BiPAP-therapie: wat er gebeurt als een machine voor je meedenkt

Stel je voor: je ligt in bed, je bent doodmoe, maar elke keer als je bijna wegzakt, schrikt je lichaam wakker omdat je ademhaling stokt. Je partner hoort je snurken, dan stilte, dan een soort naar lucht happend geluid. Gezellig is anders. Voor veel mensen met ernstige slaapapneu of ademhalingsproblemen door een long- of spierziekte is dit helaas dagelijkse kost. Of beter: nachtelijke kost. BiPAP-therapie is dan vaak het punt waarop de arts zegt: "Zo gaan we het niet langer doen." Waar een gewone CPAP soms niet genoeg is, komt BiPAP in beeld als een soort slimme, meedenkende ademhalingshulp. Niet alleen een vaste druk, maar twee verschillende drukken die met je ademhaling meebewegen. Klinkt technisch? Klopt. Maar het raakt aan iets heel menselijks: de behoefte om gewoon rustig te kunnen ademen, zonder strijd. In deze gids lopen we door wat BiPAP eigenlijk doet, voor wie het bedoeld is, hoe het voelt om eraan te beginnen en waarom sommige mensen er na een paar nachten niet meer zonder willen - terwijl anderen er juist behoorlijk mee worstelen. En ja, we hebben het ook over droge mond, lekkende maskers en "ik lijk wel op Darth Vader".
Written by
Jamie
Published
Updated

Waarom een gewone CPAP soms gewoon niet genoeg is

Veel mensen kennen CPAP als de standaardbehandeling bij slaapapneu: een apparaat dat met een constante luchtdruk je luchtweg openhoudt. Werkt vaak prima. Tot het dat niet meer doet.

Neem Karin, 52 jaar, ernstige obstructieve slaapapneu. Ze begon met CPAP, maar elke keer als de druk omhoog moest om haar apneus weg te krijgen, kreeg ze het gevoel dat ze tegen een storm in moest uitademen. Resultaat: onrustige nachten, maskers die ze halverwege de nacht afrukte, en overdag nog steeds moe. Bij de controle in het slaapcentrum bleek: technisch gezien stond alles goed ingesteld, maar haar lichaam werkte gewoon niet lekker mee.

Op dat soort momenten gaat bij de longarts of slaaparts een ander lampje branden: misschien is BiPAP een betere optie.

Wat BiPAP eigenlijk anders doet

BiPAP staat voor Bilevel Positive Airway Pressure. In gewoon Nederlands: twee verschillende positieve drukken. In plaats van één vaste druk, zoals bij CPAP, werkt BiPAP met:

  • een hogere druk bij inademen (IPAP)
  • een lagere druk bij uitademen (EPAP)

Dat verschil is precies waar veel mensen het comfort in vinden. Inademen gaat met wat extra steun, uitademen kost minder kracht dan bij een hoge CPAP-druk.

Bij sommige BiPAP-apparaten kan het apparaat zelfs een soort ademhalingsfrequentie overnemen als je eigen ademhaling te traag of te oppervlakkig wordt. Dat zie je bijvoorbeeld bij mensen met neuromusculaire aandoeningen of ernstige COPD. Dan heb je het niet meer alleen over slaapapneu, maar echt over ademhalingsondersteuning.

Voor wie artsen BiPAP meestal overwegen

In de praktijk zie je BiPAP vooral terug bij mensen die:

  • ernstige obstructieve slaapapneu hebben en CPAP niet verdragen
  • een veel hogere druk nodig hebben dan gemiddeld, waardoor uitademen zwaar wordt
  • ademhalingsproblemen hebben door COPD, obesitas-hypoventilatiesyndroom of een neuromusculaire aandoening
  • centrale slaapapneu of gemengde vormen van slaapapneu hebben, waarbij de aansturing van de ademhaling ook een rol speelt

Soms wordt BiPAP tijdelijk ingezet bij een acute longaanval op de intensive care of longafdeling. Maar waar jij als lezer waarschijnlijk vooral mee te maken hebt, is de thuisbehandeling: een apparaat naast je bed, een slang, een masker, en een hoop vragen.

Hoe voelt het om met BiPAP te starten?

