Altijd slaperig, nooit uitgeslapen - wat zit hierachter?

Stel je voor: je zit in een vergadering, je doet echt je best om op te letten, en toch voelt je hoofd alsof het gevuld is met watten. Je ogen vallen bijna dicht, koffie nummer drie doet niets, en iemand maakt nog een grapje dat je "gister zeker laat bent geworden". Maar jij weet: ik slaap eigenlijk best wel veel. Waarom ben ik dan nog steeds zo moe? Overmatige slaperigheid overdag is geen luxeprobleem en ook geen karakterfout. Het is een serieus signaal van je brein dat er iets niet klopt met je slaap - of met de manier waarop je wakker bent. In de wereld van slaapstoornissen is het een kernklacht bij narcolepsie en hypersomnie, maar ook bij veel andere aandoeningen die vaak jarenlang onopgemerkt blijven. In dit artikel duiken we in die hardnekkige dagmoeheid waar je niet van opknapt met een powernap of een extra latte. We bekijken hoe je het kunt herkennen, waarom het zo vaak wordt weggewoven als "stress" of "druk zijn" en wanneer je echt aan de bel moet trekken bij een arts. En ja, we praten ook eerlijk over de impact op werk, studie, relaties en je zelfbeeld.
Written by
Jamie
Published
Updated

Waarom altijd moe zijn geen lifestyle-keuze is

Overmatige slaperigheid overdag klinkt bijna onschuldig. Iedereen is toch wel eens moe? Maar hier gaat het om iets anders. Dit is niet “pfff, het was een drukke week”. Dit is structureel:

  • je valt bijna in slaap als je stil zit
  • je hebt moeite om je ogen open te houden in situaties waarin je wakker wilt zijn
  • je voelt je de hele dag alsof je net uit bed komt

Neem Sanne, 29 jaar. Ze slaapt volgens haar smartwatch netjes 8 uur per nacht. Toch wordt ze elke ochtend wakker met het gevoel dat ze net drie uur heeft geslapen. Op haar werk tikt ze mails met half dichtvallende ogen. Tijdens de lunchpauze moet ze kiezen: even naar buiten of even de wc in om stiekem haar ogen dicht te doen. Collega’s noemen haar gekscherend “de slaperige”. Zelf begint ze zich af te vragen of ze nou ja, gewoon lui is.

Dit is precies het probleem: overmatige slaperigheid overdag wordt vaak gezien als een karaktertrek, terwijl het in de slaapgeneeskunde een belangrijk symptoom is dat serieus onderzocht zou moeten worden.

Slaperigheid is niet hetzelfde als vermoeidheid

Hier gaat het vaak al mis, zelfs bij artsen. Mensen zeggen: “Ik ben zo moe” en bedoelen daarmee heel verschillende dingen.

  • Slaperigheid: je zou direct kunnen slapen als je gaat liggen of zelfs als je blijft zitten. Je moet vechten tegen je slaap.
  • Vermoeidheid: je voelt je uitgeput, leeg, geen energie. Maar als je gaat liggen, val je niet per se in slaap.

Bij narcolepsie en idiopathische hypersomnie draait het vooral om slaperigheid. Het lichaam en brein hebben een soort constante neiging om terug te glijden naar slaap, alsof de grens tussen slapen en waken poreus is geworden.

Iemand met depressieve klachten kan zich ook uitgeput voelen, maar als diegene in een rustige kamer gaat liggen, blijft hij soms gewoon wakker liggen. Iemand met narcolepsie daarentegen kan in de wachtkamer van de huisarts al wegglijden.

Wanneer wordt dagmoeheid verdacht?

Niet elke slaperige dag is reden voor paniek. Maar er zijn een paar rode vlaggen waarbij je eigenlijk niet meer moet wegwuiven dat er “gewoon veel speelt”.

Let vooral op dit soort patronen in het dagelijks leven:

  • Je valt regelmatig bijna in slaap in vergaderingen, collegezalen, in de bus of trein, of zelfs tijdens gesprekken.
  • Je hebt herhaaldelijk korte, onbedwingbare slaapaanvallen overdag.
  • Je slaapt in het weekend of in vakanties veel langer, maar voelt je nog steeds niet uitgerust.
  • Je wordt vaak wakker alsof je door beton heen moet, met een soort slaapdronken gevoel dat lang aanhoudt.
  • Je hebt concentratieproblemen, vergeetachtigheid en maakt meer fouten op werk of school.

