Slapen in een hotel – waarom lukt het thuis wél en daar niet?

Je kent het vast: je boekt een mooi hotel, het bed ziet eruit als een wolk, de kussens zijn poezelig opgeschud... en toch lig je om 02.47 uur nog klaarwakker naar het plafond te staren. Hoe dan? Je bent moe, je wílt slapen, maar je hoofd en je lijf lijken niet mee te werken. Stel je voor: je komt na een lange reis eindelijk aan. Douche, schoon beddengoed, misschien nog een kopje thee. Je denkt: dit wordt heerlijk slapen. Maar dan hoor je ineens deuren op de gang, gezoem van de airco, een lift die ping zegt, een buurman die nét iets te enthousiast telefoneert. En ondertussen begint je brein een eigen feestje: nieuwe omgeving, andere geuren, onbekende geluiden. Rust? Ho maar. In deze gids duiken we in het gekke fenomeen dat slapen in een hotel vaak lastiger is dan thuis. We kijken naar wat er in je hoofd gebeurt, hoe je met licht, geluid en routines kunt spelen en wat je kunt doen als je met kinderen, partner of collega’s een kamer deelt. Met heel praktische tips, zodat je volgende hotelnacht niet voelt als een overleegde nacht, maar als echte rust.
Written by
Taylor
Published
Updated

Waarom je brein in een hotel ineens op de rem gaat

Je zou denken: nieuw, mooi bed, dikke matras, klaar. Maar je brein denkt heel anders. In een onbekere omgeving staat een deel van je systeem eigenlijk op waakstand. Er zijn onderzoeken die laten zien dat bij de eerste nacht op een nieuwe plek één hersenhelft wat alerter blijft. Alsof je lijf denkt: rustig aan, we moeten eerst even checken of het hier wel veilig is.

Dat verklaart best wel veel. Je hoort ineens elk geluid. De lift, de ijsmachine, iemand die zijn koffer over de gang sleept. Thuis zou je daar dwars doorheen slapen, in een hotel lijkt alles drie keer zo hard binnen te komen.

Neem Lisa, 34 jaar. Ze sliep thuis prima, maar in hotels lag ze standaard tot diep in de nacht wakker. Ze dacht lang dat er “iets mis” was met haar slaap. Tot ze doorhad: het was vooral haar brein dat moest wennen. Toen ze een vaste avondroutine meenam naar het hotel - zelfde soort muziek, zelfde kruidenthee, even rekken en strekken - merkte ze dat haar lijf sneller ontspande. De omgeving was nieuw, de routine vertrouwd. En dat helpt.

De eerste nacht: waarom die vaak tegenvalt

De eerste nacht in een hotel is vaak het lastigst. Veel mensen noemen dat ook echt “de eerste-nacht-vloek”. Je bent moe van reizen, misschien heb je laat gegeten, je bent overprikkeld door indrukken. En dan verwacht je óók nog dat je meteen als een blok in slaap valt.

Eigenlijk is het logischer om van die eerste nacht niet te veel te verwachten. Zie het als een soort kennismaking: jij en het hotel moeten even aan elkaar wennen. Hoe ruikt het beddengoed, hoe klinkt de airco, hoe valt het licht door de gordijnen? Hoe minder je daarover in paniek raakt, hoe beter.

Een handige gedachte: “De eerste nacht mag gewoon middelmatig zijn.” Je hoeft niet perfect te slapen om de volgende dag nog redelijk te functioneren. Dat haalt al een hoop druk van de ketel.

Geluid, licht en temperatuur: de drie grote spelbrekers

Hoe je van een rumoerige kamer toch een slaapcocon maakt

Geluid is misschien wel de grootste stoorzender in hotels. Dichtslaande deuren, pratende mensen op de gang, verkeer buiten. Je kunt het hotel niet verbouwen, maar je kunt wel slim omgaan met wat er wél kan.

Oordoppen zijn in een hotel eigenlijk onmisbaar. Niet van die harde schuimdingen die pijn doen, maar zachte, goed passende oordoppen. Sommige mensen zweren bij speciale slaap-oordoppen met een filter, zodat je wekker of kind nog wel hoorbaar is, maar de rest gedempt wordt.

Er zijn ook mensen die juist beter slapen met een zacht achtergrondgeluid, zoals white noise of rustige muziek op een laag volume. Dan valt het verschil tussen stilte en plotselinge geluiden minder op. Een simpele app op je telefoon kan al genoeg zijn, zolang het licht van je scherm je niet weer wakker houdt.

Lichtlekken en gordijnen die net niet dicht willen

Hotelgordijnen zijn een verhaal apart. Of ze zijn fantastisch donker, of er zit precies zo’n irritant lichtspleetje middenin waardoor het lijkt alsof er een schijnwerper op je gezicht staat.

Een simpele truc: neem een paar wasknijpers of kleine klemmetjes mee in je toilettas. Daarmee kun je gordijnen dichtklemmen. Geen wasknijpers? Kledinghangers met klemmen doen het ook prima. En een slaapmasker in je tas is goud waard, zeker als je vroeg wakker wordt van het eerste ochtendlicht.

