Recently updated articles across all categories
Stel je voor: je wordt wakker, je hoort de vogels buiten, je ziet je slaapkamer... en dan merk je dat je geen vinger kunt verroeren. Je wilt schreeuwen, maar er komt geen geluid. Het voelt alsof er iets zwaars op je borst zit. En ergens in de hoek van de kamer lijkt een donkere gedaante te staan. Klinkt als een horrorfilm, maar voor mensen met slaapverlamming is dit gewoon dinsdagnacht. Slaapverlamming hoort officieel bij de parasomnieën - die vreemde dingen die je brein uithaalt tussen slapen en waken in. Het is een fenomeen waar verrassend veel mensen last van hebben, maar waar bijna niemand over praat. Uit schaamte, of omdat ze bang zijn dat anderen hen voor “gek” verklaren. Terwijl het eigenlijk een vrij herkenbaar patroon volgt en best wel goed te plaatsen is als je eenmaal snapt wat er in je hersenen gebeurt. In dit artikel duiken we in die bizarre staat tussen droom en werkelijkheid. Wat er in je brein mis-synchroniseert, waarom je soms denkt dat er een “demon” op je borst zit, wanneer het gewoon vervelend is en wanneer je echt naar een arts moet. En misschien nog belangrijker: wat je zelf kunt doen om de kans op zo’n verlammende nachtelijke ervaring kleiner te maken.
Stel je voor: je ligt op de bank, glas wijn in de hand, Netflix aan. Je voelt je loom, je ogen worden zwaar en je denkt: prima, dit helpt me straks lekker slapen. Klinkt herkenbaar? Voor heel veel mensen is alcohol een vast onderdeel van de avondroutine. Een biertje om te ontspannen, een wijntje om de dag af te sluiten. Het voelt rustig, warm, slaperig. Dus dat is goed voor je slaap, toch? Nou ja… niet echt. Alcohol maakt je wel slaperig, maar dat is iets heel anders dan goed slapen. Je valt misschien sneller in slaap, maar de kwaliteit van je slaap gaat achteruit. Je wordt vaker wakker, je droomt onrustiger, je voelt je de volgende ochtend alsof je een halve nacht hebt overgeslagen. En dat merk je niet alleen in je energie, maar ook in je concentratie, je humeur en zelfs je motivatie om gezond te eten of te sporten. In dit artikel duiken we in hoe alcohol je slaapritme en slaapkwaliteit in de war schopt, waarom dat ene slaapmutsje vaak uitgroeit tot een gewoonte en hoe je je slaaproutine kunt aanpassen zonder dat je sociale leven meteen in elkaar stort.
Stel je voor: je ligt in bed, draait je nog één keer om en… blijft gewoon lekker liggen. Geen zeurende heup, geen stijve onderrug, geen kussenfort nodig om je lichaam een beetje recht te houden. Klinkt bijna als vakantie, toch? Voor veel mensen is dat gewoon het verschil tussen een willekeurig matras en een matras dat echt bij hun lichaam past. Toch kopen we een matras vaak alsof we een brood bij de bakker halen: even voelen, een paar minuten proefliggen, prijs checken, klaar. En dan, een week later, denk je in het donker: "Heb ik hier nou serieus jaren garantie op genomen?" Het goede nieuws: met een beetje kennis kun je dat gevoel best wel voorkomen. In dit artikel neem ik je stap voor stap mee door alles wat je nodig hebt om een matras te kiezen dat bij jouw lichaam, slaaphouding en slaapkamer past. Zonder technisch gedoe, maar met praktische tips, herkenbare voorbeelden en vooral: eerlijke uitleg. Zodat jij straks niet alleen een mooi bed hebt, maar een slaapkamer waar je rug je elke ochtend dankbaar voor is.
