Eten tijdens de slaap: als je nachtrust naar de keuken loopt

Stel je voor: je wordt ’s ochtends wakker, loopt slaperig naar de keuken… en de helft van het brood, de kaas en het pak koekjes is weg. Je woont alleen. Geen inbreker, geen huisgenoot, geen nachtelijke snackvideo’s op je telefoon. En toch liggen er kruimels op het aanrecht en staat de oven nog een beetje warm. Klinkt als een slechte grap? Voor mensen met een eetstoornis tijdens de slaap is dit gewoon dinsdag. Eten in je slaap is geen ‘grappige tik’ en ook niet hetzelfde als een late-night snack omdat je nog even Netflix kijkt. Het hoort bij de parasomnieën: gedragingen die gebeuren terwijl je brein eigenlijk zou moeten slapen. Vaak weten mensen er de volgende ochtend niets meer van. Totdat de weegschaal, de lege verpakkingen of zelfs brandgevaar de realiteit pijnlijk duidelijk maken. In dit artikel duiken we in die vreemde wereld waarin nachtrust en koelkast elkaar ontmoeten. Hoe ziet zo’n nacht eruit, waarom ontstaat dit, en vooral: wat kun je eraan doen zonder je hele leven om je slaap heen te moeten organiseren? Laten we eerlijk zijn: iedereen snackt weleens laat. Maar dit is andere koek.
Written by
Jamie
Published
Updated

Nachtelijke eetbuien die je je niet herinnert – wat gebeurt hier eigenlijk?

Eten tijdens de slaap valt onder de parasomnieën en wordt vaak aangeduid als Sleep-Related Eating Disorder (SRED) of in het Nederlands: een slaapgerelateerde eetstoornis. Het gaat dan niet om bewust ‘nog even een boterham pakken’ rond middernacht, maar om eten in een toestand tussen slapen en waken in.

Mensen staan op uit bed, lopen naar de keuken, openen kasten, smeren brood, warmen eten op of eten dingen die ze normaal gesproken nooit zouden kiezen. Soms zelfs ronduit vreemde combinaties: rauwe pasta met pindakaas, diepvriesproducten half bevroren, of lepels suiker uit de pot. En de volgende ochtend? Geen of maar flarden van herinneringen.

“Ik werd wakker met chocolade op mijn kussen”

Neem Eva, 34 jaar. Ze dacht eerst dat ze gewoon ‘s avonds laat te veel snackte. Tot ze merkte dat ze soms verpakkingen terugvond die ze zich totaal niet kon herinneren. Op een ochtend ontdekte ze chocolade op haar kussen en een open pot pasta in de keuken, met een lepel ernaast. Ze woont alleen. Geen grap van een partner, geen kinderen in huis. Toch waren er duidelijke sporen van een eetbui.

In eerste instantie lachte ze het weg – wie is er niet een beetje raar in zijn slaap? Maar toen ze begon aan te komen, zich overdag steeds vermoeider voelde en bang werd dat ze een keer de oven aan zou laten staan, ging ze naar de huisarts. Daar hoorde ze voor het eerst de term: slaapgerelateerde eetstoornis.

Waarom dit niet gewoon ‘slechte discipline’ is

Het misverstand is hardnekkig: “Tja, dan moet je maar wat sterker in je schoenen staan en niet eten ’s avonds.” Maar bij eten tijdens de slaap speelt wilskracht eigenlijk nauwelijks een rol. Je bent half of grotendeels buiten bewustzijn. Het gedrag lijkt op slaapwandelen, maar dan met de koelkast als vaste bestemming.

Bij veel mensen gebeurt het tijdens de diepe non-REM-slaap (de zogeheten NREM-slaap), in de eerste helft van de nacht. Het brein zit dan in een soort tussenzone: niet volledig wakker, niet volledig in slaap. De motoriek doet vrolijk mee – je kunt lopen, kasten openen, soms zelfs koken – maar het bewuste deel van je brein is er maar half bij.

Daar komt bij dat sommige mensen al een verhoogde eetdrang hebben door andere factoren: een streng dieet overdag, bepaalde medicijnen, of een bestaande eetstoornis. Die combinatie van slaapstoornis en eetdrang is, nou ja, best wel explosief.

Hoe herken je dat je écht in je slaap eet?

Omdat je het je vaak niet (volledig) herinnert, zijn de signalen indirect. Mensen merken bijvoorbeeld:

  • Lege verpakkingen in de ochtend, zonder herinnering aan het eten ervan.
  • Kruimels in bed, vlekken op kleding of kussen.
  • Verplaatste voorwerpen in de keuken, openstaande kasten of koelkast.
  • Onlogische combinaties in de prullenbak: bijvoorbeeld kaas met jam in een chipszak.
  • Gewichtstoename zonder dat je overdag extreem veel eet.
  • Partner of huisgenoot die vertelt dat je ’s nachts rondloopt en eet.

