Wandelen in je slaap, schreeuwen in de nacht - hoe houd je het veilig?

Stel je voor: je wordt wakker in de hal, met je jas half aan. De voordeur op een kier. Je herinnert je niets. En dit is niet de eerste keer. Voor veel mensen met parasomnieën - slaapwandelen, nachtangsten, REM-slaapgedragsstoornis, slaapgerelateerd eten - is dit geen spannende anekdote, maar gewoon dinsdag. Het probleem? Parasomnieën zijn meestal niet levensbedreigend, maar de situaties die eruit voortkomen kunnen dat wél zijn. Trap af, balkon, keukenmessen, het verkeer buiten... het zijn ineens geen abstracte risico's meer. Toch merk ik in gesprekken met patiënten en naasten dat de focus vaak ligt op de "gekke" kant van parasomnieën: de rare verhalen, de grappige filmpjes, de schaamte. Terwijl de belangrijkste vraag eigenlijk zou moeten zijn: hoe maken we de nacht zo veilig mogelijk, zonder het hele huis in een bunker te veranderen? In dit artikel duiken we in de praktische kant van veiligheid bij parasomnieën. Niet alleen voor mensen die zelf slaapwandelen of vechten in hun slaap, maar ook voor partners, ouders en huisgenoten die zich 's nachts afvragen: wat als het vannacht misgaat?
Written by
Jamie
Published
Updated

Parasomnieën zijn geen horrorfilm, maar de omgeving kan dat wel worden

Parasomnieën klinken vaak spectaculairder dan ze in de praktijk zijn. Slaapwandelen, praten in je slaap, nachtangsten, REM-slaapgedragsstoornis (vechten en schoppen tijdens dromen), slaapgerelateerd eten - het hoort allemaal in datzelfde rijtje. Het brein slaapt, maar bepaalde systemen zijn nog net iets te actief.

Het lastige: de persoon zelf is meestal niet aanspreekbaar, heeft geen normaal beoordelingsvermogen en herinnert zich achteraf weinig tot niets. Combineer dat met een trap, scherpe hoeken, glas, een balkon of een drukke straat, en je hebt een recept voor ongelukken.

Dus ja, de aandoening zelf is op papier “onschuldig”. De context waarin iemand slaapt, dat is waar het spannend wordt.

Waarom artsen dit soms onderschatten

In de spreekkamer hoor je vaak: “Ach, slaapwandelen komt bij kinderen veel voor, dat gaat wel over.” En bij volwassenen: “Laat je partner je gewoon zachtjes terug naar bed begeleiden.” Klinkt aardig, maar het is soms best wel naïef.

Neem Karin, 42 jaar. Ze heeft een REM-slaapgedragsstoornis. In haar dromen wordt ze aangevallen, en in het echt schopt en slaat ze wild om zich heen. De eerste keer dat haar partner een blauw oog had, lachten ze er nog om. De derde keer niet meer. Toen ze een keer wakker werd met haar nachtkastje omver en bloed aan haar hand, was het ineens een veiligheidskwestie.

Of Daan, 9 jaar, die ‘s nachts slaapwandelt. Zijn ouders vonden hem een keer op de overloop, vlak bij de trap. Blote voeten, ogen open, totaal afwezig. De kinderarts zei: “Komt veel voor, niets om je zorgen over te maken.” Maar als je kind op een traprand staat, voelt dat toch net even anders.

Het punt: parasomnieën zijn medisch gezien vaak “goedaardig”, maar het letsel dat eruit kan voortkomen is dat niet. Daarom is veiligheid geen luxe, maar een basisvoorwaarde.

Eerst dit: wanneer is het echt tijd voor hulp?

Voor we het hebben over slotjes, hekken en matrassen op de grond, is er één vraag: moet er een arts of slaapcentrum bij betrokken worden?

Twijfel niet en schakel hulp in als:

  • iemand zichzelf of anderen verwondt of bijna verwondt tijdens de nacht
  • er sprake is van agressief gedrag in de slaap (slaan, schoppen, grijpen, smijten)
  • er plotseling op latere leeftijd nieuwe parasomnieën ontstaan, vooral boven de 40 jaar
  • iemand ‘s nachts de deur uit gaat of bijna het huis verlaat
  • er ernstige slaperigheid overdag is, of vreemde periodes van “wegvallen”

Bij volwassenen met nieuwe of verergerende parasomnieën kan er soms iets onderliggends spelen, zoals een neurologische aandoening, slaapapneu of gebruik van bepaalde medicijnen. Dat wil je niet missen.

