Als slapen gevaarlijk wordt – veiligheid bij parasomnieën
Waarom veiligheid bij parasomnieën geen detail is
Parasomnieën zitten in die gekke categorie: je bent niet echt wakker, maar ook niet netjes slapend. Je lichaam doet dingen, terwijl je brein er maar half bij is. En dat is precies waar het mis kan gaan.
Neem Iris, 32 jaar. Zij werd wakker in de hal, met de voordeur op een kier. Het was drie uur ’s nachts, midden in januari, en ze droeg alleen een T-shirt. Ze herinnert zich niets. Haar partner had al maanden door dat ze slaapwandelde, maar vond het “wel grappig”. Tot dat moment.
Of denk aan Mark, 58 jaar, die tijdens een nachtmerrie zijn vrouw een harde klap gaf. Niet expres, uiteraard. Hij bleek een REM-slaapgedragsstoornis te hebben: zijn spieren verslappen niet goed tijdens de REM-slaap, waardoor hij zijn dromen letterlijk uitvoert.
In al dit soort situaties schuift één vraag steeds naar voren: hoe houden we het veilig, hier in huis, vannacht en de nachten erna?
Parasomnieën zijn geen karaktertrek, maar een risicofactor
Het lastige aan parasomnieën is dat ze vaak jarenlang worden weggezet als “rare trekjes in de slaap”. Iemand die praat in zijn slaap? Grappig. Iemand die af en toe rechtop gaat zitten in bed? Vreemd, maar oké. Iemand die slaapwandelt? Dat wordt vaak nog steeds als een soort kinderfenomeen gezien.
Tot er een keer iets gebeurt.
Artsen en slaapcentra zien in de praktijk dat mensen vaak pas hulp zoeken na een incident: een val van de trap, een nachtelijk ongeluk in de badkamer, een kind dat in paniek is omdat papa midden in de nacht staat te schreeuwen in de slaapkamerdeur. Veiligheid zou eigenlijk veel eerder onderwerp van gesprek moeten zijn.
Parasomnieën zoals:
- Slaapwandelen
- Nachtangsten (pavor nocturnus)
- REM-slaapgedragsstoornis (RBD)
- Slaapgerelateerde eetstoornis
- Seksueel gedrag in de slaap (sexsomnia)
hebben één ding gemeen: het gedrag gebeurt onbewust. Je kunt iemand dus niet “even aanspreken op zijn gedrag”. Je moet de omgeving aanpassen, niet de wilskracht van de slaper.
Het huis als ‘nacht-proof’ zone: zo verlaag je het risico
Laten we eerlijk zijn: je kunt niet alles voorkomen. Maar je kunt het risico wél flink omlaag brengen. Denk aan hoe we een huis kindvriendelijk maken: traphekjes, stopcontactbeveiligers, scherpe hoeken afplakken. Bij parasomnieën doe je eigenlijk iets soortgelijks, maar dan gericht op een slapende volwassene of kind die niet goed weet wat hij doet.
De slaapkamer: waar je als eerste begint
De slaapkamer is de plek waar de meeste nachtelijke acties beginnen. Dus daar valt vaak het meeste winst te behalen.
- Bed verlagen – Een lager bed verkleint de kans op ernstig letsel bij uit bed vallen. Een boxspring op pootjes kan soms gewoon een standje lager; een matras op een lattenbodem dicht bij de vloer is nog veiliger.
- Scherpe en harde randen weghalen of afschermen – Nachtkastjes met scherpe hoeken, glazen tafeltjes of metalen bedframes zijn gewoon vragen om problemen als iemand wild beweegt in zijn slaap.
- Minder rommel, meer ruimte – Hoe minder obstakels, hoe kleiner de kans dat iemand struikelt of zich stoot in een nachtelijke dwaaltocht.
- Ramen en deuren beveiligen – Raambeveiligers, goede vergrendeling op balkondeuren en eventueel een extra slot dat je niet “automatisch” openklikt in slaaptoestand.
Bij ernstige REM-slaapgedragsstoornis zie je in slaapcentra soms dat mensen tijdelijk op een matras op de grond slapen, met kussens of zachte matten eromheen. Niet charmant, wel veilig.
