Als je baan in bed naast je komt liggen
Wanneer je werkdag nooit meer ophoudt
Stel je voor: je sluit om 17.32 uur je laptop. Officieel klaar. Maar je hoofd? Dat gaat gewoon door. Je denkt terug aan dat Teams-overleg, je maakt in gedachten al een to-do-lijst voor morgen, je checkt toch nog even je mail op je telefoon. En dan is het ineens 22.15 uur. Je ligt in bed, licht uit, maar in je hoofd brandt nog TL-verlichting.
Dat is de kern van werk gerelateerde insomnie: je lichaam ligt in bed, maar je zenuwstelsel zit nog op kantoor. Het voelt alsof je intern nog op “vergadermodus” staat. Slapen wordt dan niet iets wat vanzelf gaat, maar een soort gevecht tegen je eigen gedachten.
Neem Sanne, 34 jaar, accountmanager. Zij lag maandenlang tot 02.00 uur wakker. Niet omdat ze zich niet moe voelde, maar omdat haar hoofd draaide op volle toeren: targets, klantgesprekken, een leidinggevende die ‘even snel’ om 21.47 uur nog een appje stuurde. Overdag functioneerde ze ogenschijnlijk prima, met veel koffie en adrenaline. Tot ze op een ochtend op de A2 ineens niet meer wist op welke afslag ze zat. Dat was haar wake-upcall - letterlijk.
Waarom je brein op werkmodus blijft hangen
Je slaap is geen aan/uit-knop. Het is meer een dimmer. En die dimmer reageert op prikkels: licht, schermen, stress, verwachtingen. Bij werk gerelateerde insomnie staan er een paar klassieke prikkelversterkers open:
- Altijd bereikbaar moeten zijn via mail, WhatsApp, Teams of Slack.
- Hoge werkdruk met te weinig herstelmomenten.
- Onzekere contracten of reorganisaties waardoor je continu alert blijft.
- Perfectionisme en angst om fouten te maken.
Je brein leert: werk = potentieel gevaar. En wat doet een brein bij gevaar? Het houdt je wakker. Niet omdat het flauw is, maar omdat het denkt dat het je helpt.
Bij Tom, 42 jaar, IT-consultant, begon het onschuldig: een paar weken slechter slapen in een drukke periode. Hij dacht: hoort erbij. Maar na een paar maanden was het patroon keihard geworden. Zodra hij in bed lag, schoot zijn hartslag omhoog. Hij lag dan te rekenen: “Als ik nú in slaap val, heb ik nog 4 uur.” Dat rekenen is trouwens een klassieker bij insomnie - en het werkt bijna nooit in je voordeel.
Waarom artsen dit best wel vaak missen
Huisartsen horen elke dag: “Ik slaap slecht.” Niet iedereen vertelt er meteen bij: “Het is mijn werk dat me wakker houdt.” Veel mensen schamen zich of vinden dat ze zich niet zo moeten aanstellen. Dus zeggen ze: “Ik heb stress.” Punt.
Daar gaat het vaak mis. Want:
- Werkstress wordt nog vaak gezien als iets tijdelijks.
- Slaappillen worden soms te snel ingezet, zonder dat naar het werk wordt gekeken.
- Patiënten zelf leggen niet altijd de link tussen hun baan en hun nacht.
Op sites als Thuisarts.nl wordt gelukkig steeds duidelijker uitgelegd dat langdurige slapeloosheid gevolgen heeft voor je gezondheid en dat er vaak gedrag, gedachten en omstandigheden achter zitten. Werk hoort daar expliciet bij, maar in de spreekkamer komt dat niet altijd goed naar voren.
De ironie: juist de mensen die het hardst werken en het meest loyaal zijn, zitten vaak met werk gerelateerde insomnie. En dat zijn ook precies de mensen die het lastig vinden om te zeggen: “Mijn baan maakt mij ziek.”