Bij narcolepsie kunnen daar nog andere, opvallende verschijnselen bij komen, zoals spierverslapping bij emoties (kataplexie), rare droomachtige hallucinaties bij in- of doorslapen en slaapverlamming. Maar de constante, vaak jarenlange slaperigheid overdag is meestal het eerste signaal.

Narcolepsie en hypersomnie: familie, maar geen tweeling

In de categorie “overmatige slaperigheid overdag” kom je al snel bij twee aandoeningen uit: narcolepsie en idiopathische hypersomnie.

Narcolepsie: wakker zijn met gaten erin

Bij narcolepsie werkt het systeem dat slaap en waak regelt niet goed. De grens tussen slapen en waken is lek. Mensen met narcolepsie kunnen:

  • plotseling in slaap vallen, zelfs midden in een gesprek
  • extreem slaperig zijn, ongeacht hoeveel ze slapen
  • last hebben van kataplexie: een plotseling verlies van spierspanning bij lachen, boosheid of schrik

Neem Karim, 23 jaar, student. Tijdens colleges vecht hij tegen zijn slaap. Hij heeft al twee keer een praktisch tentamen bijna gemist omdat hij “even” op bed ging liggen en vervolgens drie uur weg was. Als zijn vrienden een flauwe grap maken, voelt hij soms zijn knieën wegzakken. Lange tijd dacht hij dat hij gewoon niet gemotiveerd was. Pas toen hij bijna in slaap viel op de fiets, is hij naar de huisarts gegaan.

Idiopathische hypersomnie: slapen, slapen en nog niet uitgeslapen

Bij idiopathische hypersomnie is er ook ernstige slaperigheid overdag, maar zonder de typische kenmerken van narcolepsie zoals kataplexie. Mensen slapen vaak lang, soms 10 tot 12 uur per nacht, en hebben vaak moeite om wakker te worden. Dat gaat verder dan “niet zo’n ochtendmens zijn”.

Kenmerkend zijn:

  • extreem moeilijk wakker worden, soms met meerdere wekkers
  • een soort slaapdronken toestand (sleep inertia) die lang kan duren
  • dutjes die niet verfrissend zijn: je wordt weer net zo moe wakker

Waar bij narcolepsie dutjes soms tijdelijk helpen, leveren ze bij idiopathische hypersomnie vaak weinig winst op. Dat is frustrerend, want je investeert tijd in slaap en krijgt er bijna niets voor terug.

Waarom artsen dit vaak missen

Overmatige slaperigheid overdag is een beetje het stiefkindje van de huisartsgeneeskunde. Niet omdat artsen het niet belangrijk vinden, maar omdat het zo vaak verstopt zit achter andere klachten.

Patiënten komen binnen met:

  • concentratieproblemen
  • somberheid
  • prikkelbaarheid
  • hoofdpijn
  • vergeetachtigheid

En ja, dat kan allemaal bij stress, burn-out of depressie horen. Maar het kan óók passen bij een slaapstoornis. En daar gaat het vaak mis: er wordt niet systematisch gevraagd naar slaap, naar snurken, naar nachtelijke ademstops, naar rare droomervaringen, naar onrustige benen, naar het echte niveau van slaperigheid overdag.

Daar komt bij dat veel mensen hun eigen slaperigheid bagatelliseren. “Iedereen is moe”, “het hoort bij deze tijd”, “ik moet gewoon fitter worden”. Daardoor duurt het gemiddeld jaren voordat iemand met narcolepsie of idiopathische hypersomnie de juiste diagnose krijgt.

Hoe voelt die slaperigheid nou echt?

Mensen die dit hebben, beschrijven het opvallend vaak met dezelfde beelden:

  • “Alsof er een zware deken over mijn hoofd ligt.”
  • “Alsof iemand de helderheid van mijn brein op 40 procent heeft gezet.”
  • “Ik ben er wel, maar alles gaat door een mist.”

Het gaat niet alleen om in slaap vallen. Het gaat om een soort voortdurende strijd om erbij te blijven. Je kunt nog zo gemotiveerd zijn, je hersenen trekken aan de handrem.

