Seks in je slaap: gênant, grappig of toch een serieuze parasomnie?
Waarom seksueel gedrag tijdens slaap zo vaak wordt weggelachen
Seks en slaap zijn allebei onderwerpen waar mensen al niet graag over praten. Combineer ze, en je krijgt iets waar veel stellen in eerste instantie maar een grap van maken.
Neem Iris, 32 jaar. Haar vriend vertelde lacherig dat ze ‘s nachts ineens heel actief werd: hij werd wakker omdat ze hem begon te betasten en expliciete dingen fluisterde. De volgende ochtend wist zij van niets. De eerste paar keer maakten ze er een soort inside joke van. Tot het frequenter werd, intenser, en hij merkte dat ze soms juist wegduwde als hij wél bewust toenadering zocht. Overdag gespannen, ‘s nachts op seksstand. Dat voelde op een gegeven moment gewoon niet meer kloppend.
Dat is typisch voor seksueel gedrag tijdens slaap: in het begin wordt het vaak gezien als grappig of een soort “extra” seksleven. Maar als er schaamte, angst, relatieproblemen of zelfs grensoverschrijding bijkomen, merk je dat het eigenlijk om een slaapstoornis gaat.
Wat gebeurt er in de hersenen bij sexsomnia?
Sexsomnia valt onder de NREM-parasomnieën. Dat betekent dat het gedrag optreedt in de diepe, droomarme slaap (NREM-slaap), niet in de droomslaap (REM-slaap).
Grof gezegd gebeurt er dit:
- Het brein zit in diepe slaap, maar sommige motorische gebieden worden gedeeltelijk actief.
- De delen van de hersenen die gaan over bewuste controle, remming en oordeelsvermogen blijven grotendeels “uit”.
- Er ontstaat een soort slaapwandelen, maar dan met een seksuele kleur: automatische handelingen, weinig tot geen bewustzijn, vaak een lege of afwezige blik.
Bij veel mensen met sexsomnia zie je dat ze ook andere parasomnieën hebben of hebben gehad, zoals klassiek slaapwandelen, praten in de slaap of nachtelijke paniekaanvallen. Het brein heeft dan blijkbaar een neiging om tijdens de slaap half wakker te schieten, met allerlei vreemde gedragingen als gevolg.
Hoe ziet seksueel gedrag tijdens slaap er nou concreet uit?
De variatie is groot, maar partners beschrijven vaak een herkenbaar patroon. In de praktijk hoor je bijvoorbeeld:
- Iemand begint zichzelf in bed te betasten, soms vrij heftig, zonder te reageren op aanspreken.
- Er is plotselinge seksuele toenadering tot de partner: kussen, strelen, het uitkleden van de ander, proberen te penetreren.
- Hard kreunen, hijgen of seksueel expliciete taal uiten terwijl de persoon verder “afwezig” lijkt.
- Een soort automatische seksuele routine, waarbij iemand niet reageert zoals overdag: geen oogcontact, geen normale interactie, soms zelfs een starende of lege blik.
Opvallend: de persoon zelf heeft de volgende ochtend vaak totaal geen herinnering, of hooguit een heel vaag, droomachtig restje. En dat is precies wat het zo verwarrend maakt in relaties.
De ongemakkelijke vraag: hoe zit het met toestemming?
Hier wordt het gevoelig. Want wat als iemand in zijn slaap seks initieert, en de partner gaat mee, maar de slaper herinnert zich niets? Of omgekeerd: wat als de partner het juist als bedreigend of onprettig ervaart?
Juridisch en ethisch is dit terrein behoorlijk ingewikkeld. In sommige landen zijn er zelfs rechtszaken geweest waarbij sexsomnia als verweer werd gebruikt bij vermeende aanranding of verkrachting. In Nederland en België is daar ook discussie over, al komt het relatief weinig voor in de rechtspraak.
Medisch gezien is de kern: de persoon met sexsomnia is tijdens de episode niet volledig toerekeningsvatbaar. Het gedrag is onbewust en niet doelbewust gepland. Maar dat neemt niet weg dat de impact voor een partner enorm kan zijn. Angst om te gaan slapen, spanning in de relatie, twijfel over vertrouwen en veiligheid.
