Als je ’s nachts door je huis loopt en het je niet herinnert

Stel je voor: je wordt wakker en je partner zegt dat je vannacht in je ondergoed de voordeur hebt opengetrokken. Zelf weet je van niks. Je voelt je schaamte, een beetje paniek, en ergens ook: dit is toch iets voor kinderen? Volwassenen slaapwandelen toch niet, of in elk geval bijna nooit? Toch gebeurt het vaker dan je denkt. En het blijft meestal niet bij onschuldig rondlopen. Volwassenen die slaapwandelen kunnen kasten uitruimen, de trap af lopen, eten klaarmaken, agressief reageren als je ze probeert tegen te houden, en in sommige gevallen zelfs naar buiten lopen. Zonder dat ze zich de volgende ochtend ook maar iets herinneren. Slaapwandelen bij volwassenen valt onder de parasomnieën: gedrag dat optreedt tijdens de slaap, ergens tussen slapen en waken in. Het is geen raar tikje en ook geen toneelspel, maar een serieus verschijnsel dat impact kan hebben op relaties, veiligheid, werk en je gevoel van controle over jezelf. In dit artikel duiken we in wat er nou eigenlijk gebeurt in je brein, waarom artsen het bij volwassenen best wel vaak missen, en vooral: wat je er wél mee kunt doen.
Written by
Jamie
Published

Waarom slaapwandelen bij volwassenen zo verwarrend is

Kinderen die slaapwandelen, daar kijkt bijna niemand van op. “Hij groeit er wel overheen”, hoor je dan. Bij volwassenen ligt dat anders. Als je als 35-jarige ’s nachts de gang op strompelt met een lege blik, voelt dat ineens een stuk minder onschuldig.

Neem Karin, 38 jaar. Ze werd wakker met een blauwe plek op haar knie en een openstaande koelkast. Haar vriend vertelde dat ze midden in de nacht brood had staan smeren, totaal niet aanspreekbaar. De volgende ochtend: compleet zwart gat. Ze googelde wat, lachte het eerst weg, maar toen ze een keer bijna de trap af viel, was het ineens niet grappig meer.

Wat veel mensen niet weten: slaapwandelen bij volwassenen is vaak hardnekkiger, risicovoller en vaker gelinkt aan andere slaapstoornissen of stress dan bij kinderen. En toch wordt het in de spreekkamer soms afgedaan als “ach, zal wel stress zijn”. Nou ja, dat is soms ook zo, maar het is meestal niet het hele verhaal.

Wat er in je brein gebeurt als je slaapwandelt

Slaapwandelen ontstaat meestal in de diepe non-REM-slaap, in de eerste helft van de nacht. Je brein zit dan in een soort tussenstand:

  • De motoriek is deels “aan": je spieren kunnen bewegen.
  • Het bewustzijn is deels “uit": de hersengebieden voor bewust nadenken en herinneren zijn nog in slaap.

Je zou het een mislukte overgang van diepe slaap naar wakker kunnen noemen. Een deel van je brein wordt wakker genoeg om te lopen, maar niet wakker genoeg om te beseffen wat je doet of om herinneringen op te slaan.

Bij volwassenen zie je vaker dat die slaap gefragmenteerd is: vaker wakker worden, onrustige slaap, snurken, apneus, piekeren in bed. Al die mini-onderbrekingen vergroten de kans dat er zo’n halve-wekreactie ontstaat. En precies daar, in die schemerzone, kan slaapwandelen opduiken.

Hoe herken je slaapwandelen als je zelf slaapt?

Het flauwe is: de slaapwandelaar zelf merkt er vaak weinig van. De omgeving daarentegen des te meer. Partners vertellen verhalen over openstaande deuren, vreemde gesprekken midden in de nacht of iemand die ineens naast het bed staat te staren.

Typische signalen bij volwassenen:

  • Je wordt wakker op een andere plek dan waar je in slaap viel, zonder herinnering.
  • Je partner of huisgenoot vertelt dat je rondliep, praatte of aan dingen zat.
  • Er zijn sporen in huis: open kasten, verplaatste spullen, licht aan, deur op slot of juist van het slot.
  • Je reageert verward, geïrriteerd of zelfs agressief als iemand je probeert wakker te maken.
  • De volgende ochtend voel je je vaak moe, alsof je geen echte diepe slaap hebt gehad.

Soms komt daar nog iets bij: schaamte. Volwassenen vinden het vaak gênant om te vertellen dat ze slaapwandelen. Terwijl die gêne er juist voor zorgt dat het probleem langer blijft doorsudderen.