Soms is er wél een vaag besef: alsof je een droom had waarin je aan het eten was, of een flits van jezelf in de keuken. Maar het voelt meer als een film die je half hebt gezien dan als een helder geheugen.

Wanneer wordt het echt een probleem?

Laten we eerlijk zijn: één keer half slapend een koekje pakken is geen medische ramp. Het wordt anders als:

  • het regelmatig gebeurt (meerdere keren per week);
  • je gewicht toeneemt of je bloedsuiker ontspoort;
  • je gevaarlijke dingen doet: oven aanlaten, messen gebruiken, kaarsen aansteken;
  • je schaamte voelt en het verborgen houdt voor je omgeving;
  • je overdag moe en prikkelbaar bent, omdat je slaap telkens wordt onderbroken.

Op dat punt heb je niet gewoon een gek trekje, maar een stoornis die je gezondheid en veiligheid aantast.

Waarom sommige mensen hier gevoeliger voor zijn

Er is niet één simpele oorzaak. Het is eerder een samenspel van factoren die elkaar versterken.

Slaapstoornissen op de achtergrond

Eten tijdens de slaap komt vaker voor bij mensen die al een andere slaapstoornis hebben, zoals:

  • Slaapwandelen of andere NREM-parasomnieën.
  • Slaapapneu (ademstops tijdens de slaap), waardoor de slaap onrustig en gefragmenteerd wordt.
  • Rusteloze benen of periodieke beenbewegingen, die de slaap telkens onderbreken.

Die verstoringen zorgen ervoor dat de hersenen vaker in die half-slaap, half-wakker toestand terechtkomen. En daar gedijt dit soort gedrag nou eenmaal goed in.

Medicijnen en middelen

Bepaalde middelen kunnen de drempel naar nachtelijk eten verlagen, zoals:

  • sommige slaapmedicatie (met name bepaalde benzodiazepinen en zogeheten Z-middelen);
  • antidepressiva of antipsychotica die de eetlust beïnvloeden;
  • alcohol of drugs, die de slaapstructuur verstoren.

Belangrijk detail: mensen die ’s avonds kalmerings- of slaapmiddelen nemen, kunnen ’s nachts opvallend doelgericht handelen terwijl ze de volgende ochtend niets weten. Dat maakt het riskant, juist in combinatie met koken of messen.

Strenge diëten en emotionele eetpatronen

Het klinkt bijna logisch: als je jezelf overdag uithongert, gaat je brein ’s nachts in de tegenaanval. Bij sommige mensen met een slaapgerelateerde eetstoornis zie je:

  • heel strikte diëten of regelmatige crashdiëten;
  • een geschiedenis van eetbuien of emotioneel eten;
  • veel schuldgevoel rondom eten.

Overdag “mag” er niks, ’s nachts neemt het onderbewuste het over. Niet iedereen met een dieet krijgt dit, maar het is wel een patroon dat artsen en slaapcentra vaak terugzien.

Hoe een nacht in een slaapcentrum eruit kan zien

Mensen komen meestal niet binnen met de zin: “Ik eet in mijn slaap.” Ze komen met klachten als: vermoeidheid, onverklaarbare gewichtstoename, schaamte over nachtelijke eetbuien, of een partner die zegt: “Je loopt ’s nachts rond en ik vind je in de keuken.”

In een slaapcentrum wordt vaak een polysomnografie gedaan: een nacht waarin je slaap gemonitord wordt met elektrodes op je hoofd, sensoren op je benen en borst, en soms een camera. Niet per se een gezellige pyjamaparty, maar wel nuttig.

Daarmee kan men zien:

  • in welke slaapfase de eet-episodes ontstaan;
  • of er ook apneu of andere stoornissen spelen;
  • hoe vaak je slaap onderbroken wordt.

Soms wordt tijdens zo’n nacht daadwerkelijk een eet-episode vastgelegd. Dat is confronterend, maar ook verhelderend. Het maakt heel concreet dat je niet “gewoon zwak” bent, maar dat je brein ’s nachts echt andere dingen doet dan jij overdag van plan was.

Waarom artsen dit nog steeds vaak missen

Veel huisartsen zien dit niet wekelijks in de spreekkamer. Mensen durven er ook niet makkelijk over te praten. “Ik eet in mijn slaap” klinkt raar, kinderachtig of beschamend. Daardoor worden andere labels soms sneller gegeven:

  • “Emotioneel eten, probeer meer discipline.”
  • “Waarschijnlijk gewoon snaaien in de avond.”
  • “Stress, let op je leefstijl.”