Voor een eerste indruk kun je kijken op Thuisarts over slaapwandelen of informatie bij de Hersenstichting. Maar laat dat geen excuus zijn om een echte beoordeling uit te stellen als je buikgevoel zegt: dit is niet oké.

Het huis als “veilig parcours” in plaats van hindernisbaan

Veiligheid bij parasomnieën begint eigenlijk heel saai: met plattegrond-denken. Waar kan het misgaan? Waar is valgevaar, waar zijn scherpe randen, waar is vuur, waar is glas, waar is de uitgang?

In de praktijk zie ik vaak dat kleine aanpassingen al een wereld van verschil maken.

Trappen, balkons en ramen: de grote valkuilen

Trappen zijn bij slaapwandelen en nachtangsten de nummer één zorg. Een paar dingen die vaak goed werken:

  • Plaats een stevig traphekje, niet alleen bij kleine kinderen. Ja, ook bij volwassenen. Het voelt misschien wat kinderachtig, maar liever kinderachtig dan in het ziekenhuis.
  • Zorg voor goede verlichting met bijvoorbeeld een nachtlampje in de gang. Niet omdat de slaapwandelaar daardoor “beter ziet”, maar omdat iemand die half wakker wordt minder desoriëntatie ervaart.
  • Kijk kritisch naar balkons en ramen in slaapkamers op hoogte. Een raam dat makkelijk wijd open kan in de nacht is bij ernstige parasomnieën gewoon geen goed idee. Beperk de opening of gebruik een raambegrenzer.

De slaapkamer als “zachte zone”

De slaapkamer zelf kun je een stuk vriendelijker maken voor nachtelijke capriolen:

  • Haal scherpe hoeken en lage tafeltjes weg uit de looproute van bed naar deur.
  • Gebruik waar mogelijk afgeronde meubels.
  • Verplaats breekbare spullen (glas, vazen, spiegels) uit de directe omgeving van het bed.
  • Overweeg het matras tijdelijk op de grond te leggen bij ernstig valgevaar.

Ik sprak eens een man met heftige REM-slaapgedragsstoornis die in een hotel met zijn hoofd tegen een glazen nachtkastje terechtkwam. Thuis had hij alles al “gevechts-proof” gemaakt, maar hij had nooit stilgestaan bij logeren. Sindsdien checkt hij hotelkamers op glas en scherpe hoeken. Klinkt overdreven, totdat je het litteken ziet.

Keuken en gevaarlijke objecten

Mensen met slaapgerelateerd eten of slaapwandelen belanden opvallend vaak in de keuken. Dat is niet alleen slecht voor de koelkast, maar ook voor de veiligheid.

Een paar praktische maatregelen:

  • Berg scherpe messen op in een lade met kinderslot.
  • Laat geen pannen op het fornuis staan en schakel eventueel de gasvoorziening ‘s nachts uit als dat eenvoudig kan.
  • Zet schoonmaakmiddelen en alcoholische dranken buiten direct bereik.

Dit voelt misschien nogal drastisch, maar vraag je af: wat is reëel gezien het risico? Als iemand ‘s nachts al een keer bijna de oven heeft aangezet of met een mes in de hand is aangetroffen, is een kinderslot ineens helemaal niet zo gek meer.

De voordeur-discussie: op slot of juist niet?

Een van de spannendste dilemma’s bij ernstige parasomnieën: moet de voordeur extra op slot, zodat iemand er ‘s nachts niet uit kan? Of levert dat juist gevaar op bij brand?

Hier is geen perfect antwoord, maar wel een paar overwegingen:

  • Als iemand herhaaldelijk ‘s nachts de deur uitgaat of bijna uitgaat, is extra beveiliging vaak verstandig.
  • Kies bij voorkeur voor een oplossing die van binnenuit door een wakkere volwassene snel te openen is, maar voor een niet-bewuste slaapwandelaar een drempel vormt. Denk aan een hoog geplaatste grendel, een extra schuifslot of een code-slot.
  • Maak met alle huisgenoten duidelijke afspraken over wie de sleutel heeft en hoe snel de deur bij nood open kan.

Bij kinderen is het meestal redelijk om de voordeur ‘s nachts zodanig te vergrendelen dat ze er niet zelfstandig uit kunnen. Bij volwassenen wordt het gevoel van autonomie belangrijker, maar veiligheid blijft leidend als het risico echt hoog is.

De partner in de vuurlinie

Partners van mensen met parasomnieën onderschatten vaak hoe zwaar hun rol is. Ze slapen licht, zijn alert op ieder geluid, en krijgen soms letterlijk klappen te verduren.