Waarom artsen dit bij volwassenen best wel vaak missen

In de spreekkamer gaat het gesprek over slaapproblemen vaak over niet kunnen slapen of juist overdag in slaap vallen. Slaapwandelen komt minder spontaan ter sprake. Veel mensen melden zich pas als er echt iets misgaat: een val van de trap, een bijna-ongeluk, of een partner die zegt: “Zo gaat het niet langer”.

Daarnaast spelen er een paar misverstanden:

  • Het idee dat slaapwandelen “hoort” bij kinderen en bij volwassenen zeldzaam is.
  • De neiging om alles op stress of alcohol te schuiven.
  • Onbekendheid met het feit dat slaapwandelen samen kan gaan met slaapapneu, rusteloze benen of medicijngebruik.

Als je huisarts niet zelf veel met slaapstoornissen doet, kan het zijn dat je klachten wat oppervlakkig worden besproken. Terwijl een goede anamnese (uitvragen) en eventueel een verwijzing naar een slaapcentrum echt een verschil kunnen maken.

Triggers waar je als volwassene extra gevoelig voor bent

Bij kinderen speelt rijping van het brein een rol. Bij volwassenen zie je vaker een combinatie van biologische kwetsbaarheid en uitlokkende factoren. En daar wordt het interessant, want juist die triggers kun je vaak wél beïnvloeden.

Veel voorkomende triggers:

  • Slaaptekort: een paar korte nachten achter elkaar en je diepe slaap wordt intenser. Dat vergroot de kans op slaapwandelen.
  • Onregelmatige diensten: nachtdiensten, vroege diensten, wisselende roosters gooi je slaapritme overhoop.
  • Alcohol: vooral als je laat op de avond drinkt. Eerst lijk je er slaperig van te worden, daarna wordt je slaap onrustiger.
  • Stress en emotionele belasting: ruzies, werkdruk, rouw, relatieproblemen. Je brein blijft half “aan”.
  • Koorts of ziekte: verandert de slaapstructuur, waardoor je makkelijker die half-wakker toestanden krijgt.
  • Medicijnen: sommige antidepressiva, slaapmiddelen of middelen tegen allergie kunnen een rol spelen.

Bij volwassenen is het vaak een optelsom. Een beetje genetische aanleg, een periode met veel stress, wat te weinig slaap, af en toe alcohol. En dan heb je ineens een nacht waarin het misgaat.

Wanneer wordt slaapwandelen gevaarlijk?

Het wordt spannend als er twee dingen samenkomen: complex gedrag en een onveilige omgeving. Volwassenen doen in hun slaap vaak ingewikkeldere dingen dan kinderen. Niet alleen een paar stappen zetten, maar echt handelen.

Voorbeelden die in slaapcentra regelmatig langskomen:

  • Iemand die in slaaptoestand de voordeur opent en de straat op loopt.
  • Een volwassene die de trap af loopt en bijna valt.
  • Iemand die in de keuken met messen of hete pannen bezig is.
  • Een partner die een klap krijgt van iemand die in paniek reageert tijdens een slaapwandel-episode.

Daarbij komt nog het psychische stuk: het idee dat je dingen doet zonder het te weten, kan je gevoel van veiligheid onderuit halen. Mensen worden bang om te gaan slapen, gaan uitstellen, of durven niet meer bij iemand te blijven logeren. En ja, dat maakt je slaap uiteindelijk alleen maar slechter.

Wat je zelf vandaag al kunt veranderen in je slaapomgeving

Voordat je in de medische molen duikt, is er één hele praktische vraag: als ik vannacht zou slaapwandelen, hoe groot is dan de kans dat ik mezelf of iemand anders iets aandoe?

Een paar simpele aanpassingen kunnen het risico al flink verlagen:

  • Zorg dat ramen en balkondeuren dicht en bij voorkeur op slot zijn.
  • Sluit de voordeur af en leg de sleutel op een plek waar je slapend niet snel bij komt.
  • Haal losse kleedjes of spullen van de trap en uit de looproutes.
  • Zorg voor een nachtlampje op de overloop zodat je, als je toch loopt, niet in het donker struikelt.
  • Leg scherpe of gevaarlijke voorwerpen (messen, gereedschap) uit het zicht en buiten de directe looproute.

Klinkt misschien overdreven, maar vraag jezelf eerlijk af: als ik vannacht in halve slaap rondloop, wat kan er dan misgaan? Dat is geen paniekzaaien, dat is gewoon nuchter risicobeheer.

Slaapwandelen en relaties: de olifant in de slaapkamer

Slaapwandelen raakt niet alleen jou, maar ook degene die naast je ligt. Partners worden wakker van geluiden, schrikken van iemand die naast het bed staat te staren, of krijgen te maken met onverwachte agressie als ze je willen tegenhouden.