Laten we eerlijk zijn: de eerste nachten zijn vaak allesbehalve romantisch. Een slang aan je gezicht, een apparaat dat blaast, geluiden die je niet kent. En dan nog de confrontatie met het idee: “Blijkbaar kan ik niet meer zonder machine slapen.” Dat is mentaal best wel een ding.

Tom, 38 jaar, met ernstig obesitas-hypoventilatiesyndroom, beschreef zijn eerste nacht zo: “Het voelde alsof ik in een windtunnel lag. Ik dacht: dit ga ik nooit volhouden. Maar na drie nachten merkte ik ineens dat ik niet meer met hoofdpijn wakker werd. En toen was de weerstand een stuk kleiner.”

In het begin moet je lichaam wennen aan:

  • de drukverschillen tussen in- en uitademen
  • het gevoel van lucht in je neus en keel
  • het masker op je gezicht

Veel mensen merken dat ze na een paar nachten automatisch met de druk meebewegen en minder bewust bezig zijn met de techniek. Maar die eerste week is vaak een kwestie van doorzetten, uitproberen en goed contact houden met het slaapcentrum of de leverancier.

Het masker: vriend én vijand

Je kunt het mooiste BiPAP-apparaat van de wereld hebben, als het masker niet past, wordt het niks. Het masker is eigenlijk de zwakke schakel in de hele keten.

Er zijn grofweg drie soorten maskers die bij BiPAP gebruikt worden:

  • neusmaskers (alleen over de neus)
  • neusdoppenmaskers (kleine dopjes in de neusgaten)
  • full-face maskers (over neus én mond)

Mensen die door de mond ademen, komen vaak uit op een full-face masker. Dat is praktischer, maar voelt soms zwaarder en kan meer lekken. Neusmaskers zijn lichter, maar alleen handig als je je mond goed dicht kunt houden.

Bij BiPAP zijn de drukverschillen meestal wat groter dan bij CPAP. Dat betekent dat lekkages sneller opvallen: gesis langs de neusbrug, droge ogen door lucht die omhoog blaast, of een partner die zegt: “Het lijkt wel of er een fietsband staat leeg te lopen.”

Goede maskerafstelling is dus geen luxe, maar pure noodzaak. En nee, de oplossing is bijna nooit “gewoon strakker trekken”. Dan krijg je drukplekken en pijn, en gaat het masker alsnog lekken zodra je je omdraait.

Wat BiPAP voor je lichaam kan veranderen

Als BiPAP goed is ingesteld en je het consequent gebruikt, zie je vaak een paar duidelijke veranderingen:

  • minder apneus en ademstops per uur
  • betere zuurstofwaarden tijdens de slaap
  • minder koolzuurophoping in het bloed (belangrijk bij hypoventilatie)
  • minder ochtendhoofdpijn
  • minder slaperigheid overdag
  • beter concentratievermogen

Bij mensen met bijvoorbeeld obesitas-hypoventilatie zie je soms dat bloedgassen na een paar weken BiPAP-gebruik echt verbeteren. Dat is niet alleen “lekkerder slapen”, maar ook een lagere belasting voor hart en longen.

Toch is het niet altijd een sprookje. Sommige mensen merken dat ze technisch gezien beter slapen, maar dat hun vermoeidheid overdag niet volledig verdwijnt. Dan moet je breder kijken: andere slaapstoornissen, medicatie, depressie, schildklierproblemen, noem maar op. BiPAP lost alleen het ademhalingsstuk op, niet je hele leven.

De mentale kant: slapen aan een machine

Het medische verhaal is vaak duidelijk. Maar het emotionele stuk? Dat wordt nog weleens onderschat.

Veel mensen moeten wennen aan het idee: “Ik hoor nu bij de categorie mensen die met een apparaat moet slapen.” Dat kan voelen als een soort grens. Je bent niet meer alleen iemand met wat overgewicht of “een beetje snurken”, maar iemand met een erkende slaap- of ademhalingsstoornis.

Daar komt bij dat het bed opeens een technische zone wordt. Slang, apparaat, geluid. Partners moeten ook wennen. Sommigen slapen juist beter omdat het gesnurk weg is, anderen vinden het apparaat storend. Het helpt om dit hardop te bespreken in plaats van allebei maar te doen alsof het normaal is.

