Als nachtmerries je nachten stelen (ook als volwassene)

Je wordt badend in het zweet wakker. Hartslag hoog, kussen nat, partner half wakker naast je. Je weet dat je in bed ligt, maar in je hoofd ren je nog steeds weg voor iets wat eigenlijk niet bestaat. En dan dat besef: dit was niet de eerste keer deze week. Veel mensen denken dat nachtmerries “bij kinderen horen”. Iets waar je wel overheen groeit. Maar heel wat volwassenen liggen ’s nachts nog steeds oog in oog met monsters, achtervolgers, vallende liften of – heel graag zelfs – vergeten examens. En dat is niet alleen vervelend, het kan je slaap, je stemming en je dagelijks leven best wel onderuit halen. Als je merkt dat je je avonden gaat vrezen, al wakker in bed ligt met de gedachte: “Als het vannacht maar niet weer gebeurt…”, dan is het tijd om er serieus naar te kijken. Niet om je bang te maken, maar juist zodat je snapt wat er gebeurt, waarom je brein dit doet en – belangrijker nog – wat je er nou ja, concreet aan kunt doen. Laten we samen je nacht eens uitpluizen.
Written by
Taylor
Published

Waarom volwassen nachtmerries zo hard binnenkomen

Een kind dat ’s nachts gillend wakker wordt, vinden we “normaal”. Troosten, knuffel, glas water, klaar. Maar een 38-jarige die drie keer per week gillend overeind schiet? Dat voelt ineens heel anders. Schaamte, twijfel, de neiging om het maar voor jezelf te houden.

Toch is het eigenlijk helemaal niet zo zeldzaam. Nachtmerries komen bij volwassenen vaker voor dan je denkt. Alleen: niemand vertelt het bij de koffieautomaat. Je hoort zelden iemand zeggen: “Nou, vannacht weer drie keer vermoord in mijn droom, en bij jou?”

En hier zit een venijnig punt: hoe meer je je schaamt of erover piekert, hoe groter de kans dat je slechter in slaap valt, lichter slaapt en… juist meer nachtmerries krijgt. Het wordt een soort vicieuze cirkel waar je zonder hulp lastig uitkomt.

Wat er in je brein gebeurt als je nachtmerries hebt

Stel je voor: je brein is ’s nachts een soort theater. Overdag verzamel je scripts: stress op werk, nieuwsberichten, oude herinneringen, ruzies, die ene gênante opmerking tijdens een vergadering. ’s Nachts gaat het licht uit, gordijn dicht, en je brein begint al die scripts na te spelen.

Bij een gewone droom blijft het bij een wat chaotische voorstelling. Bij een nachtmerrie draait de regisseur de volumeknop veel te ver open. Angstcentrum (amygdala) op standje paniek, hartslag omhoog, ademhaling sneller, spieren gespannen. Je lichaam reageert alsof er écht gevaar is, terwijl jij eigenlijk gewoon onder je dekbed ligt.

Je wordt vaak wakker in de REM-slaap, de fase waarin je het meest levendig droomt. Je herinnert de droom dan heel scherp. Soms zó scherp dat je de volgende avond al bang bent om weer in slaap te vallen, omdat de film misschien opnieuw wordt afgespeeld.

Wanneer wordt een nachtmerrie een probleem?

Iedereen heeft weleens een enge droom. Dat is op zichzelf geen stoornis. Het wordt pas lastig als nachtmerries:

  • vaak terugkomen, bijvoorbeeld meerdere keren per week
  • zo heftig zijn dat je bang wordt om te gaan slapen
  • je slaapduur flink verkorten, omdat je moeilijk weer in slaap valt
  • overdag doorsijpelen: vermoeidheid, prikkelbaarheid, somberheid, concentratieproblemen

Neem Noor, 42. Zij werd maandenlang bijna elke nacht wakker uit dezelfde droom: ze verloor haar kinderen in een mensenmassa. Overdag functioneerde ze “redelijk”, maar ze was op haar werk snel geïrriteerd, vergat afspraken en reed een keer bijna door rood omdat ze gewoon niet oplette. Ze dacht eerst: “Ik stel me aan, het is maar een droom.” Tot haar huisarts zei: dit is niet niks, dit hoort bij je gezondheid.

