetje mens. Niet omdat je te laat op je telefoon zit, maar omdat je interne klok gewoon eigenwijs doorschuift. Alsof iemand elke dag je tijdzone een stukje verzet. Dat is in een notendop hoe Non-24 Slaap-Waak Stoornis voelt. Een mond vol, zeldzaam, en vaak compleet gemist door artsen en werkgevers. Mensen worden weggezet als lui, ongemotiveerd of "gewoon een avondmens", terwijl hun biologische klok simpelweg niet samenwerkt met de 24-uurse dag waar de rest van de wereld zich aan houdt. In dit artikel duiken we in hoe Non-24 eruitziet in het echte leven, waarom het zo vaak pas laat wordt herkend, en wat er wél mogelijk is qua behandeling en aanpassing. Met voorbeelden uit de praktijk, een beetje biologie, en vooral: eerlijke uitleg zonder mooipraterij.
Written by
Jamie
Published

Een lichaam dat geen 24 uur wil accepteren

Non-24 Slaap-Waak Stoornis (vaak afgekort als Non-24) hoort bij de circadiane ritmestoornissen: problemen met je interne klok. Maar dit is niet zomaar “een beetje uit de pas lopen”. Bij Non-24 loopt je interne daglengte structureel niet gelijk met de 24 uur van de klok.

Bij de meeste mensen tikt de biologische klok nét niet 24 uur, maar wordt die elke dag opnieuw gelijkgezet door licht, sociale afspraken en routine. Bij Non-24 gebeurt dat niet of nauwelijks. Het resultaat: je slaap- en waaktijden schuiven langzaam door. Soms elke dag een beetje later, bijvoorbeeld 30 tot 60 minuten, soms in wat grilliger patronen.

Het bizarre is: als je eenmaal slaapt, kan de slaapkwaliteit best goed zijn. Het probleem is wanneer die slaap valt.

Neem Lisa, 29 jaar, blind sinds haar jeugd. Zij merkte dat ze periodes had waarin ze zich overdag redelijk fit voelde, om vervolgens wekenlang overdag uitgeput te zijn en juist midden in de nacht klaarwakker. Niet omdat ze haar ritme “verpestte”, maar omdat haar lichaam simpelweg een ander schema volgde dan de klok.

Waarom vooral blinde mensen hiermee te maken krijgen

Bij mensen zonder lichtperceptie is Non-24 eigenlijk bijna een soort standaardrisico. Dat zit zo.

Je biologische klok zit in een klein gebiedje in de hersenen, de suprachiasmatische nucleus (SCN). Die klok wordt vooral gestuurd door licht dat via de ogen binnenkomt. Niet door “normaal” zien, maar via speciale lichtgevoelige cellen in het netvlies die informatie doorgeven aan de klok.

Als je helemaal blind bent en geen lichtsignaal meer binnenkomt, mist je lichaam het belangrijkste signaal om de interne klok dagelijks te resetten. De klok gaat dan zijn eigen gang. Vaak betekent dat: een interne dag die iets langer is dan 24 uur. En dus een slaapritme dat steeds later opschuift.

Dat is ook waarom Non-24 relatief vaak beschreven wordt bij volledig blinde mensen. Maar daar gaat het verhaal vaak mis, want:

  • Niet alle mensen met Non-24 zijn blind.
  • Niet alle blinde mensen hebben Non-24.

Er zijn ook ziende mensen met Non-24. Bij hen werkt de koppeling tussen licht en de interne klok verstoord, of is de klok zelf anders afgesteld. De precieze oorzaak is lang niet altijd duidelijk.

“Je gaat toch gewoon eerder naar bed?” - waarom dat dus niet werkt

Non-24 wordt vaak niet serieus genomen omdat het lijkt op “gewoon een rommelig ritme”. Maar er zit een belangrijk verschil tussen geen discipline en een verschoven biologische klok.

Als je lichaam biologisch gezien denkt dat het 16.00 uur is, kun je je wel om 22.00 uur in bed leggen, maar slapen zit er dan vaak gewoon niet in. Je ligt te draaien, je piekert, je wordt gefrustreerd. En als het dan eindelijk 3.30 uur is en je valt in slaap, moet je er om 7.00 uur weer uit voor werk of studie. Tel maar uit: structureel veel te weinig slaap.

Veel mensen met Non-24 beschrijven een soort cyclus:

  • Een periode waarin hun slaap toevallig redelijk samenvalt met de sociale klok. Ze functioneren dan best wel oké.
  • Daarna schuift hun ritme langzaam op. Ze worden later moe, later wakker.
  • Uiteindelijk zitten ze volledig “uit fase": klaarwakker tot diep in de nacht, overdag half in coma.
  • Na verloop van tijd schuift het verder, tot hun natuurlijke slaaptijd weer ongeveer overeenkomt met de nacht.