En ja, leefstijl speelt mee. Maar als je écht geen herinnering hebt, als de keuken ’s ochtends een soort CSI-scène is, dan is het tijd om verder te kijken dan ‘even wat minder snoepen’.

Een tweede reden: parasomnieën krijgen minder aandacht dan bijvoorbeeld slapeloosheid of apneu. Terwijl ze in het dagelijks leven behoorlijk ontwrichtend kunnen zijn.

Wat kun je zelf doen – en wat liever niet

Laten we niet doen alsof je dit in je eentje even oplost met een paar handige trucjes. Maar er zijn wel stappen die je zelf kunt zetten, parallel aan medische hulp.

Maak het veiliger voordat je het perfect wilt maken

Als er kans is op gevaarlijke situaties, komt veiligheid eerst:

  • Zorg dat gasfornuizen moeilijker te bedienen zijn (kinderslot, gaskraan dichtdraaien).
  • Leg messen en scherpe voorwerpen minder toegankelijk weg.
  • Overweeg eenvoudige keukensloten of een extra clip op bepaalde kastjes.

Klinkt overdreven? Mensen met slaapgerelateerde eetstoornissen hebben soms brand veroorzaakt, of zichzelf gesneden zonder het te merken. Liever een iets omslachtiger keuken dan een nachtelijk ongeluk.

Houd een slaap- én eetdagboek bij

Schrijf een paar weken lang op:

  • hoe je slaapt (tijd naar bed, wakker worden, dutjes);
  • wat je overdag eet (met name of je erg streng bent voor jezelf);
  • of je ’s ochtends sporen van nachtelijk eten ziet.

Dit geeft je arts of slaapdeskundige veel meer houvast dan “het gaat soms mis”. Het helpt ook om patronen te zien: gebeurt het vaker na alcohol, na een stressvolle dag, of na een extreem lichte avondmaaltijd?

Wees voorzichtig met rigide diëten

Als je neigt naar nachtelijk eten, is een streng crashdieet meestal olie op het vuur. Een regelmatig eetpatroon overdag met voldoende calorieën en eiwitten kan de nachtelijke drang verminderen. Dit is zo’n moment waarop een diëtist met kennis van eetstoornissen en slaap echt waardevol kan zijn.

Behandeling: wat doen professionals hier eigenlijk mee?

De behandeling hangt af van wat er op de achtergrond meespeelt. Het is zelden één pil en klaar.

Onderliggende slaapstoornissen aanpakken

Als er bijvoorbeeld slaapapneu wordt gevonden, kan behandeling met een CPAP-apparaat of andere interventies de slaap rustiger maken. Minder verstoringen = minder momenten waarop je brein in die half-wakkere toestand schiet.

Bij mensen die ook slaapwandelen of andere NREM-parasomnieën hebben, wordt soms gekeken naar:

  • vaste bedtijden;
  • beperken van slaaptekort;
  • verminderen van alcohol en bepaalde medicatie;
  • eventueel medicatie die de diepe slaap iets stabiliseert.

Medicijnen: wel of niet?

Er zijn medicijnen die soms worden ingezet, bijvoorbeeld middelen die de slaapstructuur beïnvloeden of de eetdrang temperen. Maar dit is maatwerk en hoort echt onder begeleiding van een arts met ervaring in slaapstoornissen. Zelf gaan experimenteren met slaapmiddelen “zodat ik tenminste doorslaap” is meestal een slecht idee – sommige middelen verergeren juist dit soort nachtelijk gedrag.

Psychologische en gedragsmatige aanpak

Omdat eten tijdens de slaap vaak raakt aan eetpatronen, stress en schaamte, kan psychologische begeleiding helpen:

  • leren omgaan met schuldgevoel en schaamte;
  • realistische eetpatronen overdag opbouwen;
  • stress en spanning beter reguleren;
  • partner of gezin betrekken, zodat er minder geheimhouding is.

Dat laatste is belangrijker dan het klinkt. Veel mensen doen er alles aan om sporen van nachtelijke eetbuien te verbergen. Dat maakt de eenzaamheid groter en de drempel naar hulp hoger.

Hoe vertel je dit aan je omgeving zonder dat iedereen je gek verklaart?

Je hoeft niet met een PowerPointpresentatie aan te komen, maar een beetje uitleg helpt. Iets als:

“Mijn hersenen doen ’s nachts soms dingen zonder dat ik wakker ben. Het lijkt op slaapwandelen, maar dan ga ik eten. Ik werk met een arts om dit aan te pakken, maar het kan zijn dat je me ’s nachts rond ziet lopen. Je mag me rustig terug naar bed begeleiden, maar schrik niet: ik weet het meestal niet meer de volgende ochtend.”