Een longarts vertelde me eens dat de grootste voorspeller van succes met BiPAP niet de ernst van de slaapapneu is, maar de motivatie van de patiënt en de steun van de omgeving. Klinkt bijna therapeutisch, maar in de spreekkamer zie je het elke week terug.

Praktische hobbels waar bijna iedereen tegenaan loopt

Je bent niet de eerste die denkt: “Dit gaat nooit wennen.” Een paar veelvoorkomende struikelblokken:

Droge mond en droge neus

BiPAP-lucht is schoon en gefilterd, maar kan droog aanvoelen. Daarom zit er meestal een bevochtiger op het apparaat. Als die te laag staat, krijg je een woestijnmond. Staat hij te hoog, dan kun je “regen in de slang” krijgen: condens die terugloopt richting masker. Gezellig wakker worden.

Een goede afstelling van de bevochtiging en kamertemperatuur kan hier veel in doen. En ja, soms is het even zoeken.

Luchtlekken en geluiden

Een beetje lekkage is bijna onvermijdelijk, maar te veel lekken verpesten de therapie én je nachtrust. Vaak is het een combinatie van:

  • masker dat niet goed past bij je gezichtsvorm
  • verkeerde maat
  • te strak of te los afgesteld

Als je partner klaagt dat het apparaat meer lawaai maakt dan jij vroeger, is dat meestal een teken dat er ergens lucht ontsnapt. Dat is een signaal om terug te gaan naar de leverancier of verpleegkundige en het masker opnieuw te laten checken.

“Ik voel me opgeblazen”

Sommige mensen krijgen last van aerofagie: lucht die in de maag terechtkomt. Gevolg: een opgeblazen gevoel, boeren, soms buikpijn. Dat kan te maken hebben met te hoge drukken of een verkeerde instelling van het ademhalingsschema.

Dit is typisch zoiets dat je níet moet wegwuiven, maar moet bespreken met je behandelaar. Vaak is er aan de instellingen nog wat te sleutelen.

Hoe weet je of BiPAP-therapie werkt?

Natuurlijk kun je zelf al veel merken: word je frisser wakker, minder hoofdpijn, minder slaperigheid overdag, minder dutjes op de bank? Maar artsen kijken ook naar harde data.

Moderne BiPAP-apparaten registreren onder andere:

  • hoeveel uur per nacht je het apparaat gebruikt
  • hoeveel ademstops (apneus en hypopneus) er nog zijn
  • of er veel lekkage is

Bij controleafspraken wordt deze informatie uitgelezen. Als je apparaat gekoppeld is aan een telemonitoringsysteem, kan het slaapcentrum soms zelfs op afstand meekijken en eerder bijsturen.

Belangrijk detail: therapietrouw. In veel richtlijnen wordt minimaal 4 uur per nacht als ondergrens gebruikt, maar eerlijk is eerlijk: hoe meer uren, hoe beter. Alleen een apparaat naast je bed hebben staan, telt niet.

BiPAP is geen vrijbrief om alles te laten zoals het is

Hier komt het iets minder leuke stukje. BiPAP kan heel veel opvangen, maar het is geen excuus om verder niets te veranderen. Zeker bij mensen met ernstig overgewicht, roken of onbehandelde andere aandoeningen blijft leefstijl een factor.

Artsen zijn daar soms voorzichtig in, maar de harde realiteit is: als je bijvoorbeeld 40 kilo te zwaar bent, helpt elke kilo die eraf gaat je ademhaling. BiPAP vangt de schade deels op, maar haalt de oorzaak niet weg. Nou ja, soms een deel, bij mensen waarbij vooral de anatomie van de keel een rol speelt.

Het meest succesvolle traject dat ik in een slaapcentrum zag, was iemand die BiPAP startte, daardoor eindelijk weer energie had om overdag te bewegen, en vervolgens in een jaar tijd flink afviel. Uiteindelijk kon de druk omlaag en werd de therapie comfortabeler. Niet omdat BiPAP dat “deed”, maar omdat hij zelf weer iets kon doen.

Wanneer moet je aan de bel trekken?