Stel je voor: je krijgt eindelijk antidepressiva voorgeschreven, na weken twijfelen. Je hoopt op meer rust in je hoofd. Maar wat er als eerste verandert, is je nacht. Je ligt wakker tot half drie. Of je slaapt juist twaalf uur achter elkaar en wordt nog steeds moe wakker. Herkenbaar? Antidepressiva en slaap hebben een ingewikkelde relatie. Ze kunnen je nachtrust redden, maar ook flink verstoren. En het lastige is: dat verschilt per middel, per dosis en per mens. Artsen zeggen vaak: "Het kan even duren voordat uw lichaam gewend is." Klopt. Maar wat betekent dat concreet als jij om 04.00 uur nog steeds naar het plafond ligt te staren? In dit artikel duiken we in hoe verschillende soorten antidepressiva op slaap inwerken, waarom sommige mensen er beter van gaan slapen en anderen juist slechter, en wat je samen met je arts kunt doen als je nachten een chaos worden. Zonder paniekzaaierij, maar ook zonder het mooier te maken dan het is.
Stel je voor: je ligt in bed, doodmoe. Je ogen vallen bijna dicht, je lichaam schreeuwt om rust. En precies op dat moment begint je knie weer te zeuren, je rug te branden of je schouder te steken. Je draait, je verlegt je kussen, nog een keer op je andere zij. En nog een keer. En nog een keer. Slapen komt maar niet. Voor veel mensen met chronische pijn is dit geen eenmalige rot-nacht, maar gewoon... hoe het elke dag gaat. Je bent eigenlijk al uitgeput voordat de dag begint. En dan hoor je ook nog goedbedoelde adviezen als: "Je moet gewoon goed slapen, dat helpt tegen de pijn." Ja, leuk bedacht. Maar hoe dan, als diezelfde pijn je wakker houdt? In dit artikel lopen we stap voor stap door wat er gebeurt als pijn en slaap elkaar in de weg zitten, waarom het niet "tussen je oren" zit, en wat je zelf kunt proberen om de nacht íets vriendelijker te maken. Geen magische oplossingen, wel eerlijke uitleg, praktische ideeën en herkenning. Zodat je in ieder geval beter snapt wat er in jouw lijf en hoofd gebeurt als het weer zo'n lange nacht wordt.
Stel je voor: je ligt in bed, je bent doodmoe, maar elke keer als je bijna wegzakt, schrikt je lichaam wakker omdat je ademhaling stokt. Je partner hoort je snurken, dan stilte, dan een soort naar lucht happend geluid. Gezellig is anders. Voor veel mensen met ernstige slaapapneu of ademhalingsproblemen door een long- of spierziekte is dit helaas dagelijkse kost. Of beter: nachtelijke kost. BiPAP-therapie is dan vaak het punt waarop de arts zegt: "Zo gaan we het niet langer doen." Waar een gewone CPAP soms niet genoeg is, komt BiPAP in beeld als een soort slimme, meedenkende ademhalingshulp. Niet alleen een vaste druk, maar twee verschillende drukken die met je ademhaling meebewegen. Klinkt technisch? Klopt. Maar het raakt aan iets heel menselijks: de behoefte om gewoon rustig te kunnen ademen, zonder strijd. In deze gids lopen we door wat BiPAP eigenlijk doet, voor wie het bedoeld is, hoe het voelt om eraan te beginnen en waarom sommige mensen er na een paar nachten niet meer zonder willen - terwijl anderen er juist behoorlijk mee worstelen. En ja, we hebben het ook over droge mond, lekkende maskers en "ik lijk wel op Darth Vader".
Stel je voor: je stapt om 7 uur ’s ochtends je auto in na een nachtdienst. De zon staat hoog, de wereld komt op gang, maar jouw lijf schreeuwt: naar bed. Alleen… als je eenmaal thuis bent, lig je klaarwakker te draaien. En als je eindelijk in slaap valt, gaat de bel, of begint de buurman te boren. En morgen? Dan moet je ineens weer een late of vroege dienst draaien. Voor veel mensen is dit geen tijdelijke fase, maar gewoon hun werkritme. Ploegendienst klinkt efficiënt op papier, maar in je hersenen ontstaat er soms pure chaos. Je biologische klok raakt in de war, je slaap raakt versnipperd en op de lange termijn ga je dat merken in alles: humeur, concentratie, gezondheid, relaties. Sommige mensen ontwikkelen zelfs een echte stoornis: ploegendienst slaapstoornis. In deze gids duiken we niet alleen in de medische termen, maar vooral in de dagelijkse realiteit. Waarom kan je lijf zo slecht tegen steeds wisselende diensten? Wanneer is het "gewoon moe" en wanneer is het nou ja, echt een probleem? En belangrijker: wat kun je zelf doen, en wanneer is het tijd om aan de bel te trekken?
