Als je in je slaap dingen doet waar je wakker van schrikt
Parasomnieën zijn gedragingen, ervaringen of bewegingen die optreden tijdens de slaap of tijdens de overgangen tussen slapen en waken. Je zou kunnen zeggen: je brein probeert te slapen, maar sommige systemen doen nog lekker mee alsof je wakker bent.
Belangrijk detail: bij veel parasomnieën ben je zelf nauwelijks of niet aanspreekbaar, en de volgende ochtend weet je er weinig tot niets meer van. Toch kan het er van buitenaf behoorlijk indrukwekkend uitzien.
Artsen delen parasomnieën grofweg in drie groepen:
- verschijnselen vanuit de diepe non-REM-slaap (zoals slaapwandelen)
- verschijnselen vanuit de REM-slaap, de droomslaap (zoals REM-slaapgedragsstoornis)
- ongein rond het inslapen of wakker worden (zoals slaapparalyse)
Maar eerlijk: daar lig je om drie uur ‘s nachts niet van wakker. Waar je wél mee zit, is: is dit normaal, is het gevaarlijk, en wat moet ik hiermee?
Van slaapwandelen tot schreeuwen: hoe ziet dat eruit?
Als je met mensen praat die last hebben van parasomnieën, hoor je vaak een soortgelijke zin: “Ik schaam me er eigenlijk voor, maar…”. Daarna volgen verhalen die variëren van licht komisch tot ronduit heftig.
Neem Karin, 34 jaar. Haar partner werd er knettergek van dat zij bijna elke nacht praatte in haar slaap. Soms grappig, soms boos, soms leek ze hele vergaderingen te voeren. Karin zelf? Die wist van niets. Ze dacht: ach, onschuldig. Tot ze een keer ‘s nachts opstond, naar de voordeur liep en begon te rommelen met het slot. Gelukkig werd haar partner wakker. Dat bleek geen gewone “praat-slaap”, maar slaapwandelen.
Aan de andere kant van het spectrum zit iemand als Joost, 62 jaar. Hij werd ‘s nachts meerdere keren wakker omdat hij zichzelf midden in een vechtpartij terugvond. Trappen, slaan, schreeuwen. Niet in het echt, maar in zijn droom. Alleen: zijn lichaam deed gewoon mee. Zijn vrouw kreeg klappen, hijzelf liep blauwe plekken op. Dit past bij een REM-slaapgedragsstoornis, waarbij de normale spierverslapping in de droomslaap wegvalt.
En dan zijn er nog de kinderen. Veel ouders kennen het beeld: een kind dat ineens rechtop in bed zit, wijd opengesperde ogen, hartslag door het dak, gillen, paniek. Je krijgt er geen contact mee. Na een paar minuten zakt het weg en de volgende ochtend weet het kind van niks. Dat zijn nachtangsten, ook een vorm van parasomnie.
Je ziet: het spectrum is breed. Van onschuldig en vooral irritant tot gevaarlijk en relationeel belastend.
Waarom artsen dit soms afdoen als ‘ach, dat hoort erbij’
Parasomnieën worden vaak laat serieus genomen. Huisartsen horen regelmatig: “Ja, hij praat in zijn slaap” of “ons kind heeft soms enge dromen” en denken dan: normaal, gaat wel over. Soms klopt dat ook. Maar niet altijd.
Er spelen een paar dingen mee:
- Veel parasomnieën komen bij kinderen voor en verdwijnen inderdaad met de jaren. Daardoor zijn artsen geneigd het bij volwassenen ook af te wachten.
- Mensen schamen zich, of denken dat het “gewoon stress” is en vertellen maar de helft van het verhaal.
- Partners of ouders wennen er soms aan en melden het pas als er ongelukken gebeuren.
Toch kan achter een parasomnie iets anders schuilgaan, zoals een slaapstoornis met ademstops (obstructief slaapapneu), gebruik van bepaalde medicijnen, neurologische aandoeningen of overmatig alcoholgebruik. En dan is afwachten nou net geen goed idee.
Non-REM-parasomnieën: half slapen, half handelen
Bij non-REM-parasomnieën speelt het zich meestal af in de eerste helft van de nacht, als je in je diepe slaap zit. Je brein probeert daar te blijven, maar een deel “schiet eruit” en veroorzaakt gedrag.