En dan heb je nog de sociale laag. Als je voor de derde keer in een maand bijna in slaap valt bij een etentje, krijg je opmerkingen. Grappig bedoeld, maar op den duur pijnlijk: “Je bent ook altijd moe”, “Je bent echt verslaafd aan slapen”. Het doet iets met je zelfbeeld als je omgeving jouw medische klacht vertaalt als saai, ongemotiveerd of ongeïnteresseerd.

Wanneer moet je echt naar de huisarts?

Een paar vragen die je jezelf kunt stellen. Als je hier vaker “ja” op moet zeggen, is het tijd om het serieus te nemen:

  • Val je overdag regelmatig bijna in slaap, ook als je genoeg uren in bed ligt?
  • Slaap je in het weekend of op vrije dagen veel langer dan doordeweeks, en ben je nog steeds niet uitgerust?
  • Heb je al aanpassingen gedaan (minder schermtijd, minder koffie, vaste bedtijden) zonder duidelijk effect?
  • Zeggen mensen in je omgeving dat je vaak slaperig of afwezig oogt?

Bij de huisarts is het slim om niet alleen te zeggen: “Ik ben moe”, maar heel concreet te zijn. Bijvoorbeeld:

“Ik heb meerdere keren per week momenten dat ik bijna in slaap val achter mijn computer, terwijl ik 8 tot 9 uur per nacht in bed lig.”

Vraag ook gerust: “Kan dit iets met mijn slaap te maken hebben?” en “Is een verwijzing naar een slaapcentrum zinvol?”. Op sites als Thuisarts en Hersenstichting kun je je alvast inlezen, zodat je gericht vragen kunt stellen.

Wat gebeurt er in een slaapcentrum?

Als een huisarts of specialist denkt aan een slaapstoornis, volgt vaak een verwijzing naar een slaapcentrum of neuroloog. Dat klinkt groot, maar het proces is eigenlijk goed te overzien.

Je kunt onder andere verwachten:

  • Een uitgebreid gesprek over je slaappatroon, medicatie, psychische klachten, gebruik van alcohol of drugs, werk- en leefsituatie.
  • Vragenlijsten over slaperigheid, zoals de Epworth Sleepiness Scale.
  • Soms een slaapdagboek en/of een actigrafie (een soort horloge dat je activiteit en soms slaap registreert).
  • Een nachtelijk slaaponderzoek (polysomnografie) om te kijken hoe je slaapt, of je apneus hebt, hoe je hersenactiviteit eruitziet.
  • Bij verdenking op narcolepsie of idiopathische hypersomnie: een Multiple Sleep Latency Test (MSLT), waarbij je overdag meerdere keren de kans krijgt om te slapen en gemeten wordt hoe snel je in slaap valt en in welke slaapfasen.

Klinkt technisch, en dat is het ook, maar het geeft eindelijk objectieve data bij iets wat vaak jarenlang als “aanstellerij” is weggezet.

Behandeling: het gaat niet alleen om pillen

Bij narcolepsie en idiopathische hypersomnie worden vaak medicijnen ingezet die de waakzaamheid verbeteren. Dat kunnen bijvoorbeeld stimulantia of andere waakbevorderende middelen zijn. Die worden altijd voorgeschreven door een specialist en goed gemonitord.

Maar medicatie is maar een deel van het verhaal. Minstens zo belangrijk:

  • Strakke slaaphygiëne: vaste bedtijden, geen grote schommelingen tussen week en weekend.
  • Geplande dutjes (bij narcolepsie): korte powernaps op vaste momenten kunnen de dag beter doorkomen.
  • Aanpassingen op werk of school: bijvoorbeeld geen nachtdiensten, geen extreem lange vergaderingen zonder pauze.
  • Psycho-educatie: begrijpen wat er in je brein gebeurt, helpt om minder streng te zijn voor jezelf.

Op sites als Slaapinstituut en Gezondheidsnet vind je toegankelijke informatie over slaaphygiëne en de rol van leefstijl. Maar wees eerlijk: bij echte narcolepsie of idiopathische hypersomnie ga je het met alleen “gezond leven” niet redden. Dan is medische begeleiding echt nodig.

De impact op werk, studie en relaties

Overmatige slaperigheid overdag is niet alleen een medisch probleem, het is ook een sociaal en maatschappelijk probleem.

