Waarom sommige mensen wél slaapapneu krijgen en anderen niet

Stel je voor: je ligt te slapen, je partner tikt je telkens aan omdat je zo hard snurkt, en overdag voel je je alsof je de hele nacht geen oog dicht hebt gedaan. Je denkt: stress, te druk, nou ja, het zal wel. Maar wat als je ademhaling zich 's nachts eigenlijk steeds even uitzet? Slaapapneu klinkt als iets voor oudere, zwaardere mannen die op de bank in slaap vallen met de tv aan. In de praktijk is het plaatje een stuk breder. Vrouwen, slanke mensen, jonge volwassenen: ze kunnen allemaal slaapapneu hebben. De vraag is niet alleen: heb je het? De interessantere vraag is: waarom jij wél, en iemand anders niet. In dit artikel duiken we in de risicofactoren voor slaapapneu. Niet als droge opsomming, maar als een soort spiegel: waar herken jij jezelf in, en waar kun je nog iets aan doen? Sommige factoren heb je niet in de hand, zoals je kaakvorm of je genen. Andere zijn best wel beïnvloedbaar, al is dat soms makkelijker gezegd dan gedaan. We lopen ze langs, met voorbeelden uit de praktijk, zodat je beter snapt wanneer het tijd is om aan de bel te trekken.
Written by
Jamie
Published

Slaapapneu komt niet uit het niets

Slaapapneu voelt voor veel mensen alsof het “opeens” begint. In werkelijkheid bouwt het zich vaak jaren op. Je gaat wat meer snurken, je komt een paar kilo aan, je slaapt onrustiger, je wordt moe wakker. En dan ineens zegt een arts: obstructief slaapapneu.

Toch is het zelden echt ineens. Er ligt bijna altijd een combinatie van risicofactoren onder. Die combinatie is voor iedereen net anders, maar de patronen zijn opvallend herkenbaar.

Neem Karin, 49 jaar. Ze sport, is niet extreem zwaar en dacht dat slaapapneu alleen iets was voor mannen. Pas toen haar collega zei dat ze tijdens een werkweekend in hetzelfde appartement hoorde dat Karin regelmatig “stilviel” in haar slaap, ging er een lampje branden. Wat bleek: haar kaak stond wat naar achteren en ze was net in de overgang. Twee risicofactoren die ze zelf nooit met slaapapneu had verbonden.

Gewicht, vetverdeling en die “extra kilo’s”

Waarom overgewicht zo’n grote rol speelt

Laten we het maar meteen benoemen: overgewicht is een van de bekendste risicofactoren voor obstructief slaapapneu. Niet leuk om te horen, wel eerlijk.

Bij extra gewicht gaat het niet alleen om het getal op de weegschaal, maar vooral om waar het vet zich ophoopt. Vet rond de nek en bovenste luchtwegen vernauwt de ruimte waar de lucht doorheen moet. Tijdens de slaap verslappen de spieren, de luchtdruk verandert en die toch al nauwe luchtweg klapt dan makkelijker dicht.

Artsen kijken vaak naar de BMI, maar in de praktijk zegt je nekomtrek en buikomvang soms meer. Iemand met brede schouders en spieren kan een hoge BMI hebben en toch weinig risico, terwijl iemand met een relatief “buikje” en een dikkere nek veel gevoeliger is voor slaapapneu.

Interessant detail: zelfs een paar kilo aankomen kan bij sommige mensen het verschil maken tussen licht snurken en duidelijke apneus. Vooral als je luchtweg van nature al wat krapper is.

Maar slanke mensen dan?

Het hardnekkige misverstand: “Ik ben slank, dus ik kan geen slaapapneu hebben.” Dat klopt gewoon niet. Slanke mensen kunnen slaapapneu ontwikkelen door andere factoren, zoals kaakstand, anatomie of erfelijkheid.

Tom, 35 jaar, IT’er, sport drie keer per week en heeft een BMI van 22. Toch had hij zware slaapapneu. De KNO-arts liet hem een scan zien: zijn onderkaak stond relatief ver naar achteren en zijn tongbasis was groot. Met andere woorden: zijn luchtweg was al vanaf geboorte aan de krappe kant. Een paar jaar wat slechter slapen, meer stress, wat minder spierkracht in de keelspieren, en het was raak.

De vorm van je gezicht en kaak: je bouw telt mee

Anatomie waar je zelf weinig aan kunt doen

Je gezichtsvorm is niet alleen cosmetisch interessant, maar ook functioneel. De stand van je kaak, je tong, je gehemelte en de vorm van je neus bepalen hoeveel ruimte je luchtweg heeft.