Typische non-REM-parasomnieën zijn:
- slaapwandelen
- nachtangsten (pavor nocturnus)
- verward ontwaken (confusional arousals)
Wat opvalt: wie het heeft, is moeilijk wakker te krijgen, reageert vertraagd of helemaal niet, en heeft de volgende dag weinig herinnering.
Een klassieker: iemand die ‘s nachts in zijn ondergoed de trap af loopt, wat kastdeuren opentrekt, misschien een paar woorden mompelt, en dan weer terug in bed kruipt. De partner zit rechtop in bed met hartslag 140, de “dader” slaapt rustig verder.
Bij kinderen zie je vaak dat het samenhangt met:
- oververmoeidheid
- onregelmatige bedtijden
- koorts of ziekte
Bij volwassenen spelen slaaptekort, onregelmatig werk (nacht- of ploegendienst), alcohol of stress vaak een rol.
REM-parasomnieën: als je dromen te echt worden
REM-slaap is de fase waarin je het meest levendig droomt. Normaal gesproken is je lichaam dan vrijwel verlamd: een handige beveiliging, zodat je niet alles wat je droomt ook daadwerkelijk uitvoert.
Bij REM-slaapgedragsstoornis (RBD) gaat dat mis. De spierremming valt weg, terwijl de droomactiviteit juist hoog is. Gevolg: je gaat je dromen uitspelen.
Dat kan variëren van praten en roepen tot slaan, trappen, uit bed springen, rennen. Vaak gaat het om dromen waarin iemand wordt aangevallen of moet vluchten. Mensen met RBD zijn meestal wél goed wakker te krijgen en weten vaak nog (delen van) de droom.
Waarom is dit zo belangrijk om te herkennen? Niet alleen vanwege de directe risico’s (verwondingen, valpartijen, schade aan de partner), maar ook omdat RBD soms een vroege aanwijzing kan zijn voor een neurologische aandoening zoals de ziekte van Parkinson of een andere vorm van neurodegeneratie. Dat klinkt zwaar, maar het is precies waarom je dit niet moet wegwuiven als “hij slaapt gewoon onrustig”.
De rare tussenzone: slaapparalyse, hallucinaties en andere grensgevallen
Er zijn ook verschijnselen die optreden tijdens het in slaap vallen of wakker worden. Je bent dan half wakker, half in droomsfeer. Dat levert combinaties op die je serieus kunnen laten twijfelen aan je eigen verstand.
Slaapparalyse is daar een berucht voorbeeld van. Je wordt wakker, bent je bewust van je omgeving, maar je kunt je lichaam niet bewegen. Soms komt daar een drukkend gevoel op de borst bij, of het gevoel dat er “iemand” in de kamer is. Je weet rationeel dat het niet klopt, maar in dat moment voelt het akelig echt.
Veel mensen durven hier niet over te praten uit angst dat ze voor “raar” worden versleten. Terwijl het eigenlijk een bekend fenomeen is: je brein is al wakker, maar de spierremming van de REM-slaap loopt een paar seconden tot minuten achter.
Er zijn ook hypnagoge en hypnopompe hallucinaties: levensechte beelden, geluiden of sensaties bij het inslapen of wakker worden. Denk aan stemmen horen, een figuur in de kamer zien, of het gevoel dat je valt. Op zichzelf hoeven die niet ernstig te zijn, maar als het vaak voorkomt of samen met extreme slaperigheid overdag, kan er meer aan de hand zijn, zoals narcolepsie.
Hoe gevaarlijk is het eigenlijk?
De vraag die bijna iedereen vroeg of laat stelt: moet ik me zorgen maken?
Het eerlijke antwoord: het hangt ervan af. Een paar keer per jaar praten in je slaap of een losse rare droom waarbij je een keer wild om je heen slaat, is meestal niet zo spannend. Maar sommige signalen zijn een duidelijke reden om wél aan de bel te trekken.
Denk aan situaties zoals:
- je loopt ‘s nachts rond en komt in de buurt van trap, balkon, ramen of voordeur
- je partner raakt gewond door jouw nachtelijke gedrag
- je wordt zelf regelmatig wakker met blauwe plekken of kapotte spullen
- je hebt geheugenstukken kwijt (je vindt bijvoorbeeld eten in de keuken dat je niet kunt plaatsen)
- je hebt naast parasomnieën ook ademstops, snurken, ernstige slaperigheid overdag of stemmingsklachten
In die gevallen is het verstandig om niet te blijven hopen dat het wel overwaait, maar het actief te laten onderzoeken.
Hoe wordt zoiets onderzocht zonder dat je hele nacht gefilmd wordt?