Daarom is het eigenlijk best wel belangrijk dat stellen hier open over praten. Niet pas als er escalatie is, maar zodra het begint te schuren: als één van de twee zich ongemakkelijk, gebruikt of bang voelt.
Waarom artsen dit vaak missen
Veel huisartsen krijgen zelden iemand op consult die zegt: “Ik heb seks in mijn slaap.” Niet omdat het niet voorkomt, maar omdat mensen het simpelweg niet durven benoemen. Soms weet de persoon het niet eens, omdat er geen vaste bedpartner is die het kan vertellen.
Daarnaast wordt seksueel gedrag tijdens slaap vaak verward met andere dingen:
- Nachtelijke epilepsie met vreemde bewegingen
- Droomslaapgedragsstoornis (REM-slaapgedragsstoornis), waarbij mensen hun dromen naspelen
- Nachtmerries of paniekaanvallen, waarbij iemand ook kan schreeuwen of wild bewegen
Zonder goed slaaponderzoek is het soms lastig te onderscheiden. En eerlijk is eerlijk: veel artsen hebben tijdens hun opleiding maar een heel klein stukje over parasomnieën gehad. Sexsomnia staat daar vaak niet eens expliciet tussen.
Triggers: wanneer loopt het uit de hand?
Sexsomnia komt zelden helemaal uit het niets. Vaak zie je een combinatie van kwetsbaarheid en triggers.
Kwetsbaarheden kunnen zijn:
- Een voorgeschiedenis van slaapwandelen of andere parasomnieën
- Slaaptekort of een onregelmatig slaapritme
- Obstructieve slaapapneu (OSAS), waarbij de ademhaling steeds stopt tijdens de slaap
- Gebruik van bepaalde medicijnen (bijvoorbeeld sommige slaapmiddelen of antidepressiva)
- Alcohol- of drugsgebruik
De triggers zijn vaak herkenbaar in het dagelijks leven. Neem Daan, 41 jaar. Hij merkte dat zijn partner vooral klaagde na nachten waarin hij laat thuis kwam na een borrel, kort sliep en gestrest was van werk. Op rustige vakanties zonder drank gebeurde het bijna niet. Dat soort patronen zijn goud waard om te herkennen, omdat ze direct aangrijpingspunten geven voor behandeling.
Wanneer moet je dit niet meer wegwuiven?
Er is geen officiële “grens” waarbij seksueel gedrag tijdens slaap plotseling een stoornis wordt. Maar er zijn wel rode vlaggen waarbij je beter niet kunt blijven hopen dat het vanzelf overgaat:
- De partner voelt zich onveilig, onder druk gezet of bang om te gaan slapen.
- Er ontstaan conflicten of verwijten: “Je doet ‘s nachts dingen die je overdag nooit zou doen.”
- Er zijn kinderen in huis die mogelijk iets kunnen zien of meemaken.
- De persoon met sexsomnia schaamt zich diep of voelt zich schuldig, ondanks geen bewuste herinnering.
- Er is risico dat gedrag zich buiten de eigen slaapkamer afspeelt, bijvoorbeeld bij logeerpartijen of in gedeelde slaapruimtes.
Als je jezelf of je partner hierin herkent, is het tijd om het serieus te nemen. Niet uit paniek, maar uit zorg voor jezelf en elkaar.
Hoe verloopt een gesprek met de huisarts hier eigenlijk?
Veel mensen stellen het uit omdat ze bang zijn voor een ongemakkelijke reactie. In de praktijk valt dat vaak mee, al verschilt het natuurlijk per arts.
Handig is om het gesprek heel concreet te maken. Bijvoorbeeld:
- Laat de partner (met toestemming) meekomen en de nachtelijke episodes beschrijven.
- Noteer vooraf hoe vaak het voorkomt, op welke momenten (na alcohol, bij stress, bij slaaptekort), en wat er precies gebeurt.
- Vertel ook of er andere slaapproblemen zijn: snurken, ademstops, slaapwandelen, veel praten in de slaap, extreme vermoeidheid overdag.