Factoren die de kans op slaapapneu vergroten zijn onder andere:

  • Een relatief kleine of naar achteren staande onderkaak
  • Een smalle bovenkaak of hoog, smal gehemelte
  • Grote amandelen of vergroot adenoïd weefsel (vooral bij kinderen)
  • Een grote tong in verhouding tot de mondruimte

Bij kinderen zie je vaak dat vergrote neus- en keelamandelen een belangrijke rol spelen. Ze snurken hard, slapen onrustig, zweten veel ‘s nachts en zijn overdag prikkelbaar of juist dromerig. Niet elk snurkend kind heeft slaapapneu, maar het is zeker iets om serieus te nemen.

Neusverstopping en structurele problemen

Chronische neusverstopping door allergieën, scheef neustussenschot of neuspoliepen kan er ook voor zorgen dat je meer door de mond gaat ademen. Dat verandert de drukverdeling in de bovenste luchtweg en maakt de keel eerder instabiel tijdens de slaap.

Het is een beetje als een tuinslang met een knik erin: hoe meer weerstand, hoe makkelijker de stroom even stopt. Bij slaapapneu is die “stroom” je ademhaling.

Leeftijd, hormonen en waarom de overgang zo’n gamechanger is

Ouder worden: niet alleen rimpels

Met het ouder worden verandert de spierspanning in je hele lichaam, dus ook in de spieren rond je keel. Die worden wat slapper, waardoor de luchtweg makkelijker dichtvalt tijdens de slaap. Daarom zie je slaapapneu vaker bij mensen van middelbare leeftijd en ouder.

Maar het is te simpel om te zeggen: “Je bent ouder, dus je krijgt slaapapneu.” Leeftijd werkt vooral samen met andere factoren: gewicht, kaakvorm, hormonen, medicatiegebruik.

Vrouwen en de overgang: onderbelicht risico

Vrouwen zijn lang ondervertegenwoordigd geweest in slaapapneu-onderzoek. Het klassieke beeld was: snurkende, wat zwaardere man van middelbare leeftijd. Daardoor wordt slaapapneu bij vrouwen nog steeds best wel vaak gemist.

Voor de menopauze lijken vrouwelijke geslachtshormonen een beschermend effect te hebben op de spierspanning en ademregulatie. Na de overgang verandert dat. Vrouwen kunnen dan ineens klachten ontwikkelen: snurken, nachtelijk wakker schrikken, hartkloppingen, vermoeidheid, concentratieproblemen.

Het lastige: deze klachten worden vaak toegeschreven aan “de overgang”, stress of depressie. De link met slaapapneu wordt soms pas jaren later gelegd.

Erfelijkheid: ja, slaapapneu kan in de familie zitten

Misschien herken je dit: je vader snurkt, je opa snurkte, jij snurkt. Toeval? Soms niet. Erfelijkheid speelt een rol bij de bouw van je gezicht, de vetverdeling in je lichaam en zelfs in hoe je ademregulatie werkt.

Dat betekent niet dat je automatisch slaapapneu krijgt als je ouders het hebben, maar je start wel met een bepaald “pakket” aan eigenschappen. Als daar dan nog leefstijlfactoren bijkomen, wordt de kans een stuk groter.

Als meerdere familieleden een CPAP-apparaat gebruiken of een kaakoperatie hebben gehad in verband met slaapapneu, is het verstandig om zelf alert te zijn op klachten. Zeker als je partner merkt dat je ademhaling ‘s nachts soms stopt.

Leefstijl: alcohol, roken en slaappillen als sluipmoordenaars

Alcohol voor het slapen: gezellig, maar niet zo handig

Alcohol ontspant de spieren, ook in je keel. Dat klinkt misschien onschuldig, maar als je luchtweg al wat krapper is, kan dat net het zetje zijn waardoor hij tijdens de slaap regelmatig dichtklapt.

Veel mensen merken dat ze na een avond drinken harder snurken of onrustiger slapen. Bij iemand met aanleg voor slaapapneu kan een “gezellig wijntje” in de avond het aantal apneus flink verhogen. En nee, je went daar niet aan. Je lichaam compenseert steeds, met micro-ontwaakmomenten en stressreacties.

Roken en irritatie van de luchtwegen

Roken zorgt voor chronische irritatie en zwelling van de slijmvliezen in neus en keel. Dat vernauwt de luchtweg en maakt de boel gevoeliger voor dichtklappen. Ook e-sigaretten en vapen zijn in dat opzicht geen onschuldige alternatieven.