Neem Thomas, 42 jaar. Zijn vriendin durfde hem op een gegeven moment niet meer aan te raken als hij slaapwandelend door de kamer liep. De ene keer reageerde hij totaal niet, de andere keer sloeg hij haar hand weg met een harde “Laat me met rust”. Overdag wist hij daar niets meer van. Zij wel.

Een paar dingen helpen in zo’n situatie:

  • Spreek samen af wat je partner wel en niet doet tijdens een episode. Rustig begeleiden naar bed werkt vaak beter dan hard wakker schudden.
  • Bespreek het overdag, niet alleen in de emotie van de nacht erna.
  • Betrek je partner bij een eventueel huisarts- of slaapartsbezoek. Hun observaties zijn vaak goud waard.

Wanneer is het tijd om naar de huisarts te gaan?

In grote lijnen kun je zeggen: als het je leven beïnvloedt, is het de moeite waard om hulp te zoeken. Concreet wordt het verstandig om naar de huisarts te gaan als:

  • Je jezelf of anderen al eens verwond hebt tijdens een episode.
  • Je partner of huisgenoot zich zorgen maakt over veiligheid.
  • De episodes vaker voorkomen of heftiger worden.
  • Je overdag extreem moe bent of in slaap valt, ondanks voldoende uren in bed.
  • Je ook andere dingen opmerkt, zoals hard snurken, adempauzes, rusteloze benen of rare nachtelijke bewegingen.

De huisarts kan met gerichte vragen al veel inschatten. Soms is een slaapdagboek handig: noteer een paar weken lang wat je bedtijd is, hoeveel je drinkt, stressmomenten, en of er meldingen zijn van nachtelijke activiteiten.

Hoe ziet onderzoek in een slaapcentrum er eigenlijk uit?

Veel mensen schrikken bij het idee van een slaaponderzoek. Beplakt met elektroden, camera op je gericht, in een vreemd bed. Maar als slaapwandelen vaker voorkomt en er twijfel is over wat er precies gebeurt, kan een nacht in een slaapcentrum wel degelijk nuttig zijn.

Bij een polysomnografie (slaaponderzoek) wordt onder andere gekeken naar:

  • Je hersenactiviteit (welke slaapstadia, hoe vaak onderbroken).
  • Je ademhaling (zijn er apneus die je slaap verstoren).
  • Spierspanning en bewegingen.
  • Eventueel video-opname om gedrag vast te leggen.

Zo kun je onderscheid maken tussen “gewoon” slaapwandelen, nachtmerries, nachtelijke paniekaanvallen, REM-slaapgedragsstoornis of epileptische aanvallen in de slaap. Dat klinkt misschien als detail, maar de behandeling verschilt per aandoening.

Wat kun je zelf doen om de kans op slaapwandelen te verkleinen?

Je kunt je aanleg niet wegtoveren, maar je kunt je brein wel een stuk minder prikkelbaar maken voor die halve-wekreacties. De basis is saai maar effectief:

  • Houd vaste bedtijden aan, ook in het weekend.
  • Mik op voldoende slaapuren. Structureel te weinig slapen is vragen om ellende.
  • Beperk alcohol, zeker in de avond. Liever geen “slaapmutsje” vlak voor het naar bed gaan.
  • Vermijd zware maaltijden en intensief sporten vlak voor het slapen.
  • Bouw een rustige routine in het laatste uur voor bed: geen knetterdrukke series, geen eindeloos doomscrollen.

Bij sommige mensen helpt het om een soort “geplande wekker” in te zetten. Als je episodes vaak rond dezelfde tijd optreden, kan een korte wekker 15 tot 30 minuten daarvoor de slaapcyclus net genoeg verschuiven om een episode te voorkomen. Dat doe je uiteraard niet op eigen houtje tot in het absurde, maar het is iets wat je met een arts of slaapdeskundige kunt bespreken.

Medicatie: wanneer wel, wanneer liever niet?

Er zijn medicijnen die de kans op slaapwandelen kunnen verminderen, bijvoorbeeld bepaalde kalmerende middelen of antidepressiva in lage dosering. Maar daar zitten meteen een paar grote “maars” aan:

  • Ze pakken vaak het symptoom aan, niet de onderliggende trigger.
  • Ze kunnen bijwerkingen geven, waaronder juist weer slaperigheid overdag.
  • Ze zijn meestal bedoeld voor kortdurend gebruik, bijvoorbeeld in een heel risicovolle periode.

Daarom zie je in Nederland en België dat artsen eerst kijken naar slaapgedrag, omgeving en eventuele andere slaapstoornissen. Pas als dat onvoldoende helpt of als er ernstige risico’s zijn, komt medicatie op tafel.

Wat als slaapwandelen samen gaat met andere problemen?

