Slaappillen bij insomnie: wanneer wel, wanneer beter van niet?

Je ligt wakker, alweer. De klok tikt richting 03.17 uur, je hebt morgen een drukke dag en je denkt: "Had ik nu maar gewoon een slaappil." Herkenbaar? Je bent niet de enige. Huisartsen krijgen dagelijks de vraag om “iets sterks” voor de nacht voor te schrijven. En heel eerlijk: het idee van een tabletje dat je hoofd uitzet en je in een diepe, droomloze slaap duwt, is best wel verleidelijk. Maar zo simpel is het eigenlijk niet. Medicatie bij insomnie is een mijnenveld van korte-oplossing-vs-lange-termijn-problemen, afhankelijkheid, bijwerkingen en soms ook gewoon verkeerde verwachtingen. Toch kan het in bepaalde situaties wél een verstandige keuze zijn, als je het slim en tijdelijk inzet. In dit artikel duiken we in de wereld van slaappillen, antidepressiva, melatonine en al die andere middelen waar je buurvrouw, collega of huisarts het over heeft. Wanneer helpt het echt? Wanneer maak je het jezelf alleen maar moeilijker? En wat doen artsen nou ja, in het echt, buiten de theorieboeken om? Als je twijfelt over medicatie bij slapeloosheid, is dit precies het stuk dat je had willen lezen voordat je naar de apotheek rende.
Written by
Jamie
Published
Updated

Waarom we zo graag een pil willen voor slaap

Stel je Mark voor, 42 jaar, projectmanager. Twee jonge kinderen, een hypotheek, een baas die mails stuurt om 22.30 uur. Hij slaapt al weken slecht. Hij ligt te malen, wordt vroeg wakker en is overdag gesloopt. Na drie weken is hij er klaar mee en zegt bij de huisarts: “Schrijf maar iets voor, ik moet gewoon slapen.”

Dat “gewoon slapen” is precies het probleem. Bij insomnie is de slaap vaak niet kapot, maar ontregeld. Je brein staat te scherp afgesteld. En een pil voelt dan als de snelste manier om het volume omlaag te draaien. Zeker als je de volgende dag moet functioneren.

Artsen weten dat ook. Daarom wordt medicatie in de praktijk soms sneller gegeven dan richtlijnen eigenlijk adviseren. Begrijpelijk, maar niet zonder risico. De kernvraag is dus: gebruik je medicatie als kruk om even op te leunen, of bouw je er een soort slaapprothese mee waar je nooit meer vanaf komt?

Slaappillen die we kennen - en wat ze echt doen

Als mensen het over “slaappillen” hebben, bedoelen ze meestal middelen die direct op de slaap inwerken. In de praktijk kom je grofweg drie groepen tegen: benzodiazepinen, Z-middelen en antihistaminica.

Benzodiazepinen: de klassieke slaappillen

Denk aan middelen als temazepam, oxazepam, lormetazepam en diazepam. Oorspronkelijk ontwikkeld als angstremmers, maar ze maken ook slaperig. Ze werken op de GABA-receptoren in de hersenen, waardoor alles wat minder scherp, minder angstig, minder alert wordt.

Klinkt aantrekkelijk, maar er zit een flinke adder onder het gras.

  • Ze werken snel, maar je went er ook snel aan.
  • Na een paar weken heb je vaak meer nodig voor hetzelfde effect.
  • Stoppen kan onrust, slechter slapen en zelfs ontwenningsklachten geven.
  • Overdag kun je suffer, trager en minder geconcentreerd zijn.
  • Bij ouderen neemt het val- en breukrisico duidelijk toe.

Neem Anne, 68 jaar, die een temazepam kreeg na het overlijden van haar partner. “Voor een paar weken, tot de ergste spanning voorbij is”, zei de huisarts. Twee jaar later slikt ze het nog steeds, en is ze bang dat ze zonder helemaal niet meer kan slapen. Dat is precies het scenario waar richtlijnen voor waarschuwen.

In Nederland is het beleid vrij duidelijk: benzodiazepinen alleen kortdurend bij insomnie, bij voorkeur niet langer dan 1 tot 2 weken. Chronisch gebruik voor slaap wordt afgeraden.

Z-middelen: lijkt nieuw, maar werkt bijna hetzelfde

Zolpidem en zopiclon zijn de bekende namen. Ze werden ooit gepresenteerd als “veiliger” alternatief voor benzodiazepinen. In de praktijk lijkt het effect en het risico op gewenning sterk op dat van de klassieke slaappillen.

