Snurken, happen naar lucht en toch “uitgeslapen”? Echt niet
Waarom snurken zoveel wordt weggewuifd
Snurken hoort een beetje bij het leven. Bijna iedereen snurkt wel eens: na een avond drinken, bij een flinke verkoudheid, op je rug met je kin in je borst gedrukt. Partners maken er grapjes over, kinderen imiteren hun snurkende vader op verjaardagen. Het lijkt iets waar je je hooguit voor schaamt, maar niet iets waar je ziek van wordt.
Toch is dat beeld maar half waar. Snurken is vaak een signaal dat de luchtweg in je keel nauwer wordt tijdens de slaap. Soms blijft het daarbij. Maar soms is snurken eigenlijk de voorbode van iets anders: momenten waarop de keel helemaal dichtklapt en de adem kort stopt. En daar begint het verhaal van slaapapneu.
Neem Karin, 49 jaar. Ze dacht dat ze gewoon “hard snurkte”. Haar man lag al jaren met oordoppen in. Pas toen hij merkte dat ze soms 20, 30 seconden helemaal stil lag en dan met een soort snok naar adem hapte, ging er een alarmbel af. Karin zelf? Die merkte vooral dat ze overdag kapot was, prikkelbaar, en achter het stuur soms met open ogen bijna in slaap viel. “Drukte op het werk”, dacht ze. Nou ja, niet dus.
Wanneer snurken niet meer gewoon snurken is
De grote vraag: wanneer is snurken vooral irritant, en wanneer moet je serieus gaan denken aan slaapapneu?
Er zijn een paar signalen die samen een patroon vormen:
- Je snurkt vrijwel elke nacht en vaak luid
- Je partner ziet ademstops of hoort lange stiltes
- Er volgt daarna een snurk, snok of happen naar lucht
- Je wordt vaak niet uitgerust wakker, ook na voldoende uren slaap
- Je hebt (bijna) elke dag last van slaperigheid overdag
Dat patroon is belangrijk. Alleen hard snurken zonder moeheid overdag hoeft geen slaapapneu te zijn. Alleen moe zijn zonder snurken kan weer iets anders zijn. Maar als die puzzelstukjes bij elkaar komen, dan is het tijd om niet meer te zeggen: “Ach, het zal wel meevallen.”
Hoe voelt slaapapneu van binnen (en niet in een leerboek)
Wat mensen met slaapapneu vaak vertellen, klinkt verrassend herkenbaar:
Kees, 56 jaar, vrachtwagenchauffeur, merkte dat hij “soms wegzakte” achter het stuur, zelfs op stukken snelweg die hij al 20 jaar rijdt. Hij sliep volgens hem toch 7 tot 8 uur per nacht. Zijn vrouw klaagde al jaren over zijn gesnurk, maar hij lachte het weg. Tot ze een filmpje maakte met haar telefoon. Daarop zag hij zichzelf: stil, geen ademhaling, dan ineens een harde snurk en een soort schok door zijn hele lichaam.
Veel mensen beschrijven ook:
- Hoofdpijn bij het wakker worden
- Een droge mond, alsof je de hele nacht met open mond hebt liggen ademen
- Vaak naar de wc moeten in de nacht
- Concentratieproblemen, vergeetachtigheid
- Kort lontje, sneller geïrriteerd zijn
Het gekke is: je herinnert je die ademstops meestal niet. Je denkt dat je “gewoon” geslapen hebt. Maar je slaap is verbrokkeld door kleine, onbewuste ontwakingen telkens als je lichaam in paniek de ademhaling weer opstart.
Wat er in je keel gebeurt tijdens slaapapneu
Even technisch, maar dan in gewone taal.
Als je slaapt, verslappen je spieren. Ook de spieren in je keel. Bij sommige mensen zakt de tong of de zachte delen achterin de keel zo ver naar achteren dat de luchtweg bijna of helemaal dichtgaat.
- Bij snurken is de luchtweg nauwer, waardoor de lucht er turbulent langs stroomt en alles gaat trillen. Dat hoor je.