Als nachtmerries je functioneren aantasten, spreken we van een nachtmerriestoornis, een vorm van parasomnie. Klinkt zwaar, maar het betekent vooral: dit is iets waar je hulp voor mag vragen.

Veelvoorkomende triggers waar je misschien niet aan denkt

Nachtmerries komen zelden uit het niets. Vaak is er een mengsel van factoren. En ja, sommige zijn heel herkenbaar, andere verrassend alledaags.

Stress die ’s nachts harder schreeuwt dan overdag

Financiële zorgen, werkdruk, mantelzorg, relatiegedoe – overdag kun je het nog wegduwen. Maar zodra je in bed ligt, is het stil. Je brein heeft eindelijk tijd om alles “bij te werken”. En dat verwerken gaat niet altijd keurig in woorden, maar in beelden, symbolen en bizarre scènes.

Iemand die overdag voortdurend bang is om fouten te maken, kan ’s nachts bijvoorbeeld steeds dromen dat hij door de mand valt, publiekelijk wordt uitgelachen of examen doet in een vak waar hij niets van weet. Het voelt kinderachtig, maar de emotie eronder is bloedserieus.

Trauma en nachtmerries die blijven plakken

Bij mensen met een trauma – een ongeluk, geweld, misbruik, oorlog, een IC-opname – kunnen nachtmerries een soort herhalingsmechanisme worden. Soms speelt de gebeurtenis zich bijna letterlijk af, soms verschijnt hij vermomd: andere setting, andere personen, maar hetzelfde gevoel van doodsangst of machteloosheid.

Bij posttraumatische stress (PTSS) zijn nachtmerries een bekend verschijnsel. Je brein probeert iets te verwerken wat eigenlijk te groot is om in één keer te behappen. De nachten worden dan een strijdtoneel in plaats van een herstelmoment.

Middelen die meespelen: alcohol, drugs en medicijnen

Alcohol lijkt in eerste instantie te helpen bij inslapen, maar verstoort de tweede helft van de nacht. Je slaapt onrustiger, wordt vaker wakker en je REM-slaap kan juist onregelmatiger en intenser worden. Dat kan nachtmerries uitlokken of verergeren.

Ook sommige antidepressiva, slaapmiddelen of bloeddrukmedicatie kunnen levendige dromen of nachtmerries geven. Dat betekent niet dat je ze zomaar moet stoppen, maar het is wél iets om met je arts te bespreken.

Slaaptekort en onregelmatige ritmes

Ironisch genoeg: hoe minder je slaapt, hoe heftiger je dromen soms worden. Bij slaaptekort probeert je brein als het ware “in te halen” en kan de REM-slaap geconcentreerder en intenser zijn. Ook ploegendienst, jetlag en nachtdiensten gooien roet in het eten. Je biologische klok raakt in de war, en dat merk je soms vooral in je dromen.

Hoe nachtmerries je dag stiekem mee bepalen

Het is makkelijk om te zeggen: “Het is maar een droom.” Maar je lichaam heeft die droom niet als “maar een droom” ervaren. Je stresssysteem is echt geactiveerd. Dat voel je de volgende dag.

Veel volwassenen met terugkerende nachtmerries merken bijvoorbeeld:

  • dat ze sneller uit hun slof schieten
  • dat ze minder zin hebben in sociale dingen
  • dat ze meer gaan piekeren (“Straks word ik gek” of “Er is vast iets mis met mijn hersenen”)
  • dat ze fouten maken op werk of studie door concentratieverlies

Neem Karim, 35, buschauffeur. Hij durfde op een gegeven moment bijna geen vroege diensten meer te doen, omdat hij na een onrustige nacht bang was om in slaap te vallen achter het stuur. Zijn nachtmerries gingen over ongelukken op de weg – niet toevallig precies zijn grootste angst.

Je ziet: nachtmerries blijven niet netjes tussen 00:00 en 07:00 uur. Ze lekken door in je dag.

Moet je altijd naar een arts met nachtmerries?