Ze:

  • zorgen vaak voor sneller inslapen
  • kunnen geheugen- en concentratieproblemen geven
  • geven ook kans op vallen, vooral bij ouderen
  • hebben eveneens verslavings- en ontwenningsrisico

Sommige mensen melden vreemde dingen: slaapwandelen, eten zonder het te weten, rare dromen, of zelfs autorijden zonder zich dat te herinneren. Niet massaal, maar vaak genoeg om serieus te nemen.

Antihistaminica: de “onschuldige” slaperigheid

Middelen als promethazine of doxylamine zijn eigenlijk allergiemedicijnen van de oude generatie. Bijwerking: ze maken slaperig. Dat is handig, dachten fabrikanten, dus hup, in slaapmiddelen en soms zelfs in zelfzorgproducten.

Ze lijken onschuldig, maar dat zijn ze eigenlijk niet echt:

  • Ze werken vaak lang door, waardoor je de volgende dag duf kunt zijn.
  • Ze kunnen het reactievermogen verminderen.
  • Bij ouderen kunnen ze verwardheid en vallen uitlokken.

Toch worden ze nog best wel vaak voorgeschreven, juist omdat artsen terughoudend zijn met benzodiazepinen en iets “minder verslavends” willen. Maar minder verslavend is niet hetzelfde als veilig of verstandig op de lange termijn.

Antidepressiva en antipsychotica als slaapmiddel: slim of noodgreep?

Dan is er nog een categorie waar veel mensen van schrikken als ze het doosje lezen: antidepressiva en lage doseringen antipsychotica, gebruikt om beter te slapen.

Antidepressiva met een slaperig bijeffect

Middelen als mirtazapine of amitriptyline worden soms voorgeschreven bij mensen met insomnie, zeker als er ook sprake is van depressieve klachten, angst of chronische pijn.

Waarom artsen dit doen:

  • Ze maken vaak slaperig in lage doseringen.
  • Ze hebben geen klassiek verslavingspatroon zoals benzodiazepinen.
  • Ze kunnen nuttig zijn als er een onderliggende stemmingstoornis is.

Maar er hangt een prijskaartje aan:

  • Gewichtstoename, toegenomen eetlust.
  • Droge mond, obstipatie, soms hartkloppingen.
  • Overdag suf en minder scherp.

Bij jonge, verder gezonde mensen met “alleen” insomnie is dit meestal niet de eerste keus. Bij iemand van 55 met een depressie, piekeren en chronische pijn kan het soms wel een logische stap zijn.

Antipsychotica in mini-dosering

Middelen als quetiapine in lage dosering worden in de praktijk soms ingezet als slaapmiddel. Richtlijnen zijn daar behoorlijk kritisch over.

Waarom? Omdat het zware middelen zijn, met mogelijke bijwerkingen als:

  • metabole ontregeling (gewicht, suiker, cholesterol)
  • bewegingsstoornissen op de langere termijn
  • sufheid en duizeligheid

Voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening kan het een plek hebben binnen een totaalbehandeling. Maar als “gewoon” slaapmiddeltje bij primaire insomnie is het eigenlijk een paardenmiddel voor een muizenprobleem.

Melatonine: natuurlijke hulp of marketingverhaal?

Melatonine is het hormoon dat je lichaam zelf aanmaakt als het donker wordt. Logisch dus dat mensen denken: als ik slecht slaap, slik ik gewoon wat extra. In drogist en online is het overal te krijgen.

En nu komt het lastige: melatonine is vooral handig bij een verstoorde biologische klok, niet bij elk willekeurig slaapprobleem.

Het kan nuttig zijn bij:

  • jetlag
  • mensen die structureel veel te laat in slaap vallen (delayed sleep phase)
  • sommige kinderen met ontwikkelingsstoornissen, onder specialistische begeleiding

Maar bij klassieke insomnie, waarbij je vooral ligt te piekeren of vaak wakker wordt, is het effect vaak teleurstellend. Veel mensen slikken het op het verkeerde tijdstip, in te hoge dosis, of met onrealistische verwachtingen.

Ook “natuurlijk” betekent niet automatisch risicoloos:

  • Verkeerde timing kan je ritme juist verder verstoren.
  • Er zijn interacties mogelijk met andere medicijnen.
  • De kwaliteit en dosering van supplementen is niet altijd betrouwbaar.

Kortom: melatonine kan een slimme tool zijn, maar dan wel gericht ingezet, liefst in overleg met een arts of slaapdeskundige.

Wanneer medicatie wél logisch kan zijn

Na al deze waarschuwingen zou je bijna denken: nooit meer iets slikken. Maar dat is te kort door de bocht. Er zijn situaties waarin slaapmedicatie een verdedigbare, soms zelfs verstandige keuze kan zijn.