Stel je voor: je slikt al jaren trouw dezelfde medicijnen, altijd “gewoon na het ontbijt”. En dan zegt je arts ineens: probeer dit eens om 22.30 uur, elke dag precies op hetzelfde tijdstip. Een paar weken later merk je dat je bloeddruk rustiger is, je minder bijwerkingen hebt of dat je eindelijk beter slaapt. Zelfde medicijn, andere tijd. Hoe kan dat nou? Dat is precies waar chronotherapie over gaat: niet alleen wát je aan behandeling krijgt, maar vooral wánneer. Je lichaam leeft op ritme. Hormonen, lichaamstemperatuur, bloeddruk, slaap, zelfs je pijngevoeligheid - alles schommelt over de dag. En toch schrijven we medicijnen vaak voor alsof ieder uur van de dag hetzelfde is. Dat voelt eigenlijk best wel ouderwets. In dit artikel duiken we in chronotherapie als behandeling en therapie. Wat doen artsen er al mee? Waar loopt het nog achter? En wat kun je zelf bespreken met je huisarts of specialist, zonder in zweverige “luister naar je bioritme”-praat te belanden? Laten we eerlijk zijn: je hoeft geen ochtendmens te zijn om hier iets aan te hebben.
Stel je voor: je ligt eindelijk in bed, lichten uit, telefoon weg, je bent er helemaal klaar voor. En dan hoor je het. De buren die nog net even de vaatwasser aanzetten, een scooter die optrekt, iemand die de trap oploopt. Weg slaap. Herkenbaar? Dan is de kans groot dat een white noise machine opeens een stuk interessanter klinkt dan je ooit had gedacht. White noise klinkt misschien een beetje technisch, maar in de praktijk is het gewoon: gecontroleerde ruis die de ongecontroleerde herrie van buiten tempert. Geen magische gadget, maar een hulpmiddel dat in een onrustige slaapomgeving best wel een verschil kan maken. Zeker als je in een gehorig huis woont, aan een drukke straat, of een partner hebt die snurkt alsof hij naast een startbaan slaapt. In deze gids duiken we niet in droge theorie, maar in de praktijk: wanneer helpt zo'n apparaat nu echt, wanneer is het vooral een duur nachtkastje, en hoe kies je er eentje die bij jouw slaapkamer en slaapritme past? We koppelen het steeds aan slaaphygiëne en je slaapomgeving, zodat het niet zomaar weer "een gadget" wordt, maar een bewuste keuze.
Stel je voor: je wekker gaat om 6.45 uur, maar je lijf denkt dat het 4.45 uur is. Klinkt als een slechte grap, maar voor veel pubers is dit gewoon elke schooldag. Hun lichaam is nog half in de nachtstand terwijl de eerste les al begint. En dan vragen we ons af waarom ze gapend in de klas hangen. In de discussie over pubers en slaap gaat het vaak over schermtijd, gamen en mobieltjes naast het bed. Dat speelt allemaal mee, maar er zit iets diepers onder: het ritme van hun biologische klok past eigenlijk niet bij de klassieke schooltijden. De vraag is dus niet alleen: "Waarom zijn pubers zo moe?" maar ook: "Waarom beginnen scholen nog steeds zo vroeg?" In dit artikel duiken we in die frictie tussen schoolroosters en puberbreinen. Wat gebeurt er in hun lijf, waarom is 8.15 uur voor hen iets anders dan voor een volwassene, en wat kun je doen als ouder, leerling of school zonder meteen het hele systeem op zijn kop te zetten? En ja, we gaan het ook hebben over later beginnen. Want dat is minder "luxeprobleem" dan het soms wordt weggezet.