De huisarts kan dan inschatten of verwijzing naar een slaapcentrum of neuroloog nodig is. In Nederland en België werken daar vaak multidisciplinaire teams: longarts of KNO-arts (voor ademhaling), neuroloog, psycholoog, soms een psychiater, en gespecialiseerde slaapdeskundigen.
Voor algemene info over slaapproblemen kun je alvast kijken op bijvoorbeeld Thuisarts of de Hersenstichting. Over sexsomnia zelf vind je nog weinig Nederlandstalige publieksinformatie, wat de drempel om hulp te zoeken helaas niet lager maakt.
Slaaponderzoek: wat proberen ze eigenlijk te vangen?
In een slaapcentrum kan een polysomnografie worden gedaan: een nachtmeting met elektroden op het hoofd, sensoren bij neus en mond, bandjes om borst en buik, en camera-opnames. Klinkt heftig, maar de meeste mensen slapen verrassend genoeg toch nog redelijk normaal.
Bij vermoedens van sexsomnia wordt gelet op:
- In welke slaapfase treden de gedragingen op?
- Is er sprake van ademstops, zuurstofdalingen of onrustige ademhaling?
- Zijn er epileptiforme activiteitspatronen in de hersenen?
- Hoe verloopt de overgang van diepe slaap naar lichte slaap of bijna-wakker?
Het ideale scenario is dat er tijdens het onderzoek daadwerkelijk een episode optreedt. Dat lukt niet altijd. Maar ook zonder “live” episode kan het onderzoek nuttige aanwijzingen geven, bijvoorbeeld dat er ernstige slaapapneu is die de slaap voortdurend verstoort.
Wat kun je zelf doen terwijl je wacht op hulp?
Zelfs zonder officiële diagnose zijn er dingen die je vandaag al kunt aanpakken. Klinkt misschien saai, maar bij parasomnieën zijn de basics vaak verrassend krachtig.
Denk aan:
- Slaaphygiëne aanscherpen: vaste bedtijd, voldoende uren slaap, geen scherm in bed, rustige slaapkamer.
- Alcohol beperken, zeker in de avond. Bij veel mensen is alcohol een directe trigger voor episodes.
- Rustiger avondritueel: niet tot vlak voor slapen intensief werken of discussiëren.
- Eventueel apart slapen als de partner zich onveilig voelt, al is dat vaak emotioneel best wel een stap.
Sommige stellen spreken duidelijke afspraken af. Bijvoorbeeld: de partner zal de slaper bij een episode zacht maar beslist wakker proberen te maken, en als dat niet lukt, afstand nemen. Of: geen seks als één van de twee vermoedt dat de ander nog niet volledig wakker is. Klinkt zakelijk, maar het geeft houvast.
Behandeling: van ademhaling tot medicatie
Er is geen één standaardpil voor sexsomnia. De aanpak hangt af van de onderliggende factoren.
In de praktijk zie je vaak combinaties van:
- Behandeling van slaapapneu, bijvoorbeeld met een CPAP-apparaat dat de luchtweg openhoudt. Als de ademstops verdwijnen, wordt de slaap stabieler en nemen parasomnieën soms sterk af.
- Aanpassen van medicijnen die mogelijk bijdragen aan de episodes, in overleg met de voorschrijvend arts.
- Gericht werken aan stressreductie en een voorspelbaar dag-nachtritme.
- In sommige gevallen medicatie die de diepe slaap iets onderdrukt of de slaap meer consolideert, altijd onder specialistische begeleiding.
Daarnaast kan psychologische begeleiding helpen bij het verwerken van schaamte, schuldgevoel of relatieproblemen. Niet omdat sexsomnia “tussen de oren” zit, maar omdat de impact op identiteit en intimiteit groot kan zijn.
Voor algemene informatie over slaapapneu en slaaponderzoek kun je bijvoorbeeld kijken op Slaapinstituut Nederland of op Gezondheidsnet.
Wat betekent dit voor je relatie op de lange termijn?
Sommige stellen vinden na een tijd een nieuwe balans. Ze herkennen triggers, hebben afspraken, en kunnen zelfs weer met enige luchtigheid over de episodes praten. Bij anderen blijft het zwaar. Zeker als er al spanningen waren in de relatie, kan sexsomnia als een vergrootglas werken.