Hoe werk je slaap stukje bij beetje sloopt
Werk gerelateerde insomnie ontstaat zelden van de ene op de andere dag. Het gaat meestal zo, in fases:
Eerst merk je dat je wat langer wakker ligt. Je denkt: drukke periode, komt wel goed. Dan komen er nachten bij waarop je om 03.00 uur klaarwakker bent. Je pakt je telefoon, gaat doomscrollen of nog even mail checken. Je traint je brein daarmee om de nacht te koppelen aan activiteit in plaats van aan rust.
Na een tijdje wordt je slaapkamer het toneel van mislukte slaap. Je hersenen leren: “O ja, dit is de plek waar we liggen te piekeren over werk.” En daar gaat het echt mis. De insomnie wordt een soort zelfstandig monster. Het begon met werk, maar nu is ook de angst om niet te kunnen slapen een probleem op zich geworden.
Bij Fatima, 29 jaar, verpleegkundige, speelde er nog iets anders mee: ploegendiensten. Overdag diensten, dan weer nachtdiensten, tussendoor appjes van het werk over het rooster. Haar biologische klok raakte compleet in de war. Op haar vrije dagen lag ze uit pure uitputting tot 11.00 uur in bed, maar voelde zich alsnog gebroken. Dat is een bekend patroon bij mensen met onregelmatige diensten: het lichaam weet gewoon niet meer wanneer het aan of uit moet.
Het zit niet “tussen je oren” - maar ook weer wel
Dit klinkt tegenstrijdig, maar het is precies waar het vaak spaak loopt. Werk gerelateerde insomnie heeft een duidelijke psychologische component, maar dat maakt het niet minder echt. Je zenuwstelsel is overactief. Je stresshormonen zijn verhoogd. Je concentratie en geheugen gaan achteruit. Dat is allemaal keihard lichamelijk.
Toch speelt je manier van denken ook een rol. Typische gedachten bij werk gerelateerde insomnie zijn bijvoorbeeld:
- “Als ik vannacht weer slecht slaap, verpruts ik morgen mijn presentatie.”
- “Mijn collega’s kunnen dit wel, ik ben gewoon te zwak.”
- “Ik móet nu slapen, anders gaat het fout.”
Die gedachten jagen je stress verder op. Je ligt dan niet alleen wakker door je werk, maar ook door de angst voor de gevolgen van slecht slapen. Een dubbele rekening.
Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I) richt zich precies op dat patroon. Het is in Nederland een van de best onderzochte behandelvormen voor slapeloosheid. Op sites als Gezondheidsnet en gespecialiseerde slaapklinieken zoals het Nederlands Slaapinstituut kun je lezen hoe dat in zijn werk gaat.
Waarom “even een pilletje” zelden de oplossing is
Het klinkt verleidelijk: een slaappil, en klaar. Voor een paar nachten in een crisissituatie kan dat soms helpen. Maar bij werk gerelateerde insomnie is het vaak dweilen met de kraan open.
Slaappillen:
- pakken de oorzaak (je werkdruk, je gedachten, je patronen) niet aan;
- kunnen gewenning geven, waardoor je steeds meer nodig hebt;
- geven vaak een soort knock-out slaap, die minder herstellend is.
Veel mensen merken dat ze met een pil wel slapen, maar overdag nog steeds opgejaagd zijn. Het werk blijft net zo hard trekken. Zonder verandering in hoe je met werk en grenzen omgaat, blijft de insomnie vaak gewoon bestaan, alleen wat gemaskeerd.
Waar je wél invloed op hebt (ook als je baan niet zomaar kan veranderen)
Niet iedereen kan morgen zijn baan opzeggen of ineens 20 uur minder gaan werken. Gelukkig hoeft dat ook niet altijd. Er zijn drie niveaus waarop je iets kunt doen: je lichaam, je gedrag en je werkcontext.
1. Je lichaam uit de werkstand halen
Je zenuwstelsel moet leren dat de avond niet bedoeld is voor deadlines, maar voor ontprikkeling. Dat betekent concreet:
- Een harde stop op schermen en werkgerelateerde apps minstens een uur voor bedtijd.