Stoppen met roken kan bij sommige mensen merkbaar schelen in snurken en ademstops. Het is niet altijd dé oplossing, maar het haalt in elk geval een belangrijke prikkel weg.

Slaappillen en kalmeringsmiddelen

Middelen zoals benzodiazepines (klassieke slaappillen en kalmeringsmiddelen) verslappen de spieren en dempen de ademprikkel. Bij iemand met (verborgen) slaapapneu kan dat de ademstops langer en dieper maken.

Daarom zijn veel slaapartsen heel terughoudend met het voorschrijven van dit soort medicatie aan mensen die mogelijk slaapapneu hebben. Je lost het probleem dan niet op, je maskeert het en maakt het soms zelfs ernstiger.

Ligging in bed: waarom rugslapers vaker de klos zijn

Het klinkt bijna te simpel, maar je slaaphouding maakt uit. Op je rug zakt je onderkaak makkelijker naar achteren en je tong mee. Dat vernauwt de luchtweg, vooral als er al weinig ruimte is.

Bij een deel van de mensen met slaapapneu zie je dat de ademstops vooral of alleen optreden als ze op de rug liggen. Dit wordt ook wel positie-afhankelijke slaapapneu genoemd. In dat geval kan een simpele houdingstrainer of aanpassing van je slaaphouding al behoorlijk helpen, al is het zelden de enige factor.

Maar let op: als je ernstige slaapapneu hebt, is alleen “niet op je rug slapen” meestal niet genoeg. Het is eerder een puzzelstukje in een groter geheel.

Medische aandoeningen die de kans op slaapapneu vergroten

Hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en diabetes

De relatie tussen slaapapneu en aandoeningen zoals hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en diabetes type 2 is tweerichtingsverkeer. Slaapapneu verhoogt het risico op deze ziekten, maar andersom zie je ook dat mensen met deze aandoeningen vaker slaapapneu hebben.

Artsen worden hier gelukkig alerter op. Iemand met moeilijk instelbare hoge bloeddruk of terugkerende hartritmestoornissen, zeker als die persoon ook snurkt of erg moe is, zou eigenlijk standaard op slaapapneu gescreend moeten worden.

Schildklierproblemen en andere hormonale stoornissen

Bij een traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) kunnen vochtophoping in de weefsels, gewichtstoename en spierzwakte bijdragen aan het ontstaan van slaapapneu. Ook andere hormonale aandoeningen, zoals acromegalie (te veel groeihormoon), kunnen de anatomie en weke delen in de keel veranderen.

Het zijn geen alledaagse diagnoses, maar voor mensen bij wie de klachten niet goed te verklaren zijn, kan dit een belangrijke puzzel zijn.

Neuromusculaire aandoeningen en centrale slaapapneu

Tot nu toe ging het vooral over obstructief slaapapneu, waarbij de luchtweg dichtvalt. Er is ook centrale slaapapneu, waarbij de hersenen tijdelijk te weinig of geen ademprikkel geven.

Dit zie je bijvoorbeeld bij bepaalde neurologische aandoeningen, hersenstamletsel, ernstig hartfalen of na een beroerte. Ook sommige opioïden (sterke pijnstillers) kunnen het ademcentrum onderdrukken en zo centrale apneus uitlokken.

Bij centrale slaapapneu speelt anatomie minder een rol; het gaat meer om de aansturing. Maar de risicofactoren zijn net zo goed belangrijk om vroeg te herkennen.

Waarom artsen het nog steeds best wel vaak missen

Een deel van het probleem: slaapapneu presenteert zich niet altijd met het klassieke verhaal van hard snurken en ademstops. Sommige mensen snurken nauwelijks, maar zijn overdag totaal uitgeput, hebben hoofdpijn, concentratieproblemen of stemmingswisselingen.

Bij vrouwen wordt het soms verward met burn-out of depressie. Bij kinderen met ADHD of leerproblemen. Bij ouderen met “tja, leeftijd”.

Daarom is het zo belangrijk om naar het totaalplaatje te kijken:

  • Snurken of onrustige slaap
  • Gewicht en vetverdeling
  • Gezichts- en kaakbouw
  • Familiegeschiedenis
  • Bestaande aandoeningen zoals hoge bloeddruk of diabetes
  • Medicatiegebruik, alcohol, roken

Hoe meer vinkjes je kunt zetten, hoe groter de kans dat slaapapneu in de achtergrond meespeelt.

Wat kun je zelf nog beïnvloeden?