Veel mensen denken dat je meteen een nacht in een slaaplaboratorium moet doorbrengen. Dat kan, maar is lang niet altijd de eerste stap.
Meestal begint het bij de huisarts. Die vraagt naar:
- wat er precies gebeurt (liefst met beschrijving van partner of huisgenoot)
- hoe vaak het voorkomt
- of er verwondingen zijn geweest
- welke medicijnen, alcohol of drugs je gebruikt
- of er andere slaapklachten zijn, zoals snurken of ademstops
Een slaapdagboek en filmpjes die partner of ouders met de telefoon maken, kunnen verrassend informatief zijn. Ja, dat voelt misschien wat ongemakkelijk, maar voor een arts is dat goud waard.
Als er serieuze twijfel is over het type parasomnie, of als er verdenking is op bijvoorbeeld slaapapneu, epilepsie of RBD, volgt vaak een verwijzing naar een slaapcentrum of neuroloog. Daar kan een polysomnografie worden gedaan: een nacht met plakkers op je hoofd, borst en benen, waarmee hersenactiviteit, ademhaling, hartslag en spieractiviteit worden gemeten.
Wat kun je zelf doen voordat je in een slaapcentrum belandt?
Er zijn een paar relatief simpele dingen die bij veel mensen al verschil maken. Klinkt misschien saai, maar voor parasomnieën werkt “saaie regelmaat” vaak beter dan welk fancy slaapgadget dan ook.
Denk bijvoorbeeld aan:
- vaste bed- en opstaantijden, ook in het weekend
- voldoende slaapuren (niet structureel op 5 of 6 uur draaien)
- matig met alcohol, zeker in de avond
- geen zware maaltijden vlak voor het slapen
- cafeïne beperken in de tweede helft van de dag
- een rustige, donkere, koele slaapkamer
Bij kinderen met nachtangsten of slaapwandelen helpt het vaak om oververmoeidheid te voorkomen en een voorspelbaar avondritueel te hebben. Soms wordt er gewerkt met “geplande wekkers": het kind wordt dan kort wakker gemaakt vlak voordat de aanvallen meestal optreden. Dat doorbreekt als het ware het patroon.
En ja, veiligheid. Het klinkt wat dramatisch, maar simpele maatregelen als een traphekje, scherpe objecten weghalen, ramen goed afsluiten en de sleutel uit de voordeur halen, kunnen ongelukken voorkomen.
Wanneer medicatie of therapie in beeld komt
Niet iedereen met parasomnieën heeft medicijnen nodig. Sterker nog, bij een groot deel is het helemaal niet nodig.
Toch zijn er situaties waarin artsen wel naar medicatie grijpen, bijvoorbeeld bij:
- REM-slaapgedragsstoornis met risico op ernstig letsel
- hardnekkige non-REM-parasomnieën die niet reageren op slaaphygiëne en gedragsmaatregelen
Dan komen middelen als clonazepam of melatonine soms in beeld, altijd onder strikte medische begeleiding. Doe dit nooit op eigen houtje.
Daarnaast kan psychologische begeleiding zinvol zijn, zeker als stress, trauma of angstklachten een duidelijke rol spelen. Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-I) richt zich bijvoorbeeld op slapeloosheid, maar kan indirect ook parasomnieën verminderen doordat de slaapkwaliteit verbetert.
Parasomnieën en schaamte: waarom praten helpt
Een onderbelicht aspect: de impact op relaties en zelfbeeld.
Mensen met heftige parasomnieën vertellen vaak dat ze zich schuldig voelen. “Ik heb mijn partner geslagen in mijn slaap”, “Ik loop ‘s nachts te eten en lieg daarover omdat ik het zelf niet meer weet”, “Mijn kind is bang voor mij als ik zo schreeuw”. Dat hakt erin.
Openheid helpt. Tegen je partner, maar ook tegen je huisarts. Dit zijn geen bewuste keuzes, geen karakterfouten. Het zijn neurologische verschijnselen in je slaap. Hoe eerder je het bespreekbaar maakt, hoe groter de kans dat er iets aan gedaan kan worden - of dat je in ieder geval begrijpt wat er gebeurt.
Parasomnieën bij kinderen: wanneer is het nog ’normaal’?
Bij kinderen komen parasomnieën vaak voor. Nachtangsten, slaapwandelen, praten in de slaap: veel ouders maken het mee. Meestal piekt dit ergens tussen 4 en 12 jaar en neemt het daarna vanzelf af.