- Een vaste bedtijd en opsta-tijd, óók in het weekend, zodat je biologische klok weer houvast krijgt.
- Fysieke ontlading: wandelen, fietsen, rustig sporten in de avond helpt om spanning af te voeren.
Dat klinkt simpel, maar voor iemand die gewend is om tot 22.30 uur nog “even” te werken, is dit een radicale verandering. Toch zie je in de praktijk dat mensen die hier consequent mee aan de slag gaan, binnen enkele weken al verschil merken.
2. Gedrag en gedachten rondom slaap bijsturen
Een klassieker bij insomnie: blijven liggen en vechten tegen de slaap. Beter werkt het om na ongeveer 20 minuten wakker liggen even uit bed te gaan. Doe iets rustigs, zonder scherm, tot je weer wat slaperig wordt. Zo voorkom je dat je bed een plek wordt voor piekeren.
Daarnaast helpt het om overdag een vast piekermoment in te bouwen. Klinkt raar, maar het werkt. Zet bijvoorbeeld elke dag om 19.00 uur een kwartier apart om al je werkzorgen op te schrijven. Laat je brein weten: “Dit is de tijd voor zorgen, niet 03.00 uur.” Veel CGT-I programma’s gebruiken precies deze techniek.
3. De werkcontext bespreekbaar maken
Dit is vaak de lastigste stap, maar ook de meest impactvolle. Werk gerelateerde insomnie los je zelden op als je op het werk doet alsof er niets aan de hand is.
Bij een jonge jurist die ik sprak, begon de kentering toen ze haar leidinggevende eerlijk vertelde dat ze al maanden maximaal 4 uur per nacht sliep. De reactie was allesbehalve verwijtend. Er werd gekeken naar haar dossierlast, bereikbaarheid in de avond en de onuitgesproken norm dat “iedereen” altijd klaar moest staan. Binnen drie maanden sliep ze beter, zonder dat haar carrière instortte.
Natuurlijk is niet elke werkgever zo begripvol. Maar de kans dat er iets verandert als je niets zegt, is vrijwel nul. In Nederland en België zijn er bovendien arbo-artsen en bedrijfspsychologen die juist zijn opgeleid om dit soort problemen te signaleren. Op het RIVM en bij arbodiensten vind je informatie over werkstress en gezondheid.
Wanneer is het niet meer “gewoon druk”, maar een slaapstoornis?
Iedereen slaapt wel eens een paar nachten slecht door werk. Dat is vervelend, maar nog geen insomnie. Het wordt een slaapstoornis als:
- je minstens drie nachten per week slecht slaapt;
- dat langer dan drie maanden aanhoudt;
- je overdag duidelijke klachten hebt (moeheid, prikkelbaarheid, fouten maken, concentratieproblemen);
- en je merkt dat werk daar een grote rol in speelt.
Dan is het tijd om het serieus te nemen. Niet pas als je op de snelweg bijna in slaap valt, of als je je ziek moet melden omdat je “erdoorheen zit”.
De Hersenstichting beschrijft op haar site hoe langdurige slaaptekorten invloed hebben op je hersenen en stemming. Het gaat niet alleen om een beetje moe zijn, maar om verhoogde kans op depressie, angstklachten en zelfs lichamelijke aandoeningen.
Waarom “hard werken” niet hetzelfde is als jezelf opbranden
In onze cultuur wordt hard werken nog vaak verward met altijd beschikbaar zijn. Maar iemand die goed slaapt, maakt minder fouten, is creatiever en kan beter met tegenslag omgaan. Vanuit werkgeversperspectief is het dus eigenlijk gewoon slim om slaap te beschermen.
Werk gerelateerde insomnie is geen teken dat je lui bent of niet tegen druk kunt. Het is eerder een signaal dat je systeem al te lang op rood staat. Je lichaam trekt aan de noodrem, omdat jij dat zelf niet meer doet.