Dat haalt er meteen de morele lading af. Dit gaat niet over ‘zwak zijn’ of ‘geen ruggengraat hebben’, maar over een slaapstoornis. En ja, die mag je gewoon zo noemen.

Wanneer is het tijd om echt aan de bel te trekken?

Als je jezelf in dit verhaal herkent, is de vraag eigenlijk niet of je hulp moet zoeken, maar wanneer. Zeker als:

  • je gevaarlijke situaties vermoedt (fornuis, messen, kaarsen);
  • je gewicht snel toeneemt of je je lichamelijk slechter voelt;
  • je overdag uitgeput bent door gebroken nachten;
  • je het verborgen houdt uit schaamte.

De eerste stap is meestal de huisarts. Verwijswoorden die kunnen helpen in het gesprek:

  • “Ik vermoed een parasomnie, specifiek eten tijdens de slaap.”
  • “Ik heb geen herinnering aan het eten, maar wel duidelijke sporen.”
  • “Ik wil graag een verwijzing naar een slaapcentrum of slaap-polikliniek.”

Op sites als Thuisarts en de Hersenstichting vind je algemene informatie over slaapproblemen en parasomnieën, die je eventueel kunt meenemen naar je afspraak.

En als je partner degene is die ’s nachts de koelkast plundert?

Dan zit jij misschien met de zorgen, terwijl de ander het bagatelliseert. Een paar dingen die kunnen helpen:

  • Maak feitelijke notities: wanneer gebeurt het, wat zie je, hoe reageert de ander?
  • Benoem je zorg over veiligheid: “Ik ben bang dat er brand ontstaat”, werkt vaak beter dan “je moet hiermee stoppen”.
  • Stel voor om samen naar de huisarts te gaan.

Bedenk: iemand die het zich niet herinnert, ervaart het minder urgent dan degene die het ziet gebeuren. Dat maakt het gesprek soms stroef, maar niet onmogelijk.

Tot slot: je bent niet de enige – ook al voelt het zo

Eten tijdens de slaap is zo’n stoornis waar mensen liever niet over praten. Het voelt kinderachtig, slordig, zwak. Toch komt het vaker voor dan je denkt, zeker bij mensen met al bestaande slaapstoornissen of ingewikkelde eetpatronen.

Het goede nieuws: er is wél iets aan te doen. Niet met één magische truc, maar met een combinatie van:

  • betere slaapzorg;
  • een eerlijker relatie met eten overdag;
  • en soms een paar heel praktische veiligheidsmaatregelen in huis.

Als je ’s ochtends in je eigen keuken staat en denkt: “Wat ís hier vannacht gebeurd?”, dan is dat geen reden om jezelf af te branden. Het is een signaal van je brein dat het tijd is om hulp in te schakelen. En die hulp bestaat. Je hoeft het alleen niet meer weg te lachen.


Veelgestelde vragen over eten tijdens de slaap

1. Is eten tijdens de slaap hetzelfde als slaapwandelen?
Niet helemaal. Het lijkt erop: je bent niet volledig wakker, je loopt rond en doet dingen automatisch. Maar bij een slaapgerelateerde eetstoornis is het eten zelf het opvallende kenmerk. Het kan samen voorkomen met slaapwandelen, maar dat hoeft niet.

2. Herinneren mensen zich écht helemaal niets?
Sommigen niet, anderen hebben flarden: een droomachtig beeld van de keuken, of een vaag gevoel dat ze “iets met eten” hebben gedaan. Maar het is zelden een helder, doorlopend geheugen zoals bij een gewone nachtelijke snack.

3. Helpt het om de koelkast op slot te doen?
Het kan tijdelijk helpen om risico’s te verkleinen, maar het is geen oplossing. Sommige mensen zoeken dan andere dingen in huis (snoep, brood, zelfs rare combinaties). Het blijft dus belangrijk om de onderliggende slaapstoornis en eetpatronen aan te pakken.

4. Kun je iemand wakker maken tijdens zo’n episode?
Ja, maar doe het rustig. Mensen kunnen verward reageren. Soms is begeleiden terug naar bed zonder veel discussie handiger dan fel aanspreken. Bespreek overdag samen wat prettig en veilig is.

5. Waar kan ik betrouwbare informatie vinden over slaap en parasomnieën?
Voor Nederlandstalige informatie kun je onder meer kijken op Thuisarts, de Hersenstichting en bijvoorbeeld het Slaapinstituut voor achtergrondinformatie over slaapstoornissen.

Explore More Parasomnieën

Discover more examples and insights in this category.

View All Parasomnieën