Temperatuur: te warm, te koud, of allebei

Veel hotelkamers zijn of veel te warm, of net een koelkast. Je slaapt beter in een iets koele kamer, rond de 18 graden. In hotels staat de thermostaat of airco vaak hoger.

Zet bij aankomst eerst even de temperatuur zoals jij het prettig vindt. Wacht niet tot je gaat slapen, want dan is de kamer vaak nog niet op temperatuur. Vind je airco-lucht onprettig, zet hem dan na het koelen op een lagere stand of uit en laat alleen de ventilator zacht draaien.

En ja, soms is de deken te dik. Dan kun je beter in een t-shirt onder een enkele lakenlaag slapen dan puffend onder een winterdekbed in juli.

Je eigen ritueeltjes meenemen in je koffer

Je hoeft natuurlijk niet je hele slaapkamer mee te slepen, maar een paar vertrouwde dingen kunnen veel doen.

Sommige mensen nemen hun eigen kussen mee, zeker als ze last hebben van hun nek. Anderen nemen een dun kussensloop of een kleine reiskussen mee. Ook een vertrouwde pyjama, een bepaalde geur (bijvoorbeeld een zachte lavendel-spray) of je favoriete kruidenthee kan al helpen.

Neem Tom, 42 jaar, die veel voor zijn werk in hotels slaapt. Hij had altijd moeite met inslapen. Nu heeft hij een soort “hotel-slaappakket”: een klein flesje met zijn vertrouwde kussenspray, een oogmasker, goede oordoppen en een korte ademhalingsoefening die hij altijd doet. Het is eigenlijk zijn mobiele slaapritueel geworden. Het hotel verandert steeds, maar zijn routine blijft hetzelfde.

Met z’n tweeën in een hotelbed: gezellig én onrustig

Samen in een hotelbed slapen is voor stellen vaak leuk... tot iemand begint te woelen, snurken, of de hele deken naar zich toe trekt. Thuis heb je misschien ieder je eigen dekbed, in een hotel deel je vaak één grote.

Als je partner veel beweegt, kan een bed met twee aparte matrassen fijner zijn. In veel hotels kun je vooraf vragen om twee losse bedden of een “twin” opstelling. Het is echt geen schande om dat te vragen, ook niet als je een stel bent. Liever goed slapen dan romantisch maar gebroken wakker worden.

Snurkt je partner flink, dan zijn oordoppen geen overbodige luxe. En soms helpt het om af te spreken: wie het eerst wakker ligt van het gesnurk, mag de ander zachtjes een andere houding laten aannemen. Niet boos, maar praktisch.

Slapen met kinderen in één kamer

Met kinderen in een hotel slapen is weer een heel eigen avontuur. Ze vinden het vaak spannend, soms ook een beetje eng. Nieuwe geluiden, een vreemd bed, misschien een babybedje dat kraakt.

Het helpt als je het hotel niet presenteert als iets groots en bijzonders, maar als “ons logeerhuisje voor vannacht”. Maak de kamer eerst samen een beetje eigen: knuffel op bed, pyjama aan, misschien een kort verhaaltje over “de kamerwacht” die buiten alles in de gaten houdt.

Een vaste volgorde werkt goed: tandenpoetsen, pyjama, nog even lezen, licht uit. En ja, schermen vlak voor het slapen maken het meestal onrustiger. Zeker in een nieuwe omgeving.

Als je baby of peuter in een campingbedje slaapt, kun je een eigen lakentje of knuffel meenemen die thuis al vertrouwd is. De geur en het gevoel helpen om sneller tot rust te komen.

En wees eerlijk tegen jezelf: met jonge kinderen is een hotelnacht soms gewoon wat korter en minder diep. Dat is vervelend, maar meestal tijdelijk.

Zakenreis-hotel: je hoofd zit nog op kantoor

Op een zakenreis is het hotel vaak niet je “vakantieplek”, maar een verlengstuk van je werkdag. Je komt binnen met een hoofd vol mails, gesprekken en presentaties. En dan moet je opeens slapen.

Een fout die veel mensen maken: nog even “snel” een paar mails wegwerken op bed. Laptop op schoot, felle schermen, hersenen op turbo. Daarna het licht uit en verwachten dat je in tien minuten in dromenland ligt. Dat werkt zelden.

Beter is om een duidelijke grens te trekken. Kies een tijd waarop je stopt met werken, bijvoorbeeld 21.30 uur. Daarna geen laptop meer op bed, maar iets rustigs: een boek, een korte wandeling door de lobby, een warme douche. Je brein heeft echt een landingsbaan nodig.

Ook handig: leg je spullen voor de volgende dag al klaar. Kleding, tas, documenten. Dan lig je minder te malen in bed over “niet vergeten morgen...”.

Veiligheidsgevoel: pas als je je veilig voelt, kun je echt slapen

Sommige mensen slapen slecht in hotels omdat ze zich niet helemaal veilig voelen. Niet zozeer rationeel, maar gevoelsmatig. Een onbekere deur, andere sloten, mensen die je niet kent op de gang.