Stel je voor: je ligt te slapen, droomt dat je wordt aangevallen en in plaats van rustig te blijven liggen, sla je in het echt om je heen. Je trapt, schopt, schreeuwt. Je partner schrikt zich rot, jij wordt half wakker met een vage herinnering aan een nare droom en blauwe plekken op je knokkels. De volgende ochtend zeggen jullie tegen elkaar: "Nou ja, raar, zal wel stress zijn." En daarmee is de kous af. Tot het de week erna weer gebeurt. En de week daarna. Dit is geen film, dit is voor veel mensen met REM slaap gedragsstoornis de realiteit. Een aandoening waar bijna niemand ooit van heeft gehoord, terwijl het bedden, relaties en soms zelfs huwelijken sloopt. En die, dat is misschien nog wel het meest ongemakkelijke deel, soms jaren van tevoren kan wijzen op een neurologische ziekte die nog moet beginnen. In dit artikel duiken we in die vreemde wereld waar dromen en beweging door elkaar lopen. Wat er in de hersenen misgaat, waarom het vaak bij mannen van middelbare leeftijd begint, en waarom een "onrustige slaper" soms eigenlijk een alarmsignaal is.
Stel je voor: je ligt in bed, doodmoe, maar je lijf staat nog in de hoogste versnelling. Je kaken op elkaar, schouders opgetrokken, je gedachten racen. Slapen? Vergeet het maar. En toch doe je eigenlijk niets anders dan stil liggen. Herkenbaar? Veel mensen merken pas hoe gespannen ze zijn als het te laat is: hoofdpijn, stijve nek, slecht slapen, prikkelbaar. Je denkt misschien: "Ik moet gewoon leren ontspannen." Klinkt leuk, maar hoe dan? Gewoon "rustig aan doen" werkt meestal niet. Je lichaam blijft in de stress-stand hangen. Progressieve spierontspanning is een techniek waarbij je stap voor stap je spieren aanspant en weer loslaat. Klinkt bijna te simpel om te werken, maar het is best wel krachtig. Je traint je lijf om het verschil te voelen tussen spanning en ontspanning. En als je lijf het verschil leert, gaat je brein vaak vanzelf mee. In dit artikel lopen we rustig door wat het is, hoe je het doet, wanneer het helpt en ook wanneer het níet zo handig is. Zodat je na het lezen niet alleen snapt wat het is, maar ook denkt: "Oké, dit kan ik vanavond al proberen."
Stel je voor: je ligt om 3.17 uur wéér naar het plafond te staren. Je bent doodmoe, je wekker gaat over drie uur, je partner ligt zalig te snurken en jij denkt: wat is er mis met mij? En ergens tussendoor krijg je ook nog een opvlieger. Leuk hoor, die menopauze. Als je hier iets in herkent, je bent niet de enige. Heel veel vrouwen merken rond de overgang dat slapen ineens een soort loterij wordt. De ene nacht gaat het nog wel, de volgende nacht lijkt het alsof je lijf in een andere tijdzone zit. Je valt moeilijk in slaap, wordt meerdere keren wakker, zweet je bed uit of wordt juist klaarwakker om 4 uur met een malend hoofd. In dit artikel lopen we stap voor stap door wat er in je lijf gebeurt, waarom slapen in de menopauze zo vaak ingewikkeld wordt en - nog belangrijker - wat je zelf kunt doen om je nachten weer een beetje terug te winnen. Zonder zweverige tips, maar met praktische dingen die je morgenavond al kunt proberen. En ja, we hebben het ook over hormonen, medicijnen en wanneer het slim is om wél naar de huisarts te gaan.