Denk aan:

  • een acute, kortdurende crisis: overlijden, echtscheiding, heftige gebeurtenis
  • een paar nachten doorslapen om uit een vicieuze cirkel van angst voor de nacht te komen
  • tijdelijke ondersteuning tijdens het starten met cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I)

Neem Samira, 35 jaar, die na een inbraak wekenlang nauwelijks durfde te slapen. De huisarts besprak de risico’s, schreef voor 7 nachten een kortwerkend middel voor, met een duidelijk stopplan. Tegelijk startte ze met gesprekken en praktische maatregelen om het gevoel van veiligheid terug te krijgen. Na tien dagen was ze gestopt met de pillen en sliep ze, met ups en downs, weer zelf.

Het verschil met chronisch gebruik? Er is een plan. Er is een einddatum. En er gebeurt óók iets aan de oorzaak of aan de manier waarop iemand met slapeloosheid omgaat.

Waarom alleen medicatie bijna nooit genoeg is

Insomnie is zelden puur een chemisch probleem dat je met een tablet oplost. Het is meestal een mix van:

  • gedrag (te lang in bed, schermgebruik, onregelmatig ritme)
  • gedachten (piekeren, prestatiedruk rond slapen)
  • emoties (angst, stress, verdriet)
  • omstandigheden (diensten, jonge kinderen, lawaai)

Een pil kan je brein tijdelijk dempen, maar verandert niet hoe je met stress omgaat, of hoe je routines eruitzien. Daardoor verschuift het probleem vaak gewoon: je slaapt misschien wat beter, maar je wordt afhankelijk van dat ene middel om überhaupt te durven gaan slapen.

Niet voor niets wordt cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I) internationaal gezien als eerste keus. In Nederland sluiten richtlijnen daar bij aan. Kort gezegd leer je daarbij:

  • anders naar slaap en wakker liggen kijken
  • je ritme en bedtijden strakker te sturen
  • piekergedrag te doorbreken
  • ontspanning en prikkelreductie in te bouwen

Medicatie kan daar tijdelijk naast bestaan, maar als je alleen op pillen leunt, mis je de kans om je slaap écht structureel te verbeteren.

Hoe artsen in Nederland hiernaar kijken

De meeste Nederlandse huisartsen en specialisten volgen richtlijnen die behoorlijk terughoudend zijn met slaapmedicatie. In de praktijk betekent dat vaak:

  • eerst kijken naar leefstijl, stress, middelengebruik (cafeïne, alcohol)
  • uitleg geven over normale variatie in slaap
  • zo mogelijk verwijzen voor CGT-I of online programma’s
  • pas daarna, en dan tijdelijk, medicatie overwegen

Toch zie je in de spreekkamer ook de realiteit: een uitgeputte jonge ouder, een vrachtwagenchauffeur die niet kan functioneren, een ondernemer die na weken slecht slapen fouten begint te maken. Dan wordt er soms toch gekozen voor een korte medicamenteuze ondersteuning. Niet omdat het ideaal is, maar omdat het alternatief ook niet bepaald veilig of gezond is.

Belangrijk is dat jij als patiënt eerlijk vertelt hoe vaak je iets gebruikt, wat je al geprobeerd hebt en waar je het meest bang voor bent. Veel mensen slikken “af en toe” een pil, wat bij doorvragen neerkomt op 4 avonden per week. Dat is precies hoe sluipend gewenning ontstaat.

Hoe kom je weer van slaapmedicatie af?

Afbouwen is vaak lastiger dan beginnen. Niet alleen lichamelijk, maar vooral mentaal. De angst om weer slecht te slapen is soms groter dan de bijwerkingen van het middel zelf.

Een paar principes die in de praktijk vaak worden gebruikt:

  • langzaam afbouwen, zeker na langdurig gebruik
  • vaste dagen kiezen waarop je niet slikt, en die langzaam uitbreiden
  • tegelijkertijd werken aan slaapgewoonten en gedachten rond slapen
  • accepteren dat er tijdelijk slechtere nachten zullen zijn

Neem Johan, 59, die al tien jaar elke avond een zopiclon slikte. Met zijn huisarts maakte hij een afbouwschema over drie maanden, schakelde over op om-de-dag gebruik en startte met een online CGT-I programma. De eerste weken waren pittig, met onrustige nachten. Maar na een paar maanden sliep hij nog steeds niet “perfect”, wel zelfstandig. Zijn woorden: “Ik ben liever af en toe een nacht wakker dan elke dag afhankelijk.”