Je mag dat serieus nemen. Sluit de deur altijd op het nachtslot. Gebruik, als aanwezig, de extra ketting of beveiligingshaak. Check even waar de nooduitgang zit. Dat hoeft geen drama-scenario te zijn, het geeft gewoon rust in je hoofd: als er iets is, weet ik waar ik heen moet.

Soms helpt het ook om de kamer iets “huiselijker” te maken. Je tas uitpakken, je toilettas neerzetten, je boek op het nachtkastje leggen. Alles wat het gevoel geeft: dit is voor vannacht mijn plek.

Wat als je na een slechte hotelnacht de dag door moet?

Het gebeurt. Je hebt beroerd geslapen, maar je moet een vergadering leiden, een congres bijwonen of een dagje stad doen met het gezin.

Probeer niet te compenseren met enorme hoeveelheden koffie. Een beetje helpt, te veel maakt je juist onrustiger en trillerig. Water en wat lichte beweging doen vaak meer dan je denkt. Even tien minuten buiten lopen, frisse lucht, daglicht op je ogen. Dat helpt je biologische klok.

Een korte powernap van 15 tot 20 minuten kan fijn zijn, maar doe dat liever niet te laat op de dag. Anders wordt de volgende nacht weer lastiger.

En belangrijk: maak er in je hoofd geen ramp van. Eén slechte nacht is vervelend, maar je lijf kan best wat hebben. De kans is groot dat je de volgende nacht juist beter slaapt omdat je moe bent.

Wanneer is slecht slapen in hotels een signaal om verder te kijken?

Af en toe slecht slapen in een hotel is normaal. Maar als je structureel nergens anders dan thuis kunt slapen, of als je ook thuis steeds meer moeite krijgt met slapen, kan het zinvol zijn om verder te kijken.

Op sites als Thuisarts vind je betrouwbare informatie over slaapproblemen en wanneer het verstandig is om naar de huisarts te gaan. Ook Gezondheidsnet heeft duidelijke uitleg en tips rond slapen en wakker liggen.

Heb je het idee dat je angstig wordt in hotels, of dat je piekeren helemaal uit de hand loopt, dan kan het helpen om dat met je huisarts te bespreken. Soms spelen stress, angst of andere factoren mee die meer aandacht vragen dan alleen “een paar tips”.

FAQ over slapen in een hotel

Waarom slaap ik thuis prima en in een hotel bijna nooit?

Je brein staat in een nieuwe omgeving vaak op een soort waakstand. Geluid, licht, geuren en het gevoel van “niet thuis zijn” maken dat je minder makkelijk diep slaapt. Dat is op zichzelf niet gevaarlijk, maar wel onhandig. Met een vaste routine, oordoppen, slaapmasker en een goede temperatuur kun je die drempel vaak verlagen.

Helpt het om slaapmiddelen te nemen in een hotel?

Slaapmiddelen lijken verleidelijk, maar ze lossen de oorzaak meestal niet op en kunnen bijwerkingen hebben. Informatie over medicijnen en slaap vind je bijvoorbeeld op Thuisarts. Gebruik slaapmiddelen alleen in overleg met een arts en niet standaard “voor de zekerheid” op elke hotelnacht.

Is het normaal dat ik in de eerste nacht slechter slaap?

Ja, dat komt heel vaak voor. De eerste nacht op een onbekere plek is voor veel mensen onrustiger. Meestal wordt het de tweede nacht al beter, als je lijf de omgeving iets vertrouwder vindt.

Wat kan ik meteen doen als ik in een hotelkamer aankom?

Check de temperatuur, kijk hoe je de gordijnen echt donker krijgt, leg je spullen neer zodat de kamer een beetje eigen voelt, en zet oordoppen en eventueel een slaapmasker alvast klaar op je nachtkastje. Bedenk ook een tijd waarop je digitale schermen uitzet, zodat je niet tot laat door blijft scrollen.

Zijn er speciale tips voor mensen die vaak in hotels slapen voor hun werk?

Ja. Maak van je slaaproutine iets dat je overal mee naartoe neemt: vaste bedtijd, zelfde soort ontspanningsoefening, misschien een vertrouwde geur of muziek. Probeer niet tot vlak voor het slapen te werken, beperk alcohol in de avond en zorg overdag voor voldoende daglicht en beweging. Op sites als Slaapinstituut vind je meer algemene tips om je slaapkwaliteit te verbeteren.

Tot slot

Slapen in een hotel is voor veel mensen minder vanzelfsprekend dan slapen in hun eigen bed. Dat ligt niet aan jou, dat ligt aan hoe ons brein nu eenmaal werkt in een nieuwe omgeving. Met een paar slimme trucs - een eigen mini-ritueel, wat simpele hulpmiddelen en wat mildheid naar jezelf - wordt het al snel een stuk draaglijker.

En wie weet, met een beetje oefenen, wordt dat hotelbed uiteindelijk zelfs jouw favoriete plek om eens goed bij te slapen.

Explore More Bijzondere Situaties

Discover more examples and insights in this category.

View All Bijzondere Situaties