Niet alles wat lastig is, betekent dat de therapie faalt. Maar er zijn signalen waarbij het wél verstandig is snel contact op te nemen met je arts of slaapcentrum:

  • je voelt je na enkele weken gebruik nog net zo beroerd (of beroerder) als ervoor
  • je krijgt nieuwe klachten: ernstige benauwdheid, pijn op de borst, hevige buikpijn
  • je kunt het masker door angst of paniek echt niet ophouden
  • je partner merkt dat je nog steeds vaak stopt met ademen

Wachten tot de volgende geplande controle is dan simpelweg zonde van je nachten.

Waar vind je betrouwbare informatie?

Online is er genoeg te vinden over BiPAP, maar de kwaliteit wisselt nogal. Voor Nederlandstalige, betrouwbare info kun je kijken bij:

  • Thuisarts voor algemene informatie over slaapapneu en behandelingen
  • Gezondheidsnet voor achtergrondartikelen over slaap en ademhaling
  • gespecialiseerde slaapcentra en slaapklinieken in Nederland en België, bijvoorbeeld via een slaapcentrum van een academisch ziekenhuis

Voor meer achtergrond over hersenen en ademregulatie zijn organisaties zoals de Hersenstichting ook een nuttige bron.

Veelgestelde vragen over BiPAP-therapie

Is BiPAP altijd “beter” dan CPAP?

Nee. BiPAP is anders, niet per definitie beter. Bij veel mensen werkt een gewone CPAP uitstekend en is BiPAP helemaal niet nodig. BiPAP wordt vooral ingezet als CPAP niet verdragen wordt, als de druk ernstig hoog moet, of als er sprake is van meer dan alleen obstructieve slaapapneu, bijvoorbeeld bij hypoventilatie.

Hoe lang moet ik BiPAP gebruiken?

In de meeste gevallen is BiPAP een langdurige, vaak levenslange behandeling. Zolang de oorzaak van je ademhalingsprobleem blijft bestaan, blijft de noodzaak voor ondersteuning er ook. Alleen als er iets wezenlijks verandert - bijvoorbeeld fors gewichtsverlies, succesvolle operatie of verbetering van een onderliggende aandoening - kan in overleg met de arts gekeken worden of de instellingen omlaag kunnen of de therapie zelfs gestopt kan worden.

Mag ik met BiPAP op vakantie of in het vliegtuig?

Ja, dat kan meestal prima. De meeste moderne BiPAP-apparaten zijn ontworpen om mee te nemen. Wel is het handig om:

  • een medische verklaring of brief van je arts bij je te hebben
  • vooraf bij de luchtvaartmaatschappij te informeren of gebruik aan boord is toegestaan
  • in het buitenland een passende stroomadapter of reistransformator mee te nemen

Bespreek dit bij twijfel met je leverancier of slaapcentrum, zij kennen de praktische tips vaak uit ervaring.

Word ik afhankelijk van BiPAP?

Strikt genomen ben je niet “verslaafd” aan BiPAP, maar als je het nodig hebt, merk je wel degelijk verschil als je het niet gebruikt. Veel mensen die een paar nachten zonder slapen, merken meteen weer snurken, ademstops en extreme moeheid. Dat is geen nieuwe afhankelijkheid, dat is gewoon de oude situatie die weer terugkomt.

Wat als ik BiPAP echt niet volhoud?

Dan is het belangrijk om eerlijk te zijn tegen je arts of verpleegkundige. Soms ligt het aan het masker, soms aan de instellingen, soms aan angst of claustrofobie. Er zijn dan nog opties: andere maskers, rustig opbouwen, ondersteuning door een psycholoog, of in sommige gevallen een alternatieve behandeling. Maar stoppen zonder overleg is eigenlijk altijd een slechte deal voor jezelf.

Tot slot

BiPAP-therapie is geen gadget voor liefhebbers van medische technologie, maar een serieuze ademhalingsondersteuning voor mensen bij wie “gewoon ademen” in de slaap niet meer vanzelf gaat. Het vraagt wat van je: wennen aan het apparaat, accepteren dat je hulp nodig hebt, en blijven terugkoppelen als het niet gaat.

Maar als het klikt - apparaat, instellingen, masker, jijzelf - dan kan het verschil tussen een nacht vol vechten om lucht en een nacht rustig doorslapen eigenlijk best wel groot zijn. En dát merk je niet alleen in bed, maar de hele dag erna.

Explore More Slaapapneu

Discover more examples and insights in this category.

View All Slaapapneu