Je hoeft niet direct naar de dokter als je kind af en toe een nachtangst heeft, hoe heftig dat er ook uitziet. Belangrijker is:
- is het kind overdag fit en vrolijk?
- zijn er geen verwondingen of gevaarlijke situaties?
- zijn er geen andere opvallende klachten, zoals ademstops, extreem snurken of forse gedragsveranderingen?
Als je twijfelt, is een gesprek met de huisarts altijd prima. Liever een keer “onnodig” gegaan dan te lang rondlopen met zorgen.
Veelgestelde vragen over parasomnieën
1. Gaat slaapwandelen vanzelf over?
Bij kinderen vaak wel. Naarmate het zenuwstelsel rijpt en de slaap stabieler wordt, nemen slaapwandel-episodes meestal af. Bij volwassenen ligt dat anders: als je op latere leeftijd begint met slaapwandelen, of het wordt juist erger, dan is dat reden om het te laten onderzoeken.
2. Kun je iemand wakker maken die slaapwandelt?
Het bekende advies “nooit wakker maken” is nogal overdreven. Het punt is vooral: doe het rustig en veilig. Schrikreacties kunnen iemand verward of agressief maken. Vaak is het handiger om de persoon voorzichtig te sturen en weer naar bed te begeleiden. Als iemand zich in een gevaarlijke situatie bevindt (bijvoorbeeld bij een trap of raam), is ingrijpen uiteraard belangrijker dan de mythe dat je iemand niet wakker mag maken.
3. Heeft stress echt invloed op parasomnieën?
Ja, bij veel mensen zie je dat episodes toenemen in periodes van stress, slaaptekort of onregelmatige werktijden. Stress is zelden de enige oorzaak, maar het werkt wel als aanjager. Daarom zijn ontspanning, regelmaat en voldoende slaap geen loze adviezen, maar praktische manieren om de drempel voor een episode te verhogen.
4. Zijn parasomnieën een teken dat ik ‘gek’ word?
Nee. Parasomnieën zeggen iets over hoe je brein schakelt tussen slaap en waak, niet over je persoonlijkheid of “geestelijke gezondheid” in de zin van psychose of iets dergelijks. Natuurlijk kunnen psychische factoren meespelen, maar parasomnieën op zich zijn geen bewijs dat je gek aan het worden bent.
5. Waar kan ik betrouwbare informatie vinden?
In Nederland en België zijn er goede, toegankelijke bronnen over slaap en slaapstoornissen. Helemaal onderaan vind je een paar links naar sites waar je verder kunt lezen. Blijf zo veel mogelijk bij Nederlandse of Belgische gezondheidswebsites. De informatie sluit beter aan bij onze zorg en richtlijnen dan wat je op allerlei internationale sites tegenkomt.
Waar je verder kunt lezen
Voor wie na dit alles denkt: ik wil hier nog wat dieper in duiken, maar dan graag met betrouwbare bronnen uit onze eigen regio:
- Op Thuisarts.nl vind je begrijpelijke informatie over verschillende slaapstoornissen, zoals slaapapneu en slapeloosheid. Parasomnieën komen vaak in die context aan bod: https://www.thuisarts.nl
- De Hersenstichting heeft artikelen over slaap en de rol van de hersenen, inclusief uitleg over slaapfasen en stoornissen: https://www.hersenstichting.nl
- Slaapinstituut biedt achtergrondinformatie over slaaponderzoek en verschillende slaapstoornissen, waaronder nachtelijke onrust: https://www.slaapinstituut.nl
- Gezondheidsnet heeft laagdrempelige artikelen over slaap, nachtmerries en nachtangsten: https://www.gezondheidsnet.nl
Als je je zorgen maakt over je eigen klachten of die van je kind, blijft het belangrijkste advies: neem de verhalen mee naar je huisarts. Liever een keer te veel gepraat over je nachten dan te lang in het donker blijven rommelen.
Related Topics
Als slapen gevaarlijk wordt – veiligheid bij parasomnieën
Eten tijdens de slaap: als je nachtrust naar de keuken loopt
Waarom je soms ‘valt’ als je in slaap valt
Als nachtmerries je nachten stelen (ook als volwassene)
Seks in je slaap: gênant, grappig of toch een serieuze parasomnie?
Eten tijdens de slaap: als de koelkast ’s nachts terugpraat
Explore More Parasomnieën
Discover more examples and insights in this category.
View All Parasomnieën