De trap: de plek waar het écht mis kan gaan
De trap is een klassieker in nachtmerries over slaapwandelen – en jammer genoeg ook in echte letselgevallen.
- Stevige traphekjes bovenaan, soms ook onderaan, die je niet met één simpele duw open krijgt.
- Goede verlichting met bewegingssensor kan helpen voor mensen die half wakker zijn, maar bij echt slaapwandelen is dat vaak te laat. Toch kan het net het verschil maken als iemand wél even kort wakker schrikt op de overloop.
- Geen losse spullen op de trap. Klinkt logisch, maar nou ja, in het echte leven belanden er toch vaak tassen, wasmanden en schoenen op de treden.
Keuken en badkamer: verborgen gevaren
Bij sommige parasomnieën, zoals slaapgerelateerde eetstoornis, belandt iemand ’s nachts regelmatig in de keuken. Ook bij slaapwandelen en nachtangsten kan iemand zomaar daar terechtkomen.
- Messen en scherpe voorwerpen uit zicht en moeilijk bereikbaar – In een lade met kinderslot, of op een hogere plek.
- Geen schoonmaakmiddelen in open kastjes onder het aanrecht – Zeker niet zonder kinderslot.
- Kookplaat – Bij ernstige parasomnieën kan het zinvol zijn om gas te vervangen door inductie, of de gaskraan ’s nachts dicht te draaien.
In de badkamer spelen weer andere dingen:
- Antislipmat in douche of bad – Een half slapend lichaam en natte tegels vormen geen geweldige combinatie.
- Geen glazen douchewand als iemand veel wild beweegt of vaak slaapwandelt; veiligheidsglas is dan het minimale.
Partners, kinderen en huisgenoten: hoe bescherm je iedereen?
Parasomnieën zijn zelden een solo-probleem. Ze trekken bijna altijd een kring van mensen mee: partners, kinderen, soms buren.
De partner die ’s nachts klappen vangt
Bij REM-slaapgedragsstoornis zien we dat vooral partners letsel oplopen: vuistslagen, elleboogstoten, trappen. Niet expres, maar wel echt.
Sommige stellen kiezen tijdelijk voor aparte bedden of zelfs aparte kamers. Dat voelt soms dramatisch – alsof er iets mis is met de relatie – maar is in feite gewoon een veiligheidsmaatregel. Net zoals je een helm draagt op de fiets.
Wat kan helpen:
- Het bed iets uit elkaar schuiven of twee aparte matrassen gebruiken.
- Kussens of een body pillow tussen beide in leggen als ‘buffer’.
- Duidelijke afspraken: als de partner merkt dat er iets gaande is (schoppen, slaan, schreeuwen), mag hij of zij de slaper niet hardhandig wakker schudden, maar liever rustig aanspreken of licht aandoen. Bij sommige parasomnieën kan abrupt wakker maken het gedrag juist verergeren.
Kinderen die het zien – of meedoen
Kinderen kunnen zelf parasomnieën hebben (vooral slaapwandelen en nachtangsten), maar ook behoorlijk schrikken van een ouder die ’s nachts schreeuwt of door het huis loopt.
Bij kinderen met slaapwandelen helpt het vaak om:
- De slaapkamer op dezelfde verdieping als de ouders te houden.
- De deur niet op slot te doen, maar wél de omgeving veilig te maken (traphek, geen scherpe meubels).
- Het kind rustig terug naar bed te begeleiden, zonder er ’s ochtends een drama van te maken. Voor het kind is het vaak gewoon weg.
Voor kinderen die toeschouwer zijn van de parasomnie van een ouder, is uitleg belangrijk. In simpele taal: “Papa doet soms raar in zijn slaap, maar hij kan er niks aan doen. Het is een soort foutje in zijn slaap. Hij is dan niet boos op jou.” Dat haalt vaak al een hoop spanning weg.
Wanneer je echt een arts of slaapcentrum moet inschakelen
Er is een punt waarop “we letten er gewoon een beetje op” niet meer genoeg is. Dat punt wordt helaas vaak te laat herkend.