Stel je voor: je wordt midden in de nacht wakker, klaarwakker, vol energie. Niet één keer, maar weken achter elkaar. Overdag ben je dan weer zo moe dat je op je werk bijna in slaap valt tijdens een Teams-meeting. Je zou denken: stress, te druk, misschien wat koffie minder? Maar wat als je lichaam gewoon op een ander tijdschema draait dan de wereld om je heen? Dat interne tijdschema heet je circadiane ritme - je biologische klok die ongeveer een etmaal volgt. Het bepaalt wanneer je slaperig wordt, wanneer je darmen op gang komen, wanneer je lichaamstemperatuur daalt en zelfs wanneer je het meest scherp kunt nadenken. En nee, het gaat niet alleen om “vroeg naar bed, vroeg eruit”. Het is een compleet regelcentrum dat eigenlijk de hele dag op de achtergrond meedraait. In deze gids duiken we in hoe dat ritme werkt, waarom sommige mensen geboren ochtendmensen lijken en anderen nachtuilen, en wat er gebeurt als je je klok structureel in de war schopt. Goed nieuws: je hebt meer invloed op die interne klok dan je misschien denkt.
Stel je voor: je leert overdag een nieuw wachtwoord, een ingewikkelde danspas of de namen van je nieuwe collega’s. Je gaat slapen, wordt de volgende ochtend wakker en... het zit er opeens veel beter in dan gisteren. Toeval? Niet echt. Je brein is ’s nachts drukker aan het werk dan jij denkt. REM slaap - die fase waarin je levendig droomt en je ogen snel heen en weer bewegen - speelt daarbij een opvallend grote rol. Terwijl jij ligt te slapen, sorteert je brein herinneringen, gooit het ruis weg en legt het belangrijke informatie vast. En dat gebeurt dus niet alleen in de diepe slaap, maar juist ook in die wat vreemd aanvoelende droomfase. In dit artikel duiken we in wat er nu precies gebeurt met je geheugen tijdens REM slaap, waarom je soms wél weet wat je gisteren hebt geleerd en soms totaal niet, en wat er misgaat als je structureel te weinig REM slaap krijgt. Geen zweverige slaappraat, maar wat de wetenschap hier anno nu eigenlijk over laat zien - en wat jij daar in je gewone leven aan hebt.
Je ligt in bed, doodmoe. Je ogen branden, je wekker staat op een onmogelijke tijd. En toch lig je daar. Malend over wat je vandaag hebt gegeten, wat je morgen "mag" eten, of hoe je de nacht gaat doorkomen zonder naar de keuken te sluipen. Herkenbaar? Dan is de kans groot dat eten en slapen in jouw leven behoorlijk met elkaar verstrengeld zijn. Eetstoornissen gaan zelden alleen over eten. Ze kruipen je nachten binnen, zitten in je dromen, in je nachtkastje, in je wekker die je veel te vroeg of veel te laat uit bed haalt. Slaapklachten worden vaak weggezet als "er gewoon bij horend" of als iets dat je zelf maar moet oplossen. Maar dat is eigenlijk best wel onterecht. In dit artikel neem ik je mee in hoe eetstoornissen en slaap elkaar beïnvloeden, waarom je lijf zo raar kan doen in de nacht als je overdag vecht met eten, en wat je - heel praktisch en haalbaar - wél kunt doen om je nachten rustiger te maken. Niet met magische oplossingen, maar met eerlijke uitleg, herkenbare voorbeelden en stappen waar je morgen al mee kunt beginnen.
Stel je voor: je ligt eindelijk in bed, je ogen vallen dicht... en dan hoor je voetstapjes op de gang. Weer. Voor de derde keer. Je peuter staat naast je bed met een knuffel in de hand en een heel duidelijk plan: hij wil bij jullie slapen. Of je baby wordt elk uur wakker en jij vraagt je af hoe mensen ooit aan acht uur slaap komen. Slapen met jonge kinderen klinkt lief en knus, maar in het echte leven is het vaak een mix van liefde, wallen en heel veel koffie. Je wilt je kind nabijheid geven, maar je wilt ook niet elke ochtend wakker worden met een voet in je gezicht en een rug die protesteert. En ergens moet je ook nog functioneren op je werk, in het verkeer en als partner. In dit artikel lopen we stap voor stap door de meest voorkomende situaties: baby die alleen op je borst slaapt, peuter die elke nacht in jullie bed kruipt, een kind dat bang is in het donker, of broertjes en zusjes die elkaar wakker houden. Geen perfecte plaatjes, maar praktische tips die in echte huizen met echte kinderen gebruikt worden. Zodat je niet alleen je kind beter laat slapen, maar zelf ook nog een beetje overeind blijft.