- Bij obstructieve slaapapneu klapt de luchtweg soms volledig dicht. De borstkas probeert nog wel adem te halen, maar er komt geen lucht door.
Na een paar seconden daalt het zuurstofgehalte in je bloed. Je hersenen geven een alarmsignaal, je schrikt nét genoeg op om de spieren weer aan te spannen, de keel gaat open, je haalt een diepe snurkende adem en... valt weer verder in slaap. Dit kan zich tientallen keren per uur herhalen.
Je slaapt dus wel, maar heel onrustig. De diepe, herstellende slaap wordt steeds onderbroken.
Risicofactoren waar je niet omheen kunt
Niet iedereen die snurkt, krijgt slaapapneu. Toch zie je in praktijk een paar dingen vaak terugkomen bij mensen bij wie snurken doorschiet naar apneu:
- Overgewicht, vooral rond de hals en buik
- Mannen hebben het vaker, maar vrouwen na de overgang lopen ook flink risico
- Een brede nek of korte, dikke hals
- Roken en alcoholgebruik in de avond
- Slapen op de rug
- Vernauwde neus, allergieën of chronische neusverstopping
- Erfelijkheid: in sommige families komt het gewoon vaker voor
Dat betekent niet dat je het “aan jezelf te danken” hebt. De vorm van je kaak, stand van je tong, bouw van je keel - dat krijg je voor een groot deel gewoon mee. Maar leefstijl kan het wel een stuk erger maken. En soms ook een stuk verbeteren.
De gevolgen die je niet ziet als je alleen naar snurken kijkt
Snurken zelf is vooral lawaai. Slaapapneu is veel meer dan dat. Op de langere termijn zie je bij onbehandelde slaapapneu een verhoogd risico op:
- Hoge bloeddruk
- Hart- en vaatziekten, zoals hartinfarct en beroerte
- Hartritmestoornissen
- Ongevallen door slaperigheid, vooral in het verkeer
En dan hebben we het nog niet eens over kwaliteit van leven. Mensen voelen zich ouder dan ze zijn, hebben minder energie, minder zin in sociale dingen, soms zelfs minder zin in seks. Relaties lijden eronder: ruzie over gesnurk, aparte slaapkamers, onbegrip.
Het wrange is: veel van die klachten worden los behandeld. Bloeddruk omhoog? Pilletje. Somber? Misschien antidepressiva. Concentratieproblemen? “Drukte, stress.” Terwijl de onderliggende slaapapneu blijft doorsudderen.
Waarom artsen dit best wel vaak missen
Huisartsen zijn geen slaapartsen, en slaapapneu is een aandoening die zich een beetje verstopt. Je komt bij de huisarts met moeheid, hoofdpijn, concentratieproblemen. Snurken noem je er misschien wel bij, maar vaak bescheiden, bijna verontschuldigend. “Ja, ik snurk wel, zegt mijn partner.”
Als de huisarts niet actief doorvraagt, blijft het daarbij. Terwijl de sleutelvragen eigenlijk zijn:
- Ziet iemand ademstops of happen naar lucht?
- Hoe slaperig ben je overdag, bijvoorbeeld in de auto of voor de tv?
- Hoe lang spelen die klachten al?
Daarom is het slim om, als je je hierin herkent, zelf het gesprek scherp te voeren. Neem desnoods je partner mee. Of een filmpje van een paar minuten van hoe je slaapt. Het voelt misschien ongemakkelijk, maar het helpt enorm om duidelijk te maken dat het niet om “een beetje snurken” gaat.
Zelf testen: wanneer moet je aan de bel trekken?
Je kunt thuis al best goed inschatten of je richting slaapapneu moet denken. Stel jezelf en je partner vragen als:
- Val ik overdag makkelijk in slaap als ik even zit, lees of tv kijk?
- Ben ik achter het stuur wel eens bijna in slaap gevallen?
- Word ik vaak met hoofdpijn wakker?
- Zegt mijn partner dat ik soms stop met ademen in mijn slaap?
Als je op meerdere van dit soort vragen “ja” moet zeggen, is het geen gek idee om naar de huisarts te gaan. Niet met de vraag: “Is er iets mis?”, maar heel concreet: “Ik maak me zorgen over slaapapneu. Kunt u met me meekijken?”