Neem Mark, 38 jaar, met een uitgesproken REM-slaapgedragsstoornis. In zijn dromen wordt hij aangevallen, en in het echt slaat hij wild om zich heen. Zijn vrouw sliep eerst naast hem, maar werd meerdere keren geraakt. De oplossing werd uiteindelijk een combinatie van medicatie, een groter bed en tijdelijk gescheiden slapen.

Een paar punten waar partners zich niet schuldig over hoeven te voelen:

  • Apart slapen kan een zeer verstandige veiligheidsmaatregel zijn, geen relatiebreuk.
  • Je mag grenzen stellen: als je herhaaldelijk verwond raakt, is het terecht om te zeggen: zo kan het niet verder.
  • Het is niet jouw taak om ‘s nachts lijf en leden te riskeren om iemand tegen te houden. Veiligheid van beide personen telt.

Bij heftige nachtelijke agressie is het soms beter om de slaapkamer van de persoon met parasomnieën zelf “veilig” te maken, en de partner in een andere kamer te laten slapen, in plaats van andersom.

Moet je iemand wakker maken of juist niet?

Dit is zo’n klassieker waar iedereen een mening over heeft. “Je mag een slaapwandelaar nooit wakker maken” hoor je vaak. De realiteit is iets genuanceerder.

  • Bij kinderen die rustig slaapwandelen en geen direct gevaar lopen, kun je ze meestal beter zachtjes begeleiden terug naar bed zonder ze volledig wakker te maken.
  • Bij volwassenen in gevaarlijke situaties (bijvoorbeeld richting trap, voordeur, balkon) is veiligheid belangrijker dan de mythe. Dan is het vaak beter om iemand wel te stoppen, desnoen nodig ook door stevig aan te spreken.

Belangrijk: iemand die abrupt wordt wakker gemaakt uit een parasomnie kan verward en soms agressief reageren. Zorg dus dat jij zelf niet in een kwetsbare positie staat. Blijf op afstand als er geslagen of gegooid wordt, en probeer vanuit de deuropening te sturen in plaats van er middenin te gaan staan.

Medicatie, alcohol en andere stille saboteurs

Veiligheid is niet alleen een kwestie van meubels en sloten. Wat iemand overdag slikt of drinkt, speelt vaak een grotere rol dan mensen denken.

Factoren die parasomnieën kunnen uitlokken of verergeren:

  • alcoholgebruik in de avond
  • bepaalde slaapmiddelen en kalmeringsmiddelen
  • ernstige slaaptekort of onregelmatig slaappatroon
  • sommige antidepressiva

Dit betekent niet dat je ineens alles moet stoppen, maar wel dat je het gesprek met je arts moet aangaan. Soms kan een kleine aanpassing in medicatie of slaaphygiëne al veel nachtelijke onrust schelen.

Op sites als Gezondheidsnet en Slaapinstituut.nl vind je algemene informatie over slaap en middelen die slaap beïnvloeden, maar pas medicatie nooit eigenhandig aan zonder overleg.

Kinderen met parasomnieën: beschermen zonder ze bang te maken

Bij kinderen ligt de balans nog gevoeliger. Je wilt ze beschermen, maar je wilt niet dat ze zich “raar” of ziek voelen.

Een paar dingen die in gezinnen vaak goed werken:

  • Maak de kamer veilig zoals je dat bij een peuter zou doen, ook als het kind al 8 of 10 is: geen hoogslaper, geen scherpe hoeken, geen losliggende kabels.
  • Leg rustig uit wat er gebeurt: “Jij doet soms dingen in je slaap zonder dat je het weet. Dat is niet eng, maar daarom zorgen wij dat je kamer extra veilig is.”
  • Vermijd straf of schaamte rond nachtelijke gebeurtenissen. Een kind dat ‘s nachts in huis rondloopt, doet dat niet expres.

Ouders hebben vaak de neiging om naast het bed te gaan zitten wachten “voor het geval dat”. Begrijpelijk, maar op lange termijn niet vol te houden. Beter is het om het huis zo aan te passen dat je als ouder ook nog kunt slapen.

Wanneer je een slaapcentrum moet overwegen

Soms kun je nog zo veel aanpassen in huis, en blijft het onveilig voelen. Dan is het tijd om een stap verder te gaan.

Een slaapcentrum of neuroloog met expertise in slaapstoornissen kan:

  • beoordelen of er een onderliggende aandoening speelt (bijvoorbeeld epilepsie, slaapapneu, neurologische ziekte)
  • een slaaponderzoek (polysomnografie) voorstellen
  • medicamenteuze behandeling overwegen, vooral bij REM-slaapgedragsstoornis en zeer heftige parasomnieën

Als je huisarts het afdoet met “het hoort erbij” terwijl je partner elke week met blauwe plekken wakker wordt, mag je echt om verwijzing vragen. Je hoeft niet te wachten tot het een keer goed misgaat.