Niet per se. Af en toe een nare droom hoort erbij. Maar er zijn wel een paar situaties waarin het verstandig is om hulp te zoeken:

  • als je meerdere keren per week een nachtmerrie hebt
  • als je door angst minder of bijna niet meer durft te slapen
  • als je klachten van angst, somberheid of PTSS herkent
  • als je middelen gebruikt (alcohol, drugs, bepaalde medicijnen) en je merkt dat de nachtmerries toenemen

In Nederland kun je veel basisinformatie vinden op sites als Thuisarts.nl of de Hersenstichting. Maar uiteindelijk is je eigen huisarts de eerste logische stap. Die kan met je meekijken: is dit vooral stress? Lijkt het op PTSS? Spelen er andere slaapstoornissen mee, zoals slaapapneu of rusteloze benen?

Wat je zelf al kunt doen voordat je in therapie duikt

Laten we eerlijk zijn: niet iedereen staat te springen om meteen in een behandeltraject te stappen. Gelukkig zijn er dingen die je zelf kunt proberen, die bij veel mensen al verlichting geven.

1. Slaaphygiëne – ja, het oude liedje, maar toch

Het klinkt saai, maar een voorspelbare, rustige slaapomgeving helpt. Denk aan:

  • vaste bed- en opsta-tijden, ook in het weekend
  • geen zware maaltijden, alcohol of energiedrankjes vlak voor het slapen
  • schermen (telefoon, tablet, laptop) een uur voor bed wegleggen
  • een koele, donkere, stille slaapkamer

Waarom dit uitmaakt? Hoe rustiger je in slaap valt, hoe kleiner de kans dat je al gestrest begint aan de nacht. Je REM-slaap wordt dan vaak wat stabieler en minder chaotisch.

2. Een “landing” voor je brein

Veel mensen gaan vanuit een drukke dag rechtstreeks door naar bed. Laptop dicht, tanden poetsen, lamp uit. Je brein heeft dan nul tijd gehad om af te bouwen.

Probeer eens een soort landingsbaan in te bouwen: een kwartier tot half uur waarin je iets rustigs doet. Lezen (geen bloedstollende thriller), rustige muziek, een warme douche. Sommige mensen hebben baat bij ademhalingsoefeningen of een korte bodyscan.

En ja, het voelt in het begin misschien wat geforceerd, maar je brein leert: “O ja, dit is het signaal dat we de dag afronden.”

3. Schrijven over je nachtmerrie – maar dan slim

Een dagboekje naast je bed kan helpen. Niet om elke nacht tot in detail alles uit te kauwen, maar om patronen te zien.

Schrijf kort op:

  • waar ging de nachtmerrie ongeveer over?
  • hoe voelde je je (angst, schaamte, machteloosheid)?
  • wat speelde er overdag aan stress of gedoe?

Na een tijdje zie je soms verbanden: steeds weer controleverlies, steeds weer afgewezen worden, steeds weer iemand kwijt raken. Dat zegt meer over je innerlijke thema’s dan over de letterlijke inhoud van de droom.

4. De nachtmerrie herschrijven (Imagery Rehearsal)

Dit is een techniek die ook in therapie wordt gebruikt, maar je kunt er in milde vorm zelf mee experimenteren.

  • Kies een nachtmerrie die vaak terugkomt.
  • Schrijf een verkorte versie op.
  • Verzin bewust een andere wending. Jij ontsnapt. Iemand helpt je. Je krijgt superkrachten. De dader verandert in een clown die uitglijdt over een bananenschil. Het mag best een tikje absurd zijn.
  • Lees die aangepaste versie een paar keer per dag rustig door, terwijl je je de nieuwe afloop voorstelt.

Je traint je brein als het ware in een ander script. Het klinkt simpel, maar er zijn behoorlijk wat onderzoeken die laten zien dat dit de intensiteit en frequentie van nachtmerries kan verminderen.

Wanneer professionele hulp echt verschil maakt

Als nachtmerries sterk samenhangen met trauma, angststoornissen of depressie, is zelf knutselen meestal niet genoeg. Dan kom je in de buurt van gespecialiseerde behandeling.

Cognitieve gedragstherapie voor nachtmerries

Hierin ga je samen met een therapeut kijken naar je gedachten rondom slapen en dromen. Veel mensen met nachtmerries ontwikkelen overtuigingen als: “Ik ben niet veilig als ik slaap” of “Ik verlies de controle als ik droom”. Die gedachten maken je al gespannen vóórdat je überhaupt in bed ligt.

Door die patronen uit te dagen en te veranderen, wordt de spanning rond slapen minder. Vaak wordt dit gecombineerd met technieken zoals het herschrijven van dromen (Imagery Rehearsal Therapy).