Online vind je ook vragenlijsten, zoals de Epworth Sleepiness Scale, waarmee je je slaperigheid overdag kunt inschatten. Op sites als Thuisarts en Gezondheidsnet wordt snurken en slaapapneu helder uitgelegd, zodat je voorbereid het gesprek in gaat.
Hoe ziet een onderzoek naar slaapapneu er nou echt uit?
Veel mensen stellen het uit omdat ze denken dat ze in een ziekenhuisbed vol draden moeten slapen. Soms is dat zo, maar steeds vaker niet.
In Nederland en België wordt vaak begonnen met een slaapregistratie thuis. Je krijgt een apparaatje mee, met sensoren op je vinger, borstkas en soms neus. Niet charmant, maar het valt meestal mee. Je slaapt in je eigen bed, met een soort hightech logboekje op je lijf.
In dat onderzoek wordt onder andere gemeten:
- Hoe vaak je ademhaling stopt of flink vermindert
- Hoe je zuurstofgehalte in het bloed schommelt
- Hoe je slaaphouding is
De uitslag wordt vaak uitgedrukt in de AHI (apneu-hypopneu index): het aantal ademstops en bijna-ademstops per uur slaap. Hoe hoger dat getal, hoe ernstiger de slaapapneu.
Behandeling: het gaat niet alleen om dat enge CPAP-masker
Zodra slaapapneu ter sprake komt, zie je bij veel mensen meteen dat beeld: een groot masker op je gezicht, slangen, een luid apparaat naast je bed. Dat helpt niet echt om de drempel te verlagen.
De realiteit is iets genuanceerder.
Leefstijl als eerste stap
Bij milde slaapapneu wordt vaak begonnen met aanpassingen die je zelf in de hand hebt:
- Afvallen als je overgewicht hebt, vooral rond de buik
- Minder of geen alcohol in de avond
- Stoppen met roken
- Slapen op je zij in plaats van op je rug
- Eventueel behandeling van neusverstopping of allergieën
Voor sommige mensen is dit al genoeg om het verschil tussen snurken met lichte ademstops en een echt probleem te maken.
MRA-beugel: de “anti-snurkbeugel” die meer doet dan dat
Bij milde tot matige slaapapneu wordt vaak een MRA (mandibulair repositie apparaat) gebruikt. Dat is een soort op maat gemaakte beugel die je onderkaak iets naar voren duwt tijdens de slaap. Daardoor blijft de keel ruimer en zakt de tong minder snel naar achteren.
Het ziet er minder dramatisch uit dan een masker en veel mensen vinden het goed te doen. Nadeel: het moet echt op maat gemaakt worden door een gespecialiseerde tandarts en het werkt niet bij iedereen even goed.
CPAP: het apparaat waar iedereen tegenop ziet
Bij matige tot ernstige slaapapneu kom je al snel uit bij CPAP (Continuous Positive Airway Pressure). Een apparaat dat via een slang en masker een lichte overdruk geeft in je luchtweg, zodat die niet dichtklapt.
Ja, het is wennen. Ja, het is allesbehalve sexy. Maar vraag mensen die het serieus gebruiken na een paar weken en je hoort opvallend vaak hetzelfde: “Had ik dit maar jaren eerder gedaan.” Meer energie, geen dutjes meer op de bank, minder hoofdpijn, soms zelfs lagere bloeddruk. Dat is nogal wat.
Op sites als Slaapinstituut vind je verhalen van mensen die zo’n traject doorlopen hebben. Dat geeft vaak een eerlijker beeld dan alleen de horrorverhalen die je op verjaardagen hoort.
En de partner dan? Die vergeet iedereen bijna
Snurken en slaapapneu gaan bijna nooit over één persoon. De partner slaapt vaak ook beroerd, ligt wakker van het geluid, maakt zich zorgen om die ademstops, verhuist soms noodgedwongen naar de logeerkamer.