Emotionele veiligheid: de onzichtbare laag

We hebben het nu vooral gehad over fysieke veiligheid, maar er is nog een laag: de emotionele impact.

Mensen met parasomnieën schamen zich vaak kapot. Ze zijn bang dat ze anderen pijn doen, dat ze als “gek” worden gezien, of dat hun partner het zat wordt. Partners voelen zich machteloos, bang en soms boos.

Het helpt om parasomnieën te benaderen zoals je dat bij slaapapneu of diabetes zou doen: als een medisch verschijnsel waar je samen zo praktisch mogelijk mee omgaat. Niet als karakterfout of gebrek aan wilskracht.

Open erover praten met huisarts, eventueel een psycholoog, en betrouwbare informatiebronnen opzoeken kan al veel spanning wegnemen. Het maakt het ook makkelijker om samen keuzes te maken over bijvoorbeeld apart slapen of het aanpassen van de slaapkamer.

Veelgestelde vragen over veiligheid bij parasomnieën

Kan iemand tijdens slaapwandelen van de trap vallen of uit het raam springen?

Ja, dat kan. Het komt gelukkig niet dagelijks voor, maar de gevallen die we in de praktijk zien zijn vaak ernstig. Daarom is het zo belangrijk om trappen en ramen extra te beveiligen als iemand regelmatig slaapwandelt, vooral ‘s nachts zonder toezicht.

Is het gevaarlijk om iemand met een nachtelijke paniekaanval of nachtangst wakker te maken?

Gevaarlijk is een groot woord, maar iemand kan flink verward en soms agressief reageren. Vaak is het beter om de persoon te beschermen tegen letsel, bijvoorbeeld door obstakels weg te halen en rustig te spreken, dan om hardhandig wakker te schudden. Bij kinderen met nachtangsten helpt het meestal weinig om ze wakker te maken; ze slapen er vaak doorheen.

Helpt een camera in de slaapkamer bij de veiligheid?

Een camera voorkomt geen ongelukken, maar kan wel helpen om beter te begrijpen wat er gebeurt. Dat kan nuttig zijn voor een arts of slaapcentrum. Voor directe veiligheid is het belangrijker om de omgeving aan te passen. Als je een camera gebruikt, bespreek dat dan altijd met de persoon in kwestie en houd rekening met privacy.

Zijn parasomnieën altijd ongevaarlijk voor de hersenen zelf?

De parasomnie op zich beschadigt de hersenen niet. Het risico zit hem in de situaties die erdoor ontstaan: vallen, botsen, ongelukken in de keuken of op straat. Wel kunnen bepaalde parasomnieën, zoals een REM-slaapgedragsstoornis die op latere leeftijd ontstaat, een signaal zijn van een onderliggende neurologische aandoening. Dat is een reden om het serieus te nemen en te laten onderzoeken.

Wanneer is apart slapen een goed idee?

Apart slapen is het overwegen waard als:

  • de partner herhaaldelijk gewond raakt
  • er ‘s nachts veel geslagen, geschopt of gegooid wordt
  • één van beiden nauwelijks nog slaapt door angst of alertheid

Je kunt het ook tijdelijk doen, bijvoorbeeld tot er een behandeling is ingesteld of de slaapkamer veiliger is gemaakt. Zie het als een veiligheidsmaatregel, niet als een relatieverklaring.

Tot slot: veiligheid is geen paniekstand, maar goed huiswerk

Veiligheid bij parasomnieën gaat niet over het hele huis hermetisch afsluiten en nooit meer ontspannen slapen. Het gaat erom dat je eerlijk kijkt naar het risico in jouw situatie, en dan nuchtere, praktische stappen zet.

Dat begint bij erkenning: dit gebeurt, het is niet “raar”, en we mogen het serieus nemen. Dan volgt het huiswerk: loop letterlijk door het huis en vraag je af: als iemand hier vannacht in een halve slaaptoestand rondloopt, waar gaat het dan mis?

En als je merkt dat je ondanks alle maatregelen nog steeds met een knoop in je maag naar bed gaat, is dat op zich al een signaal. Dan is het tijd om er een professional bij te halen. Je hoeft dit niet alleen uit te zoeken. Slaap mag onrustig zijn, maar de basis zou veilig moeten voelen. Voor iedereen in huis.

Explore More Parasomnieën

Discover more examples and insights in this category.

View All Parasomnieën