Bij volwassenen zie je opvallend vaak combinaties:

  • Slaapwandelen plus slaapapneu: adempauzes verstoren de diepe slaap en lokken episodes uit.
  • Slaapwandelen plus rusteloze benen of periodieke beenbewegingen: de slaap wordt gefragmenteerd.
  • Slaapwandelen plus angststoornis of depressie: stress, piekeren en medicatie spelen mee.

Daarom is het zo belangrijk dat er niet alleen naar het slaapwandelen zelf wordt gekeken, maar naar het hele plaatje. Soms is het behandelen van de apneu (bijvoorbeeld met een CPAP-apparaat) voldoende om de episodes flink te verminderen. Soms helpt psychologische ondersteuning om met stress of trauma om te gaan, waardoor de nachten rustiger worden.

En hoe zit het met aansprakelijkheid en schaamte?

Een ongemakkelijke vraag, maar hij komt vaker voorbij dan je denkt: ben ik verantwoordelijk voor wat ik in mijn slaap doe? Juridisch is dat een mijnenveld en sterk afhankelijk van de situatie. Medisch gezien is het simpel: tijdens een echte slaapwandel-episode ben je niet bij bewustzijn en heb je geen normale controle over je gedrag.

Voor de meeste mensen is de grotere vraag: durf ik dit te delen met mijn partner, vrienden, werkgever? Daar zit die schaamte. Terwijl openheid vaak juist opluchting geeft. Je hoeft niet iedereen alle details te vertellen, maar een simpele “Ik heb een slaapstoornis waardoor ik soms ’s nachts rondloop” is al een begin.

Als je merkt dat schaamte of angst om te slapen je leven overneemt, is het de moeite waard om ook psychologische hulp te overwegen. Niet omdat je “gek” bent, maar omdat leven met een onvoorspelbare nachtelijke versie van jezelf gewoon zwaar kan zijn.

Waar vind je betrouwbare informatie?

Online is er van alles te vinden over slaapwandelen, variërend van nuchtere uitleg tot wilde complottheorieën. Voor Nederlandse en Belgische lezers zijn dit goede startpunten:

Deze sites geven heldere, medisch onderbouwde informatie en sluiten aan bij hoe er in Nederland en België naar slaapstoornissen wordt gekeken.

FAQ over slaapwandelen bij volwassenen

1. Moet je iemand die slaapwandelt wakker maken of juist niet?
Het klassieke advies “nooit wakker maken” is wat zwart-wit. Iemand bruusk wakker schudden kan leiden tot paniek of agressie, omdat die persoon zich totaal niet oriënteerd voelt. Rustig begeleiden richting bed is meestal het beste. Als iemand duidelijk gevaar loopt (bijvoorbeeld bij een trap of raam), dan gaat veiligheid voor en mag je best steviger ingrijpen.

2. Is slaapwandelen een teken van een psychische stoornis?
Niet per se. Veel mensen die slaapwandelen hebben verder geen psychiatrische diagnose. Wel kunnen stress, trauma of psychische aandoeningen een rol spelen als trigger. Zie het meer als een kwetsbaarheid in de manier waarop jouw brein van diep slapen naar wakker worden schakelt, die gevoeliger wordt onder druk.

3. Gaat slaapwandelen bij volwassenen nog over?
Bij sommige mensen neemt het af als de levenssituatie rustiger wordt, de slaap beter geregeld is of een andere onderliggende slaapstoornis behandeld wordt. Bij anderen blijft er een zekere aanleg. Dan wordt het doel vooral: de frequentie en ernst beperken en de situatie zo veilig mogelijk maken. Helemaal verdwijnen kan, maar is niet gegarandeerd.

4. Is slaapwandelen erfelijk?
Er is duidelijk een erfelijke component. In families waar één of beide ouders slaapwandelen of vroeger slaapwandelden, zie je het vaker bij kinderen én bij volwassen familieleden. Dat betekent niet dat je er niks aan kunt doen, maar wel dat je misschien wat alerter moet zijn op triggers zoals slaaptekort en onregelmatige diensten.

5. Kan ik nog wel veilig alleen wonen als ik slaapwandel?
Dat hangt af van de ernst van je episodes. Als je af en toe een paar stappen zet en verder niets, is dat een ander verhaal dan wanneer je de straat op loopt of met messen in de weer bent. Met goede veiligheidsmaatregelen, een degelijk slotbeleid en eventueel hulp van een slaaparts is alleen wonen vaak prima mogelijk. Maar het is verstandig om dat niet in je eentje te beoordelen; bespreek het met een arts of slaapdeskundige.

Explore More Parasomnieën

Discover more examples and insights in this category.

View All Parasomnieën