Het helpt als je als partner niet alleen moppert over het snurken, maar ook benoemt wat je ziet:
- “Je ligt soms echt lang stil zonder adem te halen.”
- “Je schrikt steeds wakker met een snok.”
- “Je bent overdag zo moe, ik maak me zorgen.”
Samen naar de huisarts gaan kan dan een wereld van verschil maken. Jij ziet dingen die de snurker zelf niet merkt. En eerlijk is eerlijk: als je jarenlang hebt gehoord dat je “overdrijft”, is het prettig als een arts het een keer serieus neemt.
Wanneer is snurken wél gewoon snurken?
Niet elk gesnurk is een tikkende tijdbom. Er zijn genoeg mensen die:
- Alleen snurken na alcohol of bij verkoudheid
- Geen ademstops hebben
- Overdag prima functioneren
In dat soort gevallen is snurken vooral een relationeel probleem en een geluidsprobleem. Dan kun je denken aan simpele dingen zoals:
- Slapen op de zij in plaats van op de rug
- Hoofdeinde van het bed iets verhogen
- Gewicht op peil houden
Maar ook dan geldt: als er twijfel is, laat er een professional naar kijken. Baat het niet, dan weet je in ieder geval dat je niet iets belangrijks over het hoofd ziet.
De kern in één zin
Als je het terugbrengt tot de simpelste vraag, dan is het deze: is snurken bij jou alleen geluid, of is het een signaal dat je lichaam ‘s nachts keihard moet werken om überhaupt te blijven ademen?
Als je partner ademstops ziet, jij overdag bijna in slaap valt waar je zit, of je al jaren “moe wakker” wordt, dan is het tijd om dat niet meer weg te lachen als “ach, ik snurk een beetje”.
FAQ over snurken en slaapapneu
1. Kan ik zelf zien of ik slaapapneu heb zonder slaaponderzoek?
Je kunt het vermoeden krijgen, maar geen zekerheid. Filmpjes van jezelf tijdens de slaap, ervaringen van je partner en vragenlijsten over slaperigheid geven een sterke aanwijzing. De diagnose wordt echter pas gesteld met een slaaponderzoek, meestal thuis met een draagbaar apparaat.
2. Helpen anti-snurkpleisters of -sprays tegen slaapapneu?
Voor echte slaapapneu vrijwel nooit. Ze kunnen soms het snurkgeluid iets verminderen als de oorzaak vooral in de neus zit, maar ze houden je keel niet open bij ademstops. Zie ze meer als hulpmiddel tegen geluid, niet als behandeling van een slaapstoornis.
3. Is slaapapneu alleen een probleem bij oudere, zware mannen?
Nee. Het komt vaker voor bij mannen en bij mensen met overgewicht, maar ook slanke vrouwen, jonge volwassenen en zelfs kinderen kunnen slaapapneu hebben. Bij kinderen speelt bijvoorbeeld vergrote keel- en neusamandelen vaak een rol. Neem klachten dus altijd serieus, ook als je niet in het stereotype plaatje past.
4. Gaat slaapapneu vanzelf over als ik afval?
Afvallen kan slaapapneu flink verminderen en soms zelfs bijna laten verdwijnen, vooral als overgewicht een grote rol speelt. Maar niet bij iedereen. De bouw van je kaak en keel blijft hetzelfde. Daarom is het verstandig om ook na gewichtsverlies een controle-onderzoek te laten doen.
5. Waar vind ik betrouwbare informatie in het Nederlands?
Goede, onafhankelijke informatie vind je onder andere op Thuisarts, bij de Hersenstichting en op gespecialiseerde sites zoals Slaapinstituut. Deze sites zijn geschreven door of in samenwerking met artsen en slaapdeskundigen.
Related Topics
Slaapapneu: wanneer snurken ineens een alarmsignaal wordt
CPAP-therapie: het apparaat dat je nachten redt (als je volhoudt)
Waarom BiPAP therapie soms precies is wat je longen nodig hebben
Waarom je snurken meer zegt dan je denkt
Waarom obstructieve slaapapneu veel gevaarlijker is dan je denkt
Waarom slaapapneu zich overdag keihard verraadt