Stel je voor: je ligt eindelijk in bed, moe van weer zo'n benauwde dag. Je doet het licht uit, draait je op je zij... en dan voel je dat slangetje langs je wang. Het zachte gesis van het zuurstofapparaat op de achtergrond. Rustgevend, zeggen ze. Maar voor jou voelt het misschien eerder als een harde herinnering: mijn longen redden het niet meer alleen. Nachtzuurstof bij COPD roept vaak gemengde gevoelens op. Aan de ene kant hoop: misschien word ik minder moe, minder kortademig. Aan de andere kant schaamte, angst, soms zelfs het gevoel dat je een grens overgaat. "Zo ver ben ik dus al", hoor ik mensen vaak zeggen. En dan is er nog de praktische kant: slapen met een brilletje, droge neus, lawaai, vakanties, intimiteit. Het is best wel veel. In dit artikel duiken we niet in theoretische praatjes, maar in de realiteit van COPD en nachtzuurstof. Wanneer is het zinvol, wanneer niet? Wat merk je er nou echt van in je dagelijks leven? En hoe ga je om met dat gevoel dat je 's nachts letterlijk aan een apparaat vastzit? We lopen het stap voor stap langs, met verhalen uit de praktijk en wat de richtlijnen daar eigenlijk over zeggen.
Stel je voor: je ligt alweer wakker om half vier, je telt geen schapen meer maar twijfels. Moet ik hier nou maar mee leren leven, of is het tijd om hulp te zoeken? En dan zegt je huisarts ineens: "Ik verwijs je door naar de slaapkliniek." Klinkt serieus. En eerlijk: ook een beetje spannend. Een intakegesprek in de slaapkliniek voelt voor veel mensen als een soort keuring. Word ik wel serieus genomen? Is mijn probleem "erg genoeg"? Moet ik me schamen dat ik het zelf niet heb opgelost met melatonine, kamillethee en podcasts met zee-geluiden? Het korte antwoord: nee. Slaapklachten zijn taai, en de weg naar een goede diagnose begint meestal precies daar: bij dat intakegesprek. In dit artikel neem ik je stap voor stap mee door zo'n eerste afspraak. Wie zit er tegenover je? Welke vragen kun je verwachten? En hoe bereid je je voor zonder er een heel project van te maken? Zodat je niet blanco in die spreekkamer zit, maar met het gevoel: oké, ik weet ongeveer wat er gaat komen - en ik mag hier zijn.
Je ligt in bed, het licht is uit, de wekker staat. Je hebt je telefoon weggelegd, je bent eigenlijk doodop. En toch gebeurt er... niks. Je hoofd blijft malen, de minuten kruipen voorbij, en ergens rond half drie denk je: hoe ga ik morgen in hemelsnaam functioneren? Als dit af en toe gebeurt, prima. Maar als slapeloze nachten zich opstapelen, wordt het een ander verhaal. Insomnie is geen luxeprobleem van drukke mensen die "even wat slechter slapen". Het is een slaapstoornis die je concentratie, stemming, werk, relaties en gezondheid rustig stukje bij beetje kan slopen. En het verraderlijke? Veel mensen herkennen de symptomen pas als ze al maanden - soms jaren - aan het overleven zijn in plaats van leven. In dit artikel lopen we langs de typische én de meer verborgen symptomen van insomnie. Van wakker liggen tot prikkelbaarheid op je werk, van piekeren in bed tot het gevoel dat je hoofd in watten zit. Zodat je kunt herkennen: dit is niet zomaar een slechte periode, hier speelt waarschijnlijk insomnie.