Openheid blijkt bijna altijd een beschermende factor. Geheimhouding, bagatelliseren of doen alsof het “gewoon een beetje gek is” terwijl één van de twee eronder lijdt, ondermijnt het vertrouwen. Het kan helpen om samen naar een afspraak te gaan, zodat de partner zich gezien voelt en vragen kan stellen.
En ja, het is confronterend om tegen een arts te zeggen: “Ik heb seks in mijn slaap.” Maar de winst is dat je het niet meer alleen hoeft uit te zoeken.
Veelgestelde vragen over seksueel gedrag tijdens slaap
Is sexsomnia hetzelfde als dromen over seks?
Nee. Bij dromen over seks speelt alles zich af in je hoofd, zonder dat je per se zichtbare handelingen uitvoert. Bij sexsomnia gaat het juist om zichtbaar, vaak vrij duidelijk seksueel gedrag, terwijl de persoon niet volledig wakker is. De herinnering achteraf is meestal afwezig of heel fragmentarisch, anders dan bij veel seksuele dromen.
Ben ik verantwoordelijk voor wat ik in mijn slaap doe?
Medisch gezien is het gedrag onbewust en niet doelbewust gepland. Juridisch en moreel ligt het ingewikkelder. Je kunt er niets aan doen dat je een parasomnie hebt, maar je hebt wél verantwoordelijkheid om, zodra je het weet, hulp te zoeken en maatregelen te nemen om schade of grensoverschrijding te voorkomen. Dat is vergelijkbaar met iemand die weet dat hij ernstige epilepsie heeft en toch zonder behandeling auto blijft rijden.
Kan sexsomnia ook voorkomen bij mensen zonder partner?
Ja. Alleen wordt het dan minder snel ontdekt. Soms merkt iemand het door lichamelijke signalen (bijvoorbeeld schaafplekken, spierpijn, verplaatst beddengoed), of via huisgenoten die iets horen. Ook bij een nieuwe relatie kan het ineens aan het licht komen. Juist daarom is het goed om bij andere parasomnieën alert te zijn op mogelijk seksueel gedrag tijdens slaap.
Gaat het vanzelf over?
Bij sommige mensen verdwijnen de episodes als de triggers worden aangepakt, bijvoorbeeld beter slapen, minder alcohol of behandeling van slaapapneu. Bij anderen blijft het een terugkerend verschijnsel, maar vaak wel beter beheersbaar met begeleiding en aanpassingen. Helemaal voorspellen valt het niet, maar afwachten zonder iets te doen is zelden de beste strategie.
Moet ik me schamen om hiermee naar een arts te gaan?
Schaamte is begrijpelijk, maar medisch gezien is dit niet “raarder” dan slaapwandelen of tandenknarsen. Artsen in slaapcentra zien dit echt vaker dan je denkt, ook al wordt er weinig over gepraat. Hoe eerder je het bespreekt, hoe groter de kans dat je samen een werkbare aanpak vindt.
Tot slot
Seksueel gedrag tijdens slaap is geen sexy extraatje, maar een serieuze vorm van parasomnie die relaties kan maken of breken. Het is ongemakkelijk, ja. Maar het is óók iets waar je niet in je eentje mee hoeft te blijven worstelen. Hoe meer we er open en nuchter over praten, hoe minder mensen jarenlang rondlopen met schaamte, schuldgevoel en onnodige risico’s.
Als je jezelf of je partner in dit verhaal herkent: zie het als een signaal, niet als een veroordeling. En gebruik dat signaal om de stap naar hulp toch maar te zetten.
Related Topics
Als slapen gevaarlijk wordt – veiligheid bij parasomnieën
Eten tijdens de slaap: als je nachtrust naar de keuken loopt
Waarom je soms ‘valt’ als je in slaap valt
Als nachtmerries je nachten stelen (ook als volwassene)
Seks in je slaap: gênant, grappig of toch een serieuze parasomnie?
Eten tijdens de slaap: als de koelkast ’s nachts terugpraat
Explore More Parasomnieën
Discover more examples and insights in this category.
View All Parasomnieën