Op werk:

  • lagere productiviteit
  • meer fouten
  • onbegrip bij leidinggevenden die alleen “te laat” en “niet opletten” zien

Op school of universiteit:

  • gemiste stof door wegdommelen tijdens college
  • problemen met lange tentamens
  • imago van ongemotiveerde student

In relaties:

  • irritatie over iemand die altijd “toe is aan slapen”
  • minder spontane avondactiviteiten
  • misverstanden: “Je vindt het blijkbaar niet leuk, want je valt steeds in slaap”

Het helpt enorm als de omgeving snapt dat dit geen keuze is. Dat iemand met idiopathische hypersomnie niet “even een uurtje eerder naar bed” moet, maar dat zijn brein anders werkt. Openheid en goede informatie zijn hier goud waard.

En als het géén narcolepsie of hypersomnie is?

Overmatige slaperigheid overdag komt ook voor bij een hele rij andere aandoeningen:

  • slaapapneu (ademstilstanden tijdens de slaap)
  • slecht behandelde depressie
  • bijwerkingen van medicijnen (bijvoorbeeld sommige antidepressiva, antipsychotica, antihistaminica)
  • schildklierproblemen
  • ernstige bloedarmoede

Dat is precies waarom zelfdiagnose riskant is. Ja, je kunt op internet heel veel herkennen, maar je hebt een arts nodig om de puzzel compleet te leggen. De winst: als de oorzaak gevonden wordt, is er vaak wél iets aan te doen.

Hoe leef je verder met een “slaperig brein”?

Voor veel mensen met narcolepsie of idiopathische hypersomnie verdwijnt de slaperigheid nooit helemaal. Maar het wordt vaak wel hanteerbaar met de juiste combinatie van behandeling, planning en begrip vanuit de omgeving.

Een paar dingen die in de praktijk vaak helpen:

  • Durf je aandoening te benoemen, in plaats van te zeggen dat je “gewoon snel moe” bent.
  • Experimenteer met je dagindeling: moeilijke taken op je meest wakkere momenten.
  • Maak afspraken met je werkgever of opleiding. In Nederland is er best veel mogelijk aan aanpassingen, zeker als er een medische diagnose ligt.

En misschien wel het belangrijkste: stop met jezelf afrekenen op een norm die niet bij jouw brein past. Je bent niet zwak omdat je meer slaap nodig hebt. Je brein vraagt om iets wat in deze 24/7-maatschappij niet standaard is, maar daarom nog niet minder legitiem.

FAQ over overmatige slaperigheid overdag

1. Hoe weet ik of ik “gewoon moe” ben of een slaapstoornis heb?
Let op de duur en de impact. Ben je al maanden tot jaren bijna dagelijks slaperig overdag, ondanks voldoende uren in bed, en heeft het invloed op werk, studie of relaties? Dan is dat verdacht. Een eenmalige drukke periode hoort erbij, maar chronische slaperigheid niet.

2. Helpt meer slapen altijd tegen slaperigheid overdag?
Nee. Bij narcolepsie en idiopathische hypersomnie kan iemand 9 tot 12 uur slapen en zich nog steeds gebroken voelen. Extra slapen is dan geen oplossing, maar een symptoom. Dat is juist een belangrijk signaal richting een slaapstoornis.

3. Kan ik zelf testen of ik narcolepsie of hypersomnie heb?
Niet echt. Online vragenlijsten kunnen je wel laten zien hoe ernstig je slaperigheid is, maar de diagnose vraagt altijd om medisch onderzoek, vaak inclusief slaaponderzoek in een slaapcentrum. Wel kun je een slaapdagboek bijhouden om mee te nemen naar de huisarts.

4. Is overmatige slaperigheid gevaarlijk?
Het kan dat worden. Slaperig autorijden of werken met machines vergroot het risico op ongelukken. Daarnaast tast het je concentratie, stemming en kwaliteit van leven aan. Het is dus niet iets om onbeperkt te negeren.

5. Waar kan ik betrouwbare informatie vinden?
Voor Nederlandstalige, medische informatie kun je kijken op Thuisarts, de Hersenstichting en bijvoorbeeld het Slaapinstituut. Deze sites leggen helder uit welke klachten bij welke slaapstoornissen horen en welke stappen je kunt zetten.

Explore More Narcolepsie en Hypersomnie

Discover more examples and insights in this category.

View All Narcolepsie en Hypersomnie