Niet alles, helaas. Je genen, je kaakvorm, je leeftijd, die liggen vast. Maar een aantal risicofactoren zijn wél te sturen, al kost dat soms tijd en begeleiding.

Denk aan:

  • Gewicht verminderen als er sprake is van overgewicht
  • Alcohol beperken, zeker in de avond
  • Stoppen met roken of vapen
  • Kritisch kijken naar medicatie die de ademhaling kan beïnvloeden (in overleg met je arts)
  • Je slaaphouding aanpassen als je vooral op je rug ligt

Belangrijk: dit zijn geen magische oplossingen. Bij matige tot ernstige slaapapneu is vaak behandeling nodig, zoals CPAP, een MRA-beugel of soms een operatie. Maar elke risicofactor die je vermindert, maakt de behandeling effectiever en vergroot de kans dat je je daadwerkelijk beter gaat voelen.

Wanneer is het tijd om hulp te zoeken?

Als je jezelf in meerdere van deze punten herkent, is het geen gek idee om het gesprek aan te gaan met je huisarts. Helemaal als iemand in je omgeving zegt dat je ‘s nachts stopt met ademen, snurkt als een kettingzaag, of als je overdag bijna in slaap valt achter het stuur.

Een goede eerste stap is vaak informatie lezen op betrouwbare sites, zoals Thuisarts of een gespecialiseerd slaapcentrum, en daarna samen met je huisarts kijken of een verwijzing naar een slaapkliniek of longarts zinvol is.

Slaapapneu is geen “luxeprobleem” of iets waar je je gewoon doorheen moet bijten. Het is een aandoening met duidelijke risicofactoren, duidelijke gevolgen, maar gelukkig ook met duidelijke behandelopties.

En ja, het begint vaak met een simpele vraag: zou dit bij mij kunnen spelen?

Veelgestelde vragen over risicofactoren bij slaapapneu

Kun je slaapapneu krijgen als je jong en slank bent?

Ja. Hoewel het vaker voorkomt bij oudere en zwaardere mensen, kunnen ook jonge, slanke personen slaapapneu hebben. Dan spelen meestal andere factoren mee, zoals kaakstand, anatomie van de luchtweg, erfelijkheid of vergrote amandelen. Als je jong bent, slank, maar extreem moe en iemand heeft ademstops gezien, is het echt de moeite waard om dit te laten onderzoeken.

Verdwijnt slaapapneu als je afvalt?

Bij sommige mensen wordt slaapapneu duidelijk minder of zelfs (bij milde vormen) bijna niet meer aantoonbaar na stevig gewichtsverlies. Maar dat is geen garantie. Als je luchtweg van nature smal is of je kaak ver naar achteren staat, kan er ook na afvallen nog steeds slaapapneu zijn. Afvallen verlaagt wel meestal de ernst en de bijkomende gezondheidsrisico’s.

Is snurken altijd een teken van slaapapneu?

Nee. Je kunt prima snurken zonder slaapapneu te hebben. Maar: regelmatig, hard snurken is wel een signaal dat de luchtweg nauwer is en dus een verhoogd risico geeft. Zeker als er pauzes in het snurken zijn, gevolgd door een soort snurk of snak naar adem, moet je alarmbellen horen.

Speelt stress ook een rol als risicofactor?

Stress op zichzelf veroorzaakt geen slaapapneu, maar het kan de klachten wel verergeren. Je slaapt onrustiger, je gebruikt misschien vaker alcohol of slaappillen om “uit” te gaan, je eet anders en beweegt minder. Al die dingen kunnen indirect de drempel naar slaapapneu verlagen.

Kan slaapapneu vanzelf weer overgaan?

Dat gebeurt zelden zonder dat er iets in de omstandigheden verandert. Bij kinderen kan slaapapneu verminderen als vergrote amandelen worden verwijderd of als ze uit een bepaalde groeifase komen. Bij volwassenen zie je verbetering als er flink wordt afgevallen, neusproblemen worden behandeld of hormonen beter worden ingesteld. Maar “wachten tot het overgaat” is geen verstandig plan, juist omdat de gevolgen op hart, bloedvaten en hersenen behoorlijk kunnen zijn.

Meer lezen

  • Thuisarts over slaapapneu (informatie voor patiënten): https://www.thuisarts.nl/slaapapneu
  • Hersenstichting over slaap en hersenen: https://www.hersenstichting.nl
  • Slaapinstituut over snurken en slaapapneu: https://www.slaapinstituut.nl

Explore More Slaapapneu

Discover more examples and insights in this category.

View All Slaapapneu