Redenen om niet langer te wachten:
- Er is lichamelijk letsel ontstaan (vallen, blauwe plekken, snijwonden).
- Er is gevaarlijk gedrag: naar buiten lopen, aan het gasfornuis zitten, agressieve bewegingen in bed.
- De parasomnie is nieuw op latere leeftijd (bijvoorbeeld na je 50e), zeker bij REM-slaapgedragsstoornis. Dat kan namelijk samenhangen met neurologische aandoeningen.
- Er zijn andere klachten: geheugenproblemen, overmatige slaperigheid overdag, snurken met ademstops (mogelijk slaapapneu), gebruik van bepaalde medicijnen of middelen.
Een goede eerste stap in Nederland is vaak de huisarts. Websites als Thuisarts geven al een aardig beeld van wanneer je aan de bel moet trekken. Voor meer gespecialiseerde info over slaapstoornissen kun je ook kijken bij bijvoorbeeld het Slaapinstituut of de Hersenstichting.
De huisarts kan je zo nodig verwijzen naar een slaapcentrum of neurologische polikliniek. Daar kan met een slaaponderzoek (polysomnografie) beter worden bekeken wat er precies gebeurt tijdens de nacht.
Medicatie, middelen en triggers: waarom ‘even doorbijten’ geen goed plan is
Veel parasomnieën worden uitgelokt of verergerd door dingen die we overdag doen. En ja, dat is soms best wel confronterend.
- Alcohol: ontspant de spieren, verstoort de slaapstructuur en verhoogt de kans op onrustige nachten. Bij bekende parasomnieën is “een slaapmutsje” meestal een slecht idee.
- Slaapmiddelen en kalmeringsmiddelen (zoals benzodiazepines): kunnen op korte termijn helpen, maar ook de slaaparchitectuur verstoren en soms juist vreemd gedrag in de slaap uitlokken.
- Onregelmatige slaaptijden en slaaptekort: de klassieke triggers. Hoe vermoeider je bent, hoe instabieler je slaap.
- Stress en psychische belasting: niet de oorzaak van elke parasomnie, maar wel een bekende versterker.
Bij ernstige parasomnieën kan een arts medicatie voorschrijven om de nacht rustiger te maken. Dat gebeurt niet zomaar; er wordt altijd gekeken naar onderliggende oorzaken, andere medicijnen en eventuele neurologische problemen.
Hoe je samen een veiligheidsplan maakt (en het volhoudt)
Een veiligheidsplan klinkt zwaar, maar het is in de praktijk gewoon een set afspraken en aanpassingen. Het helpt als je het concreet maakt, bijvoorbeeld op papier of in een notitie-app.
Denk aan vragen als:
- Welke ruimtes in huis zijn nu onveilig als iemand ’s nachts rondloopt?
- Welke voorwerpen leveren direct gevaar op (messen, glas, gereedschap, gas, ramen, balkon)?
- Wie hoort het meestal als er iets gebeurt ’s nachts? En wat spreekt diegene af om wél en juist níet te doen?
- Wanneer trekken we aan de bel bij de huisarts of het slaapcentrum? Bijvoorbeeld: “Bij de eerstvolgende valpartij bellen we de huisarts.”
Neem bijvoorbeeld het gezin van Fatima, 41, die regelmatig slaapwandelt. Zij en haar partner hebben besloten:
- De voordeur ’s nachts op dubbele vergrendeling.
- Traphek bovenaan de trap.
- Sleutels en scherpe voorwerpen uit zicht.
- Een simpele bewegingssensor op de overloop die licht geeft én een zacht geluidje maakt, zodat haar partner wakker wordt als zij gaat lopen.
Is alles daarmee opgelost? Nee. Maar de kans op een écht ernstig incident is wel een stuk kleiner geworden.
Veelgestelde vragen over veiligheid bij parasomnieën
Is wakker maken tijdens slaapwandelen gevaarlijk?
Het klassieke advies “nooit wakker maken” is wat overdreven. Het punt is: iemand die slaapwandelt is vaak verward als je hem plotseling wakker maakt, en kan dan schrikken of onvoorspelbaar reageren. Het is meestal veiliger om iemand rustig te begeleiden terug naar bed, zonder hard te roepen of te schudden. Als iemand zichzelf of anderen in direct gevaar brengt (bijvoorbeeld bij een open raam of trap), dan gaat veiligheid natuurlijk voor en moet je wél ingrijpen.