Traumagerichte therapie (bijvoorbeeld EMDR)

Als je nachtmerries duidelijk verbonden zijn met één of meerdere traumatische gebeurtenissen, kan traumatherapie helpen. EMDR is daar een bekend voorbeeld van. Je werkt dan direct met de herinnering zelf, waardoor de lading kan afnemen. Vaak merk je dan dat ook de nachtmerries minder heftig of minder frequent worden.

Medicatie – niet de eerste keuze, wel soms nuttig

Soms wordt er medicatie overwogen, bijvoorbeeld bij ernstige PTSS met heftige nachtmerries. Dat gaat altijd via een psychiater of arts, en is meestal onderdeel van een breder behandelplan. Het is dus geen “pil tegen nachtmerries”, maar kan in specifieke situaties wel verlichting geven.

Op sites zoals Gezondheidsnet en Slaapinstituut vind je meer achtergrond over behandelingen bij slaapproblemen.

Waarom je je er niet voor hoeft te schamen

Er hangt nog steeds een raar taboe op “psychische” dingen die ’s nachts gebeuren. Alsof je karakter zwak is als je bang wakker wordt uit een droom die “niet echt” is. Maar je zenuwstelsel weet niet dat het een droom is. Het reageert gewoon op gevaarssignalen, of die nou van buiten komen of van binnenuit.

En eerlijk: we leven in een wereld waarin je brein de hele dag door wordt gevoed met stress, nieuws, prikkels en verwachtingen. Dat zo’n brein ’s nachts soms op tilt slaat, is eigenlijk niet zo vreemd.

Wat wel zonde is: ermee blijven lopen in stilte, terwijl er echt dingen zijn die kunnen helpen. Van simpele aanpassingen in je avondroutine tot serieuze therapie als dat nodig is.

FAQ over nachtmerries bij volwassenen

1. Zijn nachtmerries een teken dat ik gek aan het worden ben?
Nee. Nachtmerries zijn een teken dat je brein hard aan het werk is met emoties, stress of herinneringen. Ze kunnen onderdeel zijn van psychische problemen, maar op zichzelf betekenen ze niet dat je “gek” wordt.

2. Helpt het om over mijn nachtmerries te praten, of worden ze dan juist erger?
Voor veel mensen helpt praten juist. Je haalt de scherpe rand er een beetje af. Wel is het slim om het niet vlak voor het slapengaan heel gedetailleerd te doen, zodat je niet met al die beelden in je hoofd onder de dekens kruipt.

3. Kunnen nachtmerries komen door antidepressiva of andere medicijnen?
Ja, sommige middelen kunnen levendige dromen of nachtmerries geven. Stop nooit zomaar zelf, maar bespreek het met je huisarts of voorschrijvend arts. Soms is een andere dosering of een ander middel mogelijk.

4. Is het normaal om als volwassene nog “kinderlijke” nachtmerries te hebben, zoals monsters of achtervolgingen?
Absoluut. De inhoud van een droom is vaak symbolisch. Een monster kan bijvoorbeeld staan voor een angst, probleem of persoon in je leven. Het feit dat het kinderlijk oogt, maakt het niet minder serieus.

5. Wanneer is het verstandig om een slaaponderzoek te laten doen?
Als je naast nachtmerries ook andere dingen merkt – luid snurken met ademstops, extreem veel bewegen in je slaap, slaapwandelen, of als je partner zegt dat je schreeuwt en slaat in je slaap – dan kan een slaaponderzoek zinvol zijn. Bespreek dit met je huisarts; die kan je zo nodig verwijzen naar een slaapcentrum.


Nachtmerries zijn niet “gewoon wat rare dromen”. Zeker niet als ze je nachten en dagen beginnen te bepalen. Maar je hoeft er niet mee te blijven rondlopen alsof het een geheim gebrek is. Hoe eerder je erkent dat dit je leven beïnvloedt, hoe eerder je kunt gaan sleutelen aan herstel – met kleine stappen die je zelf zet, of met hulp van een professional.

Je nachten zijn er tenslotte om bij te tanken, niet om elke keer opnieuw een horrorfilm in de hoofdrol te spelen.

Explore More Parasomnieën

Discover more examples and insights in this category.

View All Parasomnieën