Dat voelt alsof je in een soort permanente jetlag leeft, alleen dan zonder leuke vakantie.

Waarom artsen dit vaak missen

Non-24 is zeldzaam, en eerlijk is eerlijk: veel huisartsen zien het misschien nooit in hun carrière. Bovendien lijkt het in eerste instantie op andere, veel bekendere problemen.

Denk aan labels als:

  • “insomnie” (moeilijk in slaap vallen)
  • “slaaptekort door slechte gewoonten”
  • “depressie” of “burn-out”

Neem Ahmed, 34 jaar, ziend, fulltime IT’er. Hij kreeg te horen dat hij gewoon strenger moest zijn met zijn schermgebruik en cafeïne. Hij probeerde slaapapps, mindfulness, strakke bedtijden. Niks hielp structureel. Pas toen een slaaparts zijn slaapdagboek over meerdere maanden bekeek, viel het kwartje: zijn slaaptijden schoven rustig door de week heen in een patroon dat je bijna met een liniaal kon trekken.

Wat artsen vaak over het hoofd zien:

  • Het patroon over langere tijd. Non-24 zie je niet in 1 weekje bijhouden.
  • Het feit dat mensen vaak prima slapen als ze hun natuurlijke ritme kunnen volgen.
  • De duidelijke cyclus van “soms gaat het redelijk, dan weer dramatisch”, zonder duidelijke externe oorzaak.

Hoe voelt dat in het dagelijks leven?

Los van alle medische termen is Non-24 vooral een sociaal en praktisch probleem. Je lichaam leeft op een ander schema dan de maatschappij.

Typische gevolgen die mensen beschrijven:

  • Werk of school: structureel te laat, afwezig, concentratieproblemen. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze op dat tijdstip eigenlijk midden in hun biologische nacht zitten.
  • Sociale contacten: afspraken afzeggen, niet mee kunnen naar vroege activiteiten, of juist nachtenlang alleen wakker zijn terwijl de rest slaapt.
  • Mentale gezondheid: schaamte, schuldgevoel, frustratie, soms depressieve klachten.
  • Veiligheid: slaperig autorijden, fouten op werk, ongelukken door vermoeidheid.

Een belangrijk detail: veel mensen met Non-24 voelen zich op de “goede” dagen bijna normaal. Dat maakt het extra verwarrend voor de omgeving. “Zie je wel, het kán toch wel?” hoor je dan. Maar wat je ziet is eigenlijk een momentopname in een draaiende cyclus.

Wanneer moet je gaan denken aan Non-24?

Zonder er een saaie checklist van te maken, zijn er een paar rode vlaggen die samen een sterk vermoeden geven.

Het wordt interessant om aan Non-24 te denken als:

  • Je slaapt beter als je je eigen ritme mag volgen, zonder wekker.
  • Je slaaptijden schuiven geleidelijk op, bijvoorbeeld elke paar dagen een half uur tot een uur later.
  • Dit patroon al maanden tot jaren speelt.
  • Strakke slaaphygiëne, vaste bedtijden en “gewoon volhouden” nauwelijks effect hebben.
  • Je blind bent of een ernstige visuele beperking hebt, óf je hebt al langer onverklaarbare ritmeproblemen.

Herken je jezelf hier in? Dan is het niet gek om een verwijzing naar een slaap- of chronobiologiepoli te vragen.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

In Nederland en België kom je meestal via de huisarts bij een slaapcentrum of neuroloog terecht. Daar gebeurt grofweg het volgende:

  • Uitgebreid gesprek over je klachten, dagindeling, werk, medicatie, andere aandoeningen.
  • Slaapdagboek: je houdt weken tot maanden bij wanneer je gaat slapen, wakker wordt, en hoe je je voelt.
  • Soms een actigrafie: een soort horloge dat je activiteit en rust meet over langere tijd.
  • Uitsluiten van andere slaapstoornissen, zoals slaapapneu of een vertraagde slaapfase.

De diagnose Non-24 wordt niet in één nacht gesteld. Het draait om het herkennen van het schuivende patroon over langere tijd.

Voor algemene informatie over slaapstoornissen kun je bijvoorbeeld kijken op Thuisarts over slaapproblemen of de Hersenstichting. Specifieke info over Non-24 is nog schaars, maar de basisprincipes van circadiane ritmeproblemen worden daar wel uitgelegd.