En ja, het vraagt soms behoorlijk wat lef om in een team waar iedereen stoer doet over lange dagen te zeggen: “Ik ga mijn slaap niet meer opofferen.” Maar het alternatief zie je ook overal om je heen: burn-outs, langdurig ziekteverzuim, mensen die op hun 35e al compleet op zijn.
Wat je morgen al anders kunt doen
Als je dit leest en denkt: dit ben ik, dan is de verleiding groot om óf alles om te gooien óf het weer weg te relativeren. Probeer ergens in het midden te beginnen.
Een paar haalbare stappen:
- Kies één vast tijdstip waarop je stopt met werk en werkgerelateerde apps.
- Vertel minstens één persoon (partner, vriend, collega, huisarts) eerlijk hoe slecht je slaapt.
- Maak een afspraak bij de huisarts en benoem expliciet: “Mijn slaapproblemen hangen samen met mijn werk.” Verwijs desnoods naar informatie op Thuisarts over slapeloosheid.
- Kijk of er via je werkgever toegang is tot een bedrijfsarts, psycholoog of een programma rond werkstress en slaap.
Het gaat niet om perfecte slaap, maar om richting. Elke kleine verschuiving weg van 24/7 werkstand is winst voor je zenuwstelsel.
FAQ over werk gerelateerde insomnie
1. Hoe weet ik of mijn slapeloosheid echt door werk komt?
Let op het patroon. Lig je vooral wakker door gedachten aan werk, deadlines, collega’s of je leidinggevende? Slaapt je beter in vakanties of weekenden waarin je echt loskomt van je baan? Dan is de kans groot dat werk een belangrijke trigger is. Vaak zie je ook dat klachten verergeren in drukke periodes en iets afnemen als het rustiger is.
2. Helpt het om gewoon een paar weken vakantie te nemen?
Vakantie kan tijdelijk lucht geven, maar als je na terugkomst direct weer in hetzelfde patroon schiet, is het effect meestal snel weg. Zie vakantie eerder als een resetmoment om vervolgens structurele veranderingen te maken in werkdruk, bereikbaarheid en je eigen grenzen.
3. Moet ik mijn baan opzeggen om weer goed te kunnen slapen?
Niet per se. Soms is dat uiteindelijk de uitkomst, maar vaak zijn er tussenstappen mogelijk: taken herverdelen, minder uren, andere rol, duidelijke bereikbaarheidstijden. Pas als de cultuur of structuur van je werk echt niet te verenigen is met jouw gezondheid, komt een baanwissel in beeld.
4. Kan werk gerelateerde insomnie vanzelf overgaan?
Ja, in sommige gevallen, bijvoorbeeld na een tijdelijk project. Maar als je al maanden tot jaren slecht slaapt en de omstandigheden op werk niet veranderen, is de kans klein dat het vanzelf oplost. Dan is actieve aanpak nodig: zowel in je gedrag als in je werksituatie.
5. Waar kan ik betrouwbare informatie en hulp vinden in Nederland of België?
Begin bij je huisarts en eventueel de bedrijfsarts. Voor achtergrondinformatie kun je kijken op Thuisarts.nl, Gezondheidsnet en de Hersenstichting. Voor gespecialiseerde hulp zijn er slaapklinieken en psychologen die CGT-I aanbieden. Vraag expliciet naar ervaring met werk gerelateerde slaapproblemen.
Werk gerelateerde insomnie is geen luxeprobleem van mensen met een kantoorbaan. Het is een signaal dat we als samenleving een stap te ver zijn gegaan in altijd-aan werken. En dat begint, heel concreet, in jouw slaapkamer. Daar waar je eigenlijk gewoon zou moeten kunnen slapen.
Related Topics
Stress en Insomnie: Hoe Ze Elkaar Beïnvloeden
Ontdek Natuurlijke Remedies voor Insomnie
Als je ineens niet meer slaapt: wat er gebeurt bij acute insomnie
Als je baan in bed naast je ligt (en niet weggaat)
Waarom je bed geen strijdtoneel hoeft te zijn
Waarom je maar blijft draaien in bed (en het niet je schuld is)