Wanneer je echt hulp moet zoeken

Soms is insomnie een signaal van iets groters. Medicatie slikken zonder dat in kaart te brengen is dan alsof je het lampje op je dashboard afplakt.

Neem contact op met je huisarts als:

  • je langer dan een paar weken slecht slaapt en overdag duidelijk beperkt bent
  • je naast insomnie ook somberheid, angst of paniekaanvallen hebt
  • je slaapklachten gepaard gaan met snurken, ademstops, rusteloze benen of rare bewegingen in de nacht
  • je al zelf slaapmiddelen of alcohol gebruikt om in slaap te komen

Samen kun je dan kijken of er meer onderzoek nodig is, bijvoorbeeld naar slaapapneu, depressie, angststoornissen of een circadiane ritmestoornis.

Wat je zelf al kunt doen, zonder recept

Nee, dit wordt geen lijstje met “drink kamillethee” en “zet je telefoon uit” als wonderoplossing. Maar er zijn wel degelijk dingen die de impact van insomnie kunnen verminderen, óók als je (tijdelijk) medicatie gebruikt.

Denk aan:

  • je verwachtingen bijstellen: niemand slaapt elke nacht 8 uur strak door
  • vaste opstaatijd, ook na een slechte nacht
  • niet te lang in bed blijven liggen als je klaarwakker bent
  • alcohol niet gebruiken als slaapmiddel, hoe verleidelijk ook
  • kritisch kijken naar cafeïne-inname (koffie, energiedrank, cola)

En vooral: stoppen met elke nacht zien als examen. Hoe harder je probeert te slapen, hoe slechter het meestal gaat. Dat is misschien wel de meest frustrerende paradox van insomnie.

Veelgestelde vragen over medicatie bij insomnie

Is het heel gevaarlijk om af en toe een slaappil te nemen?

Af en toe, echt incidenteel (bijvoorbeeld een paar keer per maand), is meestal minder problematisch dan dagelijks gebruik. Maar “af en toe” is vaak vager dan je denkt. Als je merkt dat je standaard naar een pil grijpt bij elke spannende dag erna, zit je al in een patroon. Bespreek het met je huisarts als het vaker dan een paar keer per maand wordt.

Wat is veiliger: een benzodiazepine of een Z-middel?

In de praktijk zijn de verschillen kleiner dan de marketing ooit deed geloven. Beide werken op vergelijkbare receptoren, beide geven risico op gewenning, vallen en sufheid. De keuze hangt af van je leeftijd, gezondheid, andere medicatie en hoe lang je het gaat gebruiken. Belangrijker dan de keuze tussen die twee is: zo kort mogelijk, met een duidelijk plan.

Helpt melatonine altijd bij slapeloosheid?

Nee. Melatonine is geen algemene slaapversterker, maar vooral een klokversteller. Als je vooral ligt te piekeren of vaak wakker wordt, is de kans groot dat melatonine weinig doet. Bij een verlate slaapfase of jetlag kan het wel nuttig zijn, mits goed getimed en gedoseerd. Laat je daarover adviseren, zeker als je andere medicijnen gebruikt.

Kan ik beter een “zwaar” middel vragen, dan slaap ik tenminste echt?

Zwaarder betekent niet beter, alleen meer risico. Een diepe, roesachtige slaap na een flink middel is niet per se kwalitatief goede slaap. Je doorloopt de normale slaapfasen vaak minder natuurlijk. Bovendien neemt de kans op sufheid, vallen en ongelukken toe. Het doel is voldoende herstellende slaap, niet zo hard mogelijk uitgeschakeld zijn.

Bestaat er een slaapmiddel zonder verslavingsrisico?

Een middel zonder klassiek verslavingspatroon kan nog steeds gewenning geven in je gedrag en je hoofd. Sommige antidepressiva of melatonine geven minder risico op lichamelijke afhankelijkheid, maar kunnen wel psychische afhankelijkheid uitlokken: het gevoel dat je zonder niet meer kunt slapen. Het eerlijkste antwoord is dus: er is geen magische pil zonder keerzijde.

Waar je betrouwbare informatie kunt vinden

Wil je verder lezen over slaap, insomnie en medicatie, kijk dan eens hier:

Medicatie bij insomnie is geen zwart-wit verhaal. Het kan een redmiddel zijn, een valkuil, of iets daar tussenin. Het verschil zit in hoe lang je het gebruikt, waarom je het gebruikt, en of je ondertussen ook werkt aan de echte oorzaken van je slapeloze nachten.

Explore More Insomnie

Discover more examples and insights in this category.

View All Insomnie