Wat kun je eraan doen? Zijn er behandelingen?

Non-24 is hardnekkig, maar niet hopeloos. Er zijn grofweg twee sporen:

  • proberen de klok alsnog te koppelen aan de 24-uursdag
  • of, als dat niet lukt, je leven zo goed mogelijk aanpassen aan je eigen ritme

Melatonine: meer dan een “slaappilletje”

Melatonine is een hormoon dat je lichaam zelf aanmaakt als het donker wordt. In Nederland is het in lage dosering vrij verkrijgbaar, in hogere dosering op recept. Bij Non-24 wordt melatonine niet zomaar als slaapmiddel gebruikt, maar als een soort “tijdsignaal” voor je biologische klok.

Belangrijk is wanneer je het inneemt. Te laat of te vroeg slikken kan het effect juist tenietdoen of zelfs de verkeerde kant op duwen.

Daarom gebeurt behandeling met melatonine bij voorkeur onder begeleiding van een arts die verstand heeft van circadiane ritmes. Soms wordt ook gekeken naar je natuurlijke melatonine-aanmaak via speekseltesten, om het tijdstip beter te bepalen.

Lichttherapie bij ziende mensen

Bij ziende mensen kan fel licht op het juiste moment helpen om de klok te sturen. Meestal gaat het om speciaal daglichtlampen met hoge lichtintensiteit.

Typisch gebruik:

  • Licht in de vroege ochtend om het ritme naar voren te trekken.
  • Vermijden van fel licht in de late avond (schermen, felle lampen).

Maar bij Non-24 is dit lastiger dan bij bijvoorbeeld een gewone vertraagde slaapfase, omdat de klok structureel blijft doorschuiven. Soms werkt een combinatie van strak getimede melatonine en lichttherapie het beste.

Voor algemene uitleg over lichttherapie en ritme kun je kijken op bijvoorbeeld Gezondheidsnet over lichttherapie, al ligt de focus daar vaker op stemming.

Medicatie die wakker houdt

Soms wordt bij ernstige slaperigheid overdag ook gekeken naar middelen die de waakzaamheid verhogen. Dat is geen behandeling van de oorzaak, maar kan helpen om het dagelijks functioneren iets dragelijker te maken.

Dit soort medicatie heeft bijwerkingen en is zeker geen eerste stap. Het hoort thuis in de specialistische zorg, niet in de categorie “even wat proberen”.

Aanpassen van werk, studie en leven

Voor veel mensen is dit eigenlijk het belangrijkste, maar ook het lastigste stuk: accepteren dat je lichaam niet goed past bij het standaard 9-tot-5-model, en daar praktisch iets mee doen.

Denk aan:

  • Flexibele werktijden of thuiswerken regelen.
  • Opleidingen kiezen met meer vrijheid in roosters of online colleges.
  • Nacht- of avondwerk waar dat veilig en haalbaar is.
  • Heldere uitleg aan werkgever, school en omgeving over wat er aan de hand is.

Niet iedereen heeft die luxe, en dat maakt Non-24 ook een sociaal probleem. Iemand die in theorie prima zou kunnen functioneren, valt in de praktijk buiten de boot omdat de maatschappij zo strak aan de klok hangt.

Misverstanden die hardnekkig blijven

Non-24 roept veel onbegrip op. Een paar hardnekkige misvattingen:

  • “Je bent gewoon een nachtbraker"
    Nee. Een nachtbraker kiest ervoor om laat naar bed te gaan. Bij Non-24 schuift het ritme vanzelf door, ook als je wíl meewerken.

  • “Als je maar lang genoeg een vast schema houdt, went je lichaam wel"
    Bij een licht verstoord ritme kan dat kloppen. Bij Non-24 zie je vaak dat het lichaam na een tijdje gewoon weer zijn eigen schema gaat volgen, ondanks alle discipline.

  • “Je slaapt toch genoeg uren, dan is het toch goed?"
    Als je je ritme volledig mag volgen, kan dat soms kloppen. Maar in de echte wereld moet je meestal op vaste tijden presteren. En dan is het probleem dat je op de verkeerde momenten wakker of slaperig bent.

  • “Het zit tussen je oren"
    Ja, letterlijk, in je hersenen. Maar niet in de zin van “ingebeeld”. We hebben het over een meetbare stoornis van de biologische klok.

Hoe leef je mentaal met een schuivende klok?

Naast alle medische en praktische aspecten is er nog iets anders: het psychische stuk. Leven met Non-24 vraagt nogal wat aanpassing, en ook rouw om dingen die niet (meer) lukken.