Kan ik aansprakelijk zijn voor wat ik doe tijdens een parasomnie?
Juridisch is dit ingewikkeld terrein en hangt het af van de situatie, maar medisch gezien geldt: het gedrag gebeurt onbewust. Dat betekent niet dat je niets hoeft te doen. Als je weet dat je gevaarlijk gedrag vertoont in je slaap en je weigert om maatregelen te nemen of hulp te zoeken, kan dat in sommige situaties wel degelijk gevolgen hebben. Overleg bij twijfel met je arts, en bij serieuze incidenten eventueel met een jurist.
Mag ik autorijden als ik heftige parasomnieën heb?
Dat hangt af van de soort parasomnie en of er ook overdag slaperigheid of wegrakingen zijn. Bij sommige slaapstoornissen (zoals ernstige narcolepsie of onbehandelde slaapapneu) gelden duidelijke regels rond rijgeschiktheid. Bij parasomnieën ligt dat genuanceerder. Bespreek dit altijd met je huisarts of specialist. Op sites als het RIVM en via de richtlijnen van het CBR vind je meer informatie over medische rijgeschiktheid.
Gaat slaapwandelen bij kinderen vanzelf over – en moet ik dan toch al iets doen?
Bij kinderen is slaapwandelen vaak tijdelijk en vermindert het met de jaren. Maar “het gaat wel over” betekent niet dat je tot die tijd niets hoeft te doen. Een veilige slaapomgeving, traphekjes en duidelijke uitleg aan broertjes en zusjes zijn ook bij kinderen gewoon verstandig. Als een kind zichzelf verwondt, heel vaak slaapwandelt of ook overdag erg moe is, is een bezoek aan de huisarts op zijn plaats.
Kan ik parasomnieën voorkomen door beter te slapen?
Was het maar zo simpel. Je kunt niet alles wegpoetsen met “goed slapen”, maar regelmaat, voldoende slaap, matig zijn met alcohol en kritisch kijken naar medicatie kunnen wel degelijk verschil maken. Zie het zo: hoe stabieler je slaap, hoe kleiner de kans dat je brein ’s nachts “half wakker” wordt en gekke dingen gaat doen.
Tot slot – veiligheid is geen paniek, maar planning
Parasomnieën zijn vaak angstaanjagender voor de omgeving dan voor de slaper zelf. De slaper weet het de volgende ochtend meestal niet eens meer. Maar blauwe plekken, kapotte nachtkastjes, geschrokken kinderen en partners die niet meer durven slapen: dat is allemaal heel reëel.
Veiligheid bij parasomnieën gaat niet over de perfecte oplossing, maar over slim verkleinen van risico’s. Een huis dat iets beter is ingericht op nachtelijk gedoe. Afspraken met je partner. Op tijd de stap naar de huisarts of het slaapcentrum. En een beetje mildheid naar jezelf: dit is geen kwestie van “je aanstellen” of “je eroverheen zetten”.
Wil je verder lezen over slaap en slaapstoornissen? Kijk dan eens op:
- Thuisarts – Slaapproblemen
- Slaapinstituut – Informatie over slaapstoornissen
- Hersenstichting – Slaap en hersenen
En misschien is dat wel de belangrijkste boodschap: je bent niet de enige met een bed dat ’s nachts verandert in een soort kleine chaoszone. Maar met een beetje planning hoeft die chaos niet gevaarlijk te zijn.
Related Topics
Als slapen gevaarlijk wordt – veiligheid bij parasomnieën
Eten tijdens de slaap: als je nachtrust naar de keuken loopt
Waarom je soms ‘valt’ als je in slaap valt
Als nachtmerries je nachten stelen (ook als volwassene)
Seks in je slaap: gênant, grappig of toch een serieuze parasomnie?
Eten tijdens de slaap: als de koelkast ’s nachts terugpraat
Explore More Parasomnieën
Discover more examples and insights in this category.
View All Parasomnieën