Veel mensen beschrijven:

  • Een gevoel van isolement: wakker als anderen slapen, slaperig als anderen actief zijn.
  • Schaamte: het idee dat anderen je zien als lui of ongemotiveerd.
  • Stress: door conflicten met werk, school, uitkeringsinstanties.

Wat vaak helpt:

  • Begripvolle zorgverleners die het patroon herkennen en niet meteen beginnen over “discipline”.
  • Lotgenotencontact, bijvoorbeeld via patiëntenverenigingen voor blinden/slechtzienden of slaapstoornissen.
  • Duidelijke taal naar de omgeving: uitleggen dat dit geen keuze is, maar een biologische beperking.

De Hersenstichting heeft bijvoorbeeld algemene informatie over slaapproblemen en hersenen die je kunt gebruiken als startpunt in gesprekken met naasten.

Hoe praat je hierover met je arts?

Als je vermoedt dat je Non-24 hebt, helpt het om voorbereid naar je huisarts te gaan.

Handige dingen om mee te nemen:

  • Een slaapdagboek van minimaal een paar weken, liever langer.
  • Een duidelijke beschrijving van hoe je ritme verschuift (bijvoorbeeld “ik val elke paar dagen ongeveer een uur later in slaap").
  • Informatie over je werk, studie en hoe dit je dagelijks leven beïnvloedt.

Het is helemaal niet raar om expliciet te zeggen: “Ik heb gelezen over circadiane ritmestoornissen, waaronder Non-24. Kunt u met mij meedenken of dit bij mij zou kunnen passen en of een verwijzing naar een slaapcentrum zinvol is?”

Op Thuisarts vind je algemene info over slaapproblemen die huisartsen zelf gebruiken. Dat kan helpen om het gesprek op een meer gelijkwaardige manier te voeren.

Tot slot: geen luiheid, maar een koppige klok

Non-24 Slaap-Waak Stoornis is geen karakterfout en geen gebrek aan wilskracht. Het is een biologische klok die niet meewerkt met de 24-uursdag waar onze samenleving op gebouwd is.

Als je er zelf mee te maken hebt, is het logisch dat je soms denkt: “Ligt het nou aan mij? Ben ik gewoon niet sterk genoeg?” Het eerlijke antwoord: je hebt te maken met een aandoening waar zelfs veel professionals nog mee worstelen. Dat maakt het niet minder echt.

Wat wél helpt:

  • Serieuze medische beoordeling, liefst in een gespecialiseerd centrum.
  • Realistische verwachtingen van wat behandeling kan doen: vaak verbetering, zelden perfectie.
  • Creatief omgaan met werk, studie en sociale contacten, binnen wat voor jou haalbaar is.

En misschien wel het belangrijkste: stoppen met jezelf afrekenen op een klok waar jouw lichaam zich simpelweg niet naar wil voegen.


Veelgestelde vragen over Non-24 Slaap-Waak Stoornis

Is Non-24 hetzelfde als een vertraagde slaapfase (DSPS)?
Nee. Bij een vertraagde slaapfase val je structureel later in slaap, maar je ritme blijft stabiel: bijvoorbeeld altijd van 2.00 tot 10.00 uur. Bij Non-24 schuift dat venster juist steeds verder op.

Komen alleen blinde mensen in aanmerking voor de diagnose Non-24?
Nee. Non-24 komt wel vaker voor bij volledig blinde mensen, maar kan ook bij ziende mensen voorkomen. Bij hen is de koppeling tussen licht en de interne klok verstoord op een andere manier.

Is Non-24 te genezen?
Genezen in de zin van “het is weg en komt nooit meer terug” is helaas zeldzaam. Wel kunnen melatonine, lichttherapie en aanpassingen in leefstijl het ritme soms beter laten aansluiten op de 24-uursdag of de klachten verminderen.

Helpt het om gewoon een paar nachten door te halen om weer in het ritme te komen?
Dat kan tijdelijk lijken te werken, maar bij Non-24 valt het ritme daarna meestal weer terug in het oude patroon en ga je je vaak nog slechter voelen door extra slaaptekort.

Waar kan ik betrouwbare informatie vinden in het Nederlands?
Algemene info over slaapproblemen en ritme vind je onder andere op Thuisarts.nl, bij de Hersenstichting en via Nederlandse slaapcentra en klinieken voor slaap- en waakstoornissen. Specifiek over Non-24 is het aanbod nog beperkt, maar de basisprincipes van circadiane ritmestoornissen zijn hetzelfde.

Explore More Circadiane Ritmestoornissen

Discover more examples and insights in this category.

View All Circadiane Ritmestoornissen